Bron: Wikimedia Commons
Opinie, Economie, Samenleving, België -

Armen en middenklassen, wie is wie?

Francine Mestrum ziet geen heil in een apart anti-armoedebeleid. De enige echte oplossing is de ontwikkeling van een systeem van sociale zekerheid dat iedereen gelijke kansen geeft, arm én middenklasse. Armoede als een apart probleem behandelen is fout. Trouwens, wat is armoede eigenlijk? Er bestaat niet eens een sluitende definitie.

dinsdag 23 april 2019 13:15

Toen ik zo’n twintig jaar geleden mijn eerste onderzoek naar het mondiale verhaal over armoede afsloot, schreef ik dat de onvermijdelijke slachtoffers van het nieuwe sociaal paradigma de middenklassen zouden worden. We zijn al enkele decennia lang op weg naar een gedualiseerde maatschappij met een grote groep mensen die onder of net boven de armoedegrens leeft en een kleine groep rijken die er ver boven zit en zich niet inlaat met de armen. Vandaar dat ik er altijd voor gepleit heb om te focussen op een universele sociale bescherming in plaats van op armoedebestrijding. Het is inderdaad de enige manier om ‘de armoedefabriek’ stil te leggen.

Populair werd ik niet met dit standpunt. De meeste vrienden antwoordden dat middenklassen gewoon niet bestaan en als ze al bestaan ze onmogelijk geïdentificeerd kunnen worden. Bovendien is de armoede zo onaanvaardbaar en ondraaglijk dat je niet anders kan dan er prioriteit aan geven.

Er is sindsdien wel wat veranderd. Branco Milanovic, een van ’s werelds bekendste onderzoekers naar ongelijkheid, toonde met zijn inmiddels beroemd geworden ‘olifantkurve’ dat de middenklassen inderdaad de grootste slachtoffers van de mondialisering zijn geweest. En recent gaf de OESO een rapport uit over de slinkende middenklasse in zowat al haar lidstaten. Vandaag is er heel wat onderzoek naar die ondefinieerbare groep.

Het klopt natuurlijk dat het niet zo makkelijk af te bakenen is wie nu ‘middenklasse’ is en wie niet. Waar liggen de (inkomens)grenzen? Vanaf wanneer ga je van ‘arm’ naar ‘middenklasse’ en van ‘middenklasse‘ naar ‘rijk’?

Het zijn geen makkelijke vragen, maar het vreemde is dat zoiets nooit wordt betwijfeld als je ’t hebt over armoede. Alsof we allemaal precies weten wie de armen zijn en hoe je dat meet. Alsof het een stabiele en homogene groep zou zijn.

Het is nu dertig jaar geleden dat de Wereldbank armoede uitriep als haar grootste prioriteit. Statistieken over de mondiale armoede waren er toen niet, maar prompt begon de bank en in haar kielzog hele legers onderzoekers met meten en rekenen. Begin van de jaren 90 werd gesteld dat je ‘extreem arm’ was met een inkomen onder de 1 US-dollar per dag, in koopkrachtpariteit. ‘Arm’ was je met minder dan 2 US-dollar per dag. Sindsdien is dat onderscheid tussen arm en extreem arm ietwat vervaagd en de armoedegrens ligt nu op 1,9 US-dollar per dag. Volgens de Wereldbank zijn er vandaag zowat 750 miljoen mensen arm, ofte minder dan 10 procent van de wereldbevolking.

Als je echter 10 cent toevoegt aan die armoedegrens, komen er meteen 100 miljoen mensen bij volgens Andy Summers! De armoedegrens zelf wordt in twijfel getrokken en zou volgens velen minstens 2,1 US-dollar moeten bedragen, waardoor we meteen op een totaal van 950 miljoen armen komen.

Er zijn nog heel wat meer vragen en twijfels. Als je kijkt naar de officiële cijfers, dan merk je dat er meer chronisch ondervoede mensen zijn dan armen (ongeveer 850 miljoen, volgens de FAO!) En als je armoede ‘multidimensionaal’ wil meten, dan kom je uit op dubbel zoveel mensen. Met een armoedegrens van 10 US-dollar per dag, wat nodig zou zijn om echt aan de armoede te ontsnappen – en tot de middenklasse te gaan behoren – kom je uit op 4,5 miljard mensen of meer dan de helft van de wereldbevolking!

Onderzoekers klagen al lang over ‘de armoede van de armoedestatistieken’. Correcte cijfers zijn moeilijk te bekomen en men kan zich trouwens afvragen in hoeverre ze helpen om de armoede echt te bestrijden.

Maar twee dingen zijn duidelijk. Ten eerste is er geen enkele reden om te denken dat het moeilijker is om middenklassen te meten en een compromis te vinden over de cijfers dan dat het voor arme mensen is. Ten tweede, zoals Stephen Kidd onlangs aantoonde, een doelgericht beleid voor armen (‘targeting’) is ontzaglijk moeilijk. Bij bijna alle onderzochte projecten was de foutmarge meer dan 50 procent, mensen dus die recht hadden op steun, maar er geen kregen. Of met andere woorden: of mensen nu arm zijn dan wel middenklasse, we hebben een universeel sociaal beleid nodig waar ook de rijken moeten aan meebetalen. Het principe is solidariteit. Het is de enige manier om niemand uit te sluiten.

Francine Mestrum  is onderzoeker, activist, lid internationale raad Wereld Sociaal Forum, auteur van ‘Ontwikkeling en Solidariteit’ (EPO) en initiatiefnemer Global Social Justice.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!