Peruaanse priester en activist Marco Arana:  ‘Er moet een Internationaal Hof voor Milieudelicten komen’

Peruaanse priester en activist Marco Arana: ‘Er moet een Internationaal Hof voor Milieudelicten komen’

donderdag 24 maart 2011 16:14

Op 22 maart, Wereldwaterdag, was de Peruaanse priester Marco Arana te gast in Brussel. Arana is op tournee in Europa om de documentaire Operación Diablo voor te stellen: een film die het conflict in beeld brengt tussen het Amerikaanse mijnbouwbedrijf Newmont Mining en boerengemeenschappen in de noordelijke Andes van Peru. Eerder dit jaar won Operación Diablo nog de Mensenrechtenprijs op het Filmfestival van Berlijn. Samen met de docu, waarvan hij zelf de protagonist is, bracht Arana een straf verhaal mee naar België: over de strijd van de armsten voor water, grond en gerechtigheid. ‘Een goudmijn van hedendaagse omvang zal steeds enorme hoeveelheden water verslinden. “Schone technologieën” of niet’. 

Een volle zaal in het Huis voor Latijns-Amerika, met in het publiek heel wat Belgische latinos. Ook de Peruaanse ambassadeur in België is van de partij om zijn oren te spitsen: wanneer het over mijnbouw gaat, is de diplomatieke wereld alert- dat bleek onlangs nog uit Wikileaks-documenten. De economische belangen in het land zijn dan ook enorm. In de regio Cajamarca baat Newmont de tweede grootste goudmijn ter wereld uit, Yanacocha. Het gelijknamige zusterbedrijf van Newmont runt een miljardenproject in één van de armste streken van het land. Boerenfamilies leven er van de gewassen die ze zaaien in de bergvalleien, en van kleinschalige veeteelt.

Sinds het begin van de goudontginning in 1993, zijn de spanningen tussen het bedrijf en de omwonende boeren hoog opgelaaid. Niet alleen tast de mijn de watervoorziening van de gemeenschappen gevoelig aan, bovendien zijn er harde bewijzen van milieuvervuiling en illegale toeëigening van gronden door de mijn.

Pottenkijkers
Operación Diablo stelt een ander aspect van het conflict aan de kaak: de agressieve aanpak door ‘s werelds grootste goudproducent van het sociale protest, en meer specifiek de spionage op ngo Grufides. Die organisatie werd opgericht door Marco Arana om de gemeenschappen in de invloedszone van de mijn te ondersteunen. Met succes, overigens: dankzij de steun van Grufides konden de boerenbewegingen tot op vandaag verhinderen dat de mijn uitbreidde naar de voor de boeren heilige berg Quilish, die ook voor de lokale watervoorziening erg waardevol is.

De priester kwam in het vizier van het Yanacocha-management: Arana en zijn collega’s werden een tijdlang dag en nacht bespioneerd. In opdracht van de mijn bracht het privé veiligheidsbedrijf Forza het doen en laten van Grufides in kaart met geluidsopnames, foto’s en videobeelden. En het bleef niet bij spionage: de activisten van Grufides ontvingen regelmatig doodsbedreigingen, twee boerenleiders werden vermoord en verschillende betogingen tegen de mijn werden -door datzelfde veiligheidsbedrijf en in samenwerking met de politie- hardhandig neergeslagen. 

De spionage lekte uit. Een journalist van de gezaghebbende krant La República maakte Yanacocha op de voorpagina’s tot schande, maar Newmont en de Peruaanse regering wasten de handen in onschuld en de media-aandacht ebde geleidelijk weg. De Canadese filmmaakster Stephanie Boyd, die al verschillende documentaires draaide over de mijnbouwproblematiek in Peru, pikte het verhaal op.

Straffeloosheid
‘De Yanacocha-mijn verwerkt dagelijks 600 000 ton mineraal materiaal en verbruikt daarbij 50 000 liter water per ton’, vertelt Arana. ‘Bovendien gebruikt men voor goudwinning cyanide en kwik, uiterst giftige stoffen’. In 2000 veroorzaakte een lek in een vrachtwagen van de mijn kwikvergiftiging van een 900-tal inwoners uit drie dorpen.  ‘De Peruaanse staat voert geen enkele controle uit op de milieu-impact van mijnbouwbedrijven. Men richtte een Ministerie voor Milieu op, maar dat heeft in de praktijk geen bevoegdheden als het op mijnbouw aankomt. De milieu-impactstudies van projecten worden geëvalueerd door het Ministerie van Energie en Mijnbouw, dat zelf grote economische belangen heeft en enorm corrupt is’.

Arana stelt zijn hoop grotendeels op het internationale niveau. ‘De straffeloosheid in Peru is enorm. Hoe meer het rijke Noorden Yanacocha en de Peruaanse regering in het oog houdt en kritisch wordt, hoe meer kans dat er iets zal veranderen in ons land. Maar er moet ook een internationale instelling komen waar milieudelicten kunnen berecht en bestraft worden. Hetzij als onafhankelijk Internationaal Hof, hetzij als annex van het Internationaal Strafhof in Den Haag.’ Arana’s collega, de advocate Mirtha Vasquez voegt toe: ‘Ook de nieuwe regionale overheid in Cajamarca, die zich meer en meer afzet tegen het economische beleid van de centrale regering, kan weinig doen, omdat alle beslissingen in Lima worden genomen en de mijn zo’n economisch gewicht heeft. Peru heeft nood aan een verregaande decentralisering van de macht, om ontwikkeling met respect voor mensenrechten en milieu te kunnen garanderen’. 

Momenteel onderzoekt de Interamerikaanse Commissie voor de Mensenrechten een klacht van Grufides en de omliggende boerengemeenschappen tegen de Peruaanse staat, voor het het bewust nalaten van het beschermen van haar burgers.

Op zoek naar een ‘nieuw links’
Het panorama voor de presidentsverkiezingen van 10 april aanstaande ziet er allesbehalve rooskleurig uit, aldus Arana: ‘Voorop in de peilingen staan enkele oude getrouwen, zoals Alejandro Toledo en Pedro Pablo Kuczynski, die al openlijk verklaard hebben niets te zullen veranderen aan het huidige economische beleid. Bovendien zijn zij als leden van vorige regeringen medeplichtig aan verschillende gewelddaden tegen protesterende boerenbewegingen. En ook van Keiko Fujimori moeten we geen verandering verwachten, integendeel.’

Terwijl de Peruaanse economie volop groeit, blijven de sociale conflicten in het land toenemen. Volgens de priester-activist, tegelijkertijd bezieler van de nationale politieke beweging Tierra y Libertad, is er nood aan een nieuwe, brede socialistisch-ecologistische coalitie om een andere omgang met grondstoffen waar te maken. De sociale bewegingen, vakbonden en linkse partijen in Peru hebben sinds het interne gewapende conflict (1980-2000) een enorme deuk gekregen waarvan ze maar traag herstellen. Het wantrouwen van de bevolking ten opzichte van links blijft ondertussen een vrijgeleide voor de Peruaanse regering om sociaal protest te pas en onpas af te doen als ‘terroristisch’, ‘tegen ontwikkeling’ en ‘verbonden met de drugshandel’. Dat ‘links’ is op haar beurt ondertussen volop op zoek naar een nieuwe identiteit.

Wies Willems
CATAPA
www.catapa.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!