Was het verkrachting?

Was het verkrachting?

donderdag 20 september 2012 22:15

In Duitsland is opschudding ontstaan door de vrijspraak in een verkrachtingszaak. De rechtbank achtte de verkrachting van de 15-jarige aanklaagster niet bewezen. De aanpak staat ver af van de trend in bijvoorbeeld Frankrijk of de VS.

De feiten deden zich voor in juli 2009, in het appartement van de aangeklaagde man. Hij stuurde zijn levensgezellin en een prostituee die bij hem waren naar buiten, en had seks met een 15-jarig meisje, een ex-geliefde die bij hem kwam overnachten. Een half jaar later legde het meisje klacht neer wegens verkrachting: zij verklaarde zich te hebben laten doen, maar toch een keer gezegd te hebben dat ze niet wilde. (In Duitsland is de ‘age of consent’ 14, het ging dus niet om seksuele minderjarigheid.) De man had gedronken en drugs gebruikt, en verklaarde het zich allemaal niet meer te kunnen herinneren.

Angstaanjagend correct?

Het Duitse strafrecht noemt drie mogelijke criteria voor verkrachting: als er geweld gebruikt wordt, als er gedreigd wordt met onmiddellijk gevaar voor lijf of leven, of als de dader gebruik maakt  van een situatie waarin het slachtoffer zonder bescherming overgeleverd is aan de dader. Geweld of bedreiging speelden geen rol, maar hoe zat het met het laatste punt? De kamer was niet op slot, er waren mensen in huis en in de omgeving. De aanklaagster had kunnen roepen of kunnen weggaan, maar deed dat niet.  Daarmee was aan het criterium ‘zonder bescherming overgeleverd’ niet voldaan, en de (vrouwelijke) rechter oordeelde dat er geen verkrachting in de zin van de wet kon worden vastgesteld.

Een plaatselijke krant berichtte hierover onder het kopje ‘Vrijspraak in verkrachtingsproces: “Meisje heeft zich niet genoeg verweerd” ’.  Dat laatste zinnetje moest het standpunt van de rechter weergeven, maar die stuurde een berichtje naar de krant om dat te ontkennen.

Eens de uitspraak in de openbaarheid gebracht was, ontstond een golf van geschokte reacties in de sociale media, zoals de tweet ‘Ik kots.’ (1)

Het is interessant de uitspraak en de reacties te vergelijken met de zaak Dominique Strauss-Kahn. In Frankrijk werd, terwijl het onderzoek nog liep, al zeer emotioneel en zeer partijdig  gereageerd. Sympathisanten van DSK namen het meteen voor hem op, terwijl in de feministische hoek solidariteit met de aanklaagster Nafissatou Diallo vanzelfsprekend leek. Kijk bijvoorbeeld naar de befaamde advocate Gisèle Halimi, een éminence grise (84) van de vrouwenemancipatie. Zij heeft onder meer in 1978 in Aix-en-Provence de zaak bepleit van twee Belgische toeristes die waren verkracht, een proces dat ervoor gezorgd heeft dat het Franse strafwetboek gewijzigd werd en verkrachting nu veel strenger wordt aangepakt.

Obligate sympathie voor de vrouw

Halimi zette zich af tegen wat mannen als Robert Badinter over de zaak verklaarden: dat DSK het slachtoffer was van een executie door de media en van een aanklaagster die bescherming genoot. Zij zei: ‘Ik, ik wil de zaak als vrouw beoordelen, en voor mij zegt deze vrouw de waarheid in deze omstandigheden. Welk belang zou een eenvoudige huisvrouw, zwart en alleenstaande moeder, erbij kunnen hebben niet de waarheid te zeggen? Wat zou haar belang kunnen zijn?’ En Halimi voorspelde hoe de aanklaagster, net als vele anderen voor haar, zou worden zwartgemaakt om haar het zwijgen op te leggen. Zij verklaarde ontgoocheld te zijn door links, dat te weinig ‘sympathie voor het slachtoffer’ betoonde.

Halimi zei dit in een interview op 18 mei 2011, vier dagen nadat het schandaal DSK was uitgebroken. Ik citeer haar uit een interessant boek dat een andere gereputeerde feministe, Christine Delphy, heeft samengesteld, en dat al af was nog voordat het Amerikaanse gerecht klaar was met zijn onderzoek. Het werk werd gedrukt in juli 2011, en op 23 augustus kwam de ontknoping van de zaak DSK.  Dat haastige publiceren is symptomatisch: het juridisch onderzoek deed er niet toe, er was een ideologische strijd die moest worden gevoerd, en wel tegen seksisme, racisme en klassenstrijd van bovenaf. (2)

Het was wachten op een boek van Marcela Iacub voor een kritische doorlichting van de juridische kant van de zaak, en meteen ook van het radicaal-feministische discours.  De Argentijns-Franse schrijfster is juriste en onderzoekster en schreef al eerder scherpe ontledingen van juridische problemen. Haar analyse, Une société de violeurs?, verscheen in januari van dit jaar. (3)

DSK symbool van de vrouwenonderdrukking

Voor het Franse radicaal-feminisme  was de zaak DSK blijkbaar alleen maar een aanleiding om een aantal zaken ter discussie te stellen en een bepaalde maatschappijvisie te promoten. DSK verenigde in zich een aantal eigenschappen die hem tot een perfecte katalysator maakten voor deze protestbeweging.

Hij was rijk, machtig en respectabel, een getrouwd man maar tegelijk een ‘seksverslaafde’: een opdringerige rokkenjager, een hoerenloper… Dat was (nog) niet strafbaar, maar nu er ook sprake was van verkrachting, kon hij worden aangepakt en kon de discussie meteen worden verbreed. Want in de visie van de radicaal-feministen leven vrouwen in een maatschappij van onderdrukking door mannen, en is verkrachting de ultieme vorm daarvan.

‘Verkrachting’, zo typeert Iacub de radicaal-feministische theorie, ‘zou de ultieme of maximale daad van dominantie zijn, want ze is de ernstigste van een hele reeks andere gewelddadige gedragingen van dezelfde aard die erop gericht zijn die hegemonie te handhaven: wellustige blikken, misplaatste uitlatingen, seksueel lastigvallen, het kopen van seksuele diensten, pornografie, geweld in het huwelijk, loondiscriminatie, tekort aan abortuscentra. Zodat deze misdaad zowat alle mannen zou betreffen.’ (p. 9)

Radicaal-feministisch waarheidsbegrip

De verklaringen van Diallo tegen DSK konden niet anders dan waar zijn, zij symboliseerde immers de correctheid van de radicaal-feministische analyse. Maar owee: gaandeweg kwam er een heel ander beeld te voorschijn van het ‘slachtoffer’: leugens, criminele connecties, tegenstrijdige verklaringen, wijzigingen van verklaringen, dubieuze stappen die zij had gezet. (Zij was, tegen de regels, de suite van DSK binnengegaan terwijl de bewoner er nog binnen was, en dat was maar mogelijk doordat zij zelf een verwisseling van verdieping geregeld had, waardoor zij dienst had op de etage van DSK, wiens komst bekend was.) Ook haar gedrag na haar ‘verkrachting’ riep vragen op.

Het radicaal-feministische discours ergerde zich aan het rechtsprincipe van het ‘vermoeden van onschuld’ tegenover de aangeklaagde: zolang de beschuldigingen niet bewezen zijn, wordt de aangeklaagde onschuldig geacht. Dit werd als een partijdigheid ten voordele van de ‘verkrachter’ gezien, en het kritisch onderzoek van de beschuldigingen en de achtergrond van Diallo evenzeer. Eigenlijk hoorde ten opzichte van Diallo een vermoeden van waarheid te gelden: een vrouw die zoiets zegt, kan alleen maar de waarheid spreken. (Zie het eerder aangehaalde citaat van Gisèle Halimi.)

Maar wat als de beschuldigingen al te veel tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden bevatten? Als het verhaal al te duidelijk leugenachtig lijkt? Dat wordt opgelost met een gedachtenkronkel. ‘Want’, zo geeft Iacub de feministische visie op de seksistische dominantie weer, ‘als Nafissatou Diallo haar toevlucht moest nemen tot leugens, dan is dat omdat de huidige definitie van verkrachting niet in staat is om rekening te houden met een dergelijke dominantie. Die produceert verschijnselen van ‘psychische verlamming’ (sidération, shock) die maken dat de vrouwen, ook al lijken ze in te stemmen, in werkelijkheid doodsbang zijn voor de symbolische mannelijke macht.’ (p. 13) Hier wordt subtiel het onvermogen tot instemming met seks dat in de wetgeving over minderjarigen wordt gehanteerd, binnengesmokkeld: ‘Want de theorie van de seksistische overheersing rechtvaardigt het de instemming van volwassen vrouwen op een gelijkaardige manier te behandelen als die van minderjarigen.’ (p. 14)

Shock als louter subjectief criterium

Dat vrouwen zich uit schrik niet verzetten tegen verkrachting, is uiteraard niet ondenkbaar. Maar wat moet je er juridisch mee? Iacub commentarieert: ‘Maar de shock is een vorm van dwang die niet objectief is, zoals het gebruik van geweld, de bedreiging of de verrassing dat kunnen zijn, maar zuiver subjectief, en hij wordt niet erkend in het Franse recht, en overigens ook niet in dat van de VS. Dit zou erop neerkomen dat je vrouwen de macht zou geven een man te doen veroordelen wegens verkrachting zonder dat die zich ook maar in het minst bewust zou zijn dat hij de instemming had afgedwongen.’ (p. 13)

Iacub citeert een voorbeeld uit de jurisprudentie:  een verliefd stel dat seks had, en waarvan het meisje achteraf beweerde dat het tegen haar wil was. Er was geen sprake van geweld, van dwang, van bedreiging. Maar het meisje werd geacht ‘psychisch kwetsbaar’ te zijn geweest ten opzichte van de jongen. Zij was namelijk verliefd – ‘she had an adolescent crush on him’. De jongen kreeg vijf jaar cel. (p. 115)

De juridisch onbruikbare theorie van de shock van het slachtoffer is maar één onderdeel van een ruimere strategie van het radicaal-feminisme om de veronderstelde foutieve machtsbalans tussen de mannen- en de vrouwenwereld te doen omslaan in het tegendeel, waarin het principe van het vermoeden van onschuld ten opzichte van de aangeklaagde wordt vervangen door het vermoeden van oprechtheid en waarheid ten opzichte van het zelfverklaarde slachtoffer.

Deze radicaal-feministische strategie is een frontale aanval op een basisprincipe van het recht. Het is dan ook met instemming dat ik het vonnis in de verkrachtingszaak in Duitsland vernam. Het is maar goed dat de vrouwelijke rechter zich beperkte tot wat positief vaststelbaar was, en de man vrijsprak. Er was geen bewijs of aanwijzing dat het meisje hem duidelijk gemaakt had dat ze geen seks wilde. De Franse radicaal-feministen zullen het er niet mee eens zijn, net zomin als vele Duitse feministes, maar ik vind het geruststellend correct.

(1) Zie: Anna-Lena Roth, Ein erschreckend korrektes Urteil, Vergewaltigungsprozess in Essen, in Der Spiegel Online van 13 september 2012, met verdere links: http://www.spiegel.de/panorama/justiz/vorwurf-der-vergewaltigung-landgericht-essen-spricht-angeklagten-frei-a-855639.html . Zie ook: http://www.focus.de/panorama/welt/skandal-urteil-im-essener-vergewaltigungsprozess-freispruch-weil-sie-sich-nicht-genug-gewehrt-hatte_aid_819375.html

(2) Christine Delphy (red.), Un troussage de domestique, Editions Syllepse, Paris 2011; het interview van Corinne Thébault met Gisèle Halimi, oorspronkelijk verschenen in Le Parisien van 18 mei 2011, staat op blz. 27-28: ‘Le respect des femmes doit prévaloir’.

(3) Marcela Iacub, Une société de violeurs, Fayard, Paris, 2012.

(4) Een goede beschrijving van de shock (‘sidération’) wordt geciteerd door Clémentine Autain in haar pamflet ‘Un beau jour…, Combattre le viol’, Indigène éditions, Montpellier , oktober 2011,  p. 14. Ze is van de hand van Laure_TA en circuleerde op het internet. Maar dit autobiografische getuigenis van een journaliste begint wel met een uitgesproken weigering van seks, waarna het slachtoffer uit schrik voor geweldpleging zich niet verzet. ‘Ik heb niets gedaan, ik was er niet toe in staat, alsof ik de controle over mijn spieren kwijt was.’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!