Opinie, Nieuws, Afghanistan, WikiLeaks, Julian Assange -

Waarom we WikiLeaks moeten beschermen

John Pilger noemt WikiLeaks een belangrijke nieuwe, moedige vorm van onderzoeksjournalistiek, die een dreiging vormt voor zowel de oorlogvoerders als hun pleitbezorgers – met name dan de journalisten die klakkeloos alles overnemen wat de overheid hun voorschotelt.

woensdag 25 augustus 2010 18:13

Op 26 juli gaf WikiLeaks duizenden geheime dossiers van het Amerikaanse leger over de oorlog in Afghanistan vrij. Die dossiers bevatten beschrijvingen van, onder meer, doofpotoperaties, een geheim moordcommando, en moorden op burgers. Ieder dossier herinnert aan de wreedheden die Westerse mogendheden al eeuwen in andere gebieden aanrichten. Van Maleisië en Vietnam tot Noord-Ierland en Basra – al bij al is er niet zoveel veranderd. Het enige verschil is, dat we tegenwoordig over een fantastisch middel beschikken dat ons kan vertellen hoe onze overheden gemeenschappen ver van ons vandaan in onze naam zonder scrupules verwoesten. De documenten waarop WikiLeaks de hand heeft kunnen leggen, beschrijven nauwkeurig hoe zes jaar lang in zowel Afghanistan als Irak burgers zijn gedood. Een fractie ervan is gepubliceerd in de The Guardian, Der Spiegel en de New York Times.

Natuurlijk doen sommigen nu hysterisch over die publicatie. Julian Assange, de stichter van WikiLeaks, moet volgens hen opgejaagd en uitgeleverd worden. In Washington interviewde ik onlangs een belangrijke defensiebeambte. Ik vroeg hem of hij kon garanderen dat de redacteurs van WikiLeaks, en de hoofdredacteur, die geen Amerikaan is, niet het slachtoffer zouden worden van de mensenjacht waar sommige media over berichten. Hij antwoordde dat hij helemaal niets kon garanderen. Hij verwees naar het lopende onderzoek naar een Amerikaanse soldaat, Bradley Manning, een vermeende klokkenluider. Amerika beweert dat zijn grondwet de vrijheid van meningsuiting waarborgt. Toch vervolgt de regering-Obama meer klokkenluiders dan haar hedendaagse voorgangers. In een document van het Pentagon staat botweg dat de Amerikaanse inlichtingendienst van plan is om WikiLeaks naar de achtergrond te verdringen door de goede naam van de mensen achter de site te bezoedelen – commerciële journalisten zijn daar maar wat graag toe bereid.

Op 31 juli interviewde de Amerikaanse sensatiejournaliste Christiane Amanapour de Amerikaanse defensieminister Robert Gates voor de commerciële zender ABC. Ze vroeg Gates hoe kwaad hij precies was op WikiLeaks, en herkauwde de door het Pentagon gelanceerde oneliner dat er “bloed kleeft aan de handen van de klokkenluiders”. Op die manier gaf ze Gates natuurlijk de pap in de mond: vanzelfsprekend vond hij WikiLeaks moreel verantwoordelijk. Als je bedenkt dat het regime waar Gates deel van uitmaakt, doordrongen is van het bloed van het Afghaanse en Irakese volk – dat blijkt eens te meer uit zijn eigen documenten – klinkt die uitspraak wel heel erg hypocriet. Maar die hypocrisie hoefde de journaliste blijkbaar niet te onderzoeken. Dat is niet zo verbazingwekkend, gezien deze nieuwe, onverschrokken vorm van publieke verantwoordelijkheidszin niet alleen de oorlogvoerders, maar ook hun pleitbezorgers in nauwe schoentjes brengt.

De huidige propagandaboodschap van de pro-oorloglobby is dat WikiLeaks onverantwoord is geweest. Eerder dit jaar, nog voor de website een uit de cockpit van een Amerikaanse Apachegevechtshelikopter opgenomen filmpje had vrijgegeven dat toonde hoe de helikopter in Irak 19 burgers doodde, onder wie kinderen en journalisten, stuurde WikiLeaks mensen naar Bagdad om de families van de slachtoffers voor te bereiden. Net zo schreef WikiLeaks nog voor het vrijgeven van de Afghaanse oorlogsdocumenten vorige maand het Witte Huis aan met de vraag aan te geven wie van de in de documenten genoemde personen last zouden kunnen krijgen van represailles. Geen antwoord. Meer dan 15,000 documenten werden achtergehouden, en die, zo zegt Assange, zullen niet vrijgegeven worden zolang ze niet nauwkeurig zijn onderzocht, zodat namen van mensen die risico’s lopen verwijderd kunnen worden.

De druk op Assange zelf lijkt niet af te laten. In zijn vaderland Australië heeft Julie Bishop, de schaduwminister van Buitenlandse Zaken, al gezegd dat, als haar rechtse coalitie na de parlementsverkiezingen van 21 augustus aan de macht komt, ze actie zal ondernemen tegen elke Australische burger die het leven van Australische strijdkrachten in Afghanistan in gevaar brengt, of Australische operaties op één of andere manier in gevaar brengt. Australië speelt in Afghanistan feitelijk de rol van huurling van Amerika, en kan in dat kader twee frappante resultaten voorleggen: het afslachten van vijf kinderen in een dorp in de provincie Uruzgan, en de overweldigende afkeer van de meeste Australiërs.

In mei, kort na de vrijgave van het Apache-filmmateriaal, werd Assanges Australisch paspoort bij zijn thuiskomst tijdelijk in beslag genomen. De centrum-linkse regering in Canberra ontkent dat Washington haar verzocht heeft hem vast te houden en het netwerk van WikiLeaks te bespioneren. Ook de Britse regering ontkent dat. Maar zouden ze dat, desgevraagd, niet doen? Natuurlijk wel. Assange, die vorige maand naar Londen kwam om aan de vrijgave van de oorlogsverslagen te werken, heeft Groot-Brittanië inmiddels halsoverkop moeten inruilen voor, wat hij noemt, veiliger oorden.

Op 16 augustus beschreef The Guardian, middels een citaat van Daniel Ellsberg, de grote Israëlische klokkenluider Mordechai Vanunu als de grootste held van het nucleaire tijdperk. Vanunu, die de wereld op de hoogte bracht van Israëls geheime kernwapenbezit, werd door de Israëlische geheime dienst ontvoerd en 18 jaar gevangengezet. De Londense Sunday Times, die de door hem geleverde documenten had gepubliceerd, had nagelaten hem te beschermen. In 1983 had Sarah Tisdall, een andere heldhaftige klokkenluider, als bediende op Buitenlandse Zaken documenten naar de The Guardian gestuurd, waarin onthuld werd hoe de regering-Thatcher van plan was de komst van Amerikaanse kruisraketten naar Groot-Brittanië aan het parlement te verkopen. The Guardian gehoorzaamde aan een bevel van de rechtbank om de documenten te overhandigen, en Tisdall ging de gevangenis in.

De onthullingen van WikiLeaks jagen de heersende journalistieke elite, die er genoegen mee neemt om, wat cynische en kwaadaardige krachten haar voorkauwen, na te praten, het schaamrood op de kaken. Wat zij doen, heet ‘notuleren’, niet ‘verslaggeven’. Neem eens een kijkje op de WikiLeakssite, en lees het document van het Ministerie van Defensie dat de dreiging beschrijft die uitgaat van echte journalistiek. Journalistiek moet bedreigend zijn. Nu The Guardian zo handig is geweest om WikiLeaks’ onthullingen over een bedrieglijke oorlog te publiceren, zou de krant ook het fatsoen moeten hebben om in haar redactionele artikels de bescherming van Julian Assange en zijn collega’s krachtig en zonder enige reserves te verdedigen. In mijn hele leven heb ik namelijk nog nooit zo’n moedig en open man gekend als hem.

Ook van Julian Assanges gortdroge humor hou ik. Toen ik hem vroeg of het in Engeland moeilijker was om geheime informatie openbaar te maken, antwoordde hij: “In de als staatsgeheim bestempelde documenten staat dikwijls dat het verboden is de informatie erin te bewaren, maar ook dat het verboden is haar te vernietigen. De enige optie die ons dus nog rest, is publiceren.”

John Pilger is een Australische journalist die werkt in Londen. Hij werd twee keer Brits journalist van het jaar. Hij schrijft columns voor New Statesman en maakt documentaires voor ITV.

(Vertaling uit het Engels: Steven Haerens)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!