Winteropvang in Duinkerke

Winteropvang in Duinkerke

zondag 3 maart 2019 11:27

Grande-Synthe, 2 maart 2019

Drie jaar een half geleden waren we hier een eerste keer. Sinds toen staat de regio van Nord-Pas-de-Calais vastgepind in onze agenda. Voor die tijd kwam ik amper in Frankrijk. Meer nog, ik heb Parijs nooit bezocht. Het staat wel op mijn bucket list, ver onder Bhutan en Mongolië, en ook niet in de buurt van Kathmandu.

Er is ontzettend veel veranderd. Ook wij werden niet gespaard van verandering. Ergens onderweg had ik me voorgenomen een zekere afstand te bewaren. Ik had er nood aan, zonder in te boeten op hulpverlening. De ongerustheid die met betrokkenheid gepaard gaat is soms zenuwslopend, al weegt ze natuurlijk niet op tegen de intensiteit van vriendschap die er tegenover staat. De onvoorspelbaarheid van tijd en ruimte maakt dat afscheid nemen een constante is en dat het ooit voorgoed zal zijn.

Enkele dagen voor kerstmis neem ik contact op met twee grassroot organisaties die activiteiten organiseren in de winteropvang voor gezinnen. Gelukkig voorziet de gemeente deze noodopvang zodat gezinnen met kleine kinderen de winter niet in de bossen van Puythouck moeten doorbrengen. Vijftig mensen mogen het barre seizoen doorbrengen in het CCP. Naast deze opvang is er het gymnasium: Espace Jeunes du Moulin waar volgens een laatste telling 217 mensen worden opgevangen, voornamelijk mannen maar ook een tiental vrouwen met kinderen en tussen de 40 tot 60 niet begeleide minderjarigen. Ondanks slapen honderden mensen rondom het gymnasium in schamele zomertentjes die bij de minste windvlaag lijken te sidderen als bladeren in een storm. Wie aangewezen is op de bossen van Puythouck ziet zijn tent en de weinige moed die nog rest op regelmatige basis verscheurd worden door de overheid. “Under no circumstances will we allow the Jungle to come back” liet Macron zich ontvallen. Deze mensen zijn dakloos. Daarom de noodzaak om blijvend naar de jungle te trekken met tenten, slaapzakken en noodrantsoen.

Bij elk bezoek aan Puythouck zien we dezelfde kinderen. Na een tijdje kennen we elkaar en zoeken elkaar ook op. Zo komen we telkens aan het CCP terecht waar ons de toegang pertinent wordt ontzegd. Toch waag ik het erop en stuur enkele foto’s van onze workshops getrokken in camp de la linière en het asielcentrum in Lubbeek en Mechelen met de vraag of we mogen komen workshoppen. Eén conversatie valt na enkele zinnen stil terwijl de andere organisatie laaiend enthousiast is. Twee maanden heeft het geduurd om een datum te prikken en af te spreken. Alles wordt in gereedheid gebracht. We maken ons op en kijken er erg naar uit. Twee dagen voor datum krijg ik een nieuwe contactpersoon binnen de organisatie. Ik telefoneer om de laatste afspraken te maken maar de andere kant van de lijn is resoluut: ‘Jullie komen er niet in!’ We zijn teleurgesteld. We weten uit ervaring hoeveel deugd een gelaatsverzorging kan doen, of hoe blij kinderen zijn met enkele eenvoudige activiteiten. We besluiten niet op te geven en de workshops in open lucht te houden. We vertrekken.

Vanuit de verte zien we de Syrische familie ons opwachten. Ze zijn met tien. Twee volwassen vrouwen en acht kinderen. Van zodra ze ons in het vizier krijgen lopen ze ons tegemoet. We knuffelen en zijn heel blij elkaar terug te zien. Drie jaar lang zijn ze onderweg. Een van de kinderen is het grootste deel van zijn jonge leven op de vlucht. Hij is pas vier. Door een traumatische ervaring in een Italiaans detentiecentrum is hij gestopt met praten. Het baart ons zorgen. De jongste van de kroost is als vluchtelingkind geboren. Hij kan net rechtop staan en zijn evenwicht houden. Ze tronen ons mee naar de ingang maar we worden tegen gehouden door de ‘bad security agent’. Op een weinig respectvolle manier maant hij de familie aan om naar binnen te gaan terwijl wij aan de andere kant van de glazen deur moeten wachten. De deur valt in het slot en hij is de bewaker van ons al dan niet samen zijn. Ik besef dat ik nog een van de kinderen in mijn armen draag en stap langzaam de trap op. De deur gaat open, het kind moet binnen. De ‘bad security agent’ kijkt me aandachtig aan en herkent me niet. ‘You! Out!’ zegt hij. Een hele lange tijd staan we daar. Hij telefoneert. Wij kijken door de glazen deur, lachend en zwaaiend naar elkaar.

Plots komt een witte bestelwagen aangereden. Een vriendelijke man stapt uit, wijst ons op formaliteiten en laat ons erin. Opgelucht. Wanneer we wat later weer vertrekken komt de norse agent vragen of we chips willen uitdelen aan de kinderen. Hij houdt niet op met vertellen en de kinderen zijn gek op hem. ‘Tot een volgende keer!’ zegt hij hartelijk. ‘Volgende week ben ik in vakantie, maar nadien vind je mij hier weer.’ laat hij zich nog ontvallen.

We trekken naar de jungle en stellen ons wassalon op aan het waterpunt. Er komt geen water uit de kranen. De toevoer is stuk. We zijn gelukkig voorzien en hebben genoeg water bij maar voor de bewoners van Puythouck is drinkbaar water hoogst noodzakelijk. Een jongen is 14. Hij is op 5 januari 2004 geboren en is helemaal alleen onderweg. Dat toont hij op een document waarop staat dat hij minderjarig is. Een andere jongen is 15, plots krijg ik allerlei documenten onder ogen van allemaal kinderen. Want tieners en pubers, dat zijn kinderen. Een man heeft zijn haren al drie weken lang niet meer gewassen. Hij leeft helemaal op van de fris gewassen haren. Hij ontspant tijdens het schrobben en masseren. De massa is veranderd in herkenbare gezichten. De jongens zijn blij om ons te kunnen helpen. Er wordt gelachen en plezier gemaakt. Het doet me deugd dat het hen deugd doet.

We sluiten de dag af met een bezoek aan Auchan. We hadden het Syrische gezin boodschappen beloofd. Ik ken het lijstje ondertussen uit mijn hoofd: pizza met tomaten en kaas, okkernoten, Kiri smeerkaas, echte cola, Tuc bisquits, ketchup chip en jonge kaas. De jongens hadden hun zinnen gezet op chocolade.

Het schemert wanneer we de boodschappen bezorgen. De familie is ontzettend blij. ‘Wait!’ roept het kleintje en ze loopt haastig weg. We begrijpen er niets van. Vijf minuten later komt ze terug met een boeket vers geplukte narcissen. Ze is uitgelaten en vraagt of we morgen terugkomen.

Bij elk bezoek wordt afscheid nemen steeds moeilijker. Vandaag woont deze familie in de winteropvang. Binnen vier weken, ten laatste op 31 maart stopt deze opvang en gaan ze weer in de bossen wonen. De overheid weet nog steeds niet wat er dan staat te gebeuren. Er is geen plan. Wat wel duidelijk is, is het gebrek aan logische procedures en informatie die gegeven wordt in een veilige omgeving. Dezelfde alarmbel die je ook in Brussel hoort luiden.

We houden ons hart vast.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!