Religie vs. tradities

Religie vs. tradities

zaterdag 18 september 2010 18:59

De profeet Mohammed had het geluk niet enkel profeet te zijn, hij bezat naast deze fijne job ook meerdere vrouwen. Zijn eerste vrouw, Khadija, was een rijke onderneemster die in de begindagen van hun huwelijk beter de kost verdiende dan de profeet zelf. Ook zijn tweede vrouw zorgde voor een inkomen dat merkelijk hoger was dan de pree van onze Mohammed. Deze job begon hij eerst als zelfstandige in bijberoep, in hoofdberoep dreef hij nog wat handel in en rond Mekka. Beide functies geraakten niet echt van de grond en gelukkig had hij enkele vrouwen om hem van het faillissement te redden. Waren werkende vrouwen in die tijden verboden dan had onze Mohammed misschien wel nooit kunnen overleven en had de Islam misschien nooit bestaan. Dit maakte mijn collega en moslima Shireen me duidelijk tijdens een koffiepauze. Ze is een vrijgevochten jonge moslima die duidelijk niet overweg kan met de discriminatie van de vrouw in haar geloof. Na de joodse Rutha, die ik eerder in Jeruzalem ontmoette, had ik nu de eer om met een Islamitische feministe kennis te maken. De mannen van de stad mogen bij hoge nood gerust hun lusten gaan bevredigen in Tel Aviv maar als zij voor het werk naar verre oorden trekt gaat men er veroordelend van uit dat ze haar zedige leven op de Israëlische luchthaven achterlaat. Ooms en oudere broers vermoeden dat als haar poes van huis is, haar muis danst, of zoiets. Als ongetrouwde moslima, die werkt, met westerse mannen dan nog, krijgt ze maar al te vaak opmerkingen die ze als man nooit zou gekregen hebben.

Maar als ik haar mag geloven had zelfs de profeet, toch niet de éérste de beste van een geloof, geen problemen met werkende vrouwen (met het meervoud van vrouwen hebben de moslim-mannen dan weer minder problemen vermoed ik). Honderden jaren geleden liepen moslima’s blijkbaar in korte mouwen richting school en werk en had niemand er iets op tegen. Volgens Shireen zijn de sultans van het Ottomaanse Rijk de aanleiding van de vuile vrouwenonderdrukking. Ik opperde nog dat ik onlangs het harem in het “Topkapi Paleis” van Istanbul gaan bezoeken was en dat deze plaats voor de tijd van toen geen onaardig optrekje kon genoemd worden. De sultans verzamelden vrouwen bij de vleet dus moesten ze er toch geen zo’n slechte voornemens mee gehad hebben. Een ornitholoog zal je ook niet snel met een tweeloop door een bos zien lopen, toch niet om arme vogeltjes wat lood in het bekje te pompen. Deze sultans hadden blijkbaar iets als scouts van voetbalclubs in hun rijk rondlopen. Telkens ze een bekwaam teamlid voor het harem tegen het lijf liepen hadden ze het recht om haar op paard en kar te laden en linea recta naar Istanbul te transporteren. Het rijk was zo uitgestrekt dat je als ouder wel drie kamelen kon verslijten om eens bij dochterlief op bezoek te gaan. De drie hoefdieren waren soms wel het dubbele van de waarde van de dochter en voor iedere gezond economisch ingestelde mens was dit dus het einde van de relatie met hun eigen vlees en bloed. Kinderliefde blijkt toch iets hardnekkig te zijn en dus besloten alle ouders hun dochters maar te bedekken met doeken die alles aan de verbeelding over lieten en veranderden ze zelfs de ramen zodat ook binnenshuis een lekkere dochter onopgemerkt bleef. Uitstapjes werden verboden en ook op de schoolbus kon het meisje wel eens ontdekt worden, exit onderwijs voor meisjes en de onderdrukking was een feit. Zovele jaren later is het beroep van sultan in ongebruik geraakt maar blijft onderwijs voor vrouwen en het wat frivoler kleden een taboe in enkele stukken van de islamitische wereld. Shireen claimt dat de mensen die halsstarrig blijven vasthouden aan deze onderdrukking niet van uit hun religie spreken maar vanuit de culturele tradities die van vader op zoon worden doorgegeven. In plaats van hun koran te lezen en daaruit de leefregels te bepalen nemen ze reeds eeuwen de zeden en gewoonten van de voorgaande generaties over. Deze mensen aanziet Shireen niet zozeer als moslims maar eerder als cultureel conservatieven. Interessante informatie voor een uit de hand gelopen koffiepauze. Zo uit de hand gelopen dat ik mijn weg naar de checkpoint reeds kon aanvangen. Aan de andere kant van de muur moest ik immers nog mijn weekendje in de Golanhoogten voorbereiden. De checkpoint was ijzig kalm en als enige doorging ik de routine van controles. Ook aan de andere kant van de muur stond er slechts één wagen in plaats van de gebruikelijke tientallen taxi’s en bussen. Ik vroeg die ene chauffeur naar de oorzaak van deze stilte en of ik wel terug thuis ging geraken. Blijkbaar is er dit  weekend opnieuw een feestje: Jom Kippoer. De joodse dag van de vergeving verbiedt iedere jood (en dat zijn er hier heel wat) om gedurende 24 uur bijvoorbeeld met een auto te rijden of te telefoneren. Stenen gooien naar auto’s die wel rijden of slaan naar mensen die wel telefoneren blijkt dan weer niet verboden. Ik overtuigde de chauffeur om mij voor een tienvoud van de prijs van de bus mee te nemen naar Jeruzalem en ik stond er verbazend snel, hij wou de regen van stenen liefst voor zijn.

Thuis toegekomen bleek er een joodse delegatie in het peacehouse geland te zijn en ik wou wel eens iets meer over dit Jom Kippoer te weten komen. Het feest gaat door van zonsondergang tot de volgende zonsondergang en alle joden wijden zich deze periode volledig aan god. Een ganse dag bidden, niet eten, … Dit legde een onderdrukte joodse jongeman mij toch uit. Onderdrukt omdat ook de joodse religie niet zo hoog oploopt met zijn homoseksuele geaardheid. Ik vroeg me luidop af of god er echt wakker van ligt dat je al dan niet een dag per jaar zijn naam tegen een muur staat te verheerlijken. Het geheel zit hem blijkbaar in het spirituele feest intens beleven en het helpt enorm als je de ganse periode niet eet. Ik maakte hem duidelijk dat ik hier goed kan inkomen. Ik beleefde in België vaak heel intense feestjes en inderdaad, in vele gevallen nam ik de volgende dag of dagen geen voedsel tot mij. Soms ging dit ritueel zelfs gepaard met een duiveluitdrijving via verschillende lichaamsopeningen. Al lachend voegde de jood “de zoektocht naar de mooie persoon god” toe. Ook hier was ik op mijn meest empathisch want als deze homo toegaf dat hij naar een mooie god op zoek was tijdens zijn feesten dan moest ik toegeven dat mooie godinnen mij ook zelden onberoerd laten als ik een feest iets te intens beleef. Vlak voor mijn vertrek naar het Heilige Land was ik nog zo’n godin tegen het lijf gelopen die betrekkelijk goed met mijn zonden overweg kon. Een dag later voelde ook ik een verlicht gemoed, een goddelijk gevoel dat na de kleine dood was ingetreden en een glimlach op het gelaat toverde. Hoe raar de joodse man ook naar me keek, voor één keer verstond ik een religieuze feestdag ten gronde. Ik was een jood avant la lettre en niet uit een culturele traditie maar puur uit geloof in de aanwezigheid van een goddelijk persoon.

T.T.

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!