De MOL-conferentie in Istanbul: België aan de beurt

De MOL-conferentie in Istanbul: België aan de beurt

maandag 9 mei 2011 21:17
Spread the love

Premier Leterme speechte hier als eerste regeringsleider in de plenaire namiddagsessie. Hij noemde ons land een van de oprechtste en actiefste bondgenoten van de MOL. Dat is, gezien de matige concurrentie, niet eens gelogen. En hij brak opnieuw een lans voor ons strijdpunt de financiële transactietaks. Dat verdient applaus van op de NGO-bank.

EU-lidstaten komen publiek weinig aan de bak in dit soort conferenties. Tijdens de onderhandelingen voert de vertegenwoordiger van de EU het woord. Vroeger was dat vaak het land dat op dat moment voorzitter van de Unie was. Sinds een jaar wordt het roer meer en meer overgenomen door de Commissie en door de externe actiedienst van de Unie onder leiding van de Britse barones Ashton.
Als België zich wil laten gelden, doet het dat dus best vooraf, in de voorbereiding van de Europese standpunten en in de discussie over hoe Europese standpunten in de loop van de onderhandelingen moeten worden aangepast.

Hier in Istanbul kan België alleen publiek optreden in een speech in de plenaire vergadering, en eventueel door een rol als spreker of voorzitter van een officiële thematische ronde tafel of door het organiseren van een of ander zij-evenement.

Doe, doe doe de Tobintaks!

De premier verklaarde zich eerst volledig eens te zijn met wat Barroso, de voorzitter van de Europese commissie, een paar uur eerder in zijn toespraak had gezegd. Gelukkig vertelde Leterme nog enkele andere dingen. De speech van Barroso was immers zwak, defensief en behoorlijk zelfgenoegzaam, net zoals het hele optreden van de Unie in de voorbije onderhandelingsweken.

De eerste minister erkende tenminste nogal cru dat de voorbije plannen onder de maat bleven, zelfs als je de negatieve schok van de voorbije crisissen in rekening brengt.

Hij had het ook over de structurele kwetsbaarheid van de MOL. Een wat overbodige analyse, want structurele kwetsbaarheid is eigenlijk een van de criteria om bij de MOL te horen.

Het was jammer dat de premier in de aanbeveling niet verder geraakte dan een pleidooi voor een aangepaste aanpak per land. We hadden hier graag iets gehoord over ingrijpende maatregelen om financiële crises te voorkomen of om speculatie op voedselprijzen te verbieden.

Volgens de premier moeten de MOL zelf de hand leggen aan een echte ‘developmental state’. Een wat ongewisse term, maar Leterme verwees naar ‘governance‘ op basis van strategische en participatieve samenwerking tussen de staat, het maatschappelijk middenveld en de privésector’. Hij wees op het belang van ‘verantwoording afleggen voor het gevoerde beleid’, op de essentiële rol van parlementen, op het belang van inspraak, mensenrechten, gelijkheid tussen mannen en vrouwen, enz. Kortom, nogal wat juiste woorden, min of meer op de juiste plaats.

Een beetje dubbelzinnig leek zijn oproep tot het overstijgen van louter bijstand en solidariteit voor de MOL, en het aangaan van een echt economisch partnerschap met wederzijds belang.

Ik kan me voorstellen dat zelfs binnen de EU niet iedereen dit op dezelfde manier interpreteert. Al bedoelde de premier dit allicht niet als een pleidooi voor de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s) waarmee de Unie de jongste jaren voor averij zorgt.

Een goed punt vond ik dan weer dat hij een kanttekening maakte bij de nieuwe nadruk op ontwikkelingssamenwerking voor productieve sectoren en infrastructuur. Die was terecht, maar mocht niet bloeien ten koste van onderwijs, gezondheidszorg of reproductieve gezondheidszorg.   

Het leukste en belangrijkste punt blijft voor ons de grote trouw van de premier aan de financiële transactietaks. We citeren even “België blijft overtuigd van de meerwaarde van instrumenten van innovatieve financiering en verdedigt in dat kader de invoering van een belasting op wisselkoersen op het globale of Europese niveau, bestemd voor de financiering van ontwikkelingsdoeleinden en globale publieke goederen”. Goed gedaan. Het is een standpunt dat binnen de Unie alleszins nog niet op algemene steun kan rekenen. En de taks kan in de komende maanden nog alle actieve steun gebruiken.

Een spreker in een lange rij

Premier Leterme was niet de enige op het podium vandaag. In de voormiddag hadden we al het optreden gehad van VN-kopstukken, enkele internationale instellingen, de NGO’s en de privésector.

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon lijkt, met alle respect, meer en meer op een figuur uit madame Tussaud, mét ingebouwde spraaktechnologie. Al onthoud ik uit zijn toespraak wel dat 8 van de 15 vredesoperaties in Minst Ontwikkelde Landen lopen. En dat de MOL in de voorbije 10 jaar goed waren voor 60 procent van de vluchtelingen in de wereld. Je leert alle dagen bij.

De vertegenwoordigster van de Wereldbank sloot hier af met een citaat van Nelson Mandela: “it always seems impossible until it is done”. Maar ze had het waarschijnlijk niet over een zelfde opdracht.
Oud-directeur van de Wereldbank, Wolfensohn, mocht het podium op als lid van de groep ‘wijze experts’ waavan ook Louis Michel deel uitmaakte. Wolfensohn maakte reclame voor hun rapport, maar had het daarnaast vooral over de strijd tegen corruptie.

Een probleem dat hier volgens hem te veel wordt doodgezwegen. En hij haalde zijdelings ook uit naar de NGO’s die uitblonken in goede wil, maar zondigen door zwaar gebrek aan coördinatie.

De Nepalese woordvoerder van de NGO’s gaf een krachtigere speech dan gewoonlijk. Al haalt hij bij ons natuurlijk goede punten omdat ook hij de financiële transactietaks hoog op het prioriteitenlijstje zette.   
Voor de privésector sprak een van de bazen van Coca Cola. Hij voorzag ook voor zijn bedrijf een grote toekomst in de MOL.

De bevolking zal er tussen nu en 2050 immers meer dan verdubbelen tot 2 miljard, met een middenklasse van enkele honderden miljoenen mensen. Het is niet alleen liefdadigheid, zei de man. Hij riep op tot samenwerking tussen overheid, de privésector, en de civiele maatschappij.

Een beetje opgefokt noemde hij dit zelfs de ‘gouden driehoek’
Hij moest trouwens niet erg veel moeite doen om de privésector te verdedigen. Die wordt hier door anderen al genoeg zalig verklaard. Er valt nauwelijks een woord van kritiek. Ik kan makkelijk toegeven dat de privésector een rol te spelen heeft in de ontwikkeling van de MOL.  Maar de positieve rol die de sector zou kunnen spelen, wordt tot nu toe al te vaak overschaduwd door onfrisse sociale, financiële en fiscale praktijken. Ik kom er een van de volgende dagen nog wel eens op terug.

Het meest storend in de woordenvloed van vandaag, vond ik dan nog dat zowat iedereen oproept om het in deze conferentie niet bij ‘business as usual’ te laten. De kaarten zijn intussen nochtans grotendeel geschud, en zelfs met heel veel goede wil haal je dit gevaarte nog moeilijk boven de middelmaat uit. Maar we blijven proberen.

Rudy De Meyer, Istanbul 9 mei 2011

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!