In het begin was het woord.

In het begin was het woord.

zondag 13 januari 2013 21:50

“In principio erat Verbum”

’t Stad is van iedereen. Er zijn uitspraken die bijblijven. Sommige uitspraken zijn zo krachtig geformuleerd, dat mensen ze blijven herhalen. Dergelijke uitspraken kunnen generaties meegaan en miljoenen mensen inspireren.

Of de Antwerpse uitspraak van die orde is, zal pas in de toekomst blijken. De kracht en eenvoud ervan zijn echter al belangrijke elementen in deze vraag.

De laatste tijd komt er plots kritiek op deze ijzersterke frase. Voor hij van het briefpapier verdwijnt, laat ons nog even snel kijken wat hij zegt.

De uitspraak begint met een verwijzing naar ‘de stad’ Antwerpen, het bekende ’t stad in het Antwerps. Een typisch ‘Antwerpse’ wijze om over zichzelf te praten, zegt men vaak, maar dat is ook weer niet helemaal waar. Iedereen kent het ‘urbi et orbi’, ‘de stad en de wereld’, de apostologische zegen van de paus die elk jaar in het nieuws komt. Mocht het Antwerpse dialect de voertaal zijn in Rome, de paus zou spreken over ’t stad en de weireld. Het is niet de eerste noch de laatste keer dat inwoners trots zijn op hun stad.

De stad Antwerpen ‘is’. Zijn is een bijzonder krachtig werkwoord. Deze stad ‘bestaat’, ze ‘is’.

Niet alleen bestaat deze stad, zij ‘is van iedereen’. ‘Van’ heeft meerdere betekenissen. We zeggen: ‘dat is van mij’. Het is mijn eigendom. Wanneer het van jou is, draag je er zorg voor. Ik ben zorgzaam voor de dingen, die ik bezit. Soms echter gaan mensen onbedachtzaam om met hun bezit, tegen alle logica of waarschuwingen in. De slogan zegt daar echter op zich niets over. Ook mensen die het niet verdienen, blijven deel uitmaken van die stad.

Gelukkig misschien, want het is niet altijd zo duidelijk wie het bij het juiste eind heeft. Soms zegt men dingen over de ander met minder fraaide bedoelingen. Als de stad enkel is van wie ‘goed’ zou zijn, wat doe je dan met de anderen die je niet wenst? We zijn er, we zullen het met elkaar moeten doen.

‘Van’ betekent ook dat je er vandaan komt. Een Antwerpse humanist beweerde ooit dat het Antwerpse dialect de taal van de engelen was, de oertaal van de mens. Door een historische toevalligheid bleef de oertaal er bewaard… Niet verwonderlijk dat de inwoners over hun stad praten als ‘de stad’.

En, als laatste: de stad is van iedereen. Iedereen zijn ‘alle mensen’. De term maakt geen onderscheid. Hier vinden we de bevestiging dat zij niet alleen is van hen die er zorgzaam mee omgaan, maar ook zij die kortzichtig zijn of zich onvoldoende de waarde ervan realiseren.

In zijn meest evidente interpretatie kunnen we zeggen dat deze stad voor haar inwoners een bijzondere stad is. Deze bijzondere stad is bezit van alle mensen. Goed of slecht, zorgzaam of onverantwoordelijk, rijk of arm, wit of gekleurd… De uitspraak is naast krachtig vooral heel erg warm en uitnodigend. Het is een uitspraak die de mogelijkheid heeft de bedenkers ervan te overstijgen. Ondanks onze beperkingen poneert hij een mooi ideaal dat straalt zoals, eigenlijk, de stralende A.

Het is triest zo’n mooi ideaal van een plek waar iedereen zich thuis voelt te laten vallen.

Het is wel een ontzettend sterk ideaal. Het is zo sterk dat een collegebesluit, zoals genomen in Antwerpen op 11 januari 2013, dit ideaal niet zal kunnen versmachten. Het woord is namelijk gezegd. En wat gezegd is, bestaat, en verdwijnt nooit meer …

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!