Nobel China

Nobel China

donderdag 7 februari 2013 11:04

Mo Yan, China’s jongste laureaat van de Nobelprijs, wordt in eigen land op handen gedragen, maar door de internationale intelligentsia wordt hij verguisd. Mo lijkt de eerste laureaat te zijn die een dergelijk lot beschoren is, want zijn voorgangers verging het veelal net andersom. Geprezen en gerespecteerd in het westen, monddood gemaakt in China.

Sinds het Nobelcomité bekend maakte dat de Nobelprijs literatuur van 2012 naar Mo Yan zou gaan, is de schrijver niet meer weg te denken uit het straatbeeld en de media van China. Zijn portret kleurt de voorpagina’s van kranten en de covers van magazines, posters worden aan alle boekenstandjes op de straathoeken opgehangen en boekenhandels richten aan de inkomdeur een standje in met een verzameling van Mo Yans werk. Zijn reis naar Oslo om de prijs in ontvangst te nemen werd nauwgezet gevolgd door de Chinese staatstelevisie en haar kijkers. Geen Chinees die Mo Yan niet kent.

Voor China en zijn inwoners is de toekenning van de prijs immers erg belangrijk. Hier wordt het niet zozeer beschouwd als een louter individuele onderscheiding, maar wel als een bekroning voor de hele natie. Het Volksdagblad, de officiële krant van de communistische partij, verwoordt haar euforie als volgt: “Mo Yan wint de Nobelprijs voor Literatuur! Dit is de eerste Chinese schrijver die de Nobelprijs voor Literatuur heeft gewonnen. Chinese schrijvers hebben te lang moeten wachten, het Chinese volk heeft te lang moeten wachten.”

?

Censuur

Het is echter niet China’s gewoonte de Nobelprijs in een hoog vaandel te dragen en de Chinese laureaten ervan met open armen te ontvangen, laat staan te bekronen tot een vooraanstaand voorbeeld van de vaderlandse cultuur. Strikt genomen mag Mo Yan dan wel China’s eerste Nobelprijswinnaar voor Literatuur zijn, vergeten wordt wel dat in 2000 de prijs reeds in handen viel van Gao Xingjian. Gao werd vooral bekend om zijn magistrale roman Ling Shan, ofwel Berg van de Ziel (1990). Daarin beschrijft hij zijn eigen grote reis doorheen het Chinese vasteland, op de vlucht voor de Chinese autoriteiten. Gao’s boek werd internationaal geprezen om zijn brede waaier aan taalregisters. Klassiek Chinees staat er naast plaatselijke dialecten, en op die manier biedt Gao een weergave van de rijke Chinese geschiedenis, getoetst aan de hedendaagse cultuur.

In 2000 echter, toen Gao de prijs in ontvangst mocht nemen, had hij China al verruild voor Frankrijk en was hij al Frans staatsburger geworden. In de roman One Man’s Bible (1998) beschrijft hij zijn vlucht naar Frankrijk als een noodzaak voor hem als creatief denker om in vrijheid te kunnen leven.

In China wordt hij niet langer tot de Chinese beschaving gerekend, wel integendeel: als een landverrader en een lafaard. In Chinese publicaties met een opsomming van de Nobelprijslaureaten wordt van 1999 simpelweg naar 2001 gesprongen. Gao Xingjian is vergeten in China. Enkel in kleine boekenzaakjes die illegale kopieën van de hand doen is zijn bekendste en belangrijkste werk Ling Shan te vinden.

Daar waar Gao Xingjian vluchtte voor de censuur van zijn vaderland, biedt Mo Yan een heel andere kijk op het inbinden van intellectuele vrijheid. In een interview in Oslo gaf hij een genuanceerd antwoord op de vragen van westerse journalisten omtrent censuur: “Ik hoop dat censuur belangrijke principes kent. Als mensen de waarheid spreken met feiten, dan zouden ze niet gecensureerd moeten worden. Maar alle laster, geruchten en beledigingen zouden gecensureerd moeten worden.” Verder vergeleek hij censuur met de noodzakelijke security check op luchthavens. Met uitspraken als deze versterkt Mo zijn reputatie als volgeling van de communistische partij en sluit hij elke verdenking van dissidentie uit.

?
Liu Xiaobo

Tien jaar na de uitreiking van de literatuurprijs aan Gao Xingjian, in 2010, maakt het Noorse comité Liu Xiaobo bekend als winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. In China was Liu al tientallen jaren een veelbesproken persoon. Sinds hij als een van de leiders optrad van de studentenprotesten in 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking werd hij in het oog gehouden. Liu is een van de weinige bekende protestvoerders die het land na de oproer niet ontvluchtten. Hij bleef zijn idealen trouw en als intellectueel bleef hij ophefmakende artikels publiceren. Drie maal hebben die hem zijn vrijheid gekost. Hij werd opgesloten en ook verplicht tot “heropvoeding door arbeid”.

Als dissident en staatsvijand werd Liu in 2010 beschuldigd van “subversie” en van “het aansporen tot omverwerping van het staatsgezag” en kreeg elf jaar celstraf. China noemde het Nobelcomité een wapen van de westerse politiek. Liu Xiaobo, inmiddels in de cel, was afwezig op de ceremonie en ook zijn vrouw, Liu Xia, werd verboden naar Oslo te reizen. Sinds datzelfde jaar wordt zij zonder vorm van protest onder huisarrest gehouden in haar flat in Peking. De lege stoel op de uitreiking in Oslo staat sindsdien symbool voor onderdrukking van de intellectuele vrijheid.

?
Kritiek op de zwijgzame

Vanzelfsprekend overschaduwden deze gebeurtenissen Mo’s nominatie eind 2012. Een aantal vooraanstaande Chinese critici waren het op zich al oneens met de toekenning aan Mo Yan. Ai Weiwei bijvoorbeeld, China’s bekendste kunstenaar en dissident, uitte onmiddellijk zijn ontevredenheid. Hij noemde de uitreiking aan Mo “een belediging voor de mensheid en de literatuur” en vond dat hiermee “geen respect getoond wordt voor de onafhankelijkheid van intellectuelen”. Ai doelt daarmee niet alleen op Mo’s uitspraken over censuur, maar in de eerste plaats op het zwijgen van Mo Yan omtrent Liu Xiaobo’s opsluiting. De kantlijn dient hier gemaakt dat “Mo Yan” een pseudoniem is dat “niet spreken” betekent.

            Internationaal gevierde intellectuelen delen hetzelfde standpunt met Ai Weiwei. Salmon Rushdie bijvoorbeeld noemde Mo Yan “de dupe van het regime”. Volgens Rushdie zou Mo dissidente literatuur, en daarmee de teksten van Liu Xiaobo, “moreel gelijkwaardig” stellen aan terrorisme, door censuur te vergelijken met luchthavenveiligheid. Hij noemt Mo’s uitspraken “bedenkelijk en verwerpelijk. Herta Müller op haar beurt, zelf laureate van de Nobelprijs, noemde het toekennen van de onderscheiding aan Mo “een catastrofe”. Ook zij neemt aanstoot aan de mate waarin Mo het communisme bijstaat (zij verwijst naar Mo’s handgeschreven kopie van een tekst van Mao Zedong, die zegt dat kunst in teken moet staan van de communistische ideologie) en ze meent dat Mo Yan zich in 2010 al had moeten uitspreken over het lot van zijn landgenoot Liu.

            Verder werd er enkele dagen voor de Nobelprijsceremonie van Mo Yan een petitie gelanceerd die de detentie van Liu Xiaobo en zijn vrouw een schending van het internationale recht noemt, en die de onmiddellijke vrijlating van beiden eist.” 134 laureaten van de Nobelprijs hebben de petitie ondertekend, maar Mo Yan distantieerde zich ervan. Als reden daarvoor geeft hij zijn “onafhankelijkheid”.

            Wel maakte Mo op de dag van de uitreiking van zijn Nobelprijs bekend dat hij hoopte dat Liu “zo snel mogelijk zijn vrijheid zou bekomen en de studie van zijn politieke en sociale systemen zou kunnen voortzetten”. Herta Müller noemde die reactie “een week, of zelfs enkele jaren te laat”.

?

Individu of staat?

Liu Xiaobo kan, net zoals Gao Xingjian, op empathie reken van het westen. Zij nemen het op voor de rechten en vrijheden van het individu, waarden die in het westen als hoogste goed staan aangeschreven. Mo Yan daarentegen kan door westerse, democratische denkers voornamelijk op scepsis, zoniet kritiek rekenen, net omdat hij de discussie over individuele intellectuele rechten vermijdt. Een goed Chinees burger echter denkt in termen van de maatschappij en is bereid veel te doen voor de samenleving waarin hij leeft. Mo zelf zegt dat “hij nu eenmaal onder het communisme schrijft”. Dat zorgde, zegt hij, voor wel wat druk, zeker in zijn beginperiode, maar ondertussen is hij overtuigd van “het nut van de literatuur voor de samenleving en de mensen in die samenleving”.

Gepaard met die mentaliteit gaat een groeiend Chinees nationalisme. China is zelfzekerder dan ooit en heeft in een mum van tijd de economische wereldtop bereikt. Mensen die niet meegaan in de euforie van het nationalisme, zij die niet geloven in dat groeiende, krachtige China, de zogenaamde “dissidenten” of andersdenkenden, mensen als Gao Xingjian, Liu Xiabo, Ai Weiwei, Chen Guangchen en vele anderen, horen daar volgens het regime eenvoudigweg niet in thuis. Mensen als Mo Yan daarentegen kan China naar voren schuiven als voorbeelden en maar wat graag schreeuwen de officiële media van de daken dat niet enkel Mo Yan als individu de Nobelprijs heeft gewonnen, maar wel het hele Chinese volk. In een dergelijke opvatting valt het westerse intelligentsia moeilijk China te volgen.

Bronnen: The Guardian, The Independent, The Boston Globe

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!