Auteur E-book 'Shopdown' Sarah Vandoorne. Foto: Julie Scheurweghs
Interview -

‘Shopdown’: hoe covid ongenadig inhakt op arbeiders textielindustrie

De coronacrisis heeft nog eens extra bewezen dat de textielindustrie allesbehalve sociaal- en milieurechtvaardig is. Grote kledingmerken zoals onder andere C&A en Primark annuleerden (ook reeds gemaakte) bestellingen in landen zoals Bangladesh, waardoor vijftig miljoen arbeiders zonder loon kwamen te zitten. Sarah Vandoorne werpt in ‘Shopdown’ een blik op de impact van de coronacrisis op de textielindustrie en laat tegelijkertijd zien hoe het beter kan.

woensdag 29 juli 2020 13:50
Spread the love

Het begint allemaal bij de (grote) merken zoals onder andere H&M, C&A en Primark. Tijdens de eerste lockdown annuleerden zij bestellingen en weigerden ze reeds gestikte kleding te betalen. Sommige fabrieken moesten hierdoor permanent de deuren sluiten, andere tijdelijk. Verschillende fabrieken bleven ook gewoon draaien, met een groot gezondheidsrisico voor de arbeiders tot gevolg. Freelance journaliste Sarah Vandoorne specialiseert zich al vijf jaar in de textielindustrie en heeft net haar eerste boek in eigen beheer uitgebracht. In het E-book ‘Shopdown’ vraagt ze zich af of de textielindustrie een soort van Booking.com geworden is waarbij je op het laatste moment je reservering kan terugtrekken. Ze vroeg verschillende mensen naar hun mening over het worst en best case scenario voor de textielindustrie en wat zij denken dat er echt staat te gebeuren.

Cover E-book ‘Shopdown’

Wat maakt de grote kledingmerken zo machtig en productielanden zoals Bangladesh zo aantrekkelijk?

Een land zoals Bangladesh haalt tachtig procent van zijn buitenlandse inkomsten uit de textielindustrie, ze zijn er heel afhankelijk van. Voor de grote bedrijven zijn productielanden, vanwege export processing zones waar ze geen belastingen op export moeten betalen, dan weer heel voordelig. Er is bovendien een echte race to the bottom aan de gang, waarbij bedrijven simpelweg het productieland kiezen dat hen het meeste voordelen biedt, zodat ze zo veel mogelijk kunnen produceren aan een zo laag mogelijke prijs. Ze hangen vast aan het business model van fast fashion en verkopen t-shirts aan twee euro per stuk. De lonen van de arbeiders stijgen zogezegd wel, maar hun targets liggen ook steeds hoger, wat betekent dat ze nòg harder moeten werken.

En nu zijn vijftig miljoen werknemers door de coronacrisis in levensgevaar?

Dat is een berekening van het Centre for Global Workers’ Rights. In Bangladesh werken vier miljoen mensen in de textielindustrie en is zogezegd de helft in levensgevaar door te lage en uitblijvende lonen wegens de coronacrisis, maar wie zegt dat ze dat niet allemaal zijn? Er werken ook veel mensen voor onderaannemingen en die arbeiders blijven onzichtbaar.

Thuisarbeiders bijvoorbeeld, zouden het hardst getroffen zijn door de crisis. Zij zijn de grootste verliezers, omdat ze niet tegen de fabrieken kunnen protesteren om hun loon op te eisen en de merken te bereiken, want ze hebben eigenlijk niets met de fabrieken te maken. Ze zitten thuis en hun situatie is nog precairder. Deze informele werkers staan onder geen enkele bescherming. Ze moeten elke keer naar een fabriek gaan om een stash onderbroekjes te gaan halen en werken thuis aan de afwerking ervan. Zij zijn ‘zelfstandigen’ en worden betaald per stuk. Verschillende fabrieksarbeiders konden daarentegen wel protesteren. Een initiële reactie zou zijn dat dat gevaarlijk is, maar zij moeten de keuze maken tussen bezwijken aan het virus of aan honger, dat is kiezen tussen pest en cholera.

Er zijn ook fabrieken die weer geopend zijn. De arbeiders doen gewoon verder en proberen er het beste van te maken. Het zijn dezelfde onmenselijke toestanden die al jaren aan de gang zijn, maar nu met een extra risico vanwege corona. De eerste coronacijfers uit de fabrieken klinken niet extreem dramatisch, maar er wordt ook amper getest.

Arbeiders hebben geen enkel sociaal vangnet door hun extreem lage lonen. Ook de overheid in productielanden voorziet geen sociale zekerheid. Is daar een best case scenario voor?

Een van de mensen die ik bevraagd heb voor het boek, is Marlese von Broembsen, juridisch directeur bij WIEGO. Dat is een ngo die opkomt voor de rechten van thuiswerkers. Zij hoopt op een soort van permanent fonds, waarin merken bijdragen aan de sociale zekerheid van de landen waarin ze produceren. Dat idee kreeg ze van de bouwsector in India, dus het is niet compleet ondenkbaar. Natuurlijk zou het wel beter zijn moest de wereld zodanig op orde zijn, dat de overheden zo een systeem zelf zouden (kunnen) implementeren. Nu kunnen ze dat in productielanden niet, omdat de meeste winst naar de bedrijven in het Noorden gaat. De kledingbedrijven betalen zo schandalig weinig belastingen, zodat er in de productielanden geen reserves zijn om een sociale zekerheidssysteem op te zetten.

Verschillende experten zeggen in ‘Shopdown’ dat een boycot langs consumentenzijde geen goed idee is omdat de arbeiders dan zonder werk zouden vallen. Zou een boycot langs productiezijde echter wel kunnen resulteren in betere werkomstandigheden?

Als ze dat in één land doen, verhuizen kledingbedrijven naar een ander productieland. Of het zou moeten gaan over vakbondswerk over de grenzen heen, nog zo’n best case scenario waar ik onlangs over geschreven heb, waardoor arbeiders wereldwijd tegelijkertijd verandering zouden eisen. De textielarbeiders zijn trouwens ook heel afhankelijk van hun job, dat heeft de coronacrisis nog eens extra bewezen. Ze kunnen niet zomaar ergens anders aan de slag. Mede door de overbevolking in bijvoorbeeld Bangladesh, staan er meteen andere mensen klaar om het werk over te nemen. Een textielfabriek is daarbij ook heel gemakkelijk te verplaatsen, de basis ervan kan snel geleverd worden. Een gezamenlijke stillegging van het werk is een heel mooi idee, maar dan moet het overal tegelijk gebeuren.  

De focus mag overigens niet alleen op de textielindustrie liggen, want er zijn zo veel andere sectoren in landen zoals Bangladesh waar de werkomstandigheden onmenselijk zijn. Het verschil is wel dat textiel tastbaar is voor ons, het misbruik in die textielfabrieken hangt samen met de merken waarbij wij onze kleren kopen, waardoor het echt ontoelaatbaar is.

Kunnen de vakbonden voor een deel de belangen van de arbeiders behartigen? 

In de productielanden zijn er vaak lokale vakbonden die samenhangen met specifiek één bedrijf of fabriek. In de fabrieken zelf worden mensen geronseld om deel te nemen aan de vakbond die hoort bij die fabriek. Als er dan een meerderheid is, kan er voor verandering gestreden worden. Die vakbonden krijgen echter veel tegenwerking en het verrichte werk van een vakbond, zoals afgesproken minimumlonen en andere werkregels en voorwaarden, kan gemakkelijk verloren gaan. Als een fabriek wegens de coronacrisis tijdelijk sluit en onder een nieuwe naam opnieuw opent, verdwijnt ook de vakbond. Tijdens de crisis wordt dat natuurlijk nog erger, omdat veel fabrieken moeten sluiten.

Hoe sterk de vakbond in een fabriek staat, hangt verder ook af van stad tot stad. Voor mijn onderzoek ben ik onder andere in Indonesië geweest, daar zag ik dat de vakbonden in West-Java relatief sterk staan. In de ene stad is het maandloon iets meer dan honderd euro en in een andere stad bijna driehonderd. Er zijn daarom ook processen aan de gang om fabrieken naar Oost-of Midden-Java te verplaatsen vanwege de zwakkere vakbonden en lagere lonen. In India zwakt de overheid nu ook, omwille van corona, de arbeidswetgeving af. De overheid heeft er besloten (voor alle sectoren) dat het aantal uren werk per dag of week wordt opgetrokken, totaal in strijd met de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie. Ze willen er gewoon de economie opnieuw versterken. Of mensen ziek worden of niet, de economie wint van de mensen.

In het E-book staat dat EU-Commissaris voor Justitie Didier Reynders eind april beloofd heeft werk te zullen maken van de due dilligence-wetgeving, waarbij bedrijven verplicht zijn om mensenrechten en milieunormen te beschermen in de volledige textielketen. Denk jij dat die wetgeving voldoende is om verandering te brengen?

Er moest al langer meer wetgeving zijn. Deze crisis heeft nog eens extra aangetoond dat dat broodnodig is. Didier Reynders heeft inderdaad gezegd dat de due dilligence-wetgeving er zal komen, maar dat zal niet van vandaag op morgen gebeuren. Ik vond het boeiend om voor mijn boek aan experts te vragen of ze denken dat die wetgeving voldoende zal zijn, hoewel de meesten er vrij pessimistisch op gereageerd hebben. Professor Jan Orbie, directeur van het Centrum voor EU-studies aan de UGent, denkt bijvoorbeeld dat de wetgeving enkel van toepassing zal zijn op een aantal bedrijven en de juridische verantwoordelijkheid vaag zal blijven. Hij verwijst naar een ambitieuzer VN-verdrag over Transnationale Bedrijven en Mensenrechten uit 2014, waarbij de EU tijdens de onderhandelingen steeds terughoudend was. Hij zegt in het boek ook dat hij denkt dat de echte veranderingen onder andere van de kritische consument zullen komen.

Veel regeringen wachten bovendien op Europa. Onze Belgische en Vlaamse regering zijn al een paar keer op de vingers getikt door onderzoekers van de KU Leuven omdat ze zo sterk achterop hinken op vlak van initiatieven wat de wetgeving voor de textielindustrie betreft. Er moet niet alleen een signaal vanuit Europa komen, maar het moet ook tanden hebben.

Over de kritische consument gesproken, hoe kan die bewuster worden?

Uiteindelijk zou er een hele systeemverandering moeten komen, zullen we op een heel andere manier moeten consumeren. Hoe maak je anderen daar warm voor? Ik denk dat we mensen eerst en vooral kunnen bereiken door middel van alternatieven. Door duurzame kledij en tweedehandskledij aantrekkelijker te maken, meer op de voorgrond te laten treden, zullen consumenten zich ook vragen beginnen te stellen over de rest van hun kleerkast. Niet alleen de alternatieven zullen de oplossing bieden natuurlijk: er is ook effectieve wetgeving nodig om verandering af te dwingen. Maar die komt er nu eenmaal sneller als meer consumenten, meer burgers mee zijn in dit verhaal.

In Leicester, iets minder ver van ons bed, moesten de textielarbeiders van het kledingmerk Boohoo, ondanks covid-19-symptomen, blijven werken. Hoe kan zoiets gebeuren in Europa? Denk je dat het merk daar mee gaat wegkomen?

Textielarbeiders verdienden bij Boohoo ongeveer drieënhalf pond per uur, terwijl het minimumloon in het Verenigd Koninkrijk iets minder dan negen pond is. De wanpraktijken in het bedrijf werden al jaren aangekaart. Nu pas, na een rapport van Labour Behind The Label en een artikel in The Sunday Times, moet het merk er de gevolgen van dragen.

De waarde van het bedrijf is ondertussen tot de helft gedaald en aandeelhouders en bepaalde platformen laten het merk nu ook vallen. Dat is hoopvol, maar de vraag is of er eerst zo veel slechte publiciteit nodig is voordat er iets gedaan wordt? Een deel van de mensen, aandeelhouders en merken die Boohoo nu laten vallen, doen trouwens hetzelfde en ze blijven er steeds mee wegkomen. Als voor elk bedrijf eerst twintig rapporten de wantoestanden moeten bewijzen, gaat het nog lang duren voor het systeem verandert.

Het zou bovendien kunnen dat de productie van Boohoo nu gewoon naar buiten Europa verplaatst. Dan zet het merk zijn praktijken eenvoudigweg verder, met nòg minder controle.

Zou een lokale, bijvoorbeeld een in Europa gevestigde, productie een oplossing kunnen zijn?

Het lokale wordt veel vooruitgeschoven als een oplossing, maar het is niet de bedoeling dat je alles weghaalt uit landen waar je zodanig lang alle arbeids- en milieurechten aan je laars gelapt hebt. Eerst moeten er, in elk deel van de keten, waardige arbeidsvoorwaarden komen. We zijn het die mensen echt verschuldigd na al die jaren fast fashion. Alles naar Europa verplaatsen gaat niet helpen.

Kleine ondernemers kunnen natuurlijk wel het alternatief bieden en met reststromen te werk gaan. Die lokale alternatieven gaan dan misschien meer gewaardeerd worden en zo komt er wellicht meer bewustzijn. Maar zoals ik eerder al zei is er een hele systeemverandering nodig en alternatieven alleen zullen daar niet voor zorgen.

Kijk je positief naar de toekomst? Denk je dat de coronacrisis toch bewustzijn en  veranderingen teweeg gaat brengen?

Ik moet wel, maar eerlijk gezegd: ik ben nog nooit zo pessimistisch geweest over de sector als nu. Dat is ook de reden dat ik dit E-book wou schrijven. Ik hoop op de een of andere manier een positief, alternatief perspectief op de toekomst te kunnen werpen. Ik heb geprobeerd zo veel mogelijk kennis over de industrie en deeltjes hoop samen te brengen. Het kan niet dat zo veel mensen voor niets hun job verloren hebben en ziek gevallen zijn.

 

Meer informatie over het E-book ‘Shopdown’ vind je hier: https://ontketening.be/e-book/

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!