Dear Leviathan,

Dear Leviathan,

maandag 5 december 2011 20:57

Dear Leviathan,

Vele tientalle jaren geleden bedacht een bijzonder man een sociale constructie voor onze samenleving. Een systeem waardoor ze veilig kon openbloeien tot een broeinest van cultuur, ambacht, kunst en wetenschap. Het ging als volgt; Ik lever een deel van mijn vrijheid en bodemloze begeerte naar luxe, macht en aanzien in, net zoals alle andere leden. Een centraal machtsorgaan met geweldmonopolie en ons algemeen belang voorop zou onze excessen vanaf nu beheren. Hierdoor kunnen we samenleven in vrede met elkaar. En ook bevrijd zijn van onze eigen eindeloze behoeften onze capacities ontwikkelen. Dit ingenieuze systeem was het sociale contract van Thomas Hobbes. We geven een deel macht en zelfbeschikking over aan de Leviathan, en deze zorgt voor rust, vrede en ruimte tot ontplooiing. Hij beschermt ons voor onszelf en de ander. Best een goed systeem, een win-win situatie zeg gerust. Wel nu, die Leviathan van Hobbes maakt een grandioze existentiële crisis door, as we speak.
Dit is misschien niet het uitgelezen dagblad om het luidop te zeggen, maar ik meen het toch hartsgrondig: Er is geen financiële crisis. Zo, ik heb het gezegd.
Want hoe noem je het fenomeen dat de technologie de economie bestuurd, de economie de politieke agenda bepaald, én deze politiek economische wetten optekent voor het onderwijs en onderhoud van haar natie?
Ik noem dit een een vertrouwensbreuk. Een wantrouwen en misverstaan tussen de burger en de Leviathan. Ik krijg geen goede zorgen in ruil voor mijn ingeleverde vrijheid en voel me niet veilig. Daarenboven levert niet iedereen evenveel in(denk aan de 1%). Dit onevenwicht in aansprakelijkheid en plichten van de burgers is nefast.
In plaats van mijn kinderlijke driften in te perken in functie van het algemeen belang zegt vader samenleving dat ik ze moet botvieren in de naam van de economische vooruitgang. Ik zou graag mijn sociaal contract opzeggen, want bepaalde actors plegen contractbreuk. De waarde van vrijheid ligt niet in grenzeloze goesting bevredigen. De waarde ligt in de rechten én de plichten. De mens als grootste vijand voor zichzelf, moet een sociaal contract aangaan voor eigen veiligheid te waarborgen, anders kan er geen ontwikkeling, onderwijs, kunsten of welvaart zijn. Constante staat van concurrentie en afgunst worden nu op de koop toe gepromoot door de Leviathan. Waar is de voorbeeld functie, de controle functie, de opvoedfunctie, de beschermende functie van de staat… (Wie durft er nog lange termijn te denken wanneer tijd het schaarste goed is geworden?)
De vertrouwenscrisis van de burger en de identiteitscrisis van haar staat is zeker niet eenduidig, maar wel bevattelijk.
De misvatting inzake verantwoording en verantwoordelijkheid van de 1% ligt in een verwrongen identiteitsbeeld dat de economie van zichzelf heeft, een beeld dat dringend bijgewerkt moet worden. De financiële sector mag misschien nog steeds luid roepen dat economie een wetenschap is, het is geen houdbare propositie. De wereld is nu eenmaal geen laboratorium met vaste gegevens en zelf gekozen variabelen. Een labo waarin men zijn financiële creativiteit kan loslaten in de hoop het geld nog meer geld te laten baren. Wat door menig filosoof en Christen met onderbouwde morele fundamenten gelaakt is geweest. Intrest was een zonde, en economie was een huishouden. Dit huishouden diende het menselijk geluk. Als zelfverklaarde wetenschap legt de economie geen verantwoording af voor de domeinen waarop ze ontzettend veel ‘onbedoelde’ impact heeft. Toch is geld macht, en leidt opbeperkte macht vaak tot geweld. Fysiek geweld, sociaal geweld, klimatologisch geweld,… het schaadt ons allemaal.Wij, burgers, sloten geen pact met de economie. Zij moest ons algemeen belang niet delen want aan haar stonden we onze vrijheid niet af. Dus heeft onze Leviathan niet enkel zijn controlefunctie verzaakt, maar bovenop ook nog zijn geweldsmonopolie uit handen gegeven. En de economie komt zijn belofte niet na een deel van haar vrijheid af te staan en verantwoordelijkheid op te nemen, net zoals de rest van ons.
De zelfverklaarde wetenschappelijke identiteit van de economie heeft nog meer gevolgen, zo beweert ze ook waardevrij te zijn. Ze interfereert zogezegd niet in ons normen en waarden stelsel. Dit spreek ik vomondig tegen, of zoals Mandeville het verwoorde “vices privés et vertus publiques”. Wat in onze privésfeer een ondeugd is, zien we als noodzakelijke eigenschapp om de kapitalistische motor bij tijd en wijlen terug aan te zwengelen. Afgunst, concurrentie, eigenbelang, bijna pornografische zelfbevrediging in consumentisme en eetgedrag zijn nefast voor een deugdethiek zoals Aristoteles die ooit beschreef. Aristoteles vertelde ons over de schoonheid van het midden, een midden tussen 2 extremen van onze natuurlijke mogelijkheden. Tussen lafheid en hybris ligt moed. Tussen overdaad en deprivatie ligt de matigheid. Een verstandig mens is te herkennen aan zijn situationele en wijze toepassing van dit midden. Deze deugdethiek is verloren vandaag, en met haar het geloof in Eudaimonia, het goede leven. Wat ondeugd is onder mensen, mag in de virtuele anonimiteit van de markt hoogtij vieren. Er is geen goed en geen kwaad, enkel nut.
Ik geloof niet dat wanneer men het goede kent, men recta linea het goede navolgt, zoals het socratisch intellectualisme voorhoudt. Noch ben ik een aanhanger van Hobbes’ pessimistisch mensbeeld. De mens zijn zijnsverlangen zal de strijd van allen tegen allen altijd overstemmen.  Een combinatie van staatscontrole en zelfbeschikking. Een vrijheid om zichzelf veilig te ontplooien en verbindingen aan te gaan met de Ander. Geen vrijheid om te doen en laten wat je maar wil.
Het is een evenwichtsoefening tussen rechten en plichten, we hebben niet enkel recht op koopkracht maar ook burgerplicht en verantwoordelijkheid tot ontwikkeling van onze capacities.
Dit wetenschappelijke economische paradigma is aan vernieuwing toe. We hebben nood aan een waardevol paradigma. Een waardevrije economie bestaat niet, ze bevraagd haar waarden en normen niet, dat is wel waar. Vraag en aanbod worden inhoudelijk nooit bevraagd. Enkel de nutsmaximlisatie telt. Maar
onze vraag naar cocaïne houdt in Comombia een gewapend conflict in stand en 1 gram cocaïne kost 2 m2 amazonewoud. Een waardevrije economie bestaat niet, haar waarden zijn enkel niet bepaald mens-of wereldlievend te noemen.
Als we Thomas Kuhn mogen geloven worden wetenschappelijke paradigmas doorheen de tijd eigenlijk constant bijgestuurd. Ze vertonen anomaliën, mensen bedenken oplossingen, er worden nieuwe vragen gesteld, en een nieuw verbeterd paradigma dient zich aan. Een van de voorwaarde voor een nieuw paradigma is dus de creativiteit en durf van nieuwe denkers. Denkers die zich nieuwe vragen durven stellen en ook alternatieven aanbieden die buiten het heersende paradigma vallen. Dit is geen evidente job, aangezien 1 van de eigenschappen van het paradigma haar alomtegenwoordigheid is. Wanneer we dan over een economisch paradigma spreken is deze aanwezigheid nog wijdverbreider dan haar wetenschappelijke zus. Ze is actief in alle lagen en domeinen van de maatschappij.
Zelfs het onderwijs is een markt-en prestatiegerichte arbeidsbroeikast geworden. Mijn zorg is dan ook groot wanneer de economische tentakels zich rond het kritische denkorgaan universiteit wikkelen. Waaruit zullen de dappere denkers voortkomen, wanneer zelfs hun opleiding en educatie dorspekt is van concurrentie en waardeloosheid. Onderwijs is een vrijplaats, dé plek bij uitstek om je tot burger en empathisch geinformeerd wezen te ontplooien. Maar de student is gedegradeerd tot middel en is niet langer een doel op zich. Geld als doel, mens als middel.
De jongeren die als human resource door belastingen worden getraind en gekneed om mee de kapitalistische droom uit te dragen volgen elkaar jaar na jaar op. Ze treden aan in megalomane corporations die al lang niet meer op mensenmaat functioneren. Ik vrees dat het ook net deze ondernemingen zijn die bitter weinig bijdragen aan de welvaartstaat door middel van belastingen. De andere 99% betaald voor de opleiding van jongeren die inzetbaar worden gemaakt voor de 1%.
Wie zal ons nieuwe paradigma inleiden, anomaliën aanduiden en alternatieven voorleggen? We zijn aan het besmetten bij de bron. Misschien begrijpt u al wat beter waarom ik niet over de financiële crisis spreek. Het heeft iets te maken met de kip en het ei… Wat was er eigenlijk eerst? Een falend staatsgezag of een ongecontroleerd financiële machtsmonopolie.
Er is een ecologische crisis, een politieke crisis, een crisis in het onderwijs en boven dat alles nog met kop en schouders steekt de vertrouwenscrisis uit. Deze nieuwe Kapitalistische Theologie, die al ons doen en laten bepaald, en u vooral doet denken dat het niet anders kan is dogmatische proporties aan het aannemenen. Klinken de woorden “There is No Alternative” (TINA) u bekend in de oren? Tijdens de ambtstermijn van Margaret Thatcher (de IJzeren Lady) explodeerde de kinderarmoede, het aantal mensen in invaliditeit verdubbelde, echtscheiding, niet-werkende ouders en misdaad piekten. Na haar herstelde deze zich tot hun pre-Tatcher niveau, dus ze zat er al lang naast met haar TINA. Waarom zouden wij dan dezelfde laffe fout maken? Er is niets mis met historiciteit, kijk naar het vroeger, leer van gisteren. Geen vooruitgang zonder gronding.
Er is wel een alternatief.  Het zijnsverlangen van de mens, waar ik al eerder over sprak zal de motor moeten worden voor een hernieuwde invulling van het concept gemeenschap. Vooreerst moet deze een gevoel van wederkerigheid en gelijkheid uitdragen naar al haar leden. Vertrouwen is een belangrijke voorwaarde voor vruchtbare handel en sociaal contact. Door de versteviging van de gemeenschap zal de afhankelijkheid van deze kapitalistische theologie afnemen. Het virtuele anonieme karakter van dit paradigma is al lang niet meer op mensenmaat. Door terug in contact te treden met jezelf en je omgeving kan je de negatieve gevoelens die hiermee gepaard gaan overkomen. Je moet de politiek niet omver willen gooien, noch heel de vrije markt. Het kind met het badwater… het is geen optimaal scenario. Maar creeer met je omgeving een sfeer waarin mensen zich kunnen ontplooien tot verantwoordelijke burgers, die ooit een nieuw paradigma zullen installeren of betrouwbare politici worden. Zoals Coolsaet heel treffend stelde, is de middeklasse vermoeid en alleenzaam. “Zij voelt zich machteloos tegenover ontwikkelingen die het incasseringsvermogen van de individuele burger te boven gaan.”
Het is dit incasseringsvermogen waar de gemeenschap en de wederkerigheid voor zorgen. Ik wens niet pessimistisch te zijn, maar wel streng. Streng voor onszelf en voor onze leiders, want niemand is dat nog. We zijn wel doodvermoeid van de prestatiedruk, maar die is inhoudsloos. Een strenge vader kan zijn grenzen motiveren, funderen, en hun belang toont zich op lange termijn.
Dit is zorgzaam en inhoudelijk sterk gezag. Daar hebben we nood aan.
Vele burgerinitiatieven tonen zich al, van voedselteams tot communityart, er beweegt wat. Geen shiny, glossy, dure revolutie. Want zelfs de crisis is een merk geworden, net zoals groen zijn. Een stille verdieping, een vrijwillige versobering om terug de nuance van kleine meerwaarden te kunnen ervaren.
Eigen belang én algemeen belang, die elkaar dienen. De mens als doel én middel. Ik zeg het dus nog 1 maal, er is geen financiële crisis, maak u geen zorgen om u geld. Maak u zorgen om u kinderen. Want zij zijn nu eenmaal de toekomst, besmet ze niet met de ziekte die ze moeten bestrijden.
Dear Leviathan,
Neem onze bestwil alsjeblief terug ter harte, consequent en streng, zoals een goede huisvader.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!