Jordi Oliver

Wanneer Londen roept

zondag 14 juli 2019 21:56

Hoeveel mogelijkheden heeft een mens om naar het Verenigd Koninkrijk te reizen?
Dat het een kluwen is, en minstens een klucht. Het spectrum aan opties maakt het onnoemelijk complex. Een ticket naar Kathmandu daarentegen is kinderspel. Elke dag van het jaar liggen ferry’s op je te wachten. In de kom van het oude continent kan je over de gehele kustlijn vanaf onze noorderburen tot aan het Spaanse Baskenland over zee naar het Beloofde Land. Het is als een geografisch kogelgewricht waardoor afvaarten ontzettend aantrekkelijk zijn.
Je kan er ook hoog boven de wolken heen, maar dat is niet zo best. Althans niet voor het milieu en ook niet voor je portemonnee ingeval je zoals ik op het scherp van de snede je zaakjes regelt. Bovendien dringt de vraag zich op of je wil bijdragen aan low-cost luchtvaartmaatschappijen.
Heb je een zee van tijd en zit je krap bij kas dan vertrekt je intercitybus vanuit een Belgische grootstad. Hou er rekening mee dat de mogelijkheid erin bestaat dat de buschauffeur je achterlaat op een parking langs de autosnelweg wanneer je met acute diarree kampt en het euvel het afgesproken tijdstip van vertrek overschrijdt. Dat probleem heb je dan weer niet met de hogesnelheidstrein. Ben je flexibel kan je voor een prikje met Eurostar Snap binnen de twee uur in hartje Londen staan. In ieder geval, the sky is the limit wanneer Londen je roept.

En dat Londen roept. Het is absurd dat ik nu meteen zou kunnen vertrekken met louter mijn paspoort en bankkaart in de hand. Dat maakt het eens te pijnlijk te beseffen dat mensen zoals Mewan en Aya al jaren vastzitten in Franse transitkampen. Dat ze hun leven moeten wagen willen ze hetzelfde traject afleggen. Ze zullen zich moeten beroepen op levensgevaarlijke overtochten in handen van mensensmokkelaars willen zij ooit aan de krijtrotsen van Dover staan.

Vrijwilligers stellen een zorgwekkende tendens vast. Het laatste jaar hebben we de gesprekken rond kampvuurtjes in de jungle weten veranderen. Een rubberbootje met kinderen aan boord dat aan de Franse kustlijn is gezonken, het mechanisme achter territoriale wateren dat een gunstige reddingsoperatie uit de doeken doet, het wachten op heldere nachten,.. Verhalen uit eerste hand met verontrustende informatie die ons heel wat zorgen baart.

‘Maar het is levensgevaarlijk!’ wierpen we vorige week op. De man haalde zijn schouders op. ‘Het hoort er gewoon bij maar het kost je aanzienlijk meer: vierduizend pond.’ liet hij zich ontvallen. In eenzelfde adem konden we vaststellen dat de reguliere prijzen voor een overzet via een vrachtwagen de laatste jaren vrijwel stabiel zijn gebleven.
We zitten op dikke boomstammen op een open plek in het bos en nemen plaats rond een smeulend vuurtje dat meteen wordt opgerakeld. Iedereen is druk in de weer ons te verwelkomen. Alles wordt in gereedheid gebracht om mierzoete shir chai te schenken. Wat we met ons mee hebben van giften en donaties blijft onaangeroerd langs de kant staan. Gastvrijheid zit verankerd in de bewoners van de jungle. Deze opmerkelijke beleefdheid staat in schril contrast met de platvloersheid die je vaak te lezen krijgt op diverse fora.

‘Tijdens een oversteekpoging enkele dagen geleden werden we spijtig genoeg onderschept door de politie. Onze boot werd in beslag genomen. Maar wist je dat er twee bootjes geluk hadden? Zij geraakten aan de overkant.’ Je zag de hoop zo oplaaien. Dit microgeluk is een katalysator voor de enorme wilskracht dat je hier vast kan stellen.
‘Zij hadden het geluk in Engelse wateren te geraken en zijn aan de juiste kant van het Kanaal aan wal gebracht.’ Zorgvuldig legt hij uit dat ze eens ze zich in het juiste territoriaal water bevinden ze een telefoonnummer contacteren zodat de kustwacht hen komt opvissen. Het is een verhaal waarbij je haast vergeet te ademen. Zelf kunnen ze geen boot aankopen waardoor ze moeten samenwerken met mensensmokkelaars. Op hun beurt doen zij beroep op British citizens die de aankoop voor zich nemen en vervolgens wordt de vracht verscheept naar onder meer de Franse opaalkust.
‘Als het niet anders kan dragen jullie hopelijk een stevige reddingsvest?’ vragen we bezorgd. We zijn de handel in nepzwemvesten in Turkije namelijk lang niet vergeten. Maar we werden op het hart gedrukt: ‘No fake.’
‘Het is een hard leven.’ stellen we.
‘Yes, it is.’
We zuchten.

Terwijl we aan onze beker hete thee nippen zit iedereen rond het vuur. Je zou met de taalbarrière eenvoudige gesprekken verwachten maar die komen er niet.
‘Waarom kunnen wij nergens heen? Jullie kunnen overal naartoe met jullie paspoort. Zijn wij dan geen mensen? Zijn wij dan minder mens dan jullie? Wat hebben wij misdaan om zo weinig rechten te hebben?’
Ik kan je verzekeren, dit spervuur aan – terechte – vragen grijpt je naar de keel. Geen enkel weerwoord is zinvol genoeg, geen enkel excuus weeg zwaar genoeg door om voor deze mensen een waardevol antwoord te formuleren. De ontbering waarin zij trachten te overleven is afschuwelijk, het vacuüm waarin hun leven zich afspeelt waarin mensenrechten zijn gekelderd is onaanvaardbaar!

Denk even aan jouw paspoort en je bankkaart. Het past in je broekzak toch? Voor ons is de wereld een dorp. Maar voor Aya en haar zus, de acht kinderen met wie ze een prachtige familie vormen is de wereld een afschuwelijke plaats. Hun leven staat bijna vier jaar op pauze. Van het jongste kind hebben we meegemaakt dat hij zijn eerste stapjes heeft gezet. Hij lijkt als twee druppels water op zijn grote broer, broertje. Hij is nog klein, nog maar een kleuter maar langer op de vlucht dan in een doodgewone veilige thuis. Hij stopte met praten sinds een traumatische ervaring in een detentiecentrum in Italië. Telkens we hem zien hopen we op een woordje.

Maar het blijft oorverdovend stil.

Hij heeft het foute paspoort.

 

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!