Het verzet tegen de bezetting heeft zich ook verspreid in Israël binnen de grenzen van 1948. Foto: Yoan Keren/CC BY-SA 4:0
Opinie - Johan Depoortere, Salon van Sisyphus

De taal van de macht spreekt in Palestina

"Dit keer heeft Israël ervoor gezorgd dat Hamas nu de leiding heeft genomen in het Palestijnse verzet, niet alleen in Gaza maar – cruciaal – ook in Israël zelf en op de Westelijke Jordaanoever waar Fatah de greep op de massa’s aan het verliezen is. Waartoe dat hervonden besef van eenheid onder de Palestijnen zal leiden is onduidelijk maar het is voor Israël het ongewenste effect van het gebruik van buitensporig geweld en de taal van de macht." Johan Depoortere overschouwt de gevolgen van de recente golf van repressie tegen het Palestijnse volk.

vrijdag 28 mei 2021 18:47
Spread the love

 

De zoveelste ronde in de oorlog van Israël tegen de Palestijnen is geëindigd met een staakt-het-vuren in Gaza. De tol aan mensenlevens was hoog en zoals steeds sloeg de balans zwaar door in het nadeel van de Palestijnen die meer dan 240 doden te betreuren hadden onder wie 66 kinderen. Aan Israëlische kant vielen 12 doden, twee kinderen.

Israël bombardeerde het gebouw in Gaza met persagentschappen en gezinswoningen. Foto: osps7/CC BY-SA 4:0

Intussen is “de rust” teruggekeerd. Wat die “rust” betekent werd al meteen na het ingaan van het bestand duidelijk: Israëlische politie vuurde traangasgranaten en kogels af op de moslimgelovigen die voor het vrijdaggebed waren samengekomen in de Al Aqsamoskee, precies die plek waar de voorbije escalatie was begonnen.

Voor nog meer “rust” moeten de massale arrestaties zorgen van Palestijnse Israëli’s die verdacht worden van geweld tijdens de confrontaties met extreemrechtse joodse milities in steden als Lydda/Lod, Jaffa, Ramla en andere. Leden van die joodse milities werden grotendeels ongemoeid gelaten: 90 procent van de gearresteerden zijn Palestijnen. 

Het oude normaal

“Rust” betekent vooral een voortzetting van de bezetting, de militaire rechtbanken op de Westelijke Jordaanoever die bijna 100 procent veroordelingen uitspreken tegen Palestijnse arrestanten wegens demonstraties en geweldloos verzet, de normalisering van de apartheid waardoor joodse burgers van Israël geen idee hebben van wat de Palestijnse minderheid in hun land en in de bezette gebieden ervaart, een voortzetting van de dodelijke blokkade die het leven in Gaza nagenoeg onmogelijk maakt.

Terugkeer tot “het normaal” betekent voor de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem méér van hetzelfde: méér uithuiszettingen, collectieve straffen, pesterijen, brandstichtingen en geweld door joodse settlers en invallen door het leger waarbij hele gezinnen, mannen vrouwen en kinderen in het holst van de nacht uit bed worden gelicht en hun woning overhoop wordt gehaald.

Het is dit “normaal” dat vrede in het gebied verhindert. Israël heeft namelijk alle belang bij het voortzetten van de huidige situatie en heeft daarom besloten dat het bij een rechtvaardige vrede niets te winnen heeft.

Zolang een luchtspiegeling als de “tweestatenoplossing” in het vooruitzicht kan worden gesteld, zonder ook maar een stap tot die oplossing bij te dragen, is Israël bij machte feiten op de grond te creëren door nieuwe nederzettingen te bouwen in bezet gebied, gemengde steden in Israël zelf te verjoodsen door Palestijnse bewoners te verjagen en te vervangen door joodse settlers.

Israël betaalt daarvoor de prijs van internationale veroordeling, misschien zelfs strafrechterlijke veroordeling, en de dreiging van een economische boycot, maar het is tot dusver meer dan bereid die prijs te betalen. De status quo levert Israël integendeel steeds meer militaire steun op (38 miljard dollar onder Obama), Amerikaanse veto’s tegen veroordelingen in de VN-Veiligheidsraad en in eigen land de hand over hand toenemende invloed van extreemrechts en het wegdeemsteren van links en de vredesbeweging tot de marginaliteit.


Mahmoed Abbas, leider van het collaboratieregime in Ramallah, in de media de “gematigde gesprekspartner van Israël”. Foto: Gobierno de Chile/ CC BY-SA 3:0

Hetzelfde geldt voor het regime van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever. De “regering” van Mahmoed Abbas kan zich best vinden in de bestaande toestand die de illusie van autonomie hooghoudt en een corrupte politieke klasse de magere vruchten laat plukken van collaboratie met de bezetter. Abbas weet waarom hij verkiezingen tot de Griekse kalender uitstelt.

Voor Hamas is de status quo minder aantrekkelijk. De autoritaire machthebbers en religieuze fundamentalisten in Gaza staan steeds meer onder druk van een jongere generatie die een uitweg zoekt in de vlucht naar het buitenland of in wanhoopsdaden van verzet zoals de wekelijkse demonstraties aan de omheining die Israël van Gaza scheidt in 2018 en die aan ruim 250 geweldloze manifestanten het leven hebben gekost, vermoord door Israëlische scherpschutters.

Sinds de staatsgreep van Abdel Fatah el Sisi in Egypte zeven jaar geleden en diens onverbiddelijke strijd tegen de moslimbroeders is Hamas de belangrijkste sponsor in de regio kwijt. Hamas kwam daardoor geïsoleerd te staan van de soennitische regimes waar het traditioneel bij aanleunde en zag zich verplicht steun te zoeken bij hun sjiïetische aartsvijanden Iran en Hizbollah. De islamistische verzetsbeweging in Gaza ziet alleen heil in de vlucht vooruit.

cover

Ook Hamas heeft immers goed begrepen dat alleen druk van buiten of van onderuit de status quo kan doorbreken. Dat is wat de Amerikaanse auteur en journalist Nathan Thrall overtuigend aantoont in The Only Language They Understand – Forcing Compromise in Israel and Palestine: ”… de recente geschiedenis van de vele mislukte pogingen om tot een duurzaam vredesakkoord te komen in Israël/Palestina. De ‘enige taal’ is niet noodzakelijk die van het geweld, maar van macht in de brede betekenis”. 

The Godfather

Van Suez tot Camp David, van Oslo tot Madrid is zware buitenlandse druk nodig geweest om de opeenvolgende Israëlische regeringen tot toegevingen te dwingen of minimaal territorium prijs te geven. Na de overwinning van de Suezoorlog in 1956 weigerde de toenmalige Israëlische premier David Ben Goerion de Sinaï en Gaza te ontruimen en hij droomde er luidop van grote happen Egypte te annexeren.

President Dwight Eisenhower stelde een ultimatum: als Israël zich niet onvoorwaardelijk uit de veroverde gebieden zou terugtrekken zou Israël alle Amerikaanse hulp en de steun van de Amerikaanse joden verliezen. Een dag na zijn triomfantelijke overwinningsspeech kondigde Ben Goerion de terugtrekking van zijn troepen aan.

Alle diplomatieke toegevingen van Israël kwamen er onder een of ander vorm van Amerikaanse bedreiging met economische sancties (Eisenhower) of het vooruitzicht de militaire hulp terug te schroeven of stop te zetten. President Gerald Ford maakte een nieuwe wapenlevering afhankelijk van terugtrekking uit de Sinaïwoestijn, president Carter dreigde met stopzetting van de militaire samenwerking tenzij Israël zich in 1977 uit Zuid-Libanon terugtrok en James Baker, minister van Buitenlandse zaken onder president George Bush de oudere dwong de toenmalige premier, hardliner Yitzhak Shamir, deel te nemen aan de conferentie van Madrid door een lening van 10 miljard te blokkeren die Israël was beloofd om de toevloed van Russische joden op te vangen.

Van alle presidenten die zich met het conflict hebben gemoeid is de vaak verguisde Jimmy Carter de meest succesvolle geweest. Hij is erin geslaagd een extremist als Menachem Begin te overtuigen zijn handtekening te zetten onder een vredesakkoord met Egypte, geen geringe prestatie, al heeft dat akkoord de Palestijnen weinig heil gebracht, integendeel. Ook Carter dreigde ermee de vriendschappelijke betrekkingen met beide partijen te herzien als ze weigerden een akkoord te slikken waar noch de Israëli’s noch de Palestijnen veel appetijt voor hadden.

Al deze akkoorden en moeizaam afgedwongen territoriale toegevingen gebeurden in het kader van VN-Resolutie 242 die het conflict tussen Israël en de Arabische buren regelt. Voor de Palestijnse bevolking viel er in de diplomatieke strubbelingen bijzonder weinig te rapen. Zowel de Verenigde Staten als Europa zullen ritueel herhalen dat de bezetting van Palestijns gebied illegaal is en ze zullen protesteren tegen de uitbreiding van de nederzettingen.

Moshe Dayan. Foto: WikiMedia Commons

Maar – schrijft Thrall – “deze façade van verzet tegen de nederzettingen is in de praktijk een bolwerk tegen efficiënte druk om ze te ontmantelen. (…) Ze (Amerika en Europa) zijn er wel van overtuigd dat méér machtsuitoefening nodig is om het conflict op te lossen maar ze kunnen er zich niet toe brengen die toe te passen op een staat die het regime van kolonisering, bezetting en landonteigeningen dat ze beweren te bestrijden in stand houdt. 

Wat Moshe Dayan ooit over de Verenigde Staten zei is ook van toepassing op Europa: “Onze Amerikaanse vrienden bieden ons geld, wapens en advies aan. We nemen het geld, we nemen de wapens en we slaan het advies in de wind.

Obama

Het oordeel van Nathan Thrall over het presidentschap van Barack Obama is hard. Zoals voor de Afro-Amerikanen was ook voor de Palestijnen de verkiezing van de eerste (half)zwarte Amerikaanse president een teken van hoge verwachtingen en hoop. Beide groepen werden bitter teleurgesteld.

Het is nauwelijks overdreven te stellen dat de Palestijnen in Obama een potentieel historische figuur zagen die in staat was een einde te maken aan de bezetting.

Op de tweede dag na zijn inauguratie benoemde Obama senator John Michell als speciale gezant voor het Midden-Oosten. Mitchell had eerder in een rapport voorgesteld de bouw van nederzettingen op de Westbank te bevriezen. Obama ontving de Palestijnse premier Abbas in het Witte Huis en ondernam kort daarop een reis door het Midden-oosten zonder eerst zoals gebruikelijk in Israël te landen.

Obama in Caïro op 4 juni 2009. Foto: whitehouse.gov

In Caïro noemde hij de situatie van het Palestijnse volk onaanvaardbaar en hij sprak met gloed over de strijd van de Afro-Amerikanen voor gelijke rechten. In schril contrast met deze voortekens was het resultaat van zijn bemoeienissen met het Midden-Oosten desastreus. “Als één kenmerk Obama’s staat van dienst inzake Israël-Palestina onderscheidt, dan is het dat hij in tegenstelling tot zijn recente voorgangers geen enkele verwezenlijking op zijn naam kan schrijven.

Obama liet zijn ambassadeur in de Verenigde Naties zijn enige veto in de Veiligheidsraad  gebruiken tegen een resolutie die nochtans opriep de bouw van nederzettingen te staken in een woordgebruik dat bijna identiek was met dat van zijn eigen regering.

Obama was guller dan elk van zijn voorgangers in het toekennen van wapens en geld aan de Israëlische regering en in het laatste jaar van zijn ambtstermijn gaf hij zijn fiat aan een besteding van 38 miljard dollar militaire hulp over tien jaar aan Israël, méér dan wat de Verenigde Staten ooit in de geschiedenis aan militaire assistentie aan een ander land hebben uitgegeven. Dat Obama ondanks deze gulheid de bête noire was van de Israëlische premier moet één van de geweldige paradoxen zijn die de geschiedenis rijk is. 

Het krimpende land

Voor de Palestijnen spreekt de taal van de macht luid en duidelijk. Zij en hun Arabische bondgenoten hebben in elke oorlog een pijnlijke nederlaag moeten slikken. De Palestine Liberation Organisation (PLO), nog steeds de officiële vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, werd eerst uit Jordanië en daarna uit Libanon verjaagd. De organisatie leidde een kwijnend bestaan in Tunis tot de akkoorden van Oslo in 1993 Jasser Arafat en Fatah een middel boden om te overleven en terug te keren naar Palestina.

Na elke nederlaag had de PLO de eisen teruggeschroefd tot het heroveren van 22 procent van het historische Palestina maar na Oslo moesten de Palestijnen zich met nog veel minder tevreden stellen: beperkte autoriteit over 165 eilanden op de Westelijke Jordaanoever, omringd door aaneengesloten gebied onder Israëlische controle, samenwerking met de Israëlische veiligheidsdiensten om elk effectief verzet tegen de bezetting te onderdrukken en vrijwel totale economische afhankelijkheid van Israël. Er kwam geen perspectief op Jeruzalem als hoofdstad en het vluchtelingenprobleem werd van tafel geveegd.

Dat Hamas na de recente escalatie de “overwinning” viert kan absurd en cynisch lijken als je de beelden ziet van de verwoeste gebouwen en infrastructuur in Gaza en de doden en gewonden telt. Maar hoewel ze zware klappen kreeg kan de islamistische verzetsbeweging er zich op beroemen dat ze overeind is gebleven, meer nog, dat ze nogmaals heeft bewezen in staat te zijn Israël pijn te doen in tegenstelling tot de rivaliserende regering van Fatah in Ramallah die elk verzet – ook geweldloos protest – in samenwerking met de bezetter onder de knoet houdt.

Hamas kan er ook terecht op wijzen dat in het verleden elke kleine toegeving van Israël in het versoepelen van de blokkade of het uitwisselen van gevangenen afgedwongen is met geweld. In de vorige oorlog, die van 2014, kon Hamas Israël een zware prijs laten betalen voor de poging om met een grondinvasie een einde te maken aan de heerschappij van de beweging in Gaza.

Het kostte het Israëlische leger twee weken en dozijnen gesneuvelde soldaten om het dicht bevolkte gebied van Gaza stad te bereiken waarna de grondoperatie werd stopgezet. Zolang de gevechten in Gaza duurden kondigde Israël geen enkele nieuwe nederzetting aan en toonde het zich bereid tot enkele toegevingen aan de Palestijnse eisen – een resultaat dat de leiders in Ramallah na jaren onderhandelingen niet konden evenaren.   

Als het over de strijd tegen Hamas gaat gebruikt Israël graag de cynische uitdrukking “het gras kort houden:” het beseft dat het niet in staat is Hamas te vernietigen, maar heeft af en toe een oorlog nodig om de dreiging die van Hamas uitgaat beheersbaar te maken, “kort” te houden.

Maar dit keer heeft Israël ervoor gezorgd dat Hamas nu de leiding heeft genomen in het Palestijnse verzet, niet alleen in Gaza maar – cruciaal – ook in Israël zelf en op de Westelijke Jordaanoever waar Fatah de greep op de massa’s aan het verliezen is.

Waartoe dat hervonden besef van eenheid onder de Palestijnen zal leiden is onduidelijk maar het is voor Israël het ongewenste effect van het gebruik van buitensporig geweld en de taal van de macht.

 

Deze tekst is een overname van het Salon van Sisyphus.

Nathan Thrall. The Only Language They Understand – Forcing Compromise in Israel and Palestine. Metropolitan Books, New York, 2017, 336 pp. Paperback ISBN  978-1250303899. E-book ISBN 9781627797108

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!