Conferentie voor de Minst Ontwikkelde Landen in Istanbul

Conferentie voor de Minst Ontwikkelde Landen in Istanbul

zondag 8 mei 2011 21:52
Spread the love

Conferentie voor de Minst Ontwikkelde Landen (MOL): Istanbul van 9 tot 13 mei 

Binnen de Verenigde Naties is er een categorie afgebakend van Minst Ontwikkelde Landen (MOL). In vergelijking met andere ontwikkelingslanden lijden ze onder een aantal structurele handicaps, die vragen om een specifieke aanpak in het nationaal en internationaal beleid.

Sinds 1981 wordt er om de 10 jaar een grote MOL-conferentie georganiseerd, waar telkens een nieuw actieprogramma wordt goedgekeurd.

Van 9 tot 13 mei vindt in Istanbul voor de vierde keer zo’n vergadering plaats. In de loop van deze week krijgt u af en toe nieuws van Rudy De Meyer die ter plaatse de onderhandelingen volgt. Wie graag van bij het begin goed mee is, kan even het 11.11.11-dossiertje ‘Minst ontwikkeld, minst interessant?’ bekijken. Het is te vinden als bijlage.

Zondag in Istanbul: een luid voorspel voor de NGO’s

Een dag voor de start van de ‘grote’ conferentie, was al de officiële opening van het civil society forum. Elke VN-conferentie heeft de voorbije jaren een parallel forum waar NGO’s en andere sociale organisaties experts opvoeren, standpunten publiek maken of acties voeren.

Het evenement vandaag was alvast niet erg rebels. De NGO-stuurgroep slaagde erin om VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon te programmeren, samen met de Zwitserse voorzitter van de algemene vergadering van de VN , de premier van Nepal, de minister van Buitenlandse zaken van Turkije, enz.

Belangrijke mensen ongetwijfeld, maar niet echt begeesterende sprekers, en ze waren zich angstvallig bewust van de grenzen van de diplomatie. Vier vijf keer hoorden we hoe belangrijk en onmisbaar de civiele maatschappij wel is voor de wereld in het algemeen, en voor dit VN-proces in het bijzonder. Vraag is natuurlijk hoe deze lofzang klinkt als we er niet bij zijn. Maar goed.

Grappig was wel dat de topsprekers te laat opdaagden en daardoor bijna drie kwartier het podium vrij lieten voor een Turkse muziekgroep. Een soort muziekgenootschap met een eeuwenoude geschiedenis, veel trommels en enkele pijnlijk scherp snerpende blaasinstrumenten. Ze kregen alvast veel applaus toen ze het podium verlieten. Een luide muziekstoot telkens als er in de komende dagen onzin opduikt of wanneer het engagement van de onderhandelaars te diep zakt, zou misschien wél nuttig zijn.

Een start op krukken voor de MOL

We recapituleren toch heel eventjes voor wie niet vertrouwd is met het jargon van de Verenigde Naties en de manier waarop daar de landen in categorieën worden opgedeeld.

De categorie van de Minst Ontwikkelde Landen bestaat 40 jaar, omvat ontwikkelingslanden die erg laag scoren op inkomen en  op inzet van menselijke capaciteit (het gaat dan om voeding, gezondheidszorg, onderwijs en alfabetisering).

De MOL scoren erg hoog op economische kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid is er zowel tegenover natuurrampen als t.o.v. economische schokken zoals financiële crises of kelderende grondstoffenprijzen. De MOL zijn intussen met 48, en staan voor ongeveer 900 miljoen mensen. Er zitten uiterst arme landen bij, maar ook enkele landen die vooral veel moeilijkheden hebben omdat ze erg ver van zee liggen, of net heel ver in de oceaan. De groep heet daarom eigenlijk least developed countries, landlocked and small island states.

Sinds 1981 zijn er voor de MOL drie ‘actieprogramma’s afgewerkt. Het recentste werd opgesteld in een grote conferentie voor de MOL in Brussel in 2001. Het ging telkens om heel brede programma’s met ‘speciale aandacht’ voor de MOL op verschillende beleidsterreinen.

Dat gaat dan bijvoorbeeld over een groter aandeel in de internationale ontwikkelingssamenwerking, over verder gaande en snellere schuldkwijtschelding. Of over handelsvoordelen in de vorm van extra markttoegang, uitstel voor het uitvoeren van liberaliseringsmaatregelen, en uitzonderingen op de toepassing van patentregelingen, enz.

Veel plannen dus, maar erg weinig resultaat. Dat heeft te maken met de onwil van het Noorden om voor genoeg middelen te zorgen, met weinig concrete solidariteit van de andere ontwikkelingslanden en met onmacht van of soms belabberd beleid binnen de MOL zelf. 

Tot nu toe geraakten slechts drie landen weg uit de categorie : Botswana, Kaapverdië en heel recent de Malediven. De Malediven lijken het zich bovendien al te beklagen, want de uitgang van de MOL-categorie leidt niet meteen naar het paradijs.

Je blijft relatief zwak, en verliest toch enkele tastbare voordelen.
De MOL-groep zelf ging er ietwat op vooruit. Hun aandeel in de wereldhandel is in de loop van de jaren zowat verdubbeld tot ongeveer 1 procent. Maar het blijft een habbekrats.

Het inkomen van de hele groep, met daarin toch behoorlijk grote landen zoals Bangladesh, is te vergelijken met het nationaal inkomen van België, een lilliputterland met 10 miljoen inwoners.
Daar moet deze vierde Conferentie dus aan verhelpen.

4 D’s voor de minst ontwikkelde landen: Deny, Delay, Dilute, Divide

De voorbereiding van de Istanbul-conferentie verliep moeizaam. De onderhandelingen begonnen laat, verzandden snel in het traditioneel Noord–Zuidsteekspel rond meer middelen aan de ene kant en het oproepen tot beter beleid aan de andere.

Bovendien bleven de besprekingen lang geblokkeerd door een nogal bitsige discussie tussen de ‘oude’ ontwikkelingspartners van de MOL (de EU, de VS en aanverwanten) en de nieuwe groeilanden over wie uiteindelijk moet bijdragen voor de MOL. 

De oude groep zou de ‘nieuwe rijken’ erg graag een deel van de rekening toeschuiven. Het is een krachtmeting die uiteindelijk niet zo veel met de belangen van de MOL te maken heeft.

Aan de vooravond van de conferentie was de frustratie bij de MOL erg groot. Ze hadden het over de 4D’s: deny (ontkennen), want de noordelijke landen erkennen bij de probleemanalyse wel dat er crisissen zijn, maar ontkennen dat het om een echte systeemcrisis gaat die om diepe hervorming vraagt.

Delay (uitstellen) en dilute (doen verwateren) verwijzen naar het op de lange baan schuiven en vaag houden van engagementen en aanbevelingen. Divide (verdelen) slaat op de discussie over de rol van de nieuwe groeilanden, en de pogingen om de eenheid binnen de G77 onder druk te zetten.

Wat ligt er nog op de plank in Istanbul?

Het was zeker de bedoeling van het diplomatencircuit dat tijdens de voorbereiding in New York over het nieuw actieplan onderhandelde om al voor Istanbul een akkoord te hebben. De VN wil graag veel premiers en staatshoofden naar dit soort conferenties lokken om het politiek gewicht ervan te versterken.

Maar de regeringsleiders steken hun hoofd liever niet in een wespennest, en verwachten dat de diplomaten alles vooraf hebben gladgestreken. Dat is voor Istanbul niet helemaal gelukt. Voor grote stukken van de tekst is er wel een voorlopig akkoord, maar er blijft dispuut over de middelen voor ontwikkelingssamenwerking, over handel, en over reproductieve gezondheidszorg (maar dat laatste is op rekening te schrijven van het Vaticaan dat zoals altijd niets met contraceptie en dergelijke wil te maken hebben).

Wij vroegen met 11.11.11 actie op 6 lijnen: geen krachtmeting tussen de oude industrielanden en de nieuwe groeilanden ten koste van de MOL; zo sterk mogelijke aanbevelingen over internationale crisispreventie (met vooral de financiële transactietaks en maatregelen tegen speculatie op grondstoffen en voedingsproducten); concrete toegevingen op prioritaire punten die door de MOL naar voren werden geschoven (met onder andere de vraag naar 0,20 procent van het inkomen van donoren voor de MOL); win-win-maatregelen die de MOL maar ook andere lageinkomenslanden ten goede komen (zoals bijvoorbeeld een onafhankelijk mechanisme om schuldkwijtschelding te regelen); genoeg middelen voor de politieke opvolging van de conferentie; en het vullen van een koffer MOL-maatregelen voor gebruik in onderhandelingen die meer politiek gewicht zullen krijgen in de toekomst (denk maar aan de klimaatconferenties, of aan de opvolgingsconferentie rond duurzame ontwikkeling, 20 jaar na Rio).

Wat er nu al ligt als akkoord levert een compromis rond de formulering van wie nu de ‘partners’ van de MOL zijn. De ontwikkelingslanden wordt om steun aan de MOL gevraagd, maar ze zijn voorlopîg niet opgenomen in een ‘nieuw en globaal’ partnerschap zoals het Noorden wou.

De bijdrage van de G77 (de ontwikkelingslanden) gebeurt onder een aparte rubriek Zuid-Zuidsamenwerking, en er wordt uitdrukkelijk vermeld dat hun steun aanvullend is en niet de gewone ontwikkelingssamenwerking vervangt. Dat twistpunt is (heel) voorlopig van de baan.

Maar voor de rest is de oogst mager. In de opdrachten voor de MOL, en de vraag naar steun van de ‘partners’ zitten wel heel wat interessante dingen. Ze zouden echt voor vooruitgang zorgen als ze werden gerealiseerd. Zo staan er bijvoorbeeld erg leuke dingen in over het inperken en terugbrengen van vluchtkapitaal of het opbouwen van buffers tegen voedseltekort.

Maar hoe men dat zal aanpakken, blijft volledig vaag. Plan 4 lijkt daardoor in hetzelfde bedje ziek als zijn drie voorgangers.

Eisen de MOL een ‘echte’ politieke verklaring?

Men probeert bij dit soort conferenties wel eens de matheid van het actieplan bij te spijkeren met een korte politieke verklaring die de goede voornemens toch wat tanden en politieke spankracht moet geven.

Het voorstel voor zo’n verklaring wordt doorgaans aangebracht door het gastland in samenwerking met het secretariaat van de conferentie. Ik heb het ontwerp vanmiddag gezien. Behalve de intentie om voor 2020 de helft van de MOL uit de categorie weg te krijgen, is de tekst ontstellend zwak.

Je hoopt maar dat de MOL hun conferentie willen redden, dit soort slappe taal niet slikken, en nog voor politiek vuurwerk zorgen. En wat ons betreft mag België daar meer dan een handje bij helpen.  We houden u op de hoogte.

Rudy De Meyer, Istanbul, 8 mei 2011

Rudy De Meyer is hoofd van de beleidsdienst bij 11.11.11, de Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!