vissers

Mensenhandel in de visserij: vissers getuigen over dwangarbeid

Dwangarbeid in de visserij is een groeiend en wereldwijd probleem. Vooral mannen uit het Globale Zuiden worden verleid met een vast contract en een aantrekkelijk loon, maar eens ze aan het werk zijn blijken de omstandigheden een pak minder rooskleurig, en bovendien is er vaak geen weg terug.

dinsdag 23 januari 2024 16:07
Spread the love

“Het probleem is dat als je uit een Afrikaans land komt, ze weten dat je in feite geen poot hebt om op te staan”, zegt Noel Adabblah.

“Je hebt de juiste papieren niet, je kunt niet naar huis omdat je daar al geld hebt geleend om naar hier te komen… Bovendien wil je het risico niet lopen om het werk dat je hebt te verliezen, hoe slecht het ook is. Ze kennen alle trucjes.”

De 36-jarige man woont momenteel in Dublin, waar hij erin geslaagd is een nieuw leven op te bouwen. Maar eerst was hij jarenlang slachtoffer van wat recente onderzoeksrapporten bestempelen als een wijdverspreid en groeiend fenomeen: dwangarbeid in vissersvloten over de hele wereld.

Wurgcontract

Adabblah, uit Tema in Ghana, en drie vrienden schreven zich in bij een wervingsbureau in hun thuisland om als vissers op boten in het Verenigd Koninkrijk te gaan werken. Ze betaalden het equivalent van 1200 euro om een baan te krijgen en kregen uitnodigingsbrieven en garanties van hun nieuwe werkgevers. Die zeiden dat ze zouden worden opgewacht in Belfast, Noord-Ierland, en ze stemden ermee in om voor al hun documenten en visa te zorgen. In hun arbeidscontracten stond dat de mannen 1000 pond (1170 euro) per maand zouden krijgen en 12 maanden in dienst zouden zijn.

Maar toen ze in januari 2018 aankwamen, werden ze naar het Ierse Dublin gebracht. In de maanden daarna werden ze meegenomen om verschillende klussen te doen in verschillende havens in Ierland, soms ‘s avonds laat met geen idee waar ze heen gingen.

“We dachten dat we naar daar gingen om te zeilen en te vissen, maar toen we aankwamen, zagen we dat de boten niet klaar waren: ze waren in slechte staat en we konden niet vissen, dus de eigenaar van de boten liet ons in plaats daarvan ander werk doen”, vertelt Adabblah.

“Pas na een paar maanden zeiden we dat dit niet was wat we hier kwamen doen. We kregen ruzie over het salaris. Hij zei toen dat hij geen boten had om te vissen en wilde ons ontslaan. Hij zei ons om naar huis te gaan. Maar we weigerden, we hadden een contract getekend van 12 maanden. Hij zei dat hij ons niet zou betalen, maar dat hij kon proberen een andere baan voor ons te vinden bij iemand anders. Maar we antwoordden dat de visa die we hadden alleen golden voor de baan bij hem. Daarop zei hij dat als het ons niet aanstond, we naar huis konden gaan.”

Omstandigheden ondergaan

Het is op dit punt dat veel slachtoffers van dwangarbeid vaak gewoon hun lot accepteren en ofwel naar huis gaan of doen wat hun werkgever wil. Maar Adabblah en zijn vrienden waren vastbesloten om de voorwaarden in hun contract op te eisen en ze namen contact op met de International Transport Workers’ Federation (ITF).

Hun problemen verergerden toen ze daarop ontdekten dat ze niet de juiste documenten hadden voor hun werk.

“We hadden geen idee van het verschil tussen Ierland en het Verenigd Koninkrijk. We dachten dat de papieren in orde waren. Maar toen we naar de ITF gingen, realiseerden we ons dat dat niet zo was”, legt Adabblah uit.

Op dat moment was de Ierse politie verplicht om een onderzoek te starten.

Adabblah, die in Ierland is gebleven en sindsdien werk heeft gevonden in de bouw, zegt dat hij tot vorig jaar niets over de zaak heeft gehoord. “De politie had gezegd dat er niet genoeg bewijs was voor een veroordeling”, zegt hij. Dwangarbeid op zich is geen strafbaar feit in het Ierse wetboek, dus dergelijke zaken worden onderzocht op basis van de wetgeving rond mensenhandel.

Hoewel een veroordeling in zijn zaak uitbleef, is het voor Adabblah duidelijk dat wat hij en zijn vrienden meemaakten dwangarbeid was.

“Ze behandelden ons slecht. Op sommige dagen tot 20 uur per dag. Toen ik een keer ziek was en niet mee kon op de boot, zeiden ze dat als ik het werk niet aankon, ik naar huis kon gaan. Dat soort dingen zeggen ze als dreigement”, aldus de bouwvakker.

De ervaring van Adabblah is verre van uniek onder de arbeiders in vissersvloten wereldwijd. Volgens een recent rapport van de Financial Transparency Coalition zaten in 2021 meer dan 128.000 vissers vast in dwangarbeid aan boord van vissersboten. Volgens de auteurs van het rapport is er sprake van een “mensenrechtencrisis” door dwangarbeid aan boord van commerciële vissersschepen, het leidt namelijk niet zelden tot gruwelijke mishandelingen en zelfs sterfgevallen.

Kwetsbaarheid

“Degenen die migranten inzetten voor dwangarbeid vertrouwen op de kwetsbaarheid van het slachtoffer, diens mogelijke gebrek aan legale status in het land waar ze werken en de afhankelijkheid van een inkomen dat voor hen niet beschikbaar is in hun land van herkomst”, zegt Michael O’Brien, onderzoeker bij de vakbondskoepel ITF.

Mariama Thiam, een onderzoeksjournalist in Senegal die onderzoek deed voor het rapport van de Financial Transparency Coalition, zegt dat vissers vaak niet weten waar ze voor tekenen.

“Meestal is er een standaardcontract dat de visser ondertekent, en vaak ondertekenen ze dat zonder het volledig te begrijpen”, legt ze uit. “De meeste Senegalese vissers hebben een laag opleidingsniveau.”

Als ze dan eenmaal aan het werk zijn, zijn de mannen zo wanhopig om hun baan te behouden dat ze zich neerleggen bij de omstandigheden.

“Alle vissers die ik heb gesproken, vertelden dat ze geen andere keuze hadden dan het werk te doen omdat ze het zich niet kunnen veroorloven om hun baan te verliezen: hun gezinnen zijn van hen afhankelijk”, zegt Thiam. “Sommigen van hen werden geslagen of hadden geen vrije dagen, kapiteins nemen systematisch hun paspoort in beslag als ze aan boord gaan. Als reden daarvoor zeggen ze dat als de vissers hun paspoorten bijhouden, sommigen aan land zullen gaan als ze in Europa zijn en daar illegaal zullen verblijven.”

“In de hoofden van de Senegalese vissers is salaris hun prioriteit. Ze kunnen mensenrechtenschendingen en dwangarbeid tolereren als ze maar loon krijgen”, zegt Thiam nog.

Adabblah bevestigt. Sterker nog: volgens hem stelt die mentaliteit de criminelen in staat om door te gaan met hun misbruiken.

“Het punt is dat veel mensen bang zijn om hun mond open te doen, zelfs als ze echt slecht behandeld worden. Er zijn veel mensen die in dezelfde situatie zitten als ik, of nog veel erger meemaken. Maar als niemand zich uitspreekt, hoe kunnen de criminelen dan worden geïdentificeerd?”, vraagt hij zich af.

Straffeloosheid

Arbeidsdeskundigen zeggen dat de eigenaars van schepen waar naar verluidt dwangarbeid heeft plaatsgevonden, zich verschuilen achter complexe bedrijfsstructuren. Bovendien zijn overheden vaak laks in het leveren van informatie over de registratie van schepen of visvergunningen.

Zo komt het dat degenen die achter het misbruik zitten, zelden worden geïdentificeerd, laat staan gestraft.

“In Senegal wil de overheid geen informatie delen over de eigendomsrechten van boten. Niemand kan er informatie over krijgen: journalisten, activisten… Soms kunnen andere afdelingen binnen de overheid de gevraagde gegevens niet krijgen”, aldus Thiam.

Ook is er vaak een gebrek aan wetgeving om het probleem aan te pakken. Zo werken vissers in Senegal onder een collectieve overeenkomst uit 1976 waarin dwangarbeid niet wordt genoemd.

Slachtoffers ondervinden ook problemen om verhaal te halen in hun eigen land. Klachten bij wervingsbureaus in het thuisland van de vissers lopen vaak op niets uit. Sterker nog: klagen kan zelfs ernstige gevolgen hebben.

“Als je bij de wervingsbureaus klacht indient, zeggen ze gewoon dat je te veel praat en dat je naar huis moet komen om de situatie daar op te lossen. Eens in je thuisland zetten ze je gewoon op een zwarte lijst en krijg je nooit meer werk in de visserij. En dan rekruteren ze gewoon iemand anders”, vertelt Adabblah.

Hoewel Adabblah niet de gerechtigheid heeft gekregen waarop hij had gehoopt, is hij zich ervan bewust dat zijn verhaal beter is afgelopen dan dat van veel andere slachtoffers van dwangarbeid.

Samen met zijn drie vrienden heeft hij een nieuw leven opgebouwd in Ierland en hij hoopt binnenkort te kunnen beginnen aan het proces om genaturaliseerd te worden tot Iers staatsburger.

Hij dringt er bij iedereen die zich in dezelfde situatie bevindt op aan om niet bij de pakken te blijven zitten en contact op te nemen met organisaties zoals de ITF.

“Het is mogelijk dat slachtoffers niet altijd een bevredigende oplossing voor hun problemen krijgen, maar elke zaak die in de media komt, kan op de lange termijn voorkomen dat anderen misbruikt worden”, aldus O’Brien.

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!