Foto: www.sclera.be
Opinie - Katrijn Ruts

Beke en handicap: van de regen in de f(l)op

De wachtlijst voor een persoonsvolgend budget voor personen met een handicap lijkt al jaren een spelletje ‘de uithouder wint’. De nieuwste spelleider Wouter Beke maakt het echter bonter dan ooit en haalt de duizenden wachtende mensen van de wachtlijst waar ze bijstaan. Hij begeleidt de persoonsvolgende financiering verder weg van het recht op eigen regie. Parlement, media en middenveld staan stilzwijgend aan de zijlijn toe te kijken, of zijn met andere dingen bezig?

vrijdag 13 mei 2022 13:16
Spread the love

 

Noot van auteur Katrijn Ruts: Nog even dit, voor alle duidelijkheid: de publicatie van dit stuk was gepland voordat geweten was dat Wouter Beke ontslag zou nemen. Het is geenszins de bedoeling om ‘na te trappen’, wel om een kritische analyse van de afgelopen twee jaar te publiceren, ermee rekening houdende dat het recht op ondersteuning ook in de vorige legislaturen al onder druk stond. 

Het is niet de bedoeling om iemand persoonlijk aan te vallen. Het gevoerde beleid is sinds najaar 2019 echter wel de verantwoordelijkheid van de minister. En vanuit het perspectief van recht op ondersteuning zijn daar wel degelijk fundamentele bedenkingen bij te maken. Nu Wouter Beke ontslag heeft genomen, is het wachten welke richting zijn opvolger zal uitgaan. 

 

Voor veel mensen is de wachtlijst voor ondersteuning nog steeds een ver-van-mijn-bed-show, waar je af en toe eens iets over ziet passeren in een krant of op tv. Totdat je zelf of iemand uit je directe omgeving een handicap oploopt. Dan wordt de zoektocht naar ondersteuning plotseling een dagelijkse overheersende realiteit, een soort van persoonlijke queeste waarbij de meest waarschijnlijke afloop een plaats op de wachtlijst in prioriteitengroep 3 is.

Beduusd blijf je achter want dit wordt de groep met de ‘minst dringende noden’ genoemd. De wachttijd loopt daar op tot (hou u vast) 20 jaar. Naar jouw aanvoelen is je nood echter heel erg aanwezig en dringend (geworden), na eerst een tijd niet te weten wat er mogelijk was, vervolgens een tijd twijfelen of je een aanvraag zou doen, en ten slotte de ellenlange procedure voor de aanvraag zelf.

Een show is het ondertussen wel. Eentje waar je gerust niet als titel ‘de slimste mens’ maar wel ‘de langst wachtende en uithoudende mens’ op kan plakken. Ook voor een ‘slimste mens’ blijft het hele verhaal trouwens moeilijk te volgen. Met de goedkeuring van het decreet persoonsvolgende financiering in 2014 werd het plaatje nog wat ingewikkelder. De mooie doelstelling ‘goed geïnformeerde gebruikers’  van het Perspectiefplan 2020 dat Jo Vandeurzen opstartte in 2010, ten spijt.

The show must go on

Om te voorkomen dat je je in al die jaren op de wachtlijst zou vervelen, of dat het je uiteindelijk zou beginnen te dagen hoezeer men met je voeten rammelt, komen er af en toe een reeks bijkomende hervormingen die het nog net iets ingewikkelder maken en de indruk wekken dat men moeite blijft doen om de situatie op te lossen.

Het aantal mensen dat momenteel nog enigszins begrijpt hoe het hele systeem in elkaar zit, kan je op één hand tellen.

Zelfs voor doorgewinterde parlementsleden, journalisten en vertegenwoordigers van het middenveld is het al jaren moeilijk te volgen. Het aantal mensen dat momenteel nog enigszins begrijpt hoe het hele systeem in elkaar zit, kan je op één hand tellen. Om iemand één van de vele wijzigingen uitgelegd te krijgen moet je eerst 5 pagina’s afkortingen en jargon toelichten.

Good-news-show

Minstens een keer per jaar, namelijk wanneer met extra begrotingsgeld het aantal persoonlijke budgetten stijgt, verkoopt de welzijnsminister een good-news-show. Meer persoonlijke budgetten is positief … alleen zijn de inspanningen verre van voldoende.

De laatste jaren juicht men ook dat men met het geld ‘nog meer mensen kan helpen’. Honderden extra persoonlijke budgetten zijn dan het gevolg van goed uitgekiende bijkomende hervormingen, zo heet het. Jammer genoeg gaat dat zoals met broden. Meer broden bakken uit een zak meel betekent vaak gewoon kleinere broden.

Een mooi staaltje daarvan laat men zien met het Mozaïekbesluit van vorig jaar, waardoor wie een tijd op de wachtlijst stond, zomaar even een nieuwe budgetcategorie kreeg. Mensenrechtenorganisatie GRIP vzw stapte daarvoor naar de Raad van State. De eerste concrete cijfers geven GRIP alvast gelijk en maken duidelijk dat dit globaal genomen zoals verwacht lagere persoonsvolgende budgetten (PVB) oplevert.

Big brother

Steeds weer verandert men de regels, procedures en stelt men weer nieuwe vragen om toch telkens maar weer te checken of het wel echt dringend is.

De show zou ook de titel ‘met je billen bloot voor half Vlaanderen’ kunnen dragen. Steeds weer verandert men de regels, procedures en stelt men weer nieuwe vragen om toch telkens maar weer te checken of het wel echt dringend is, of je er wel echt aan onderdoor gaat, of je wel echt nog steeds die ondersteuningsnood hebt.

Wie op de wachtlijst staat, doet er alles voor om toch maar iets te krijgen en er lijkt geen andere weg te zijn dan steeds maar nieuwe formulieren in te vullen, vragen te beantwoorden, nieuwe procedures te slikken, je privacy op te geven (want wie allemaal leest jouw privé-situatie eigenlijk?).

Van de persoon in nood wordt verwacht dat hij of zij met de billen bloot gaat en geen vragen stelt bij wie het dossier allemaal te zien krijgt en erover oordeelt. Zelf hoeft de overheid daarentegen geen transparant beleid te voeren.

Spelprogramma

Een aanvraag indienen voor een persoonsvolgend budget en op de wachtlijst staan is zoiets als spelen met het rad van fortuin. Maar dan met ongelijke kansen. De ploeg van de wachtenden in prioriteitengroep 1 lijkt op kop te staan, zij moeten immers het snelst hun budget krijgen. Dat gebeurt ook. Voor de twee andere ploegen, prioriteitengroepen 2 en 3, blijft het rad draaien zonder te stoppen.

De automatische toekenningsgroepen (de mensen die geen aanvraag indienden maar die in een bepaalde situatie terechtkwamen die hun automatische toegang geeft tot een budget) zitten aan de kant te applaudisseren, zij zijn sowieso binnen. Ze krijgen sowieso hun budget. (Gelukkig maar, kan je ook wel zeggen).

Dit concurrentiespel tussen mensen die allen een duidelijke ondersteuningsnood hebben wordt al jaren met overtuiging georganiseerd door het welzijnsbeleid.

Vindt u het niet correct of niet ethisch om het zo voor te stellen? Nochtans wordt dit concurrentiespel tussen mensen die allen een duidelijke ondersteuningsnood hebben al jaren met overtuiging georganiseerd door het welzijnsbeleid. Men vergelijkt de mensen op de wachtlijst via telkens nieuwe prioriteitengroepen, prioriteringsregels, prioriteringsprocedures en prioriteringscommissies, in de ijdele poging om de schaarste gemanaged te krijgen.

Het is al jarenlang onethisch hoe men enerzijds vertikt er een echte politieke prioriteit van te maken en anderzijds probeert goed te praten dat men in onze welvaartstaat schrijnende situaties niet opgelost krijgt. Het jarenlange en petit-comité-afwegen van de ene dringende situatie tegenover de andere en het verdedigen van de uitkomst als de meest rechtvaardige beslissing tartte lang alle verbeelding.

Door (althans binnen de prioriteitengroepen) budgetten chronologisch toe te kennen volgens datum van aanvraag heeft men dit mensonterende en absoluut niet onafhankelijke vergelijkingsspel gelukkig een halt toegeroepen sinds 2016. Het was ook gewoon al lang niet meer te organiseren binnen de prioriteitencommissies.

Het gevecht voor erkenning van de ernst van de ondersteuningsnood speelt zich sindsdien vooral af bij de indeling van de persoon in een prioriteitengroep. Groep 3 is het minst dringend, 1 het dringendst, 2 hangt daar tussenin. Daarmee zou je de urgentie van een budget voor mensen in prioriteitengroep 3 wel eens kunnen gaan relativeren. Maar gaat u maar eens met een paar mensen uit die groep praten.

Game over?

Wat zijn eigenlijk de spelregels in onze democratie? Hoe ver moeten mensen braaf het spel meespelen en over hun rechten heen laten lopen? Voor je het weet word je immers gepakt waar je bij staat. Zeker als je behoort tot de ploeg van de meer dan 10.000 wachtenden in prioriteitengroep 3. Of bij die van de 5000 wachtenden in prioriteitengroep 2. Want sinds duidelijk is dat er enkel budget / perspectief komt voor prioriteitengroep 1, heeft huidig welzijnsminister Wouter Beke een nieuwe weg naar de finish bedacht. Geen finish in de zin van ‘eind goed al goed’, maar eerder één van ‘game over voor hun recht op ondersteuning en zelfregie’. Let op.

Het nieuwste spelelement is niet zo origineel maar wel nóg gedurfder. Niet zo origineel want de basis blijft de hardnekkige overtuiging dat er nog rek zit op wat de mensen op de wachtlijst en hun gezinnen aankunnen. Niet zo origineel want men blijft de mantra herhalen dat heel wat mensen het budget niet echt nodig hebben, dat heel wat andere mensen helemaal niet zo véél budget nodig hebben en dat we dus met hetzelfde geld best nog wel méér kunnen doen. Weet u nog, de broden?

Nóg gedurfder, want spelleider minister Beke rekt met zijn ‘Zorginvesteringsplan’ de logica van het decreet persoonsvolgende financiering zo ver op dat de elastiek knapt. Wouter Beke heeft de ambitie laten varen om in deze legislatuur de wachtlijst in prioriteitengroepen 2 en 3 te verkleinen en de wachttijd omlaag te krijgen door de langst wachtenden een budget te geven. Dit is op zich al onaanvaardbaar.

Wouter Beke heeft niet de ambitie om deze mensen het budget te geven waar ze recht op hebben, maar wil dat zo weinig mogelijk mensen aanspraak kunnen maken op een eigen budget.

De minister kan het echter tegelijkertijd niet maken om ‘niets’ doen aan die wachtlijsten in prioriteitengroepen 2 en 3. Daarom heeft hij bedacht dat hij de wachtlijst wellicht kan verkleinen door mensen in prioriteitengroep 2 maar de helft van hun budget dus een deelbudget te geven én door zoveel mogelijk mensen in prioriteitengroep 3 te leiden naar een aanbod van diensten Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH).

De rechtstreeks toegankelijke hulp is beperkte hulp en bevindt zich vóór de toegangspoort naar (een plaatsje op de wachtlijst voor) een persoonlijk budget. De voorzieningen die de hulp bieden worden rechtstreeks gefinancierd door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Het is iets totaal anders dan een eigen ondersteuningsbudget op maat van je noden waarbij je veel meer keuzemogelijkheden hebt om te kiezen wie je ondersteunt, wanneer, waarvoor, waar en op welke manier.

Wouter Beke heeft niet de ambitie om deze mensen het budget te geven waar ze recht op hebben, maar wil dat zo weinig mogelijk mensen aanspraak kunnen maken op een eigen budget. Hij stuurt aan op een grootschalige verhuizing van wachtenden op een persoonsvolgend budget naar wachtenden op rechtstreeks toegankelijke hulp.

In één moeite door bereikt hij daarmee dat deze mensen uit beeld raken voor parlementsleden en instanties die opkomen voor het recht op ondersteuning, want er is geen centrale registratie van wie op rechtstreeks toegankelijke hulp wacht. Zo worden mensen onzichtbaar in de statistieken en zullen in de cijfers ‘de wachtlijsten gedaald zijn’.

Het is nog koffiedik kijken of de minister dit zal aansturen met zachte of harde hand. Zal hij alles uit de kast halen om mensen zelf te doen afzien van het behouden van hun aanvraag PVB en hun plaats op de wachtlijst? Of zal hij via een procedureletruc het proces forceren?

Door een vrij eenvoudige maatregel kan hij in principe honderden mensen van de wachtlijst schrappen en afhankelijk maken van de goodwill en beschikbaarheid van familie, vrijwilligers, thuiszorg en diensten Rechtstreeks Toegankelijke Hulp. De ijskoude opgelegde aanpassing van de budgetcategorieën waarvoor GRIP naar de Raad van State stapte, is wat mij betreft geen geruststellend precedent.

Een gokspel

Het spel om groep 3 naar de exit te begeleiden begint met (weer) een onschuldig lijkende bevraging waarin (nogmaals) gevraagd wordt naar de ondersteuning die ze nu hebben (van familie, vrienden, vrijwilligers, thuiszorg, rechtstreeks toegankelijke hulp) en hoe ze die ervaren.

Beke gokt erop dat een hoop wachtenden wanhopig genoeg zijn om in te gaan om het gehalveerde budget, en zo zullen meedoen als proefkonijnen.

Spelleider Beke gokt erop dat de meeste mensen in prioriteitengroep 3, zonder hier nog van op te kijken, goed meewerken. Dat lijkt vooralsnog ook te lukken. Al 1000 mensen vulden de bevraging in. Ik gok erop dat in de inleiding van de bevraging niet staat dat de bedoeling is om zo veel mogelijk mensen te doen afzien van een eigen volwaardig budget waarmee ze baas zijn over hun eigen ondersteuning.

Een deel van de resultaten van de bevraging zijn nu al voorspelbaar: de spelleider zal aankondigen, met de voorzieningenkoepels op de achtergrond, dat er extra geïnvesteerd moet worden in de diensten Rechtstreeks Toegankelijke Hulp.

Om de mensen in prioriteitengroep 2 genoegen te laten nemen met een half budget gaat hij met een experiment werken. Hij gokt erop dat een hoop wachtenden wanhopig genoeg zijn en zullen meedoen als proefkonijnen. En de anderen? Tja, die zullen het dan wel niet zo dringend nodig hebben zeker als ze deze kans niet grijpen? En u, waar gokt u op?

Laten we de verworven rechten niet zomaar verspelen

Het Zorginvesteringsplan is een brug te ver. Minister  Beke ondergraaft de toch al wankele fundamenten van het decreet persoonsvolgende financiering. De spelleider zelf speelt vals. Hij erkent de uitkomsten van de procedures voor inschaling en budgetbepaling niet, maar past zijn eigen logica toe.

Hij stuurt op een slinkse manier aan op minder keuzemogelijkheden en minder zelfregie voor een grote groep mensen. Want in de rechtstreeks toegankelijke hulp kan je het budget dat voor jouw ondersteuning wordt gebruikt NIET zelf in handen nemen. En een half budget aanbieden zonder je als minister iets aan te trekken van wat ondersteuning kost, is geen duurzame oplossing.

Laat ons ervoor zorgen dat we geen verworven rechten en keuzemogelijkheden verliezen.

Mensen wier financiële, mentale, fysieke en sociale draagkracht op is, belanden van de regen in de drop. Je moet het maar doen als minister voor welzijn, volksgezondheid en gezin. En waar blijft de kritiek van middenveld en volksvertegenwoordigers? Is iedereen verlamd door de wetten van de verdeling van de schaarste?

Afwachten en toekijken aan de zijlijn is een gevaarlijk spelletje. Laat ons ervoor zorgen dat we geen verworven rechten en keuzemogelijkheden verliezen. Er moeten meer financiële middelen komen en zelf je ondersteuning organiseren moet gemakkelijker worden. Het is vervelend om altijd hetzelfde te moeten herhalen.

Er zijn verschillende meningen over hoe het verder moet met het voorzieningenverhaal. Dat is lastig en verdeelt het middenveld. Maar afbraak van de toch al onvoldoende sterke regelgeving om het recht op ondersteuning en zelfregie te garanderen, kan niet de oplossing zijn en is onaanvaardbaar.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!