Er is nog hoop. Banksy in Palestina. Foto: Heinrich Böll Stiftung
Opinie - Anja Meulenbelt

Zijn wij allen Palestijnen?

Onlangs schreef Amerikaanse professor Jodi Dean over haar reactie op de gebeurtenissen van 7 oktober. Een fascinerend artikel, getiteld ‘Palestine speaks for everyone’. Ik voelde me betrapt, en dat was goed.

woensdag 29 mei 2024 15:35
Spread the love

 

Dean begon haar verhaal niet, zoals bijna iedereen, met een verklaring hoezeer ze geschokt was door de moord op Israëlische burgers. In plaats daarvan schreef ze een lyrisch verhaal, over hoe verrukt ze was toen ze de beelden zag van de Palestijnen uit Gaza die op paragliders door de lucht vlogen, over de hekken van hun gevangenis heen, alsof ze vogels waren, alsof ze vrij waren, en geen gevangenen in een door Israël gebouwd kamp.

Waarom ik me betrapt voelde, was om iets dat ik maar tegen weinig mensen zeg, namelijk dat mijn respect voor het Palestijnse verzet in de afgelopen maanden enorm is gegroeid. Elke woensdag om zes uur kijk ik naar de livestream van Electronic Intifada, een programma van zo’n drie uur.

Een vast onderdeel van het programma is een overzicht, met filmpjes, over hoe het staat met dat verzet. Het levert een beeld dat haaks staat op het nieuws dat Israël ons levert, en dat vaak wordt overgenomen door onze vaderlandse media.

Daar lezen we bijvoorbeeld dat Israël duizenden Hamasstrijders heeft verslagen, en dat ze alleen Rafah nog even moeten doen en dan toe zijn aan de definitieve overwinning.

Mijn respect voor het Palestijnse verzet is in de afgelopen maanden enorm gegroeid

Wie de filmpjes volgt weet dat dat een leugen is. Het verzet werkt in kleine eenheden, meestal niet meer dan drie mensen tegelijk. Ze blijven mobiel, en duiken weer op in de gebieden in de strook waarvan Israël beweerde dat die al ‘opgeruimd’ waren.

Zeker zijn er ook strijders gesneuveld, maar het is opmerkelijk dat die eenheden meteen weer aangevuld worden, dat er geen tekort is aan effectieve wapens – zelf ontworpen en geproduceerd – en dat ze bovendien erg veel moediger zijn dan dan de soldaten van het geavanceerde maar traditionele leger die niet graag hun tanks uitkomen, niet de stegen en de tunnels in durven en het liefst veilig – voor henzelf – bombarderen vanuit de lucht.

Volgens Jon Elmer, inmiddels een grote kenner van het gebruikte wapentuig, is het verzet in de verte niet verslagen. Opnieuw wordt duidelijk wat bij zoveel guerrillaoorlogen is gebleken: verzet tegen onderdrukking en bezetting dat uit de bevolking is ontstaan, is met een traditioneel leger, hoe duur hun bommen ook zijn, en hun tanks, en bulldozers waarmee ze lijken in gegraven gaten gooien, niet te verslaan.

Bij Electronic Intifada durven ze te zeggen waar het op staat: Israël heeft niet alleen de morele oorlog al verloren, ze verliezen ook de militaire oorlog. Dat lezen we niet in de Nederlandse kranten.

En voordat de lezer protesteert: neen, wat dat Israëlische leger wel heel goed kan is Gaza verwoesten en mensen vermoorden. Genocide. Inderdaad.

En om nog een ander protest voor te zijn: nee ik ben geen voorstander van aanvallen op weerloze burgers. Ongeacht of dat Palestijnen of Israëli’s zijn.

Jodi Dean. Foto: Institute of Network Cultures from the Netherlands
Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0

Maar waarover Jodi Dean me aan het denken zette, is hoe ook de mensen die in principe aan de kant van de Palestijnen staan, toch ook de neiging hebben om de Palestijnse bevolking af te schilderen als ‘onschuldig’, want vrouwen en kinderen.

En niet helemaal te weten of ze het wel kunnen maken om zonder excuses achter het Palestijnse verzet te staan, dat in de media en de politiek nog steeds bij voorkeur wordt samengevat de ‘terreurgroep Hamas’.

In ieder geval werd het mij ook kwalijk genomen dat ik een stuk over 7 oktober niet meteen begon met het uiten van mijn ontzetting over de gedode Israëli’s. Maar pas later in het stuk zei dat ik absoluut geen voorstander ben van het doden van burgers.

Mijn vraag was, waar komt die plicht vandaan om eerst te laten weten hoe erg we die aanval op Israël vonden, terwijl ik diezelfde mensen nooit heb gehoord bij de reeks van gruwelijke aanvallen op Gaza, met duizenden slachtoffers onder de opgesloten bevolking, in 2008, 2012, in 2014.

Bij deze aanval was het aantal Palestijnse doden 2251, waarvan de meerderheid burgers. Veel kinderen. Hoeveel mensen weten dat nog?

Jodi Dean is nu geschorst, en wacht op een proces. Toen ze bij de baas kwam, was zijn eerste vraag wat zij had gevoeld toen ze de beelden zag van de aanval op Israël. Wat ze had gevoeld?

Zijn we al zo diep gezonken dat je je niet alleen moet verantwoorden voor de tekst die je de wereld instuurt, maar ook nog wordt gecontroleerd op het juiste gevoel, vroeg ze zich af tijdens een interview op zoom.

Goede en slechte Palestijnen

Daarover doordenkend kom ik tot de conclusie dat we ook hier in Nederland de neiging hebben om de Palestijnen op te delen in goede en slechte Palestijnen. Goede Palestijnen zijn de onschuldige slachtoffers.

Vrouwen en kinderen vooral. Slechte Palestijnen zijn zij die zich verzetten, en dat ook nog gewapend doen, en dan daarbij ook nog over de muur van hun gevangenis heen vliegen naar het land van hun onderdrukkers. En daar op hun beurt slachtoffers maken.

Wat mij al heel lang bezighoudt is hoe Israël, en de Israël-lobby die ook in Nederland behoorlijk sterk is – ja ik weet dat ik hiermee meteen een antisemiet wordt genoemd – bezig zijn om ons Nederlanders voor te schrijven wat we wel en wat niet mogen zeggen en wat we horen te voelen.

Anja Meulenbelt: ‘Nooit Meer Is Nu’. Foto: Youna Mulock Houwer

Ik schreef daar al over in Kwart over Gaza. Hoe, om een actueel voorbeeld te noemen, de herdenking van de Holocaust niet vermengd mag worden met aandacht voor andere groepen dan joden.

Hoe we niet mogen demonstreren als het Holocaustmuseum in Amsterdam mede wordt geopend door de heer Herzog, president van Israël, die er geen moeite mee heeft om te beweren dat het niet nodig is om onderscheid te maken tussen burgers en strijders, nee, de hele bevolking is schuldig.

Hoe we geen slogan mogen gebruiken als ‘From the River to the Sea, Palestine will be Free’, hoewel we daar niets anders mee zeggen dan dat we vinden dat de Palestijnen net zo’n recht hebben op hun vrijheid en hun zelfbeschikking als de joden, zeker in het land van hun voorouders dat hen grotendeels is ontnomen.

En verder mag je wel medelijden hebben met de arme Palestijnen die lijden onder – kies maar uit – de dictatuur van Hamas of het IDF dat Israël moet verdedigen – maar niet, we herhalen, niet, mag vinden dat het Palestijnse verzet, samengevat onder het etiket Hamas, onze solidariteit verdient. Doe je dat wel, dan ben je, ik heb daar ervaring mee, een antisemiet of een Hamashoer.

We kunnen constateren dat dit hoort bij de meest geslaagde successen van de hasbara, de Israëlische propagandamachine. Het verwijt dat je een antisemiet hebt als je kritiek hebt op Israël begint inmiddels te slijten.

Nieuw, nu er een massale studentenopstand gaande is, is om hen te verwijten dat er joodse studenten zijn, daartoe opgetrommeld, die zich nu ‘onveilig’ voelen op de universiteit.

En een hele effectieve is om je te betrappen op sympathie voor het Palestijnse verzet die nooit verzet wordt genoemd maar altijd ‘terreurgroep Hamas’ hoewel we kunnen weten dat het om meerdere samenwerkende groepen gaat.

Vijandbeeld

Natuurlijk werd het geijkte vijandbeeld Hamas op 7 oktober bevestigd. Het zijn geboren terroristen, denken veel mensen, terroristen die niets anders willen en ook nooit iets anders gewild hebben, dan alle joden de zee in drijven.

Als je die mensen vraagt hoe ze aan die overtuiging komen neem ik aan dat ze zich nauwelijks meer herinneren wanneer en hoe ze daar aan kwamen. Maar bijna iedereen zegt het.

Wie de moeite neemt om zich te verdiepen in de geschiedenis van het Palestijnse verzet – maar wie doet dat – komt tot een veel complexer verhaal. Hamas is niet alleen een belangrijke verzetsorganisatie, het is ook de gekozen regering van Gaza, en veel mensen zijn lid van Hamas omdat ze bij de overheid werken, als leraren, politieagenten, ambtenaren.

Behalve dat hebben er binnen Hamas altijd verschillende stromingen bestaan, de richting die – als dat kan – kiest voor onderhandelen, en de richting die – als dat niet werkt – kiest voor gewapend verzet. De richting die op dit moment dominant is, en dat is niet voor niets, is die van de Qassam Brigades die de wapens inzetten.

Jarenlang zijn er pogingen geweest om met Israël tot een langdurige hudna, (staakt-het-vuren) te komen, elke keer afgewezen door Israël. Israël, dat altijd weer beweert dat er met terroristen niet te praten valt, laat keer op keer zien dat er met hen niet te praten valt.

Elke overeenkomst zou vragen om een tegemoetkoming waar Israël niet toe bereid is. Wat niet zo moeilijk is om te begrijpen wanneer we niet vergeten dat het zionisme altijd al maar één doel had: zoveel mogelijk van het land voor de joodse staat veroveren met zo min mogelijk Palestijnen er op. Wel het land, niet de mensen.

Dat wat we zonder overdrijving settler colonialism kunnen noemen: verdrijvingskolonialisme. Uiteindelijk zal geen enkele oplossing die de Palestijnen de zeggenschap over een deel van het land terug zal geven, en die hen beschouwt als een volk dat net zo goed recht heeft op zelfbeschikking, vrijwillig door Israël ondersteund worden.

Als we kijken naar de geschiedenis van nu meer dan driekwart eeuw is er geen andere conclusie mogelijk. Israël wil geen vrede als dat betekent dat ze land op moeten geven. Lees mijn boek, Nooit meer is nu.

Israël wil geen vrede als dat betekent dat ze land op moeten geven

En voor wie mij niet geloven wil dat Hamas uit verschillende stromingen bestaat, en door de jaren heen ingrijpende ontwikkelingen heeft doorgemaakt, lees de auteurs die er studie van hebben gemaakt, zoals Jeroen Gunning, Sara Roy, Khaled Hroub, of voor wie weinig tijd heeft een recent interview met Tareq Baconi van het boek Hamas Contained. (2)

De auteurs verschillen onderling op nuances, maar voor hen allen is het duidelijk: gewapend verzet maakt een onderdeel uit van het Palestijnse verzet, maar de pogingen tot een diplomatieke oplossing evengoed.

Na 7 oktober was de ontzetting groot, en begrijpelijk. Wie had verwacht dat het Palestijnse verzet in staat was om door de technisch geavanceerde barrières te breken, en een aanval te doen, niet alleen op de militaire posten aan de andere kant, maar ook op Israëlische burgers?

Waar kwam deze totale omdraaiing van de verhoudingen opeens vandaan? Antwoord: dat was niet opeens. Maar het Israëlische leger plus de regering hadden niet opgelet. In een lang artikel van James Rosen-Burch (3) wordt beschreven hoe dat kwam: Israël was zelf gaan geloven in het racistische beeld van die achterlijke Arabieren, die wel tot grof geweld in staat zijn, maar niet tot een doeltreffende guerillaoorlog.

Ze hadden ook niet gemerkt dat hun systeem voor het werven van collaborateurs niet meer werkte, en dat het verzet inmiddels een organisatie van contraspionage had opgetuigd.

Er waren wel waarschuwingen geweest, maar die had de regering niet serieus genomen. Dat er behalve al het technische tuig dat de bevolking van Gaza in de gaten moest houden nauwelijks een alert leger rondom Gaza aanwezig was, kwam omdat de regering er van overtuigd was dat ze Gaza onder de duim hadden. Inclusief Hamas.

Uiteraard was de politieke leiding woest, dat ze zo vernederd waren. Hun onoverwinnelijk geachte leger had verschrikkelijk gefaald. Hun idee dat het gelukt was om de Palestijnen in Gaza onderworpen te houden met vooral technische middelen werkte niet meer.

Wie beter had opgelet had kunnen weten dat er geen sprake was van een soort vrede. Al eerder had de VN gewaarschuwd dat de situatie in 2020 in Gaza onleefbaar zou zijn. Het werd 2020 en de situatie was onleefbaar. Maar meer dan wat kleine artikelen in de Nederlandse kranten heb ik daar niet over gezien.

Weinig mensen begrepen wat er broeide. Een langzame dood, een afwezigheid van een leefbare toekomst, werkloosheid en armoede, een langzame voortzetting van de Nakba die zou leiden tot de uiteindelijke vernietiging van Gaza, een enorme wanhoop, het gevoel dat iedereen in de wereld hen had vergeten, daar zag het naar uit. Dan wordt de keuze om liever staande te sterven in plaats van langzaam en liggend weer actueel.

Het mantra in de media

Het mantra na 7 oktober was in alle Nederlandse media hetzelfde: de terreurgroep Hamas had een aanval gedaan op Israël, en Israël moest zich dus verdedigen. Wie het waagde om ‘ja maar’ te zeggen werd meteen afgestraft, onder andere door Rutte die het ongepast vond om er op te wijzen dat de geschiedenis niet op 7 oktober was begonnen.

Dat er redenen waren dat deze aanval had plaats gevonden. Terwijl de Israëlische vlag werd gehesen op het Amsterdamse stadhuis, begon ik na te denken over een antwoord. Het werd een boek, dat ik door mijn ervaren urgentie in drie maanden schreef. Mijn stelling: het is precies andersom. Volgens het internationale recht is Gaza bezet.

Volgens dat zelfde recht heeft een bezettende mogendheid geen toestemming om de bezette bevolking aan te vallen. Het is bovendien afgesproken in dat recht dat een bevolking onder bezetting het recht heeft om zich te verzetten, als zijn daar ook grenzen bij aangegeven. Burgers doden mag bijvoorbeeld niet.

Maar de werkelijkheid – voor wie daar niet stekeblind voor wenst te zijn, is dat het de Palestijnen zijn die de grote noodzaak voelen om zich te verdedigen, om niet geheel ten onder te gaan. En dat noemen we dus geen terreur, maar verzet.

Ook is het voor mij (en inmiddels vele anderen) duidelijk dat we te maken hebben met een verlate kwestie van een specifieke vorm van kolonialisme. En zoals Israëlische historicus Ilan Pappé zegt: de houdbaarheidsdatum van kolonialisme is allang verstreken. (4)

We zijn bij alle reeds achter ons liggende voorbeelden van kolonialisme inmiddels overtuigd dat de strijd voor zelfbeschikking geen terreur wordt genoemd maar een bevrijdingsstrijd. Die bevrijdingsstrijd is vaak wreed en bloedig geweest. Ook het ANC is in de strijd tegen apartheid vaak over de grens gegaan, de Algerijnen, de Indonesiërs, ook zij hadden met de huidige normen aangeklaagd kunnen worden voor het plegen van oorlogsmisdaden.

Zoals ook Hamas nu voor het punt staat dat niet alleen Israël, maar ook zij door het International Criminal Court (ICC) worden aangeklaagd, net als Netanyahu en Gallant, dat uiteraard met een woedende ontkenning van de Israëlische regering die nog steeds het mantra berijdt dat ze niet anders doen dan zich te weren tegen terreur.

En evenzo tot verontwaardiging van veel mensen aan de kant van de bevrijdingsstrijd van de Palestijnen – is die ene misstap echt even erg als die ellenlange en jarenlange overtredingen van ongeveer al het bestaande internationale recht door Israël? En de doden, kan dat ICC niet tellen?

Ik zie de onvermijdelijkheid dat ook het Palestijnse verzet kan worden aangeklaagd. Hamas heeft al laten weten mee te werken met het ICC. Het voordeel is dan in ieder geval dat er misschien eindelijk een onafhankelijk onderzoek kan komen naar de gebeurtenissen op 7 oktober, waar door Israël al behoorlijk over gelogen is. We zullen zien.

De strijd voor een vrije wereld

Dit is waar ik voor pleit. Dat we om te beginnen eindelijk erkennen dat hier sprake is van een bevrijdingsstrijd, een strijd tegen bezetting, tegen kolonialisme, en voor het erkende internationale recht.

Dat betekent dat we ons respect betonen voor het Palestijnse verzet. En dat hoeft niet te betekenen dat we alles wat dat verzet doet goed zullen keuren. Het is niet nodig.

We kunnen allemaal Palestijn worden, zegt Koen Bogaert, docent aan de Universiteit van Gent, die ook onderkent dat we te maken hebben met een bevrijdingsstrijd, een noodzakelijk verweer tegen een genocidale oorlog.

Het is niet voor niets dat het grootste deel van de wereld wil dat de oorlog tegen Gaza ophoudt

Ik ben het met hem eens, en met Jodi Dean, dat het in de eerste plaats gaat om het lot van de Palestijnen, maar niet alleen om hen. Het is niet voor niets dat het grootste deel van de wereld wil dat de oorlog tegen Gaza ophoudt. En dat het protest tegen de daden van Israël nog niet eerder zo massaal was.

Het gaat ons aan. Het gaat ook om de resterende geloofwaardigheid van mondiale instellingen en hun vermogen om mondiale problemen collectief en democratisch op te lossen.

Lukt het niet om Israël tot de orde te roepen, lukt het niet om onze westerse regeringen onder druk te zetten om mee te werken aan het instant houden van het internationale recht, welke garanties hebben andere landen en groepen dan nog om te geloven dat ze beschermd zullen worden?

“De strijd voor een vrij Palestina is ook een strijd voor een vrijere wereld”, zegt Bogaert. “De inzet is een andere wereld. Een gedeelde geschiedenis. Iedereen kan vandaag Palestijn worden. Als we willen”.

Mijn vrienden in Gaza, waar ik al dertig jaar kom, zeiden eens dat ik een Palestijns hart heb. Maar ik weet te goed hoe bevoorrecht ik ben. Ik word niet existentieel bedreigd, zoals zij wel.

Maar ik sta aan hun kant, en aan de kant van het internationale recht. Zo zegt Jodi Dean het: “Niet iedereen kan spreken voor Palestina, maar Palestina spreekt wel voor ons allemaal”.

Meer lezen?

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!