“Kinderarbeid is niet zielig.”
Bolivia, kinderarbeid, LA Ruta, vakbond -

“Kinderarbeid is niet zielig.”

vrijdag 1 april 2011 02:26

Auteur: Marjolein van de Water LA Ruta

“Kinderarbeid is niet zielig. Kinderen hebben net als alle andere mensen het recht om te werken.” Ernesto Copa (17) is voorzitter van de UNATSBO, de Boliviaanse vakbond voor werkende kinderen en tieners. De vakbond pleit voor het regulariseren van kinderarbeid en bekritiseert de regering vanwege haar plannen: “De regering wil kinderarbeid afschaffen maar dat is een heel slecht idee.”

Op zijn zevende hielp hij zijn ouders bij hun werk in een cementfabriek. Later werkte hij als schoenpoetser, drukker, boekverkoper en als hulpje van een buschauffeur. “Het werk heeft me wereldwijs gemaakt en me geholpen mijn dromen te realiseren”, zegt de tengere maar vastberaden Copa. De vakbondsleider is er vast van overtuigd dat de Boliviaanse regering naar de eisen van de werkende kinderen moet luisteren.

Een op drie kinderen werkt

Volgens cijfers van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), werkt ruim een derde van de kinderen in Bolivia. Dat is het hoogste percentage in Latijns-Amerika. De ILO, een orgaan van de Verenigde Naties, heeft zichzelf tot doel gesteld kinderarbeid wereldwijd uit te bannen. Ook Bolivia tekende de internationale verdragen tegen kinderarbeid en in de nieuwe grondwet van 2008 werd in eerste instantie dan ook alle kinderarbeid verboden.

Onder druk van onder andere de UNATSBO, is het betreffende wetsartikel aangepast. Nu staat er dat alle vormen van uitbuiting en gedwongen werk verboden is, dat het werk dat kinderen doen moet bijdragen aan hun opvoeding en dat hun rechten gegarandeerd moeten worden. In geen enkel ander land ter wereld is de acceptatie van kinderarbeid in de grondwet vastgelegd.

Silvia Escobar, van het Onderzoekscentrum voor Ontwikkeling van Arbeid en Landbouw CEDLA, betreurt het dat de tekst in de grondwet is veranderd. “Dit vermindert de kans dat kinderarbeid in Bolivia ooit zal worden afgeschaft. Integendeel, het zet de deur wagenwijd open voor een toename van het aantal werkende kinderen in ons land.”

Ernesto Copa vindt deze mening getuigen van een gebrek aan realiteitszin: “Natuurlijk is het beter als kinderen niet hoeven te werken. Maar we leven niet in een droomwereld. De harde realiteit is dat in Bolivia kinderen moeten werken. Hun ouders verdienen nu eenmaal niet genoeg om het hele gezin te onderhouden. Zolang die situatie niet verandert, is het niet realistisch kinderarbeid af te schaffen.”

Daarom schreef de vakbond een wetsvoorstel over kinderarbeid, als onderdeel van de nieuwe arbeidswet waar het Ministerie van Arbeid momenteel aan werkt. In dit voorstel staat dat kinderen van alle leeftijden moeten kunnen werken en dezelfde arbeidsrechten inclusief hetzelfde minimumloon moeten krijgen als volwassenen. Ook willen de werkende kinderen toegang krijgen tot sociale voorzieningen.

Uitbannen heeft averechts effect

Het gaat de vakbond erom dat kinderen op een waardige manier kunnen werken en niet uitgebuit worden. Het verbieden van kinderarbeid heeft volgens Copa een averechts effect: “Met goede regelgeving kun je als werknemer je beklag doen als je baas je slecht behandeld. Als het verboden is, kun je als kind nergens naartoe. Dan ben je onzichtbaar en dat is veel gevaarlijker. Het vergroot bovendien de kans dat kinderen in de illegale sector gaan werken. Bijvoorbeeld in de prostitutie of de drugshandel.”

In Bolivia werken naar schatting van UNATSBO één miljoen kinderen, waarvan ruim een half miljoen jonger is dan veertien jaar. Veel kinderen werken mee met hun ouders, bijvoorbeeld in de mijnbouw of in de landbouw. Anderen verkopen producten op straat, poetsen schoenen, doorzoeken afval op bruikbare producten of werken als hulpjes op de markt of in het openbaar vervoer.

Veel van hen gaan naast hun werk naar school. In Bolivia gaan kinderen slechts een dagdeel per dag naar school, goed te combineren dus met een baan. “Al die internationale organisaties willen Bolivia dwingen kinderarbeid af te schaffen. Maar als we niet werken, wie betaalt dan onze boeken en ons uniform?”, vraagt Copa zich af. “Daarbij helpt het werk ons wegwijs te worden in de wereld. We hebben een voorsprong en leren van jongs af aan verantwoordelijkheid te nemen.”

In subsidies en sociale programma’s gelooft hij ook niet: “Als de regering verandert, houden sociale programma’s weer op, en dan ben je gewend geraakt aan het gemak van niet werken. Het is beter om niet op de regering te rekenen en je eigen broek op te houden. Ook al ben je nog maar een kind.”

Ondanks de actieve lobby van de vakbond en de vrijheid die de grondwet biedt, zegt Staatssecretaris van Arbeid, Felix Rojas, te werken aan het uitbannen van kinderarbeid. Ook Gerardo Coro, Staatssecretaris van mijnbouw zegt dat in de nieuwe wet voor mijnbouw, kinderarbeid verboden zal worden. Coro werkte zelf vanaf zijn dertiende in de mijn en erkent dat het een ingewikkelde kwestie is: “Een kind moet werken om naar school te kunnen. Het is de trieste realiteit van dit land. Maar we zitten ook met internationale verdragen. Die kunnen we niet negeren.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!