Fascianella & zonen: allochtone ondernemers met Vlaams publiek

Fascianella & zonen: allochtone ondernemers met Vlaams publiek

dinsdag 12 juli 2011 12:20

In het kader van een nieuw Foyer-programma ’Diversiteit in bedrijf’ interviewde Annabelle Van Nieuwenhuyse enkele allochtone ondernemers uit de kanaalzone op de KBC-scène. Siciliaan Salvatore Fascianella stampte in de jaren ’70 een tegelbedrijf uit de Schaarbeekse grond. Zonen Fabrizio en Pepino bouwen het verder uit.

Salva Carro is intussen uitgegroeid tot een stevige KMO met knappe toonzalen in Vilvoorde en St-Genesius-Rode. En er kwam ook een apart commercieel agentschap Altaceramic, exclusief gericht op de beroepssector. Fascianella senior houdt zich nu graag in de rand van z’n zaak bezig met de promotie en de import van produkten uit z’n regio van herkomst: hij brengt hier ondermeer z’n eigen Siciliaanse wijn en olijfolie op de markt met een nieuw bedrijfje: Alta Mente. Back to the roots: Alta Mente is het Latijn voor ’diep in de ziel bewaard’.

Salvatore Fascianella is Italiaans- en Franstalig, al begrijpt hij ook wel een mondje Nederlands. Zonen Fabrizio en Pepino zijn méértalig. Ze volgden in Laken Nederlandstalig onderwijs, behoren de tot de allereerste generatie die de Foyer-OETC-onderwijsprojecten doorliepen (Recent zette minister Smet de subsidiëring van deze projecten bruusk stop.)

In 1964 naar België geëmigreerd
“Ik wilde in de eerste plaats hier metser worden”, legt Salvatore uit. “Neen, met tegels en mozaïeken was ik toen nog niet bezig. Die typische ‘carrelage’ stamt trouwens vooral uit Noord-Italië. Sicilië is veeleer een landbouwstreek en is dat ook altijd gebleven.”

“M’n grote droom was een kleine winkel hebben. In 1976 begon ik een kleine depot met tegels, gewoon in een krappe sous-sol van een rijwoning in Schaarbeek. Veel stelde dat echt niet voor. Maar in ’80 leverden we toch al wat aan kleine chantiers, zodat we in 1986 een expo-zaal openden. Nog altijd in Schaarbeek, maar nu toch al…. in de gang. Al deelden we die met een achtergelegen taxi-bedrijf. En zo gingen we stap voor stap vooruit. Er waren intussen heel wat Italianen neergestreken in Brussel. We hadden veel vrienden en kennissen en iedereen kocht stilaan een huis en ging aan het verbouwen. Véél werk dus.”

“In 1989 trokken we een eerste keer naar Batibouw. Met een bescheiden want superklein standje. En plots explodeerde het: de vraag was enorm, we wisten niet hoe we dat moesten bolwerken. Nu zie je her en der tegelbedrijven en –ketens oprijzen, maar toen waren we zowat de enige.“

“Wat wij toen deden, zie ik hier nu terug bij de Marokkanen en Turken”

“Wat wij toen deden, zie ik nu terug bij de Marokkanen en Turken hier: kleine handeltjes opstarten in een achteraf-gebouwtje, hard werken en proberen iets uit de grond te stampen en te groeien. Ook wij hebben het soms erg moeilijk gehad. Het was dan vechten om te overleven. Soms moet je een risico nemen. Maar het lukte.”

“In ’90 trokken we opnieuw naar Batibouw en vanaf dan konden we de bestellingen echt niet meer volgen. De handel in Schaarbeek werd te klein. In ’92 kochten we hier in Vilvoorde de firma van een vriend en hebben we alles vernieuwd en een grote toonzaal uitgebouwd. In 2007 begonnen we met een tweede in St-Genesius-Rode. Net toen we heel zwaar geïnvesteerd hadden, barstte de crisis los. Wéér hebben we het echt moeilijk gehad, maar we zijn erdoor gesparteld. De familie-spirit is op zo’n momenten van heel groot belang. Dat was opnieuw onze sterkte. Nu draait alles terug prima.”

“Wij zijn niet de mensen van de grote sier. Voor mij geen groot, potserig bureau of een sjieke voiture voor de deur. Aan zo’n dingen gaan vele zaken kapot. Ik zie dat vaak in Italië: men start een firma op en het eerste wat ze doen is een dure BMW kopen. Probeer toch eerst wat stabiliteit na te streven. Als je geen harde werker bent, kom je er niet.”

Terwijl vader Salvatore zich nu wat meer wil bezighouden met het promoten van produkten uit z’n geboortestreek, is het aan zonen Fabrizio & Pepino om de familiezaak in goeie handen te houden en te laten evolueren.

“De ambitie? Nog verbeteren”, antwoordt Fabrizio resoluut. “En evolueren in een sector die ferm in beweging is. Een sector waarin bijvoorbeeld ook steeds minder gemakkelijk gepast personeel te vinden is. Mensen met de juiste competenties vinden: het is een probleem. Zeker ook omdat er lang niet alleen vloeren moeten betegeld worden. Hele badkamers of zwembaden en aanverwante aankleden: daar komt dus ook steeds meer loodgieterij bij kijken.”

“Op ons domein is de concurrentie de jongste jaren heel groot geworden. De prijzen worden steeds scherper en alles begint op elkaar te lijken, zeker in de goedkopere materialen. Dus gaan we steeds meer specialiseren. Die goedkope materialen bieden we ook nog aan, maar we richten ons toch steeds meer op een hoger gamma.”

“Tegelspecialist zijn, is niet genoeg, we moeten ook decorateur zijn, en verkoper en psycholoog. De winkel in St-Genesius-Rode krijgt heel ander volk over de vloer dan deze in Vilvoorde. Dat is echt markant. Hier in Vilvoorde komt men, kijkt men en koopt. In Rode kijkt men, komt men 10 maal terug en koopt men pas dan. Markten waar we ons moeten aan aanpassen.”

“Italië heeft Brussel en België smaak bijgebracht”

Van de Belgische politiek krijgen ook de Fascianella’s het wel eens op de heupen. Zelfstandigen worden niet bepaald in de watten gelegd.
“Verkeerstechnisch wordt Brussel en omgeving een rampgebied. En er wordt ook nodeloos veel geld vergooid aan domme zaken. Terwijl de kraan dichtgaat voor onderwijsprojecten voor immigranten”, schuddebolt Salvatore. “Dat is volledig verkeerd. Zelf plaatste ik m’n kinderen bewust in zo’n OETC-project in een Nederlandstalige school. Ik was er nochtans toevallig op gevallen, via een kleine advertentie in de Vlan notabene. Nederlands èn Italiaans leren, het was en is een sterke combinatie.”

Migranten brengen dit land ook heel wat bij. Dat vinden althans ook de Fascianella’s:

“De Italiaanse migranten hebben hier een grote invloed gehad. Er zijn er 400.000 naar België gekomen. Wij waren bij de eersten. Behalve dat we hier hard gewerkt hebben, hebben we ook elegantie en smaak bijgebracht. Je hebt natuurlijk de spaghetti & pasta’s, de pizza, de Italiaanse wijnen. Allemaal met ons meegekomen in de jaren ’50 en ’60.”

“Maar er is ook de schoonheid. Vroeger liepen de Belgen hier rond in een saai wit hemd en met houten schoenen. Nu geniet men ook steeds meer van schone dingen. Mozaïek in een badkamer bijvoorbeeld. Vooral bij de Vlaamse mentaliteit sloot dat perfect aan. Het is niet toevallig dat we 80% van onze omzet in Vlaanderen realiseren. Hard werken, maar er dan ook van genieten.”

Lees ook het verhaal van Hinde Boulbayem en de diversiteit in haar bedrijf

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!