11 juli: een Vlaamse feestdag, een vreemd concept.

11 juli: een Vlaamse feestdag, een vreemd concept.

maandag 11 juli 2016 14:21

Op 11 juli worden de leeuwenvlaggen weer bovengehaald en komt als een oprisping plots onze ‘Vlaamse eigenheid’ naar boven. We vieren de overwinning op de Fransen tijdens de Guldensporenslag in 1302. Hoewel verzwegen door de Vlaamse beweging had deze strijd een groot klassenkarakter: van boeren en ambachtslui tegen tegen patriarchen. Hoe dan ook is deze gebeurtenis in historisch opzicht een te verwaarlozen feit: buiten wat romantiserende lyriek heeft ze geen invloed gehad op onze hedendaagse samenleving. De Vlaamse feestdag is voor mij dan ook een non-event.

De context van een nationale feestdag (eender welke) gaat in mijn ogen uit van een valse veronderstelling dat een volk, omdat men toevallig dezelfde taal spreekt en een aantal gemeenschappelijke culturele gewoontes heeft, dezelfde belangen deelt. Iedere Vlaming is zogenaamd een onderdeel van een organisch geheel dat ‘de Vlaamse samenleving’ noemt. Los van het feit dat er een ongebruikelijk laag percentage van de Vlamingen (5%) iets voelt voor het separatisme, negeert het concept dé grote maatschappelijke tegenstelling en dat is die van klassen. In de praktijk heb je als werkende Vlaming meer gemeen met een Waalse werkmens dan met een Vlaamse werkgever. In een ongelijke klassencontext wordt er niet ‘samengewerkt’ op gelijk niveau aan een ‘uniek Vlaams project’. Immers, we zijn allemaal met elkander de nooit aflatende concurrentiestrijd aan het voeren en zitten opgescheept met een ongelijk hiërarchisch ingebakken model van patroons en loontrekkenden. Het aanwakkeren van nationalistische gevoelens heeft dan in mijn ogen ook als doel om afgeleid te worden van deze primaire maatschappelijke tegenstelling. Het gaat dus niet om de Vlaming-Waal contradictie zoals Vlaams-nationalisten beweren. De ‘spuwende’ opmerking van Vlaams-minister president Bourgeois is dan ook volledig te begrijpen binnen die context: het opzetten van Vlamingen tegen Walen en het miskennen van de sociale problemen. Het Vlaams-nationalisme heeft na de tweede wereldoorlog wel een aantal maatschappelijke bijdragen geleverd (zoals de talenkwestie in Brussel) maar in functie van de ontvoogding van de werkende man is haar rol nihil geweest, en zeker vanaf de jaren ’80 weggevallen. 

Het meest perverse aan het huidige Vlaams-nationalisme is dat het gegroeid is uit de collaboratiekanker met de nazi’s in WOII. Deze ideologische grondslag heeft nog steeds een invloed op Vlaamse beweging waarbinnen extreem-rechts steeds zeer sterk heeft gestaan. Dit wordt door medestanders dikwijls halsstarrig ontkend, maar er doen zich genoeg feiten voor waardoor aan deze “eerlijkheid” – op zijn zachts gezegd – getwijfeld kan worden (bezoekjes aan Sint-Maartensfonds, LePen, het vreemdelingendiscours,…).

Daarnaast is wat men vandaag Vlaanderen noemt een kunstmatig gecreëerde regio met een zeer complexe geschiedenis die diverse heren en meesters heeft gekend en waarbij de regio’s cultureel-historisch sterke verschillen kennen.

De bovengenoemde redenen zorgen ervoor dat 11 juli geen “feestdag” is voor mij. De oproep van Groen (om van de Vlaamse feestdag een feestdag van ‘alle Vlamingen’ te maken) valt bij mij dus in dovemansoren.

Het te ver doordrijven een grondgebonden culturele fierheid plaatst de klassentegenstellingen op de achtergrond en kan leiden tot een pervers gevaarlijke cocktail van haat, angst en antidiversiteit. Iets waar we met zijn allen tegen moeten strijden. Daarom moet de focus liggen op solidariteit, echte democratie en een eerlijke verdeling van de maatschappelijke middelen.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!