PSYCHOANALYSE WETENSCHAP AUTISME

PSYCHOANALYSE WETENSCHAP AUTISME

donderdag 8 december 2011 18:04

Toch enkele reacties op het stuk van De Ceulaer over psychoanalyse, wetenschap en autisme (De Standaard, 3 december 2011). Ik heb gewacht, ik dacht dit heeft geen zin. Maar dus toch.

Is de psychoanalyse een wetenschap? En daarmee samenhangend, blijkbaar: moet de psychoanalyse niet dringend als een vorm van charlatanisme uit de universiteit verbannen worden?
Nee, de psychoanalyse is geen wetenschap. Toch niet in de zin van een exacte wetenschap, zoals bijvoorbeeld de fysica. Er zijn verwoede pogingen in die richting geweest, dat is waar. Maar, voor zover ik weet, zijn noch Freud noch Lacan geëindigd met het besluit dat ze dat wel zou zijn. De psychoanalyse probeert gewoon om, doorheen de veranderende tijden, een bepaalde verhouding met die harde vorm van wetenschap aan te houden. Om te beginnen gaat ze ervan uit dat ze enkel en alleen op grond van dat soort wetenschap is kunnen ontstaan én ergens mogelijk blijft. Haar object, datgene waarmee en waarop ze werkt, is inderdaad ‘de mens van de wetenschap’ – de mens die door de wetenschap in een bepaalde verhouding met zichzelf is gewrongen geworden, in die mate zelfs dat we ons, met Primo Lévi, zelfs kunnen afvragen of dit nog wel een mens is. De verhouding van die mens tot zichzelf is er in elk geval niet minder problematisch op geworden. Met die ‘mens’ werkt de psychoanalyse nu niet met ‘wetenschappelijke instrumenten’ (pillen, chirurgische interventies), maar enkel en alleen met het woord. Alleen zo kan die mens nog zijn plaats tegenover die wetenschap vinden, kan hij een mogelijkheid vinden om daarmee nog uit eigen naam te spreken. En zodoende verplicht de psychoanalyse de wetenschap ertoe om, van haar kant, ook nog met elk van die mensen te spreken. De psychoanalyse probeert dus het alsmaar problematischer wordende samenleven tussen mens en wetenschap leefbaar te houden – en spreekt daartoe dus én met mens én wetenschap. Mutatis mutandis zoals Sint Franciscus vroeger met de dieren sprak.
Van daaruit is het dan ook niet meer dan vanzelfsprekend dat de psychoanalyse een of andere plaats aan de universiteit moet behouden. Dat is een ethische kwestie. Op dat vlak, van de ontwikkeling van een ethiek van de ‘menswetenschap’, moet men van de psychologie immers niet veel verwachten. Die is veel te druk doende om met groot vertoon van statistische verwerking van gedragsstoornissen De Wetenschap te parodiëren, teneinde door de geneeskunde ernstig genomen te worden. Maar echt problematisch wordt het op dit vlak, van de ethiek, pas als moraalfilosofen van het soort homo draulans of homo ceulaeris – die zichzelf niet alleen als de illustratie van het voorlopige eindpunt van het Darwinisme, met zijn survival of the fittest, beschouwen, maar daarmee gecumuleerd ook nog eens als zijn goddelijk instrument – de dienst aan de universiteit gaan uitmaken.

Tweede vraag: beschuldigt de psychoanalyse de moeder van het autistische kind? En daarmee samenhangend, blijkbaar: moet men officieel waarschuwen tegen de psychoanalyse als gevaar voor de volksgezondheid?
Neen, de psychoanalyse beschuldigt niet de ouders van het autistische kind, toch niet de psychoanalyse vanuit Lacan. Die laatste gaat immers juist in tegen een bepaalde vorm van Amerikaanse psychoanalyse waarin, in een soort antifeministische reflex, De Moeder in een geur van heiligheid was komen te staan (de idee van the good enough mother), waardoor moeders van vlees én bloed, moeder dus met een onbewuste én een fantasme, nooit meer goed genoeg konden zijn. Ik kan me dan ook heel goed inbeelden – De Ceulaer is niet de enige met verbeelding – hoe de door hem aangevuurde controverse rond de documentaire over het autisme is gecreëerd. Men moet een aantal lacaniaanse psychoanalytici gevraagd hebben wat ‘de psychoanalyse’ nu juist bedoelt als ‘ze’ zegt dat de moeder verantwoordelijk is voor het autisme van haar kind. Die moeten dan, met hun gekend enthousiasme, geprobeerd hebben om uit te leggen op welke inderdaad onmiskenbare klinische gegevens dat misverstand bij zijn Amerikaans geïnspireerde collega’s gebaseerd is. Bij de montage van het interview moet men dan – om economische redens, of domweg uit bescheidenheid – de vraag weggelaten hebben. Of men heeft die – om ideologische redens, of domweg uit boosaardigheid – door een andere vervangen. Zodat het, zoals in dit geval, om de opinie van de spreker zelve lijkt te gaan. Zo een dingen gebeuren. Ging het daarnet nog om het verheven probleem van wetenschapsethiek, dan zitten we hier al met een heel wat praktischer probleem van journalistieke deontologie. Waarbij, en dat is natuurlijk het gevaar, we ons meteen ook kunnen beginnen afvragen in hoeverre De Ceulaers verslag op dit punt wel kosher is. Het volstaat immers één makkelijk via internet traceerbare tekst van één der protagonisten erbij te halen, Alexandre Stevens bijvoorbeeld, om vast te stellen dat die haaks op zijn uitspraken in de documentaire staat. En waarom zou iemand zich nu al die moeite getroosten om een proces aan te spannen tegen de vervalsers van zijn woorden, als het dan toch zo makkelijk is om aan te tonen dat wat zij hem doen zeggen inderdaad identiek is aan wat hij overal elders verkondigt? Onbegrijpelijk eigenlijk dat een journalist zich daarbij geen enkele kritische vraag stelt, en meteen partij kiest. Op die manier gaat, zowel voor de onbevooroordeelde lezer als voor de geschoolde analyticus, het hek al snel helemaal van de dam. Moet die eerste er nu ook maar van uitgaan dat De Ceulaer, bij zijn onderzoek, de betrokkenen ook met andere vragen heeft gestalkt dan degene waarmee hij zijn artikel lardeert … Ik verwijs naar de manier waarop de man achter mevrouw Laceur is aangegaan (naam die op de e na, een anagram is van de zijne, alsof de hond in hem heeft getracht om in haar, in een soort spiegelreflex, alsnog zijn eigen oorspronkelijke verbrokkeling bijeen te jagen …). Stop!
Belangrijker is de vraag, waarmee ik besluit, of het nu de moeite loont om, via een kwaliteitskrant, meteen de hele bevolking te waarschuwen voor het gevaar dat de psychoanalyse voor de volksgezondheid zou vormen. Momenteel lijken er ons echt wel groter gevaren voor die volksgezondheid te zijn. En dat het soort kritiek dat De Ceulaer & Co pratikeren, daar nooit ofte nimmer gewag van maakt, toont daarvan alleen maar de ethische impasse. De woede tegen de religie die hen al wat niet onder het juk van hun eigen ‘wetenschappelijk’ genoemde normen wenst te passeren, meteen als een de hele Mensheid bedreigende Metafysische Misdaad doet ontmaskeren, moet blijkbaar blind maken voor alle praktijken die zich op de meest cynische wijze van juist dat soort wetenschap bedienen om hun louter economische belangen met een gerust geweten te kunnen najagen. De farmaceutische industrie bijvoorbeeld – die alle wetenschappelijk genoemde (= organische) hypothesen rond het autisme ten spijt, daarvoor nog altijd geen ‘pil’ op punt heeft weten te stellen. De hemel zij geloofd.

Lieven Jonckheere
Doctor in de psychologie
Docent psychologische vakken Hogeschool Gent, Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde
Sint-Martensstraat 1
9000 Gent
0032 476 428515
Jonckheere.lieven@gmail.com

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!