De strijd van de N-VA tegen de imaginaire vijanden

De strijd van de N-VA tegen de imaginaire vijanden

woensdag 21 mei 2014 16:53

De verkiezingen van 25 mei heeft nooit de belofte van een spannende massasprint in zich gedragen. Quasi iedereen verwacht dat de N-VA komende zondag als een topsprinter de tegenstand het nakijken gaat geven, tenzij je Kris Peeters heet. Maar daar waar de grote sprinters, namen zoals Mark Cavendish of Andre Greipel, kunnen rekenen op een gedisciplineerde trein, is het voor kopman Bart De Wever de laatste weken vaak schipperen op eigen kracht, terwijl zijn werkers hem al te vaak in de wind zetten. Of het nu om Liesbeth Homans, Ben Weyts, Siegfried Bracke of Jan Jambon gaat, de schaduwfavorieten binnen de Vlaams-Nationalisten hebben de laatste weken en dagen getoond over minder strategisch inzicht in de Russische roulette die politieke communicatie is te beschikken. Hoewel.

Liesbeth Homans die, tenzij de Goden echt gruwelijk willen zijn en ons Geert Bourgeois zenden, naar alle waarschijnlijkheid de volgende minister-president wordt, maakte misschien de minst opvallende blunder, die grotendeels in de luwte van de permanente mediastorm, die de campagne 14 is, bleef.  Haar kritiek dat de controle van werkzoekenden niet veel uitmaakt indien je niet mag sanctioneren werd al snel gepareerd door Eric Van Rompuy, die er haar fijntjes op wees dat ook dat door de zo gelaakte zesde staatshervorming naar Vlaanderen komt. De glimlach van Homans die op deze revelatie volgde was veelzeggend. Blijkbaar is de staatshervorming toch niet de lege doos die Homans er probeerde van te maken.

Ook Siegfried Bracke zit ondanks zijn journalistieke ervaring niet om een ongelukkige uitspraak verlegen, hoewel hij zich eerder bezondigt aan een ander soort flater. Hij kiest er, al dan niet bewust, voor om de traditionele achterban van zijn partij, voor wie de Vlaamse ontvoogdingsstrijd nog primeert boven de harde socio-economische lijn, zo nu en dan te schofferen. De Vlaamse Leeuw is volgens Bracke een vodje en taal speelt geen enkele rol in de totstandkoming van de Vlaamse identiteit. Daarmee maakte de vroegere Valère De Scherp zich ongetwijfeld niet populair bij onder meer de Vlaamse volksbeweging, en ook zijn partijvoorzitter moet af en toe eens zuchten van ’s mans brokkenparcours. Toch tonen de peilingen dat Bracke in Oost-Vlaanderen beter stand houdt dan pakweg Francken in Vlaams-Brabant. Het zegt iets over de prioriteiten van het nieuw-Vlaamse kiespubliek.

Ben Weyts richtte zijn pijlen dan weer op het tijdskrediet, dat volgens hem te veel werd gebruikt door mensen die wel eens graag op wereldreis willen gaan. Dat men in het universum van Ben Weyts met 600 euro een wereldreis kan maken, laten we gemakshalve even buiten beschouwing. Dan nog gaat Weyts in zijn kritiek op het systeem volledig voorbij aan het doel ervan. En dat is meer dan een fait divers. De partij ziet langer en harder werken als een morele plicht. Het viseren van systemen die deze ‘arbeid über alles’ mogelijk maakt is dan ook, zeker in een maatschappij met steeds meer depressies en burn-outs, bijzonder eng en wereldvreemd. Het zegt iets over het inlevingsvermogen van het nieuw-Vlaamse kiespubliek.

En ook Jan Jambon, voorzitter van de Diamond Club, schoot zijn hoofdvogel (of kemel) af. Het verkrijgen van een leefloon zou niet langer kunnen indien men spaargeld had, en dan was het indien men zijn huis niet verkocht, en dan de meerdere huizen en ten slotte had hij het allemaal zo niet bedoeld. De massa die in de sociale hangmat zit te luieren moet uit het systeem. Zelfs als je hierin wilt meegaan, is het frappant hoe gebrekkig de kennis is van OCMW-materie bij mensen als Jambon of Weyts. Topbankiers krijgen een gratis bail-out, en toppolitici ondanks hun goed cv ook, terwijl de middelentoets vandaag al in het sociaal-onderzoek verankerd zit. Het zegt iets over de genuanceerdheid van het nieuw-Vlaamse kiespubliek. 

En tot voor kort waren dit  flaters en uitschuivers, ongelukkige uitspraken van mindere goden, die niet over het tact of de communicatievaardigheden van hun grote leider beschikten. Tot de grote leider zelf met de twee voeten vooruit tackelde, ditmaal in de richting van de werklozen. ‘Iedereen met een goed CV vindt makkelijk een job’, zo zei hij laconiek in een land met 500.000 werklozen en 60.000 vacatures. Ook specifieerde hij niet wat soort job dit wel moest zijn. Terwijl Ben Weyts meent dat elke cent die aan tijdskrediet voor wereldreizen wordt gegeven er een te veel is, vinden we het geen probleem om onze hoogopgeleide jongeren te laten poetsen of richting callcenter sturen. Dat is blijkbaar geen kapitaalvernietiging. Na de heisa die ontstond deed De Wever waar hij goed in is. Zeggen dat het zo niet was bedoeld en dat de media zijn woorden hadden verdraaid.

Bovenstaande voorbeelden tonen mooi hoe vernuftig de communicatie bij de N-VA in elkaar zit. Ze delen een kopstoot uit aan bepaalde bevolkingsgroepen, waardoor hun radicale achterban, die ze weg van het Vlaams Belang en richting democratisch nationalisme hebben kunnen weglokken, jubelt en applaudisseert, omdat de heilige huisjes van links worden neergehaald, om vervolgens te nuanceren en soms zelfs te excuseren, om zo de gematigden te overtuigen dat ze toch salonfähig zijn. Ze stellen iets scherp, en nuanceren later, zodat ze op twee benen kunnen hinken en zich toch als dé stem van rechtlijnigheid en consequentie kan profileren.

Het probleem is dat dit clichématig denken niet enkel in de campagne voorkomt wanneer de zoveelste toevallige uitschuiver een feit is. Dit toont het wereldbeeld van de N-VA in al haar glorie en de excessen in onze maatschappij fungeren als fundamenten voor hun ideale beleid. Ze richten zich continu op de uitzonderingen. Zo gaat het minder over de mensen (mét of zonder een goed CV) die voor de zoveelste keer een negatief antwoord krijgen op hun sollicitaties, maar over die verwaarloosbare uitzonderingen die al jaren en jaren een werkloosheidsuitkering krijgen. Zo gaat het niet over al die mensen die door de combinatie gezin-werk en de druk van hun job  uitgeblust zijn, maar over die enkelingen die naar de Bahamas gaan om een liederlijk leven te leiden.

De N-VA ent haar visie en beleid op de Vlaamse grondstroom, niet omgekeerd. Zulke beelden leven inderdaad bij de mensen. Ben Weyts zei gisteren nog in het Vlaams-Brabants kopstukkendebat dat ‘de mensen het gevoel hadden bij te dragen aan een systeem van solidariteit, dat continu misbruikt wordt, waardoor de middenklasse er zelf geen beroep op kan doen wanneer ze het nodig hebben.’ Uiteraard is dit pertinent onwaar, maar het voedt wel het idee bij vele mensen dat het geld inderdaad enkel naar het profitariaat gaat, dat werklozen niet voldoende moeite doen om een job te vinden of dat ambtenaren hele dagen liggen te slapen, terwijl ondernemers zich uit de naad werken. Alles wat uit de mond van Bart De Wever komt is waarheid, zelfs als de cijfers of de feiten hem tegenspreken. Dan is de journalist of criticus in kwestie onpartijdig. De N-VA mag dan wel corresponderen met het buikgevoel van die Vlaamse grondstroom, maar een buikgevoel is nooit een goede basis voor beleid.

Het programma dat verandering voor vooruitgang moet brengen baseert zich op een virtual reality, een samenleving van generalisaties, excessen en uitzonderingen. Het is een vernuftige tactiek. Wie kan er iets op tegen hebben dat er in de sociale zekerheid wordt gesnoeid en dat men strenger omspringt met uitkeringen wanneer er continu op gewezen wordt hoe de middenklasse zich laten pluimen door zij die vanuit hun comfortabele, luie zetel niets bijdragen aan de samenleving? Waarom zouden wij hard moeten werken, als anderen zich in de hangmat van het leefloon nestelen? Wie een systeem voldoende karikaturiseert, en zich daarvoor inspireert bij de clichés die bij ‘de mensen’ zelf leven, kan dit systeem makkelijker afbreken. Zo vormen de N-VA en de Vlaamse grondstroom, geplaagd door een joekel van een solidariteitskloof, een tweekoppig monster dat elkaar voedt. Dat de modale Vlaming zichzelf daarmee in het vlees snijdt is een bedenking die deze mensen niet lijken te maken.

De partij gaat haast op eenzelfde manier te werk als het nieuws, het focust op de uitzonderingen die de regel bevestigen. Maar het grote verschil is dat de uitzonderingen niet worden gekaderd in een breder perspectief, maar net extra onder een vergrootglas worden gehouden. Of het nu over de schabouwelijke filmpjes gaat die ons alleen 300.000 euro hebben gekost, waarop gewone mensen de meest herkauwde clichés op de kijker losliet (de criminele illegaal, de onveilige straten, het tanende onderwijs, de hardwerkende ondernemer), of de poging tot humor van de West-Vlaamse tak van de N-VA, waar men diezelfde clichés nog naar een hoger (feitelijk lager) niveau tilt, de maatschappij die N-VA in de debatten en programma’s naar voren brengt, is een onbestaand hersenspinsel.

Het is makkelijk voor iemand die 6000 euro per maand verdient, om te zeggen dat de armen de tering naar de nering moeten zetten, of iemand die kan terugvallen op een job bij de staatsomroep dat te veel mensen profiteren van het systeem. Het is makkelijk voor succesvolle, welgestelde mensen om te verwachten dat iedereen evenveel discipline heeft, even zelfstandig is en weet hoe een netwerk op te bouwen en te gebruiken om vooruit te gaan in het leven. Maar hoe ver de partij ook mag gaan, hoe hard ze ook vastklampt aan onwaarheden en veralgemeningen, ze heeft enkele dagen voor de verkiezingen nog steeds  de wind in te zeilen. Want wie zich volledig richt op het buikgevoel van de verzuurde Vlaming, kan pas uit de gratie vallen wanneer blijkt dat de uitzonderingen niet volstaan om de beloofde efficiëntie en besparing te realiseren, en dat zij die een beetje werken, sparen en ondernemen even hard getroffen worden als dat imaginaire profitariaat in de virtuele realiteit.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!