De wereld van Saffier – Iedereen ten oorlog

De wereld van Saffier – Iedereen ten oorlog

maandag 23 december 2013 10:57

‘Saffier, je staat met de deurklink in de hand, maar je boterhammentrommel ligt wel nog op tafel,’ waarschuwde moeder Elvira.

‘Vergeten, je zou van minder,’ prevelde Saffier betrapt. Bert-Bertha had haar tijdens het tandenpoetsen net nog toevertrouwd: ‘Zowel knakkers als meiden willen met mij de koffer induiken.’

‘Geef hen het nakijken, de eikels, grote mond, korte lont en de mokkels, ze plassen nog in bed,’ had ze gesommeerd.

Die morgen ontwaakten de bomen afgedekt met bladgoud, een kleurenfeest in volle opmars. Het was te merken op school. Klasgenoten hadden hun uitgegroeide nagels goudgelig geverfd om te combineren met de tijd van het jaar. Op de vingers van Saffier glinsterde het jaar door vleeskleurig roze. Mode achterna hollen was slavernij. Zij vond het onverdraaglijk dat anderen dicteerden hoe ze er moest uitzien, modecommando’s, ze gruwde ervan. Bert-Bertha wist het niet zo goed. Gothic leek haar wel wat, stoer en toch vrouwelijk, zeker met netkousen rond de dijen. Ze had zich gewaagd aan pekzwarte nagels en donkere make-up in de holten van haar ogen.

‘Je hebt zeker in de koolkelder uitgehangen?’ was de genadeloze reactie van een klasgenoot.

De krant in de hand voelde vader Fons zich die morgen niet in zijn sas. Het is een papieren slagveld, een lettergezette weerspiegeling van de wereldwijde oorlog, virtuoos geïllustreerd met prachtige foto’s, dat wel, om de eeuwenoude plaag van de mensheid nog realistischer te maken, om ze lijf en leden aan te meten. De tegenstrijdige krachten worden elke ochtend opnieuw in stelling gebracht, bedrijfsleiders, bankendirecteurs, vakbonden, politieke partijleiders, casinoslachtoffers en witteboordencriminelen. Daarnaast de oorlog met de kogelstoot, de knal met de bal, de slag van de raket, de rush naar de honk, het overstijgen van de lat, de snelheid van het wiel, het hanteren van de spaan en de speer, krijgers geëquipeerd met handschoenen, catchermasker, zwembrillen, scheenbeenbeschermers en spikes. Als lezer wordt je meegesleurd in de strijd. De kop koffie blijft koud en vergeten achter, in de zomer zoemt er een omgekeerde wesp in. Het hangt er natuurlijk vanaf welke kant je kiest en in welke gelederen je opgesteld staat, maar het levert niet zelden maagzuur op. Competitiviteit is de enige motor. Het gaat om de slimste mens, de verste springer, het slankste lijf, de hoogste in de lucht, de diepste oceaanduiker, het langste uithoudingsvermogen, de sterkste, de duurste en de nieuwste. In de softe versie van de oorlog winnen de beste bestseller, de snelste toetsenbordtikker, de mooiste stem, het subtielste sommeliergehemelte . De krant opzeggen is geen optie. Het krijgsbedrijf daarbuiten gaat sowieso onverminderd door, in zijn meest barbaarse versie, gelaarsd en geüniformeerd met militairen, paramilitairen, guerrillero’s en rebellen voorzien van verzengend tuig, dat mensen en hun habitat van de kaart smelt. Tenslotte schuilt achter al die scores het oorlogswapen van de dictatuur, de macht en klinkende munt. Wanneer vader Fons de krant dichtvouwt kost het enige moeite om terug te landen na zo’n planeetwijde conflictentrip.

In de groentewinkel is het stil, er staat maar een klant voor de toonbank.

‘De eerste weken na de begrafenis kan het niet op. Plots heeft iedereen je ontdekt, rouwkaartjes, telefoontjes, een bezoekje, mijn man zaliger de hoogte ingeprezen. Maar algauw laat de leegloop van het huis zich alsmaar meer voelen tot je moederziel alleen achterblijft,’ jammerde de vrouw terwijl ze de klant een bundel wortels in de plastiek draagtas dumpte.

‘Ik ken dat gevoel maar al te goed. Een tijd geleden zag ik het aankomen, hij ademde moeizaam door verwijde neusgaten en af en toe zag ik zijn lijfje op en neer gaan alsof hij adem tekort had.’

‘Victor, als ik me nog goed herinner?’

‘Jawel, volgende maand wordt hij vijf jaar. Hij werd in de kliniek opgenomen, daar ging hij helemaal door de scanner. Eerst moest hij nog drie dagen in observatie. Je kent dat, pleisters, prikken, slangetjes. Maar het moet gezegd, hij heeft het allemaal stoïcijns doorstaan, ik ben fier op hem, klagen hoorde ik hem niet. Pas toen wist ik wat het betekent je eenzaam voelen, die leegte, om radeloos te worden. Uiteindelijk stellen ze vast dat hij water op de longen heeft, ten gevolge van een hartklep die lekt. Een deficiëntie van het hartje die hij al van bij de geboorte heeft en nu ontdekt werd. Neen, echt lijden doet hij niet, maar de arts zegt dat hij het niet zal halen. De medicijn kan de aftakeling nog wat afremmen. Als Victor sterft wil ik geen andere hond meer in huis, ik hecht me er teveel aan,’ snikte ze.

Bert-Bertha had in een tijdschrift nog eens iets gelezen over het gevreesde virus, dat zich traag maar zeker verspreidde. Vooral homo’s waren de pineut. Elke vergelijking loopt mank, toch vond ze dat de associatie met vlinders in de grootstad opging. Ze hadden haar verbaasd. Dat kwam omdat een klasgenote uit Brussel bij haar op school zat. Haar ouders vonden het onderwijs buiten de Brusselse chaos hoe dan ook beter. De familie had haar een paar keren uitgenodigd om samen met dochterlief mooie hoekjes van de hoofdstad te verkennen. Het was haar opgevallen hoe de natuur door de torenhoge gebouwen, asfaltwegen, beton, tunnels en bruggen volledig doodgeknepen werd. Haar schoolkameraad had haar naar hun piepklein tuintje achter het huis geleid. Er fladderde een dagpauwoog en een kleine vos over enkele schrale bloemkoppen. ‘Vanwaar zouden die komen?’ vroeg Bert-Bertha zich af. ‘Er zijn duizenden kleine tuinen en parken in de stad. Vlinders kennen dit netwerk van her en der verspreide groenplekken, voor hen is de stad een grote tuin, ze slaan het beton over,’ antwoordde haar klasgenote.  ‘Het Hiv-virus moet iets dergelijks zijn,’ dacht Bert-Bertha. ‘Het slaat de samenleving over en fladdert van mannenkont naar mannenkont.’ Ze had met de homo’s te doen. Er waren beeldmooie jongens bij, mannelijke moordgrieten, enkelen die ze kende waren aandoenlijk kwetsbaar als een tienermeisje, anderen gepolijste binken of ze een atletiekwedstrijd gewonnen hadden. Ze wist dat onder de ‘andersgeaarden,’ zoals ze op zijn vriendelijkst betiteld werden, talrijke intellectuelen en kunstenaars huisden, halfgoden met voelhorens De maatschappij was er nog niet echt klaar mee. Mensen die ergens uit de band sprongen, die niet pasten in het kader van de prehistorische percepties schrokken af. Nog steeds  verlangden vele bedachtzame burgers dat de eigenheid van de flikkers door ingrepen zou veranderen, dat ze zich desnoods tijdelijk in een liminale situatie bevonden die zo vlug mogelijk terug in de vertrouwde bedding moest geleid worden.

Na het avondjournaal zapte Saffier op haar teeveetoestel, een ommezien, elke avond werd je toch maar opnieuw overrompeld door allerlei vreemdslachtige toestanden,  het masseren van een lul, de meest buitenissige toonaarden van zuchten en kreunen, een patiënt in de kliniek wiens voet geleidelijk afstierf, tot een dokter de zalven verving door een nest wriemelende wormen, die het dode vlees opvraten en het afsterven tot stilstand brachten, een Aziatische visser die een krokodil aan de haak sloeg en een kangoeroe die uit een Duitse zoo ontsnapte en met een fiets probeerde weg te komen. Het enige wetenswaardige die avond was dat de winden van de koeien en andere dieren met meer dan een maag de ozonlaag aantastten, ‘ze toeteren lustig met methaangas en krikken het broeikaseffect dramatisch op,’ gekte de commentator. ‘En wij maar ademen,’ huiverde ze. Op de valreep gaf ze nog een uitgeslapen zonderling groot gelijk: ‘De mens is onvolmaakt, waarom heeft hij geen vleugels en kieuwen of vliezen tussen de  tenen?’

Ze kroop in bed. Rustig lag ze naar de muren die door hun neus spraken te luisteren tot buurvrouw Marleine de radio afzette en de onverstaanbare conversaties van het metselwerk stilvielen.  

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!