Als de woorden zich verzetten

Als de woorden zich verzetten

maandag 6 maart 2017 10:10

Volgens cijfers van de Federatie van Europese Uitgevers is het effect van digitaal printen op het aantal boeken dat er op elk moment kan geprint worden revolutionair. In 2009 zaten er alles samen 8.5 miljoen titels in de actieve catalogus van de publicatiehuizen in Europa, tegen 2014 was dat aantal gegroeid tot bijna 17 miljoen en in 2015 tot 22 miljoen. Het is dus behoorlijk veilig om te zeggen dat we nog nooit eerder in Europa zoveel keuze hadden in wat we willen lezen. De keuze beperkt zich bovendien niet tot Europa, als je morgen een boek over shintoïsme in het klassiek Japans wil hebben dan hoef je maar naar de website van Amazon Japan te surfen, een aantal kliks te plegen en je hebt het ding binnen de week bij je in huis. De kwantiteit aan teksten die op ons afkomen zelfs zonder dat we daar expliciet voor kiezen is ook overweldigend, en steeds vaker hoor ik mensen vertellen dat ze alle mediadragers het grootste deel van de dag negeren of fysiek op afstand houden om even niet overspoeld te worden. De vraag die zich krachtig aan ons opdringt is of we van deze kwantitatieve explosie van de symbolische orde beter geworden zijn, en de specifieke vraag die we hier willen stellen is wat zo een explosie doet voor het politieke wezen dat de mens is.     

Jean-Paul Sartre en Donald Trump: de angst om te kiezen

Jean-Paul Sartre, wellicht de meest iconische filosoof van de vrijheid in de twintigste eeuw, schreef in L’existentialisme est un humanisme, zijn beruchte essay uit 1946, dat de mens veroordeeld is tot de vrijheid. In de tijd waarin hij dat schreef had dat een zeer specifieke politieke betekenis: Europa werd post-WO II verdeeld in ideologische invloedsferen. Zonder ooit zeker te kunnen zijn of zij de juiste keuze maakte moest een mens kiezen tussen diametraal tegengestelde ideologische visies, en die keuze was van het grootste belang, want volgens Sartre had de mens geen essentie en bepaalde haar project volledig wie zij was. Of je nu besloot om marxist te worden of om je volledig in te schrijven in het liberale project van het westen, wat je koos ging volledig je persoon volledig determineren, en dit besef zou volgens Sartre begrijpelijkerwijze voor een flinke portie angst zorgen. De filosoof wist overigens zelf goed genoeg wat het betekende om een positie in te moeten nemen, met zijn existentialistisch humanisme gaf hij onder andere uiting aan zijn afkeuring van de stalinistische interpretatie van Marx en ging hij in discussie met anti-humanistische marxisten zoals Louis Althusser.    

Een vluchtige blik op de gigantische hoeveelheid opinieartikels, lifestylegoeroes en doe-het-zelf-video’s voor de ziel leert ons dat we zelfs na het ten onder gaan van de dominante ideologische tegenstellingen, met de komst van een globalistische wereldeconomie die zowel communistisch China als de hyperkapitalistische VS verenigt, niet verlost zijn van onze keuzeangst. Vandaag moet een groot deel van ons, voor zover we het geluk hebben om tot de middenklasse te behoren, heel de tijd, elke dag een reeks keuzes maken. Waar willen we onze kleren kopen, wat willen we eten, wat willen we lezen, voor wie willen we stemmen, naar welke muziek willen we luisteren, naar waar willen we op reis gaan, waar willen we onze kinderen op school sturen: we lijken inderdaad niets meer te zijn dan een reeks chronologisch na elkaar gemaakte keuzes, of zoals Sartre het formuleerde, een existentie die voortdurend haar eigen essentie moet maken.

Een mogelijke houding in dit klimaat van voortdurende beslissingen is om je keuzes zo lang mogelijk op te schorten, om ze van zoveel mogelijk kanten te bekijken en om dan te trachten om een zo goed mogelijke beslissing te nemen, en om daarbij te beseffen dat er andere mensen zijn die andere tevens waardevolle keuzes maken. Het is de houding bij uitstek van geschoolde middenklassers.

De massale aanhang van Donald Trump, en van andere sterk scorende populisten overal te wereld, lossen het probleem van de keuze van hun kiezers op een andere manier op. Geconfronteerd met de onzekerheid van de wereld, met een hen bedreigende economie, met een verschuivend evenwicht in de samenstelling van de bevolking en met de al omringende angst om in dat klimaat de juiste keuze te maken besluiten zij om niet te kiezen. De paradox die in de vorige zin zit is duidelijk, en wellicht is het juister om te zeggen dat zij kiezen voor de illusie dat iemand voortaan de juiste keuzes voor hen zal kunnen nemen. Belangrijker dan de traditionele tegenstelling tussen links en rechts, tussen progressief en behoudensgezind is de nieuwe dichotomie die uit de schoot van de keuzeangst en de mogelijke reacties van mensen erop voortkomt. Er zijn leiders die benadrukken dat de wereld complex is en dat we nooit kunnen ontsnappen aan onze plicht om het juiste te doen, en er zijn leiders die beweren dat de wereld helemaal niet complex is en dat de problemen makkelijk kunnen opgelost worden als we maar willen. Obama was, welke gebreken hij verder ook mag hebben, een leider van de eerste soort, en Trump is een leider van de tweede soort.         

Joachim Pohlmann en het verlangen naar de echte werkelijkheid

Het is verleidelijk om na deze analyse te vervallen tot intellectuele pedanterie. Zijn de volgers van Trump dan immers niet gewoon dom? Een onbuigzame horde mensen die niet inzien dat de problemen in de wereld zich niet zullen buigen naar de simplismen van een manipulatieve, ééndimensionaal machtsbeluste man, en die om hun angsten te bezweren bereid zijn om de toekomst van de democratie op het spel te zetten? Het probleem met deze vraag is niet alleen dat ze zweemt naar elitarisme, maar ook dat ze er zeer gemakkelijk van uitgaat dat we als we ons maar rationeel opstellen zullen kunnen uitkomen bij betere oplossingen voor de huidige politieke, economische en sociale impasses. Het probleem is niet alleen dat het neo-liberale ideaal van de homo economicus, de mens die rationeel en volgens zijn eigen belang kiest, geen correcte beschrijving is van hoe de meeste mensen keuzes maken maar dat kennis zelf altijd beperkt is en dat technische oplossingen voor complexe problemen altijd op één of andere manier zullen falen. Om hier dieper op in te gaan zullen we moeten kijken naar het verschil tussen postmoderne en moderne opvattingen over kennis.

Joachim Pohlmann, officieel ideoloog van de Vlaams-nationalistische partij N-VA en daarnaast ook schrijver van fictie, wordt door mensen wel eens een postmodernist genoemd. Hij lijkt in een recent opiniestuk het pamflet van Sartre over zijn versie van het humanisme wel te parafraseren:

Wie ik gisteren was, is niet meer; en wie ik vandaag ben, zal morgen niet meer zijn. Ieder individu kan zichzelf creëren – los van elke conventie – naar eigen inzichten en vermogens.

Om duidelijk te zijn: Pohlmann is het niet eens met dit mensbeeld. Even verder heeft hij het over constructen, en zonder deze verder te definiëren verbindt hij er een morele dimensie aan. De man die referenties aan Nietzsche en het postmoderne masker vooral gebruikt om een rookmasker op te trekken ontpopt zich al vrij snel tot een vrij traditionele modernist, althans wat zijn kennisopvatting betreft. De constructen laten aldus Pohlmann toe ons te ontrukken van de werkelijkheid, en zorgen ervoor dat we die geweld kunnen aandoen: ze hebben dus een kwalijk geurtje. De werkelijkheid kan dan maar op twee manieren beschreven worden, juist of als een construct. De keuze is dus eenvoudig, je kiest ofwel voor de juiste beschrijving ofwel voor het construct. Het mag duidelijk zijn dat de juiste beschrijving van de werkelijkheid echter ook een construct is, maar Pohlmann schijnt te geloven dat er ondanks op één of andere manier toch een contact kan zijn met een diepere werkelijkheid, zijn afwijzing van metafysica heeft hem recht in de armen van de metafysica gedreven. In een ander stuk schrijft hij:

We structureren de werkelijkheid aan de hand van ideeën. De werkelijkheid die wij ervaren is steeds een interpretatie. Het is niet de objectieve werkelijkheid. Mocht dat wel zo zijn, dan zouden we allemaal hetzelfde waarnemen en denken.

De onzorgvuldige lezer zal hierin wellicht alweer een postmoderne houding herkennen. We merken tussen haakjes ook op dat een postmoderne houding zeer vreemd zou zijn aangezien de schrijver de ideoloog is van een nationalistische partij, per definitie modernistisch in haar opzet. Wat ons moet opvallen is het verlangen, voor het eerst systematisch geformuleerd sinds Plato en in zijn meest volledige vorm gedefinieerd door Kant, naar de objectieve werkelijkheid onder, achter of boven de ideeën. Er zijn ideeën die de werkelijkheid op een goede manier benaderen, en er zijn ideeën die de werkelijkheid op een slechte manier benaderen.

De ideologen van Trump zien het ook zo, en hier keren we uiteindelijk terug naar het thema van het begin van deze tekst: je hebt echt nieuws en je hebt fake nieuws, en de waarheidswaarde wordt niet zozeer bepaald door de empirische verifieerbaarheid van de dingen die erin beweerd worden, maar wel door de politieke visie van de president. Waarom is Obamacare een slecht plan dat koste wat het koste moet worden afgevoerd? Omdat de cijfers zeggen dat het Amerikaanse volk erdoor benadeeld wordt? Trump geeft geen hol om cijfers, tenzij ze zijn gelijk bevestigen, tenzij ze zijn beeld van de ware werkelijkheid schragen, hij is dus een modernistisch metafysicus in het diepst van zijn gedachten. De keuze van de teksten die hij waar vindt wordt bepaald door wat hij toch al vindt, en in de haast oneindige stroom aan meningen en publicaties van de dag van vandaag is er altijd wel iets dat zelfs de meest abjecte overtuigingen ondersteunt.

 Epistemologische bescheidenheid

Het punt van postmoderne auteurs over de aard van de werkelijkheid en welke functie cultuurproducten erin vervullen wordt vaak verkeerd begrepen. Het basispunt van het postmodernisme over de zijnden, over wat er is, is dat onze bepaling ervan contingent is, dat wil zeggen dat ze tot stand is gekomen op een willekeurige manier en dat ze anders zou ingevuld kunnen worden mocht de geschiedenis anders gelopen zijn. Precies daarom willen de meeste postmoderne filosofen verdere ontologische claims zoveel mogelijk vermijden en focussen ze zich op de veelvoudigheid aan vaak tegenstrijdige interpretaties die een idee kan hebben, los van wat het zou kunnen beweren over een volstrekt niet aan te raken metafysische werkelijkheid. Het postmodernisme gedachtengoed dwingt tot epistemologische bescheidenheid, tot de toegeving dat we waarschijnlijk niets volledig zeker kunnen weten. Het oorspronkelijke wijsgerige basisproject van Socrates liet zich ook al reduceren tot die beschrijving.

Waar de angst om te kiezen regeert is het een volstrekt begrijpelijke reactie om liever niet te veel te focussen op deze complexe aard van onze ideeën. Zogezegd wetenschappelijke studies met conclusies die al op voorhand vastliggen worden besteld bij marketingbureaus en worden gepresenteerd als een diepe voorstelling van wat er echt. “Er zijn misschien wel andere studies, maar we kiezen altijd tot op zekere hoogte om te negeren wat er niet in ons plaatje past, dus fuck ze, zegt men nog net niet expliciet.

Het enige wapen tegen de simplismen, tegen de constructen die reduceren en verdrukken is de volstrekte pluriformiteit en de tolerantie van ideeën die ons vreemd zijn. Niet dus, zoals Pohlmann en Trump schijnen te willen, ons verstoppen in een blinde burcht van hardnekkigheid, maar de vrees tegemoet gaan met een houding van volstrekte volharding in de bescheidenheid van het niet-zeker-weten. Dat houdt in dat we een brede literatuur (met alle vormen van ‘tekst’, ook video, audio en interactieve vormen) nastreven, waarbij we niet op zoek gaan naar wat we toch al vinden, maar dat de waarheid een zoektocht is die per definitie nooit in een ultieme werkelijkheid uit kan komt. Een nadere blik op de gebeurtenissen in juni 2014 in het VK ondersteunt deze gedachte: ongeveer 50 procent van de kiezer ouder dan 65 jaar kozen voor een Brexit, en slechts 10 procent van de 18 tot 24 jarigen. Het geloof in de waarheid kan, zoals Foucault in zijn werk voortdurend beschreef, zowel machtsbestendigend als machtskritisch werken, en de factor die het conservatieve van het progressieve hier onderscheidt is het besef dat we nooit stil mogen blijven staan en mogen blijven rusten bij wat ons de waarheid lijkt op een bepaald moment. Literatuur kan met zijn veelheid aan perspectieven ons deze noodzaak aan een immer blijvende verschuiving doen inzien.

Kom op 16 maart naar het derde literair café van Tumult.fm ‘Als de woorden zich verzetten’ in Vooruit in Gent. Schrijf je in door een mail te sturen naar tumult@urgent.fm

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!