Cotonou: in de monding van de rivier van de dood

David Van Peteghem beschrijft de schrijnende armoede en ongelijkheid in de grootste stad van Benin.

vrijdag 27 augustus 2010 12:13

Cotonou is de grootste stad van Benin. De naam van de stad is Fon voor ‘in de monding van de rivier van de dood’. Een onheilspellende plaatsnaam, die aangeeft dat de Oueme rivier er via het meer van Nokoué uitmondt in de Atlantische oceaan.

Aan het begin van de negentiende eeuw was Cotonou nog een klein vissersdorp. Daar kwam verandering in toen de Fransen het op een akkoordje gooiden met de Dahomeyaanse koning Ghezo. Ze mochten er een handelspost bouwen. Die handelspost leidde tot een oorlog tussen de Franse imperialisten en de Engelse imperialisten. Frankrijk won die veldslag. Ze sloten opnieuw een verdrag met het koninkrijk van Dahomey. Toch begonnen ze een oorlog met het koninkrijk. Uiteindelijk palmden de Franse imperialisten Dahomey in. Vanaf dan groeide Cotonou gestaag uit tot een belangrijke haven aan de West-Afrikaanse kust. In de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de havenstad in een draaikolk van urbanisering terecht, en groeide de stad uit tot het economische en politieke machtscentrum van het land. Vanuit het Beninese platteland en vanuit de buurlanden ontstond er een grote exodus naar de ware plaats van rijkdom en geluk – de African dream in de monding van de rivier van de dood.

In de jaren negentig wordt, met de intrede van het neoliberalisme, de aantrekkingskracht nog groter. Dat neoliberalisme volgt een gelijkaardig schema als de Franse inname van Dahomey. Internationale organisaties oefenen druk uit op het kwetsbare land. Grootmachten kruisen de economische degens in de bocht van Benin. De stad heeft overigens haar onheilspellende naam niet gestolen. Naast het neoliberale geweld, vormen ook de erosie van de smalle kuststrook en de stijging van de zeespiegel een bedreiging voor de economische structuren van de stad, en voor ongeveer 95 % van de stedelijke bevolking – in de monding van de rivier van het vagevuur.

Van vissersdorp tot megalopolis van de toekomst?

Vandaag leven er in Cotonou op een oppervlakte van 181 vierkante kilometer tussen anderhalf en twee miljoen mensen. De studiedienst van UN-HABITAT omschrijft de havenstad als een big city. Dat wil zeggen: het is geen kleine of middelgrote stad is, maar ook geen megastad. Nochtans heeft Cotonou nu al iets weg van een eindeloze stad. Het eindeloze gevoel van ‘wanneer zijn we uit de stad’ of ‘zijn we er nu al’ krijg je vooral als je via het Westen, richting Togo, de stad verlaat of binnenkomt. Je kunt haast geen grens trekken tussen de moederstad en de in het westen nabijgelegen stad Agonkamé of de oostelijk gelegen stad Ablangandan. Eens je die steden verlaat, begint een rit langs de brousse. De kans is echter groot dat het proces van urbanisering de komende jaren ook de omgeving rond het meer van Nokoué zal opslokken. Cotonou zal zich dan in de zuidelijke richting, langs het meer, verbinden met de universiteitsstad Abomey-Calavi. En gaandeweg, hoewel dat nog enkel decennia kan duren, zal Cotonou de hoofdstad van Togo, Lomé, langs oostelijke zijde opslokken. Langs haar eigen oostzijde kan ze op haar beurt worden opgeslokt door de tweede grootste megastad op het Afrikaanse continent, het Nigeriaanse Lagos. Beide steden liggen amper op 135 km van Cotonou. Een verschrikkelijke dialectiek van urbanisme. Want als de regeringen van Togo, Benin en Nigeria niet komen aanzetten met een leefbaar plan, kan de kuststreek van Lagos tot Lomé uitgroeien tot een megalopolis waar al het vuil, stank en ellende van miljoenen have-nots zal toestromen – in de monding van de rivier van de hel.

De armoede in Cotonou is immens. Er moeten ongeveer twintigduizend mensen op straat leven. Volgens UN-HABITAT leeft twintig procent van de stedelijke bevolking in sloppenwijken. Volgens Krystel Doussou van de Ngo OFEDI hebben slechts dertienduizend mensen toegang tot proper water en moeten iets meer dan tweehonderdduizend mensen er leven met minder dan 165000 CFA per jaar (252 euro per jaar). Het eerste cijfer benadert wellicht de realiteit benadert, maar het tweede cijfer moet verdubbeld worden. En dan te weten dat je zelfs met het minimumloon van veertigduizend CFA per maand (61 euro) nog tot het lompenproletariaat behoort. Met een maandelijks inkomen van honderdduizend CFA (150 euro) wordt het al leefbaarder, maar je moet nog elke maand hard je best doen om de eindjes aan elkaar te knopen. Met een maandelijks inkomen van driehonderdduizend CFA (458 euro) bereik je de onderste laag van de middenklasse. In nog andere woorden: Het is helemaal niet overdreven aan te nemen dat meer dan helft van de bevolking in Cotonou in bittere armoede leeft of moeite heeft om rond te komen.  

In de drukte van een verlaten bouwwerf

Kortom, Cotonou is de grootstedelijke verschrikking van armoede, lelijkheid, vuiligheid en bouwvalligheid. Als je met het vliegtuig aankomt in Cotonou is dat meestal tijdens de nacht. Eens je onderweg bent naar de plaats van je bestemming merk je niets van de urbane verschrikkingen. Je rijdt op grote geasfalteerde banen met straatverlichting langs appartementsblokken, kantoorcomplexen, regeringsgebouwen, majestueuze kerken en moskeeën. Om één van de woonwijken te bereiken moet je van de grote baan af, en wordt de weg een hobbelig zandpad dat je eraan herinnerd dat je staartbeentje een gevoelige plek is. Tijdens het regenseizoen wordt die hobbelige weg dan ook nog drassig.

De volgende dag ontwaak je in de drukte van een verlaten, lelijk en vuil bouwwerf. Een andere keer krijg je het onbehaaglijke gevoel dat je bent terechtgekomen op een plaats waar net een oorlog heeft gewoed.  

Alleen Haie Vive, de wijk rond de luchthaven, heeft iets exotisch. Daar vindt je al de ambassades, dure hotels, trendy discotheken, regeringsgebouwen en residentiële woningen terug. Het is ook de thuisbasis van westerse ngo’s en de culturele centra van buitenlandse naties. De meeste Westerse toeristen schijnen Haie Vive te verwarren met Cotonou. Na een tiental minuten heb je alles gezien en als je er langer blijft wordt je exotische reis nog duurder dan een reis naar Benidorm.

Eens je deze wijk verlaat, wordt het exotische decor bouwvallig. Op enkele nieuwe, afgewerkte gebouwen na, zijn er maar weinig constructies die in perfecte staat verkeren. Je hebt onafgewerkte gebouwen, waar alleen de gelijkvloers en enkele verdiepingen worden bewoond, terwijl de bouwwerken daarboven allang stopgezet zijn. Je ziet overal verlaten bouwwerven met houten stellingen, beschermd door vuile katoenen doeken. Het grijze, verroeste en bouwvallige decor wordt slechts af en toe opgefleurd met de prachtige architectuur van moskeeën, kerken, villa’s, nieuwe gebouwen voor commerciële doeleinden en hier en daar wat groen. Als een gebouw mooi is, dan is het meteen ook heel prachtig en goed onderhouden. De mensen die niet in sloppenwijken of villawijken wonen, wonen doorgaans in uit beton opgetrokken bungalows of kleine appartementsblokken. Langs de wegen vind je overal ontelbare kraampjes, werkateliers en gaarkeukens. Langs en op het strand of aan het kanaal vindt je de meeste sloppenwijken terug. Elke sloppenwijk wordt omringd door hopen afval of is een schamele nederzetting op een kleine afvalberg.

De rioleringen en aangelegde kanalen die hier en daar de stad doorkruisen, zijn steevast bedolven onder het vuil en zwarte plastieken zakjes. Cotonou is een stad van zwarte zakjes. Elke keer als je iets wil kopen, hoe klein en draagbaar ook, krijg je er een zwart zakje bij. Alles wordt op de grond gesmeten. Ook de zandwegen die de woonwijken met elkaar verbinden zijn doorgaans bezaaid met zwarte zakjes en ander vuil. Overal ligt er ook wel steenpuin. Hier en daar staan er autowrakken. Ergens in een woonwijk, waarvan ik de naam al ben vergeten, wordt een weg zelfs al enkele maanden gebarricadeerd door een omgekieperde vrachtwagen met zand. Hier en daar vindt je ook plaatsen waar al het vuil samenkomt. Voor zover ik weet, bestaat er in Cotonou geen stedelijke huisvuilophaaldienst. In de wijken zie je wel af en toe mensen die een volgeladen kar met huisvuil voorttrekken. Voor duizend CFA (1,52 euro) per maand komt een man bij mij het huisvuil ophalen.

Wonen in Cité Vie Nouvelle

Van alle wijken die ik in de twaalf arrondissementen van Cotonou heb bezocht, is Cité Vie Nouvelle wellicht nog de mooiste wijk, omdat struikgewassen en palmbomen de buurt gezellig maken. De wijk is ook een perfecte weergave van de Beninese klassenmaatschappij. Als je de wijk via de zandweg langs het Hotel du Lac wil bereiken, passeer je eerst voorbij het hotel waar je voor minstens 40.000 cfa per nacht een kamer kan huren met uitzicht op het meer, de oceaan of op een sloppenwijk. Die sloppenwijk bevindt zich pal naast het hotel. Er leven minstens 1.000 mensen in kleine, krakkemikkige woningen opgetrokken uit restjes hout, golfplaten en ander afvalmateriaal. De wijk bevindt zich letterlijk op het strand. Het is een strandwandeling door de sloppenwijk van het lompenproletariaat. De sloppenwijk is een quasi autarkische plaats, een dorp in de stad. De wijk heeft een chef. Je kunt er levensmiddelen en andere waren kopen. Je kunt er ook eten en met een stroomgenerator is er muziek en televisie. Eens je de sloppenwijk verlaat, krijg je via een echte strandwandeling, maar tussen de vuiligheid en uitwerpselen, een zicht op de riante villawijk van Vie Nouvelle. Hier woont een deel van de heersende klasse. Elke villa is prachtig en wordt in het oog gehouden door een bewaker, die niet meer dan 40000 CFA per maand verdient.

De sloppenwijkbewoners, de bedelaars die een lichaamsdeel missen. De mentaal gehandicapten die op het midden van de straat, soms halfnaakt, geen weg weten met hun waanzin. De bedelende gehandicapten, straatkinderen, mongolen en albino’s – het is allemaal dagelijkse kost in het straatbeeld Cotonou. Maar de grootste verschrikking van uitsluiting, armoede en de Beninese klassenmaatschappij, bevindt zich echter in de villawijk. Tussen de prachtige villa’s staan er ook villa’s in aanbouw. Aan sommige van die villa’s wordt er nog gewerkt. Ander bouwwerven zien er op het eerste zicht verlaten uit. Nochtans wonen er mensen op die bouwwerven. Er is plaats genoeg. Voor 10000 CFA (15 euro) per maand kunnen de armen een woonplek veroveren op één van de megalomane bouwwerven van de rijken. Deuren, ramen, elektriciteit en water zijn niet  in de prijs begrepen. De villa’s zijn immers nog niet afgewerkt. Sommige van die villa’s zijn zelfs ruïnes van de rijkdom geworden. Meestal omdat er geen geld meer is om ze verder af te werken. Rijk willen worden in een straatarm land, is niet zonder risico.

Eens je de villawijk verlaat, krijg je de buurt van betonnen bungalows en kleine appartementsblokken. Sommige van die bungalows zien er heel mooi uit. Ze hebben een mooi kleurtje en ze hebben een klein voortuintje dat wordt onderhouden. Maar ook tussen al de bungalows staan er krotten. In deze buurt woont dus een gemengd publiek, maar meestal gaat het om een drietal generaties familie die samenwonen in een bungalow. Wanneer de jongeren erop uit trekken om zelfstandig te gaan wonen, als ze het al kunnen betalen, staan andere familieleden uit dorpen of uit andere delen van de stad klaar om hun intrek er in te nemen. Dat families in één huis samenwonen, is nu eenmaal de normale gang van zaken. Maar het is vaak ook een vorm van gedwongen solidariteit.

Wonen in Cotonou is immers heel duur. Je moet meestal zes maanden waarborg betalen, zowel voor de huur als voor het waterverbruik en elektriciteit. De huurprijzen beginnen vanaf 10.000 CFA (15 euro). Voor die prijs kan je een miezerig kamertje of in de ruïnes van de rijken gaan wonen. Voor 30.000 à 35.000 CFA (ongeveer 50 euro) per maand kan je iets huren dat vergelijkbaar is met een klein, duister rommelhok in westerse tuinen. Vanaf 40.000 cfa per maand kan je iets vinden dat comfortabel genoeg is om te leven. Maandelijks komt daar nog wel ongeveer 10.000 cfa per maand bij voor het verbruik van elektriciteit en water. Elke morgen zit je wel meestal zonder water en de elektriciteit valt geregeld uit. Aangezien Vie Nouvelle aan het strand ligt, zakken, naarmate de zeespiegel stijgt, de prijzen van de huizen. Binnen enkele jaren schiet er hier niets meer over van dat nieuwe leven.

Volgende keer: het dagelijkse leven in Cotonou.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!