Neoliberalisme: het nieuwe communisme?

Neoliberalisme: het nieuwe communisme?

woensdag 28 maart 2012 14:55

Dit en andere teksten te lezen op: http://caravaggesk.wordpress.com

Sinds de Koude Oorlog associeert de doorsnee burger de term communisme steevast met pejoratieve ismen als Stalinisme, Maoisme of Castroisme. De financiële hulp van het Marshallplan realiseerde de ”vrije” (afzet)markt en het vrije individu. Het Westers kapitalistisch model stond garant voor democratie, het Oostelijk communistisch model voor dictatuur. Een ondoordringbaar ijzeren gordijn en een uitgebreid propaganda-apparaat deden de rest: iedereen was overtuigd van de juiste keuze.  Zo simpel was het. Slechts enkelen “durfden” zich afvragen waarom een vrij systeem voortdurend die vrijheid moest benadrukken.

De basis van het communisme ligt bij Karl Marx, die in 1848 het Communistisch manifest publiceerde. Door de industriële revolutie onstond de klassenmaatschappij, waarbij je status niet langer bepaald werd door je afkomst (het geboorterecht van de standenmaatschappij), maar door je bezit. De burgerij – les nouveaux riches – waren er na de Franse revolutie in geslaagd om de rest van de derde stand (lees armoezaaiers), een grondwet in de strot te duwen die baanbrekende vrijheden en gelijkheden bevatte: je wordt vrij geboren en iedereen is gelijk voor de wet. Hoera! Jammer genoeg was je enkel juridisch gelijk, niet op sociaal en politiek vlak. Vroeger verkreeg je privileges door geboorte, nu door kapitaal. In plaats van geen stemrecht, kreeg je cijnskiesrecht: enkel de kapitaalkrachtigen konden zich uitspreken over “volksvertegenwoordiging”, in feite een compleet uitgehold begrip. Alleen je bijdrage op financieel vlak verschafte je inspraak, niet je arbeidsinzet.

De steeds sterker wordende tegenstelling tussen de bezittende klasse (industriële burgerij) en de bezitloze klasse (de arbeidersklasse) zou volgens Marx onvermijdelijk leiden tot het einde van dit kapitalistisch systeem: een massa onderbetaalde, uitgebuite arbeiders met voortdurende afnemende koopkracht versus een op rijkdom beluste elite die er alles aan doet om haar winst veilig te stellen. Gevolg? Overproductie, crisis, besparingen, loonsverlaging, ontslagen en uiteindelijk een proletarische revolutie. De arbeiders nemen fabrieken, machines, productie enz. in handen. Na een socialistische tussenfase waarbij de staat de bevolking klaarstoomt voor een klassen – en staatloze maatschappij, treedt het communisme in werking: privébezit verdwijnt, de staat wordt overbodig en iedereen werkt in volledige vrijheid en harmonie samen. Het groeit bij wijze van spreken bijna organisch. Essentieel voor een dergelijk systeem is natuurlijk de inherente goedheid van de mens, wars van afgunst, wedijver, eigen profijt enz.

De Russische oktoberrevolutie van 1917 was het eerste grote praktijkvoorbeeld. Vanaf toen is het eigenlijk verkeerd beginnen gaan: Rusland was vrijwel volledig agrarisch en het voorbereiden van de bevolking op het communisme resulteerde keer op keer in repressieve eenpartijstaten, waar kritiek beloond werd met een verwijdering uit de maatschappij. De staat werd geen tijdelijke, maar een permanente hefboom, die zo verder en verder van de basis verwijderd raakte. In de Sovjetunie kwam er een soort nieuw Tsarisme: mensen werden gedwongen om communistisch te zijn.  Men bleeft steken in de socialistische fase van het Marxisme.

Een mentaliteitswijziging om herverdeling acceptabel te maken, lukte in geen enkele communistische staat op democratische wijze, enkel door een het instellen van een dictatuur met een uitgebreid militair en bureaucratisch apparaat als controleorganen. Het resultaat was een soort “verlicht” despotisme van de Communistische partij, die op paternalistische wijze besliste wat staat en volk nodig hadden. Niet om de rede te verlichten, maar om de rede te kneden. De bevolking moest inzien waarom de landbouw zich moest opofferen voor de industrie, waarom het kosteloos staatsonderwijs bepaalde welke studies voor de staat rendabel waren, waarom privébezit, luxeproducten en te grote loonverschillen uit den boze waren en waarom de Communistische partij altijd gelijk had. De staat bepaalde alles, het individu luisterde willens nillens. Het kapitalisme verdween, maar de beloofde bevrijding van onderdrukking bleef uit.

Is het (neo)liberalisme dan de ultieme garantie voor vrijheid en gelijkheid? Zoals eerder aangehaald, nam de burgerij de rol van de adel over en effende zo het pad voor het Marxisme. De Koude Oorlog veroordeelde het communisme tot een definitieve bijrol en na de val van het communisme in 1989 stond niets het neoliberalisme nog in de weg. Het economisch systeem binnen het communisme had enkel voor gelijkheid in honger en ontbering gezorgd. De laatste jaren kon de DDR bijvoorbeeld enkel overleven door financiële steun van de BRD: een neoliberalistisch serum dat als een traagwerkend vergif het begin van het einde betekende. De weldoorvoede en net geklede West-Duitsers ontvingen hun zieltogende Oostburen met open armen. Toen ze later vernamen hoeveel geld de hereniging van Duitsland elk gezin zou kosten, deemsterde het enthousiasme wat weg. Vrijheid ten koste van de eigen portemonnee? Dat is minder vrijheid voor ons? En hiermee wordt de toon gezet…

De kredietcrisis van 2008 heeft aangetoond dat het neoliberalisme – in feite liberalisme 2.0 – alles behalve vrijheid en gelijkheid tot doel heeft. Het enige wat nagestreefd wordt, is de economische vrijheid die de alwetende vrijemarkteconomie op een sokkel plaatst. Vrij om te investeren zonder enige inmenging van de staat, niet om gelijkheid maar ongelijkheid te creëren. De leuze dat “het nastreven van eigenbelang automatisch bijdraagt tot het algemeen belang” gelooft geen mens meer.  Het Marshallplan, de Europese Unie, het IMF, de WTO en de ettelijke vrijhandelsverdragen enz. hebben de deur naar de almacht van het neoliberalisme niet opengezet; de scharnieren werden verwijderd en tegen woekerprijzen verkocht.

De almacht van de staat bij het communisme wordt bij het neoliberalisme de almacht van de multinational, die de hierboven vermelde organisaties de lijnen laat uitzetten. Een staat heeft geen enkele autonomie meer, laat staan een regering. De communistische staat domineerde economie en burger, de multinational domineert nu de staat. De staat is een PR-bedrijf dat multinationals wil aantrekken door een tof imago van notionele intrestaftrek, loonkostenbesparing, enz. te creëren. Zoals landbouw en industrie onder Stalin het doel van het planbureau moesten realiseren, zo moet de staat aan alle voorwaarden voldoen om een multinational in volledige vrijheid te laten grossieren. En Europa dan? In Brussel zijn ongeveer 15000 lobbyisten actief voor diverse bedrijven. En dat die succesvol zijn geweest blijkt uit de ettelijke lijst regels die de vrije concurrentie moeten garanderen. En de WTO dan? De drie grote economische blokken – VS/Canada, Japan en de EU –  pompen massa’s geld in hun vertegenwoordiging (arme landen kunnen een degelijke vertegenwoordiging nauwelijks financierenen), laten specialistenteams in speedtempo dossiers doornemen en hanteren bewust een zeer ingewikkeld economisch jargon. Gevolg? Arme landen begrijpen er niks van en gooien hun grenzen open voor Westerse bedrijven.  Beschaving en vooruitgang in kennis en kapitaal zullen hun deel zijn. De prijs? De volledige plundering van de natuurlijke rijkdom en als onderbetaalde arbeider de technologische hoogstandjes mogen aanschouwen. Look, but don’t touch! Oh ja, de globalisering heeft voor meer algemene welvaart gezorgd. Als mijn loon op 1 jaar verdubbelt en dat van de CEO verhonderdvoudigt dan stijgt inderdaad de “algemene welvaart”. Als het BBP van een land 20% stijgt en dat van de multinational met 400% dan stijgt inderdaad de algemene welvaart. Hier hoort geen tekeningetje bij, neem ik aan?

Terwijl het socialisme je repressief liet blijken wat wel en niet kon, geeft het neoliberalisme je “de indruk” dat je zelf de kans krijgt om te doen en te laten wat je wil. De kans om een interessant woonkrediet aan te gaan om je droomhuis te kopen. De kans om een smartphone of Ipad op krediet te kopen om in “volledige vrijheid” te bellen en te surfen. De kans om volledig  in vrijheid een interessante studiekeuze of job te kiezen. enz. Dus geen sociale, prefabgrijze staatswoning, geen verbod op een telefoon die slimmer is dan jezelf of een verplichte studiekeuze om arbeidsplaatsen in te vullen die de maatschappij aangenamer en socialer maken.

De neoliberalen reduceren vrijheid tot een louter economisch gegeven. Vrijheid en gelijkheid zijn producten geworden en die  ”koop” je door voldoende  koopkracht te genereren. Als multinationals, banken, beleggingsfondsen, verzekeraars enz. hun winst zien slinken verhalen ze het op de arbeider, de lener, de  kleine belegger, de verzekernemer; kortom ons. Je bent je vrijheid en gelijkheid kwijt te koste van de markt. En de staat? Die wringt zich in alle bochten om de schade te beperken:banken krijgen staatssteun, bedrijven het vooruitzicht op indexsprongen, belastingsverlaging enz. , onderwijs moet minder kritisch en meer praktisch zijn. De staat doet wat de markt vraagt. De periode dat de staat nog enige “correcties” kon doorvoeren ligt verder en verder achter ons. Eerst de ceo, dan de lobbyist, dan de europarlementariër en dan pas de minister.

Het enige wat de staat nog lijkt te kunnen, is inbinden in naam van de vrije markt. De staat wordt langzaam meer zeker overbodig en was dat nu net niet de eindfase van het Marxisme? De essentie van het communisme?  Zoek de verschillen en trek je conclusies!

Lang Leve Marx!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!