HET WESTEN OP EEN DWAALSPOOR, door Gabor Steingart

In het aangezicht van de gebeurtenissen, schakelen op dit moment regering en media om van bedachtzaamheid naar geagiteerdheid en is het spectrum van meningen vernauwd tot het blikveld van een sluipschutter.

woensdag 13 augustus 2014 05:18

“Gabor Steingart is de uitgever van Duitslands meest toonaangevende financiële krant Handelsblatt”

Düsseldorf. Iedere oorlog wordt vergezeld van een soort mentale mobilisatie: oorlogskriebels. Zelfs slimme mensen zijn niet immuun voor deze koortsaanvallen. “Deze oorlog met al zijn verschrikkingen is toch een groots en wonderlijk ding. Het is een ervaring die de moeite is om mee te maken”, jubelde Max Weber in 1914, toen in Europa de lichten uitgingen. Thomas Mann voelde een “Reinigende bevrijding en een ontzagwekkende hoop.”

Zelfs toen er al duizenden de dood hadden gevonden op de Belgische slagvelden, bedaarden de oorlogskriebels niet. Precies 100 jaar geleden, schaarden schilders, schrijvers en wetenschappers zich achter de oproep tot de wereld van cultuur.” Max Liebermann, Gerart Hauptmann, Max Planck, Wilhelm Röntgen en anderen moedigden hun landgenoten aan om deel te nemen aan de wreedheden tot hun naasten: “Zonder Duits militarisme, zou de Duitse cultuur al lang van de aardbol zijn weggevaagd. Het Duitse leger en het Duitse volk zijn een. Dit besef verbroedert 70 miljoen Duitsers zonder onderscheid naar opleiding, maatschappelijk aanzien of partij.”

Maar “De geschiedenis herhaalt zich niet,” onderbreken we ons zelf. Maar kan men dat op de dag van vandaag met zekerheid beweren? Oog in oog met de oorlog op de Krim en het oosten van de Ukraïne, hebben staatshoofden en regeringen van het Westen plotseling enkel nog antwoorden in plaats van vragen. Het congres van de VS bespreekt openlijk de bewapening van de Ukraïne en de voormalige veiligheidsadviseur Zbigniew Brezenzinski beveelt de bewapening aan van de burgers in die contreien voor huis aan huis en straat gevechten. De Duitse kanselier—zoals we haar kennen—is minder duidelijk, maar niet minder onheilspellend: “We zijn klaar om ingrijpende maatregelen te nemen.”

Duitse journalisten zijn omgeschakeld van bedachtzaamheid naar opwinding in ‘n kwestie van weken. Het spectrum van meningen is vernauwd tot het blikveld van een sluipschutter.

Kranten waarvan we dachten dat ze thuis horen bij gedachten en ideeën, marcheren nu in de pas met politici in hun oproep tot sancties tegen de Russische president Poetin. Zelfs de koppen verraden een agressiviteit die je normaliter koppelt aan voetbalhooligans.

De Tagesspiegel: “Genoeg gepraat!” The Frankfurter Algemeine: “Kracht tonen.” De Süddeutsche Zeitung: “Nu of nooit.” Der „Spiegel“ roept op tot een “Einde van Lafheid”: “Poetin’s web van leugens, propaganda, en misleiding is aan het licht gekomen. Het wrak van de MH17 is ook het wrak van de diplomatie.”

Westerse politici en Duitse media stemmen daarmee in. Een wederkerende stroom van beschuldigingen komen steeds bij hetzelfde uit: in een mum van tijd raken beschuldigen over en weer zo met elkaar vervlochten dat de feiten bijna volkomen verduisterd worden.

Wie misleidde wie het eerst?Begon het allemaal met de Russische invasie van de Krim, of heeft het Westen eerst de Ukraïne gedestabiliseerd? Wil Rusland naar het Westen uitbreiden of de NATO naar het Oosten?

Of zijn hier ’s nachts twee Wereldmachten elkaar tegen gekomen voor dezelfde deur, gedreven door dezelfde intenties tegenover een weerloze derde, die de resulterende ellende met de aanloop van een burgeroorlog betaalt?

Voor hen die op dit moment nog steeds wachten op een antwoord wiens fout het is, kunnen het beste stoppen met lezen. Je zult niets missen. Wij zijn niet bezig om het verborgene aan het licht te brengen. Wij kennen het begin niet, net zoals de afloop in het duister ligt. Ergens daar tussenin bevinden we ons: “In de wereld leven betekent in onzekerheid leven,” troost Peter Sloterdijk ons.

Het is ons er enkel om te doen het schuim van het huidige debat te vegen, de provocateurs en de geprovoceerden de woorden uit de mond te nemen om ruimte te creëren voor een nieuw vocabulaire. Een daarvan, die we al een tijdje niet meer gebruikt hebben, heet Realisme.

Het ontbreekt Europa met zijn politiek van escalatie op een pijnlijke manier precies aan dat: een realistisch doel. Voor Amerika ziet dat er anders uit, daar zijn het dreigen en poseren enkel onderdeel van de voorbereiding op de verkiezingen. Als Hillary Clinton Poetin met Hitler vergelijkt, doet ze dat om de verknochte Republikeinse kiezer—diegenen die geen paspoort hebben—voor zich in te nemen. Voor velen van hen is Hitler de enige buitenlander die ze kennen en Adolf Poetin een goed bedacht verkiezingspersonage. Op deze manier hebben Clinton en Obama een realistisch doel: zich geliefd maken, de verkiezingen winnen en het presidentschap voor de democraten veilig stellen.

Deze verzachtende omstandigheden kan Angela Merkel niet opeisen voor zichzelf. De geografie dwingt iedere Duitse kanselier tot grotere ernst. Als buurman van de Russen, als deel van Europese Gemeenschap en als ontvanger van energie en leverancier van alles wat, hebben wij Duitsers duidelijk een vitaler belang bij stabiliteit en communicatie. Wij kunnen het ons niet permitteren om Rusland te bekijken door de ogen van de Amerikaanse Tea Party.

Iedere fout begint met een denkfout. En we maken deze fout als we denken dat alleen de andere partij van onze economische relatie profiteert en dus lijdt als deze relatie stopt. Indien de economische relatie opgezet is tot wederzijds voordeel, zal het beëindigen daarvan leiden tot een gemeenschappelijk verlies. Straffen en zelf-straffen zijn hetzelfde in dit geval.

Zelfs het idee dat economische druk en politieke isolatie Rusland op zijn knieën zou dwingen was niet grondig doordacht. Zelfs als we er in zouden slagen: wat voor nut heeft zo’n Rusland op zijn knieën dan? Hoe kun je wensen samen te leven in een Europees huis met een vernederd volk wiens leider als een paria wordt behandeld en wiens burgers mogelijkerwijs in de winter aan de gaarkeukens zijn overgeleverd?

Natuurlijk vereist de huidige situatie een krachtige houding, maar meer dan wat dan ook, een krachtige houding tegenover onszelf. Duitsers hebben deze realiteit niet gewild en evenmin veroorzaakt, maar nu maakt het deel uit van onze realiteit. Overweeg wat men Willy Brandt allemaal niet heeft voorgesteld aan sancties en bestraffingen, toen het lot hem, als burgemeester van Berlijn, in de schaduw van de muur plaatste. Maar hij zag af van het Festival van de verontwaardiging en de schroef van vergelding heeft hij nooit aangedraaid.

Toen hij met de Nobelprijs voor de vrede werd beloond liet hij licht schijnen op een ander aspect tijdens die hectische dagen toen de muur werd gebouwd: “namelijk de machteloosheid vermomd als kletspraat: standpunten die ingenomen werden omwille van een legaliteit die nooit een mogelijkheid konden worden en geplande tegenmaatregelen voor mogelijkheden die altijd anders waren dan wat er aan de hand was. In die kritische tijden waren we overgeleverd aan onze eigen middelen; de kletskousen hadden ons niets te bieden.”

De kletskousen zijn terug en hun hoofdkwartier staat in Washington DC. Maar er is niemand die ons dwingt om voor hun orders door het stof te gaan. Het is zelfs zo dat als we die lijn zouden volgen—zelfs op de berekende en soms morrende manier van Angela Merkel—wordt het Duitse volk niet beschermd, meer eerder in gevaar gebracht. Dit feit blijft een feit, zelfs als niet de Amerikanen maar de Russen verantwoordelijk zijn voor de aanvankelijke schade in de Krim en in het oosten van de Oekraïne. 

In een onmiskenbaar intensere situatie dan Merkel op dit moment, nam Willy Brandt een duidelijk andere beslissing. “Klaarwakker en tegelijkertijd verdoofd”, herinnerde hij zich zijn ontwaken op de zondagmorgen van de 13e augustus 1961. Hij was op doorreis in Hamburg, toen hij uit Berlijn bericht ontving over metselwerk aan een grote Muur die uiteindelijk de stad doormidden zou snijden. Voor een burgemeester bestaat er haast geen grotere vernedering.

De Sovjets hadden hem een fait accompli gepresenteerd en de Amerikanen op hun beurt hadden hem niet op de hoogte gebracht, terwijl ze hoogstwaarschijnlijk door Moskou waren ingelicht. Brandt herinnerde zich dat “een storm van onmachtige woede” in hem was opgeweld. Maar wat heeft hij gedaan? Hij herwon zijn gevoelens van onmacht en toonde zijn groot talent als realiteitspoliticus, een vaardigheid waarmee hij later het kanselierschap verwierf en uiteindelijk de Nobelprijs voor de Vrede.

Op advies van Egon Bahr accepteerde hij de nieuwe situatie, wetende dat op korte termijn geen enkele vorm van verontwaardiging van de rest van de wereld, deze muur naar beneden zou halen. Hij verordonneerde zelfs de West Berlijnse politie om met wapenstok en waterkanonnen tegen demonstranten op te treden, om te voorkomen dat de tweedeling zou uitmonden in de nog veel grotere ramp: oorlog. Hij zette de koers uit voor de paradox die Bahr later omschreef als: “Wij erkenden de Status Quo om ze later te veranderen”.

En ze slaagden in deze verandering. Brandt en Bahr vertaalden de specifieke interesse van de West Berlijnse bevolking voor wie ze vanaf 1962 verantwoordelijk waren, in richtlijnen van hun politiek.

In Bonn onderhandelden zij over de Berlijnse financiële steun: een acht procent belastingvrije subsidie op loon- en inkomsten belasting. In de volksmond “angst premie” genoemd. Zij onderhandelden ook over reisvergunningen met Oost-Berlijn die de muur twee jaar na oprichting inderdaad weer doorlaatbaar maakten. Tussen Kerst 1963 en Nieuw Jaar 1964 bezochten 700.000 inwoners van Berlijn hun familieleden in het oosten van de stad en ieder traan van vreugde werd korte tijd later een stem op Willy Brandt’s kanselierschap.

De kiezers realiseerden zich dat ze te doen hadden met iemand die hun leven van alle dag wilde veranderen, niet enkel om de koppen in de krant van de volgende ochtend. In een  bijna hopeloze situatie vocht deze SPD man voor westerse waarden—in dit geval de vrijheid van beweging, zonder megafoon, zonder sancties, zonder de dreiging van geweld. De elite in Washington werd woorden gewaar die nog nooit in de politiek waren gehoord: Medeleven, Verandering door verzoening, Dialoog, Afstemming op gemeenschappelijke belangen. En dit alles in het midden van de Koude Oorlog, toen de wereldmachten verondersteld werden elkaar bij de strot te grijpen, toen het daartoe gebruikte script enkel nog uit dreigementen en protesten bestond in de vorm van ultimatums, zeeblokkades, representatieve oorlogen. Dit immers was de manier waarop je een Koude Oorlog uitvocht.

Een Duitse buitenlandse politiek die streefde naar het afstemmen van gemeenschappelijke belangen—die in het begin alleen over de buitenlandse politiek van Berlijn ging—leek niet alleen dapper maar ook heel erg vreemd.

De Amerikanen—Kennedy, Johnson en daarna Nixon—volgden de Duitsers; het startte een proces dat onvergelijkbaar was in de geschiedenis van vijandelijke naties. Uiteindelijk was er een bijeenkomst in Helsinki waar deze intenties in regels werden vast gelegd. Het Westen verzekerde de Sovjet Unie dat het Westen zich niet zou bemoeien met hun binnenlandse aangelegenheden—iets waar partijleider Leonid Brezhnev heel tevreden mee was en Franz Josef Strauß’s bloed van ging koken. Als tegenprestatie eiste het Westen van de top van de Communistische Partij de garantie “Mensenrechten te respecteren en in te staan voor de fundamentele vrijheid van gedachten, geweten, godsdienst of geloof”. Dus óók voor zijn eigen burgers.

Op deze manier was “geen inmenging” verworven door “betrokkenheid”. Het grondgebied van het Communisme was hen voor eeuwig toegekend, maar binnen zijn grenzen lieten plots de mensenrechten van zich horen. Joachim Gauck herinnerde zich: “Het woord dat mijn generatie de ruimte gaf om te handelen was Helsinki.”

Het is nog niet te laat voor het duo Merkel/Steinmeier om de concepten en ideeën uit die tijd te gebruiken. Het heeft geen zin om achter de strategisch kortademige Obama aan te lopen. Iedereen kan zien hoe hij en Poetin slaapwandelend voorbij het waarschuwingsbord “Dood spoor” drijven. “

De test voor een politicus is niet hoe iets begint, maar hoe iets eindigt”, aldus Henry Kissinger, nog een winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Na de bezetting van de Krim door Rusland verklaarde hij: “We zouden moeten streven naar verzoening, niet naar overwicht.” “Demonisering van Poetin is geen politiek, het is een alibi voor het ontbreken daarvan.” Hij raad aan om conflicten te verdichten, dus kleiner te maken, in te koken, om vervolgens het concentraat aan een oplossing toe te voegen.

Op dit moment (en al een lange tijd daarvoor) doet Amerika precies het tegenover gestelde. Alle conflicten zijn geëscaleerd. De aanval op de terroristen groep Al Qaida is uitgelopen op een conflict op wereldschaal tegen de hele islam. Irak is gebombardeerd op dubieuze justificaties, waarna de US Air Force naar Afghanistan en Pakistan is doorgevlogen. De relatie met de islamitische wereld kan als een ramp worden beschouwd.

Als het Westen de toenmalige Amerikaanse regering, die zonder een resolutie van de Verenigde Naties en zonder bewijzen van bestaande “WDMs”, Irak binnen marcheerde, met dezelfde maatstaven zou beoordelen als waarop ze nu Poetin beoordeelt, zou George W. Bush onmiddellijk de toegang tot Europa zijn ontzegd, de buitenlandse investeringen van Warren Buffett zouden zijn bevroren en de export van voertuigen van het merken GM, Ford en Chrysler zouden zijn verboden.

De Amerikaanse neiging tot verbale en daar opvolgend militaire escalatie; het isoleren, demoniseren en aanvallen van vijanden, is niet effectief gebleken. De laatste succesvolle grote militaire actie die de VS uitvoerde was de landing in Normandië. Al die anderen—Korea, Vietnam, Irak en Afghanistan—waren duidelijke mislukkingen. Het plaatsen van NATO eenheden in Polen tot aan de Russische grens en de overweging om de Ukraïne te bewapenen, is een voortzetting van een idee arme politiek door militaire middelen.

Hoofdpijn krijg je van de politiek “Met-je-kop-tegen-de-muur-rammen-precies-op-de-plek-waar-hij-het-dikst-is.” Niets anders. Houdt hierbij ook nog in gedachte dat de muur in de Europese – Russische relatie een enorme deur heeft. De sleutel tot die deur heet: “Afweging van elkaars belangen”.

De eerste stap is wat Brandt “compassie” noemde—het vermogen om de wereld door de ogen van een ander te zien. We zouden moeten stoppen om het de 143 miljoen Russen kwalijk te nemen dat ze anders naar de wereld kijken dan John McCain. Wat nodig is, is hulp om het land te moderniseren, geen sancties die de groei van hun welvaart belemmert en de band van onze relatie met hen schaadt. Economische verhoudingen zijn ook verhoudingen. Is internationale samenwerking niet verwant aan tederheid tussen volkeren omdat iedereen zich achteraf beter voelt?

Het is algemeen bekend dat Rusland een energie super macht is en tegelijkertijd een ontwikkelingsland op het gebied van industrialisatie. De politiek van het “afwegen van wederzijdse belangen” en “gemeenschappelijke interesses” zouden als wapens in de strijd geworpen moeten worden. Ontwikkelingshulp in ruil voor territoriale garanties; de minister van buitenlandse zaken Frank-Walter Steinmeier had zelfs de juiste woorden om dit te beschrijven: “het moderniseren van het deelgenootschap.” Hij hoeft het alleen maar af te stoffen en het te gebruiken als het idee om “samen hogerop te komen”. Rusland zou geïntegreerd moeten worden, niet geïsoleerd. Kleine stapjes in die richting zijn beter dan de grote nonsens van een politiek van uitsluiting.

Brandt en Bahr hebben nooit naar het middel van economische sancties gegrepen. Zij wisten beter. Er was en is geen enkel geval bekend van landen die door sancties hun excuus hebben aangeboden of gehoorzamer zijn geworden. Wel van het tegendeel:  een collectieve bijval voor de gesanctioneerde, net zoals dat op dit moment in Rusland gebeurt. Het land heeft nog nooit zo verenigd achter zijn president gestaan als nu. Hiervan zou je bijna gaan denken dat de volksmenners van het Westen op de loonlijst van de Russische Geheime Dienst staan.

Nog een commentaar over de toon van het debat. De annexatie van de Krim is een overtreding van het internationale recht. Het steunen van de separatisten in het oosten van de Ukraïne strookt ook niet met ons idee van de soevereiniteit van een staat, immers aan de grenzen van een staat mag je niet tornen.

Maar ieder daad vereist een context. En de Duitse context is dat we een samenleving zijn met een proeftijd die niet mag doen alsof de vergrijpen tegen de internationale recht begonnen zijn met de gebeurtenissen in de Krim.

Duitsland heeft tot twee maal toe in de afgelopen 100 jaar oorlog gevoerd met zijn oostelijke buur. De Duitse ziel, waarvan we in het algemeen beweren dat ze romantisch is, liet hiermee haar wrede kant zien.

Natuurlijk, wij die later werden geboren kunnen doorgaan met het uiten van onze woede over de meedogenloosheid van Poetin en het internationale recht tegen hem gebruiken, maar zoals de zaken er voorstaan zou deze woede lichte blozend van schaamte moeten zijn. Of om het met de woorden van Willy Brandt te zeggen: “Aanspraken op het absolute zijn een bedreiging voor de mens.”

Uiteindelijk moest dit zelfs de man beseffen die in 1914 bezweek aan de oorlogskoorts. Aan het eind van de oorlog, ging er van de boeteling een tweede oproep uit, deze keer tot het begrip tussen de volkeren: “De beschaving was een oorlogskamp en een slagveld geworden. Het is tijd dat een grote golf van liefde de vernietigende golf van haat vervangt.”

We zouden kunnen proberen om de slagvelden van de 21st eeuw te ontwijken. Geschiedenis hoeft niet per se zichzelf te herhalen. Mogelijk vinden we een kortere weg.

(Vertaling Feng Chsang)

___________________________________

Webadres van de oorspronkelijke tekst:

DUITS:Original article: “Der Irrweg des Westens”: 

http://tinyurl.com/nx6w373

ENGELS: Original article “The West on the wrong path”:

http://tinyurl.com/knfaq2a

__________________________________

Een idee van Feng Chsang: Met de hier gelinkte pdf versie van dit essay kunt u uw politicus en/of media informeren over dit briljante ideeëngoed van Willy Brandt waarmee hij de oorlogskoorts bluste en zo de volgende grote oorlog voorkwam.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!