Scheuren in een schijnbeleid

Scheuren in een schijnbeleid

maandag 17 september 2012 16:23

There is a crack in everything, that’s how the light gets in. Goethe zei het al eerder. Waar veel licht is valt ook diepe schaduw. Het heeft veel weg van een sluw afleidingsmanoeuvre. Schijn op links en niemand kijkt naar rechts, of was het andersom? 
Wie het beleid van het Gentse stadsbestuur tegen het licht houdt, voelt de eenzaamheid van de duisternis; een altviolist als luister voor een schijnshow in mineur. Bestaat er een beter moment om een met zorg gepolijst beeld eens grondig voor de spot(s) te houden, net voor de propaganda een loopje neemt met de werkelijkheid?

Hallelujah voor muffins

Het moet gezegd, er waren pendelbussen na het concert van Leonard Cohen. Dat was zeker zo. Een hele avond lang was de Gentse binnenstad de bühne voor het uitgestorven gewaande verleden: nachtbussen denderden, haast huilend, in colonne door de straten. Het leek op het eerste gezicht een truc die De Lijn van de banken had gekopieerd. Die hadden ook altijd betere service en extra gebruiksgemak in de aanbieding, al kwam het er meestal op neer dat de klant het werk ging doen dat tevoren door bankpersoneel werd verricht. Een cactus met een strik zeg maar. Eenmaal iedereen aan die diensten gewend raakte (en het overbodig geworden bankpersoneel langs een achterdeur wegbezuinigd), kreeg de klant er dan toch een rekening voor gepresenteerd. Voor het zwijgzame publiek speelt de nachtbus een laatste bisnummer.

Gentse politiek is dezer dagen verhinderen dat mensen zich gaan bemoeien met zaken die hen aanbelangen. Er kan niet anders dan geconcludeerd worden dat bezorgdheid voor de minder fortuinlijken zich beperkt tot een discours. Dat was de vrucht van een reeds dorre akker: het gesmeerde verhaal van een tijdelijk voor Leonard in scène gezette perfectie van openbaar vervoer. Majestueus is de gelijkheid voor de wet die zowel de rijken als de armen verbied onder bruggen te slapen, in de straten te bedelen en brood te stelen.

Vergeef me de huppel van noot naar nood. Maar betaalbaar kwalitatief wonen, zoals de projectontwikkelaar het concept van de woningen die hij wil realiseren omschrijft, wordt prijsmatig door velen toch anders begrepen. Kwalitatieve gezinswoningen met een gevelbreedte van zes meter, een tuin en vier slaapkamers gaan duidelijk boven het budget van starters, werklozen, gezinnen met één inkomen, bejaarden met een klein pensioen, leefloners en éénoudergezinnen.
Wat Acasa en Urban Link aanbieden is voor een heel andere doelgroep. Een minimumprijs van 400.000 € of meer is enkel weggelegd voor redelijk tot goed betaalde tweeverdieners. De kans is bovendien reëel dat deze woningen opgekocht zullen worden door investeerders, die de woningen vervolgens voor 1200 € per maand op de huurmarkt aanbieden. Alweer een bedrag dat voor kleine inkomens een onhaalbare kaart is. Van behuizing op mensenmaat, zuurstof voor de Brugse Poort of het respecteren van een voorkooprecht met een sociale prijs in een, als we de marketing moeten geloven, sociale én rebelse stad, komt niet veel terecht vandaag. Dat vraagt om uitleg.

Werk maken van werk maken

Er is nog veel werk, zegt het stadsbestuur. En ik ben het met hen eens. Al bedoelen we beiden iets volledig anders. Arbeidsmarktflexibilisering is helemaal geen garantie tot een snel herstel van een krimpende economie. Enkel het ‘flexibiliseren’ van de procedure om mensen aan te nemen blijkt een relatie te hebben met de diepte van de recessie. Daarnaast bemoeilijken bepaalde vormen van arbeidsmarktflexibilisering (lage ontslagkosten, een laag minimumloon) net het herstel. Deze feiten staan in fel contrast met de roep van vele neoliberale opiniemakers die stellen dat ‘diepgaande hervormingen op de arbeidsmarkt’ onontkoombaar zijn en dat het gereguleerde karakter van onze economie het herstel en de groei bemoeilijkt. Het beleid moet zich niet stoelen op leugens die lang genoeg herhaald zijn, maar op deze factoren die bewezen zijn dat ze een herstel bespoedigen en een volgende crisis kunnen voorkomen. Als het over de arbeidsmarkt gaat, moet de focus liggen op het versimpelen van de regels om mensen aan te nemen, niet op verlagen van de ontslagkosten of de minimumlonen.

Het stadsbestuur draagt ten onrechte het zichzelf aangemeten rebelse kleed. Om jurken van eigenzinnigheid, schaamteloos uit de volkse kleerkasten te rukken, om te verhuizen naar de platte replica van de werkelijkheid: Gent als resultaat van afgelikte propaganda. Veruit de grootste verwezenlijking van de stad. Want achter de Trotter en de brochures heeft Gent een behoorlijk groot woningkwaliteitsprobleem. 36 procent van de Gentse private huurwoningen voldoet niet aan de minimumnormen van de Vlaamse Wooncode. De studies brengen ook aan het licht dat de woningprijzen in de kernstad sterker stegen dan in de omliggende gemeenten. De wortels hiervoor zijn te zoeken in het polijstbeleid van Termont en leidt tot betaalbaarheidsproblemen. De Stadsmonitor zegt dat bijna de helft van de huurders een derde van het inkomen aan wonen spendeert. Een zesde van de Gentse huurders heeft effectief problemen om de huur te betalen. Dat huizen zijn gebouwd om in te wonen, niet om naar te kijken, moet blijkbaar nog binnendringen door het harde vernis van het Stadhuis.
Of Stadshal. Het bouwwerk wordt volgens het stadsbestuur een echte bezienswaardigheid. Blijkbaar wel eentje met een verdoezeld kasticket. Terwijl er in Gent op zes jaar tijd welgeteld nul bijkomende sociale woningen gerealiseerd zijn. De prioriteiten liggen verkeerd.

En toch. Er kan moeilijk worden beweerd dat er in Gent geen plannen getekend worden, er niet gebouwd en verbouwd wordt. Vooral de realisatie van verschillende stadsprojecten staat hoog op de agenda, net als de ontwikkeling van Gent als evenementenstad, als pretstad. De stad is dan ook mooier, netter en moderner geworden. Mooier heeft zijn tegenhanger doodleuk verplaatst. Netter is buiten het centrum zichzelf niet meer. En modern vloekt net voor de kerk.
De bouwplannen en –projecten zetten druk op de Gentse vastgoedmarkt, wat in combinatie met de toenemende (jonge) bevolking en gegeven het private spel van vraag en aanbod, een prijsstijging van panden en gronden tot gevolg heeft. Dit heeft een dubbel effect.

In de eerst plaats vormt dit een uitstekende voedingsbodem voor huisjesmelkerij: er is een grote en groeiende vraag naar goedkope woningen, terwijl het aanbod krimpt in een context van eerder beperkte kwaliteitscontrole. Ten tweede ondergraaft de prijzenevolutie de concurrentiepositie met de haar omliggende gemeenten, waar bouwgronden doorgaans goedkoper en de percelen groter zijn.

Wil de Stad haar ambities inzake CO2 neutraliteit en klimaatadaptatie – zo prozaïsch voorgesteld in het klimaatverbond – tegen 2050 werkelijk hard maken dan rest haar voor dit terrein (en zeker ook elders in de stad) echter slechts de keuze voor een mix van een schaarse passieve of liefst energieactieve bebouwing omringd door bebossing, recreatief groen, moestuintjes of een boomgaard. De stad kan zich niet blijven verschuilen achter het argument dat ze tegen privé-eigenaars niets kan beginnen. Want het is vooralsnog de Stad die de stedenbouwkundige vergunning aflevert.

Het betonnen hart

“Als een bestuur niet investeert in het hart van de stad, dan bloedt de stad dood”, merkte Martine Regge vorige week in de Zevende Dag op. Dergelijke uitspraken treffen het echte hart: de inwoners van Gent. Betaalbaar wonen is, samen met de dure energieprijzen, de allergrootste bekommernis van die Gentse harten. Slechts 1 op 5 jonge gezinnen slaagt erin om in Gent een betaalbare woning te kopen. En de huurprijzen verdubbelden op tien jaar tijd. Cardiologen hebben plaats geruimd voor kwakzalvers.
Al deze jonge gezinnen zijn genoodzaakt om buiten Gent een woning te zoeken. Mooi, weer een auto minder, zult u denken. Helaas. Niet enkel behouden beide ouders, in deze moeilijke tijden, hun job in Gent en nemen ze daarvoor de auto. Ook het nieuwe gezin dat in hun plaats in Gent komt wonen neemt de auto, daar de kans op werk in Gent deprimerend laag is, de wurgterreur van het onzekere interimwerk nog daar gelaten.

Het verkiezingsprogramma van sp.a-Groen heeft veel weg van een reïncarnatie. Een replica van zes jaar oude idealen. Vergezeld van hoongelach om de dementie van de kiezer. Met Groen in het kartel wordt snoeien in budgetten vast een daad van klimaatbeheersing en verantwoord tuinieren. Als je al een tuin betalen kunt.

Het principiële probleem met het sociaal woonstelsel, openbaar vervoer of kinderopvang blijft dat politici hen louter zien als een alternatief voor wanneer het niet anders kan. Eraan ontsnappen om achter het stuur van een auto te gaan zitten of een eigen woning aan te kopen, blijven ze voorstellen als een vorm van sociale promotie en beter burgerschap. Al is het daar, voor wie graag zeurt over halflege bussen, wel eenzaam in de file: de bezettingsgraad van de gemiddelde auto daalt zienderogen. Een ander pijnlijk gemiddelde is deze van de stadstram, dat lager ligt dan dat van de paardentram van weleer.

Door deze politieke omwil, kan openbaar vervoer nooit het sexy imago krijgen dat het bijvoorbeeld in Berlijn wel heeft. Er geld voor uitgeven lijkt niet meer dan wat caritas voor marginalen, voor al wie te jong, te oud, te ziek of te arm is om, als elke ernstige medeburger, een auto voor de deur te hebben staan. En wie jong, oud, ziek, arm of anderszins te suffig voor een rijbewijs is, behoort tegenwoordig nu eenmaal niet tot de populairste bevolkingscategorieën. Een treurig beeld dat er niet op zal verbeteren bij de aanblik van zo’n domoor die ‘s avond laat in de regen staat te wachten op een bus die nooit meer komen zal.

Huilen doe je niet op straat

Belicht uw tranen van de juiste zijde en strooi er een wolk klassieke renaissance overheen. Verhef het vervolgens met ongepaste trots tot ‘de schoonheid van de ochtenddauw’. Decoreer uw boot met bladgoud en laat het de volksblik verblinden; maar rep u en laat het roest niet openlijk woekeren. Wat beloken moet leven, kent geen bestaan in Gent.
Binnen een verfijnde stedenbouwkundige radius staat de gezelligste stad van het land. Een spectaculair lichtfestival dat de toeristenblik tussen de barsten van een rijke geschiedenis wringt. Hedendaagse architectuur, muziekfestivals met hip en hop, groene parken en weinig wol. Alhoewel.

Blaat het niet, dan schaadt het niet denken ze daar aan de Botermarkt. De dienst marketing vernist uitstekend. Want zeg nu zelf: kant-en-klaar goed nieuws, aan het einde van een zware dag? Wat deert het paard dat niet weet dat het oogkleppen draagt. Wees echter niet bevreesd. Gentenaars doen het samen. (En ook nog eens met iedereen inbegrepen)
In Gent moet sociaal onrecht een fossiel zijn dat luistert naar een door trompetten verfraaide minder snel dalende rente. Of naar een lied van alle kinderen. Een hemels lied, daar op het plein der gegoeden. ’t Is misschien de laatste keer’, zei een van hen, ‘en zijn boekhouder was ook met zijn geld weg.’
‘En hij met dat van ons’, grapte zijn buurman. ’t Is crisis voor iedereen.

David De Beukelaer – 5de plaats Rood! voor Gentse gemeenteraad

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!