De ‘mamans’ van CSC Kolwezi strijden voor gelijke rechten (verslag uit Katanga – Congo).

dinsdag 8 maart 2011 15:19

Van 22 februari tot 2 maart bezocht een delegatie van ACV KEMPEN de partnervakbond CSC Katanga in RD CONGO – in Lubumbashi, Likasi, Kolwezi en Kipuchi bezochten wij industriële mijnsites,  informele projecten op de  markten, landbouwprojecten en creuseurs ; de gesprekken met syndicalisten van Katanga  waren inspirerend in de strijd voor “waardig werk” en een schrijnende aanklacht aan de eenzijdige economische en financiële globalisering, de schreeuw voor een “sociale globalisering” klinkt door in ons verhaal. Vijftien jaar partnerband met CSC in Katanga leert ons ook het belang van internationale contacten tussen basismilitanten …   – Kris Van Elsen

Mamans CSC KOLWEZI STRIJDEN VOOR GELIJKE RECHTEN VOOR VROUWEN
Vandaag, 8 maart – “Internationale Dag vrouwen” tijdens een gesprek in Kolwezi met de CSC Secretaris  Jacky Makonga gingen we dieper in op de aktie van CSC-vrouwen. Hierbij relaas.
Jacky is geboren in 1965 – na haar studies in internaat in Kambove en Likasi behaalde ze het diploma “‘Handel en administratie” – vervolgens ging ze naar Universiteit in Lubumbashi, maar wegens ziekte van haar vader, was ze genoodzaakt deze studies te onderbreken. Om het gezin financieel te ondersteunen ging ze werken als secretariaatsmedewerkster van een cooperatieve . In  1984 ging ze aan de slag bij Gécamines in de afdeling Boekhouden te Kolwezi.  Zij stelde zich kandidaat als vakbondsafgevaardigde en werd verkozen met 89% stemmen (periode Mobutu  eenheidsvakbond).  Bij de eerste vrije verkiezingen stelde ze zich kandidaat op de lijst van CSC. Ze koos voor een goed gestructureerde vakbond die opkomt voor het belang van “alle” werknemers, en niet voor een kleine lokale vakbond die alleen particuliere belangen dient. De CSC heeft ook een degelijk vormings- en begeleidingsproject  voor de syndicale afgevaardigden  en aandacht voor de syndicale werking met vrouwen. Bij Gécamines (*) verdienen vrouwen een loon van $180 tot $200 per maand, gratis medische zorgen, gratis onderwijs voor kinderen tot middelbaar niveau en krijgen 45Kg maisbloem per maand (voordien was dat 45Kg per gezin, wij hebben gevraagd om dat per tewerkgestelde te geven, opdat ook vrouwen dit voordeel in natura zouden ontvangen).
Vrouw en vakbond, niet vanzelfsprekend in de Congolese samenleving, waar de mannen de dienst uitmaken in het gezin… Vrouwen die syndicaal actief zijn moeten eerst hun man overtuigen over de noodzaak van syndicaal engagement – “ze moet haar syndicale vrijheid kunnen verwerven, de ruimte krijgen om naar vergaderingen te gaan – een vrouw die buitenhuis werkt, en huismoeder is,  en kinderen heeft,  en een man heeft,   en syndicaal actief is… is een duizendpoot “nous sommes des femmes à milles mains”  zegt Jacky.
(Intussen gaat GSM… een afspraak met een school wordt bevestigd – deze namiddag langs komen om informatie te  geven aan meisjes van 16 jaar  over het belang van “bloed geven”…. Jacky is ook promotor van de lokale bloedgeversvereniging – voor haar is dat een vorm van volksopvoeding.  Vroeger moest je betalen voor bloedtransfusie, nu is het gratis, maar, er moeten voldoende “gezonde” bloedgevers zijn – wanneer je bloed geeft, wordt je ook medisch gevolgd, er gebeurt telkens een controle op vijf veel voorkomende besmettelijke ziektes, waaronder HIV/SIDA , geslachtsziektes, hepatitis,,…  op die manier geven ze de jongeren een opvoeding en begeleiding om “gezond” te leven en geen risicovolle sexuele contacten te hebben…)
Terug naar syndicaal engagement van vrouwen. Ook binnen vakbond moet vrouw excellent zijn wil ze gehoord worden : goede opleiding en vorming is daarom noodzakelijk. Vrouwen uitnodigen voor een vergadering is niet vanzelfsprekend – gelet op armoede, moet iedereen na het werk alle beschikbare tijd besteden om bijkomend geld te verdienen voor eten en schoolgeld kinderen…. Naar vergaderingen gaan is dan tijdverlies… zeker voor een vrouw is de zorg voor de familie de absolute prioriteit.  Er is ook veel naijver onder vrouwen, onze eerste opdracht is de onderlinge concurrentie en jaloezie wegwerken door de liefde voor de vereniging te laten primeren. Daarom treden we steeds samen op als ‘csc-mamans’ – het is belangrijk dat we onze eigenwaarde, onze identiteit als syndicalisten in groep kunnen tot uiting brengen…In aanwezigheid van mannen zijn vrouwen dikwijls kwetsbaar – we leren hen opkomen voor zichzelf als vrouw-moeder-syndicaliste.

Enkele voorbeelden van hun aktie bij Gecamines.
Bij de verkoop van de cité-huizen van Gécamines konden alleen de mannen deze huizen verwerven. Een vrouw kon alleen een huis kopen indien ze alleenstaande was. Wij hebben van de directie geëist dat iedereen, ook gehuwde vrouwen die bij Gécamines werkten hun eigen huis konden kopen. Ook een getrouwde vrouw heeft eigen rechten, om deze gelijke rechten te bekomen hebben we twee jaar moeten discuteren met directie. Uiteindelijk hebben we gelijk gekregen.
Wanneer een vrouw in blijde verwachting is ontvang ze 2/3 van het loon (bevallingsverlof is 7 maanden waarvan 8 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum).  Wij stellen”in verwachting zijn is zorgen voor de toekomst, dat is geen ziekte” we vroegen dat ons loon werd doorbetaald in die periode.  Na drie jaar discussie hebben we bekomen dat netto-loon werd doorbetaald in periode zwangerschapsrust.
Bij overlijden van de echtgenoot kan de vrouwen zeven dagen afwezig zijn voor de rouwperiode (in Congo is het zeer belangrijk dat je op waardige wijze het rouwceremonieel viert – de familie van de overleden man komt dan naar de woonplaats) .  Voor een weduwe zijn die eerste weken zeer zwaar omdat ze de volledige zorg voor de familie van de overleden man moet opnemen – we vroegen hiervoor een rouwverlofperiode van 15 dagen ipv de zeven voorziene dagen – we bekwamen 10 dagen rouwverlof bij overlijden van de echtgenoot.  Er wordt ook een overlijdenspremie uitbetaald wanneer man overlijdt – deze bedraagt $ 1.000 – in de Afrikaanse traditie gaat een belangrijk deel van deze premie naar de familie van de overleden echtgenoot. We bekwamen dat deze premie naar de kinderen / wezen en overlevende echtgenote ging.
De belangrijkste opdracht van een vrouwelijke  syndicaliste is andere vrouwen overtuigen van het belang van de syndicale organisatie – vrouwen zijn syndicalist op het werk, maar ook in de leefomgeving, thuis, in de buurt, in de streek… want hun syndicaal engagement is een engagement in het echte leven en in het samen-leven. 

(*)Gécamines is de erfgenaam van de de “Sociéte Generale de union minière de Haute Katanga” , Mobutu heef bedrijf genationaliseerd – het bedrijf  beheert alle grote mijnexploitaties in Katanga – door de exploitatie van koper en kobalt heeft het jarenlang de congolese politiek en adminstratieve elite voorzien van de nodige rijkdommen…. Er werd echter niet geïnvesteerd in de bedrijven, waardoor deze bedrijven met verouderd  van de jaren vijftig-zestig moeten werken.  De voorbij jaren is een zware herstructurering van het bedrijf doorgegaan . Toen werden ook de citéhuizen verkocht aan de werknemers (agenten).  Momenteel worden onderdelen en exploitatiezetels  geprivatiseerd of worden samenwerkingsakkoorden gemaakt met privé-investeerders (vooral uit Azië). Op die manier hoopt men middelen te krijgen om te investeren in infrastructuur in bedrijf en omgeving (wegen). De paternalistische werkwijze (overgeerf van Metallurgie Hoboken-Overpelt) om en wooncités, en onderwijs, en gezondheid te voorzien wordt ook afgebouwd bij  nieuwe investeringen.  In de Congolese realiteit zorgt dit voor een verarming van de bevolking.  

Onderweg naar Kolwezi – Stop in KAWAMA
Op vrijdag 25 februari 2011 reden wij van Lubumbashi naar Kolwezi. Over de bruin-rode weg,  stuk gereden  door overladen vrachtwagens, worden de ertsen vanuit Kolwezi naar Likasi en Lubumbashi vervoerd. Het is regenseizoen, en een namiddagonweer zorgt ervoor dat de piste een rivier wordt !
De terreinwagen van Jean de Dieu,   secretaris van CSC – Conféderation Syndicale de Congo – wroet zich rustig zigzag op de betere rijstroken.  Bij het naderen van Kolwezi houden wij halt in KAWAMA. Duizenden  creuseurs – artsinale delvers, die met schop en handen overal sleuven, tunnels graven om waardevolle mineralen te vinden , vooral kobalthoudende ertsen zijn gegeerd – hebben hier een tentenkamp opgeslagen. Met stokken worden honderden oranje-bruine dekzeilen recht gehouden deze in waterplassen en -poelen om zandrestente verwijderen – de kinderen en meisjes slaan met een beitel op de rotsstukken om de kern van het waardevolle mineraal te vinden. Vervolgens  worden deze in zakken op fietsen geladen en aan de opkopers verkocht – voor enkele dollars ! Die dollars zijn nodig om te kunnen leven.  In het kamp zijn eet- en dranktentjes…. Er is zelf een verwijzing naar een sanitaire tent.   Voor jongeren die geen werk vinden is dit het enige alternatief om te overleven. 
De mineralen van Katanga, bevatten ook radio-actieve stoffen…. De militanten van CSC vertellen ons dat het aantal babys dat geboren wordt met afwijkingen toeneemt…  Want in dit kamp wordt gewerkt en geleefd. Enkele opgetutte meisjes staan langs de weg… aan hun  verzorgde gelakte nagels te zien werken zij niet als “creuseur” . Jean de Dieu spreekt hen aan – Eline vertelt : “ik kom van Lubumbashi, ben 23 jaar en heb twee kinderen – ik heb geen werk – daarom ben ik naar hier gekomen om geld te verdienen – de jongens betalen me enkele dollars voor één uurtje sex en  plezier…. Wanneer ik genoeg geld heb ga ik terug naar Lubumbashi.”  We vragen of ze de risico’s van HIV/SIDA toch kent , … en de gezondheidsrisico’s van contact met radio-actieve stoffen zonder beschermingsmiddelen…. Ze lacht ons toe en zegt “mijn kinderen en ik  moeten eten hebben, ik heb die dollars nodig, ik heb geen andere keuze – wat kan ik anders doen om het nodige geld te verdienen?  !”.  Intussen komt een vriendin erbij staan, ze lacht, en vindt ons symphatiek, “blijven we hier ?” vraagt ze – alsof ze in ons goede klanten ziet voor haar diensten !  Muurbloempjes in grauwe ellende … Je moet even slikken. Als we het gëimproviseerde kampement oveschouwen denk ik spontaan aan de film van Charlie Chaplin “De goudkoorts in Alaska” – de beelden van de duizenden wanhopigen die  in de 19DE eeuw  Europa ontvluchtten – de bittere kou van Alaska trotseerden, in dehoop van korrels goud te vinden en in mensonwaardige omstandigheden leefden ! Maar, dit is de 21STE eeuw – de eeuw van de globalisering – van internet, facebook, gsm, skype…  al die zaken zijn hier  ook  aanwezig… Hier wordt het waardevolle kobalt verhandeld om te belanden in de industriële sites in Azië, Europa en Amerika om onze “informatica-industrie” te voorzien van nodige grondstoffen. De circuits vanuit dit kamp naar de industriële sites zijn moeilijk te traceren.  De opkopers doen zeer geheimzinnig, ze leveren aan verzamelplaatsen in de stad, achter omheinde terreinen liggen de hangars .Meestal Aziatische eigenaars hebben hier nieuwe bedrijfjes neergeplant.  Aangezien de creuseurs niet de juiste waarde van de mineralen kennen, worden ze bedrogen. De grote winsten worden gemaakt door de opkopers en de tussenpersonen. Vele nieuwe, goed afgeschermde bedrijfjes dooen de eerste verwerking van de ruwe grondstoffen ; concentratie van de ertsen , eerste smelting…  Sinds de Gouverneur een verbod heeft uitgevaardigd om ruwe mineralen uit te voeren zijn er enkele concentratie- en smeltbedrijven bijgekomen in Likasi en Lubumbashi.  Hoewel de grens naar Zambia nog vele smokkelroutes kent…  
De Provinciale overheid heeft getracht om de kampementen te ontruimen en de creuseur-activiteiten aan banden te leggen. Er volgde een opstand van de creuseurs. Ze trokken op naar de stad en dreigden alles te plunderen…. Hier  tikt een tijdbom…  Deze kampementen ontruimen, deze activiteiten stopzetten, betekent duizenden jongeren zonder inkomen zetten… Hier smeult opstand.
 

Naaiateliers het alternatief van de mamans CSC Kolwezi.
Bij de mamans van CSC KOLWEZI  vertellen we onze ervaringen en vragen of zij contact hebben met dit kampement.  Vier mamans, onder leiding van Jacky Makonga hebben een programma van reïntegratie van de meisjes.  Vele meisjes breken hun studies af op jonge leeftijd – verlaten de school omdat de familie het schoolgeld niet kan betalen. Deze meisjes dromen ervan dollars te verdienen.  Zonder gezonheids risico’s en gevaren te kennen gaan ze naar de kampementen. Ze helpen bij het wassen van het materiaal of de mineralen. Ze kloppen de mineraalhoudende stenen in kleine stukken om het concentraat te bekomen. Ze vesleuren de zakken naar de opkopers….  Of ze gaan  zicht prostitueren om voor enkele dollars sex te hebben met jonge mijnwerkers.  De CSC mamans, sporen dergelijke meisjes terug op, spreken hen aan om terug naar de stad te komen, bieden hen een scholing aan om een eerbaar beroep te kiezen. Met hun project recuperen zij enkele tientallen meisjes die ze  een confectie-opleiding geven. Met enkele naaimachines proberen ze wonderen te doen. Want wanneer je zelf je panja kan maken, of panja’s op bestelling kan maken verdien je een eer eerlijk, waardig loon.   In discussies met jongeren proberen ze te overtuigen om te stoppen met dergelijke activiteiten  met als argument : “door verblijf in deze kampen wordt SIDA/HIVA verspreid, meisjes zullen vroeg sterven in ellendige omstandigheden, kinderen zullen drager zijn van  het virus , wens je als man verantwoordelijkheid te nemen voor je kinderen, die vroeg wees zullen zijn….?!”.
 

De rol van vakbonden in de ontwikkeling van het land.
Jean de Dieu ziet nog een ander alternatief : er moeten programma’s komen om inensieve landbouw te doen in deze provincie.  Door een beslissing van de Provinciale overheid dient iedere mijnconcessie ook een terrein van 500ha voor landbouw  te gebruiken.  Dat is nodig om voedselzekerheid te voorzien, maar, is meteen ook bron van werk en inkomen. De jongeren creuseurs hebben nu geen alternatief.  Indien er landbouwgronden en aankoop van zaden worden ter beschikking gesteld kunnen ze een eerbaar beroep in de landbouw uitoefenen.  De mijnontginning dient te gebeuren door industriele bedrijven, met nodige installaties en materiaal, gezondheidsvoorzieningen en met arbeidskrachten die een contract hebben en in waardige omstandigheden werken. Dat is meteen een basis om ook een correcte prijs te krijgen voor de grondstoffen opdat de economische ontwikkeling en de sociale ontwikkeling van het land hand-in-hand kan gaan.   Deze boodschap hebben we dan ook in alle contacten vertaald : “er is geen economsiche ontwikkeling zonder sociale ontwikkeling; er is ook geen sociale ontwikkeling , zonder economische ontwikkeling – sociale en economische moeten samen ontwikkelen – dit is meteen de rol van de vakbonden om door sociale dialoog in bedrijf, in regio en provincie en op landelijk en internationaal niveau dit te bekomen… alleen goed georganiseerde vakbonden die in de  nationale en internationale context werken kunnen dat bekomen…”

Maisteelt  het alternatief van de mamans CSC Kipuchi.
De CSC geeft zelf het voorbeeld. De mamans hebben zich georganiseerd in een associatie. Op zondag 27 februari 2011 bezoeken we hun velden.    De mamans van CSC Kipuchi hebben een terrein gehuurd van 100ha. Op dit terrein cultiveren 40 families van CSC een stuk grond .Hoofdteelt is mais (basisvoedsel), aangevuld met bonen en arachidenoten.  Ieder lid van de vereniging “Mamans de CSC KIPUCHI” heeft een perceel van 50 m bij 50 m – dergelijk perceel levert een opbrengst op aan mais dat hen in staat stelt om hun eigen basisvoedsel te voorzien.  De perceleelsgrenzen worden gemarkeerd met de aanplant van bonen en arachide.   Bij goede oogst kan met een deel verkopen op de markt. Deze landbouwactiviteit levert een aanvullend inkomen –  de basis om een inkomen te hebben dat hen in staat stelt om te overleven en de toekomst van hun kinderen mee vorm te geven.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!