Diplomatie (2014)

donderdag 14 augustus 2014 01:23

Wat de biopic voor 2013 was, zijn de tweede wereldoorlog films voor
2014. Het jaar dat om de herdenking van WO I zou moeten draaien, wordt
hierdoor gekaapt door de herdenking aan de tweede wereldoorlog. Alsof we
er tegenwoordig nog niet genoeg aan herinnerd worden door de joodse
lobby en liberale flagellanten…

Zoals ik reeds zei in mijn recensie van Lore, is WO II stilaan een compleet verzadigd onderwerp geworden. De oerconventionele en vervelende films The Monuments Men en The Book Thief werden met veel tralala onze zalen in gekatapulteerd. In het arthouse circuit kregen we Ida, Wakolda en Zwei Leben te zien, waarvan die laatste twee vreselijk inspiratieloos waren. Van dichter bij huis verscheen de Nederlandse productie Oorlogsgeheimen, welke ik bewust vermeden heb. In The Centenarian Who Climbed Out the Window and Vanished, The Wind Rises, The Grand Budapest Hotel en The Railway Man
speelde de tweede wereldoorlog eveneens een rol. Het voorbije half jaar
werden we dus geconfronteerd met elf films die WO II als (een)
referentiepunt gebruiken. Maar de kous is nog niet af. Er staat ons ook
nog heel wat WO II Oscarbait (dubbel zo ergerlijk!) te wachten: Fury met Brad Pitt, Logan Lerman en Shia LaBeouf, Suite Française met Michelle Williams, Kristin Scott Thomas en Matthias Schoenaerts en de biopics (driedubbel zo ergerlijk!) Unbroken van Angelina Jolie met een script van de Coens en The Imitation Game met Benedict Cumberbatch, Keira Knightly en Mark Strong. Inspiratie te kort?

In Diplomatie, de elfde WO II film die in de voorbije zes maanden
verscheen, staat de dialoog centraal. Hiermee verschilt hij van alle
bovenstaande prenten. Hoewel Ida, The Wind Rises, The Centenarian Who Climbed Out the Window and Vanished en vooral The Grand Budapest Hotel allen ook hun verdiensten hebben, is het Diplomatie
welke ik verkies te bespreken. Deze film, een adaptatie van het
gelijknamige theaterstuk van Cyril Gély uit 2011, brengt ons het
nachtelijke gesprek tussen de Duitse nazigeneraal Dietrich von Choltitz
en de Zweedse diplomaat Raoul Nordling te Parijs aan de vooravond van
haar bevrijding. De ene blind gehoorzaam aan de bevelen die hem
opgedragen werden en de andere overtuigd van de kracht van woorden.
Indien von Choltitz de bevelen van Hitler had uitgevoerd, had Parijs in
lichterlaaie gestaan en hadden we vandaag geen Louvre, Eiffeltoren,
Opéra Garnier, Gare Montparnasse, Arc de Triomphe, Notre-Dame, Place de
la Concorde en Dôme des Invalides meer gehad. Parijs staat er nog, dus
we weten allemaal hoe het gesprek, en dus de film, afloopt.

Een dialoogfilm moet het vooral hebben van zijn acteurs, de
scenarist(en) en de provocerende gedachtegangen. Richard Linklater en
Roman Polanski zijn bijvoorbeeld twee cineasten die reeds meermaals
bewezen dat het mogelijk is om met weinig middelen en veel dialoog films
te maken die niet alleen intelligent, maar ook verrassend en
stimulerend kunnen zijn. Volker Schlöndorff, bij het grotere publiek vooral bekend dankzij Die Blechtrommel,
hoeft echter niet onder te doen. Hij loopt alleen wat gebukt onder de
thematiek: nazi’s. Dat die thematiek stilaan haar kracht aan het
verliezen is, niet in de minste plaats door nazi’s en hun ideologie
steeds af te bakenen in tijd en ruimte, draagt bij aan de afstomping en
desinteresse waarmee ik films met dergelijk thema bekijk. Het doet wat
denken aan alle clichés inzake het Rode Gevaar of, recenter, de
“moslimterroristen”. Door al deze fenomenen in tijd en ruimte af te
bakenen, lijkt het wel alsof we dit van op een afstand kunnen waarnemen,
waardoor we vergeten dat onze eigen leefwereld steeds meer tekenen
vertoont van totalitarisme, onverdraagzaamheid en dictatuur. Door
telkens te verwijzen naar nazi’s, communisten of terroristen als
belichaming van alles wat slecht is, valt het liberale Westen buiten
schot en hoeven we niet aan zelfkritiek te doen. In Diplomatie
krijgt dat liberale Westen zelfs een steuntje in de rug: door Zweden
meermaals op te voeren als “neutrale speler” (een prototypisch liberaal
fantasme), lijkt het alsof conflicten alleen maar kunnen opgelost worden
vanuit een “neutrale” positie. Het streven naar neutraliteit wordt op
die manier een doel op zich en men vergeet dat de middelen die hiervoor
ingezet worden, vaak alles behalve neutraal zijn.

Het machtsspelletje tussen von Choltitz en Nordling botst van het ene
obstakel tegen het andere. Von Choltitz denkt in oorlogstermen, Nordling
denkt aan de burgerslachtoffers. Het is dan ook meteen duidelijk waar
de sympathieën van de kijker zullen liggen. Met enige wil zou je je wel
kunnen inleven in de oorlogsmentaliteit van von Choltitz, maar dat
blijkt al snel onmogelijk gegeven de hallucinante uitspraken die hij
doet. In die zin slagen de scenaristen, Schlöndorff en theaterschrijver
Gély zelf, er maar moeilijk in de positie van de warmonger te
kaderen: het blijkt om niet meer te gaan dan slaafse gehoorzaamheid, om
een compleet gebrainwashte mentaliteit die niet denkt in termen van
slachtoffers, maar in termen van overwinningen. Misschien is oorlog ook
niet meer dan dat: het menselijk leed integraal wegredeneren, inclusief
dat van jezelf. Zo blijft alleen de oorlog nog aanwezig en is een
mensenleven niet meer dan een cijfer in de statistieken. Denkende aan
Syrië, Irak, Gaza en Oekraïne lijkt er nog niet al te veel verandert te
zijn… Behalve dan dat we kunnen doen alsof het vandaag allemaal
geschifte zionisten, Russen en moslims zijn die het leed veroorzaken,
terwijl wij – als liberale Westerlingen – lang niet zo barbaars zijn.
Het moet comfortabel zijn om met zo’n ongeïnformeerde en zelfingenomen
blik de wereld waar te nemen.

De film neemt zijn meest interessante wending wanneer Nordling eindelijk
denkt von Choltitz overtuigd te hebben. Op dat ogenblik wordt het voor
de Duitse generaal namelijk persoonlijk. Het niet opvolgen van een
rechtstreeks bevel van een hoger geplaatste militair, werd namelijk
bestraft met het (her)nieuw(d)e gebruik van de Sippenhaftung.
Hoewel dit nooit in de legislatuur van het Derde Rijk werd vastgelegd,
kwam het er op neer dat wanneer een militair weigerde om een bevel op te
volgen, zijn familie gevangen genomen zou worden door de Gestapo, met
eventuele afvoering naar de werkkampen of liquidatie tot gevolg. Met von
Choltitz’ familie op het spel, kon Nordling appelleren aan de
menselijkheid in het monster – ook de generaal blijkt een vader en een
echtgenoot te zijn.

Dit is ongetwijfeld één van de sterkere WO II films van de voorbije
jaren. Alleen is de tijd waarin dergelijke films me écht konden
verrassen al lang voorbij. Door voortdurend de focus te blijven leggen
op de nazi’s uit het verleden, vergeten we steeds meer dat ook zij
ingebed zaten in een socio-economische en culturele context. Mensen die
vandaag luid schreeuwen dat ze niets met nazi’s te maken hebben, dat
fascisme een begrip uit het verleden is en dat alle communisten geschift
zijn, zien al lang niet meer dat zij zelf alle tekenen vertonen van een
opgejut, gefrustreerd en ideologisch gebrainwasht volk zoals dat in de
eerste helft van de 20ste eeuw ook was. Vandaag is de liberale traditie
zogezegd “de onze”. Een traditie die we met geëxporteerd geweld moeten
beschermen tegen “domme mensen” en “terroristen”. Zelfkritiek is ver
zoek, politieke onderdrukking wordt steeds meer een middel om problemen
op te lossen en het geloof in een sterke staat heeft plaatsgemaakt voor
het geloof in een sterke markt, alsof die vrij zou zijn van dictators en
oorlogsmisdadigers. Om al deze redenen verliezen WO II films voor mij
steeds meer aan relevantie: ze zijn niet in staat om ons bewust te maken
van de gevaren van het liberale totalitarisme (géén contradictio in terminis),
van de complexe sociale leefwereld aan het einde van de 19de en het
begin van de 20ste eeuw (waar de kiemen van het nazisme, fascisme en
stalinisme gepland werden) en van de zucht naar leiderschap en
voorhoedes die vandaag weer steeds meer aan aanhang wint, niet in de
minste plaats bij onze liberale apologeten.

De kracht van films als The Great Dictator, The Pianist of Der Untergang heeft deze prent dan ook nergens. Niettemin weet Diplomatie
in de overdaad aan nazi karikaturen en liberale propaganda een indruk
te maken. Niet dat ik geloof dat diplomatie altijd helpt. Ik had geen
seconde getwijfeld om gewoon een gat in von Choltitz’ kop te knallen.
Maar dat had uiteraard geen interessante film opgeleverd.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!