Deel 8: Hoe een notaris, met instemming van de rechtbank, mensen ruïneert.

Deel 8: Hoe een notaris, met instemming van de rechtbank, mensen ruïneert.

maandag 4 februari 2019 11:39

Ondanks dat ik op de rechtbank op de echtscheidingszitting had gemeld dat er sprake was van ernstige psychische problemen en ik de bewuste wil tot scheiden in twijfel trok werd daar niets mee gedaan en werd een notaris aangesteld (blog 5 eindelijk een medestander).

Plichten van de notaris



Bron: Pixabay

Net zoals dokters hebben notarissen een deontologische code die zij moeten volgen.

Zo is hij volstrekt eerlijk en vrij van eigenbelang. Ook bij een gerechtelijke opdracht poogt hij partijen te verzoenen. Hij respecteert zijn verplichtingen inzake informatie en raadgeving en geeft blijk van een volkomen onpartijdigheid. Hij geeft aan zijn cliënt rekenschap van het gebruik van gelden die op zijn rekening gestort werden en de intresten daarop. Hij waakt er over dat de partijen gerechtigd zijn de notariële akte te ondertekenen’ (bvb. wilsbekwaamheid).

http://www.2747.com/2747/law/notary/deontology/2005/belgie3.html

Eind 2011 werd de echtscheiding uitgesproken en door de rechtbank een notaris aangesteld.

Deze was pas sinds juni van dat jaar notaris. Een prille, ‘groene’ notaris dus zonder praktische ervaring. Zij zou als beginnend notaris meteen geconfronteerd worden met een bijzonder complex dossier. Bovendien een notaris met veel ambitie. Niet alleen had ze pas een notariaat overgenomen, enkele jaren later reeds liet ze een spiksplinternieuw gebouw optrekken voorzien van alle mogelijke moderne technische snufjes maar vooral een groot raam aan de straatkant met in grote letters haar naam op de ruit. Bescheidenheid was niet haar grootste troef. Professionele correctheid al evenmin!

Op het punt van de informatieplicht liep het al direct fout.

In plaats van ons in het kort even uitleg te geven hoe de procedure vereffening/verdeling zou verlopen, het was ten slotte onze eerste keer, stortte ze zich op haar werkzaamheden en het moest snel gaan. Niet verwonderlijk als je in het straatbeeld zag hoeveel panden er door onze notaris in de markt werden gezet. Waarschijnlijk kreeg zij heel wat dossiers toegespeeld door welwillende rechters die een jonge notaris wilden op weg helpen. Juristen onder elkaar nietwaar?

Daarbij viel het op dat zij zich nog erg onzeker voelde en telkens wanneer er een hoofdstuk in de procedure werd aangesneden zij beroep deed op de aanwezige advocaten die haar dan tipten hoe verder te gaan. Met ons, haar cliënten, werd zelfs geen woord gewisseld behalve wanneer wij bijvoorbeeld ‘de eed’ moesten afleggen. Verder zaten Ann en ik erbij voor spek en bonen.

Mijn toenmalige advocate repte met geen woord over de psychische problemen waar Ann al jaren mee kampte en waar ik haar uitvoerig uitleg had over gegeven.

Ook bij een gerechtelijke opdracht poogt hij partijen te verzoenen’. Niet bij deze notaris. Men zal mij slechte wil verwijten als ik mij afvraag of daar het eigenbelang van de notaris misschien heeft gespeeld, immers: verzoening = geen verkoop woning = geen winst voor notaris!

Alle drie, de notaris en de twee advocaten, leken daar enkel aanwezig om hun inkomen aan te vullen, geld te verdienen, zonder aandacht te geven aan de problemen waar wij, hun cliënten, mee worstelden en nog steeds worstelen.

Wij zaten er bij als de twee spreekwoordelijke honden in het al even spreekwoordelijke kegelspel.

Gevolgen beschermingsstatuut

Na afloop van die eerste bijeenkomst sprak ik daarover met mijn advocate. Het antwoord was simpel: de echtscheiding is uitgesproken en de procedure moest hoe dan ook ‘rücksichtslos’ verder gezet worden. Tot enig menselijk gesprek was er geen mogelijkheid. Trouwens het antwoord van mijn advocate was niet correct. De notaris moet er immers op toezien dat haar cliënten over de nodige bekwaamheid beschikken om de procedure te begrijpen en een notariële akte te ondertekenen. Als daar twijfel over bestaat dan moet de wilsbekwaamheid onderzocht worden om te kunnen bepalen of een beschermingsstatuut aan de orde is. Immers zegt art. 488bis F § 4 van het burgerlijk wetboek dat: ‘De woning van de beschermde persoon en het huisraad waarmeer deze woning gestoffeerd is, moeten zo lang mogelijk te zijner beschikking blijven’.

Natuurlijk is dat slecht nieuws voor de notaris. Immers: wilsonbekwaam = geen verkoop woning = geen winst voor notaris!

Aan het begin van de procedure werd een meetkundig-schatter aangesteld om de waarde van de woning te bepalen, er werd een inventaris opgesteld van de inboedel, zowel bij mij als bij Ann en van onze bankrekeningen.

Bij de schatting van de woning was het duidelijk dat Ann verteerd werd door verdriet omwille van het verlies. Toen we het huis kochten was het niet meer dan een ruïne die we samen tot een mooie, gerieflijke woning hebben omgebouwd met heel wat mogelijkheden voor onze hobby’s. Ann was altijd (terecht) heel fier geweest op het werk dat we gepresteerd hadden. Toen we een kijkje in de tuin, waar ze zo hard in gewerkt had, gingen nemen sprak ze tegen haar advocaat enthousiast en fier, maar al weer met veel verdriet, over de mooie vijver die achteraan lag en de rij druivelaars die rechts stonden. Daarbij liepen de tranen over haar wangen. Bij mij was de frustratie en de ingehouden woede groot omdat dit alles niet nodig was maar enkel het gevolg van wat er al een hele tijd met Ann aan de hand was, en waar ik toen nog geen antwoorden op had, en van de halsstarrige houding van de notaris.

Inventaris

Toen de notaris de volledige inventaris van de inboedel had opgesteld kregen we de opdracht ieder voor zich een lijst op te maken van de zaken die we nog uit de inboedel wilden. Ik besloot af te wachten, mijn lijst zou vlug opgesteld zijn. Ik was benieuwd wat Ann voor zichzelf zou opeisen. Het antwoord kwam vlug. Ann eiste niet alleen de gezinsauto op maar natuurlijk ook de auto die ze met gemeenschapsgeld had gekocht na onze feitelijke scheiding. Hetzelfde met de meubelen. Kortom zij zou eindigen met twee auto’s, twee slaapkamers, twee eetkamers, haar weefgetouwen en werken, alle boeken, cd’s, dvd’s, onze verzameling kunstwerken van onbekende meesters,….. En ik? Ik zou eindigen met niets. Dit had alweer een aanwijzing moeten zijn dat er meer aan de hand was dan de notaris wilde erkennen.

Ik stelde mijn verlanglijst op. Over alles wat Ann dubbel eiste kon ik kort zijn: ieder zou zijn auto, zijn eetkamer, zijn slaapkamer enz. houden. Aangezien mijn keramiekoven ter plaatse gebouwd was en ik die niet kon meenemen stelde ik voor dat haar weefgetouwen dan ook maar mee moesten verkocht worden. Verder was voor mij alles bespreekbaar. Boeken, cd’s, dvd’s en dergelijke konden verdeeld worden volgens interesse. Dat moesten we dan samen maar eens bekijken.

De reactie kwam vlug. Niet van de notaris maar van de advocaat van Ann: “Aangezien er geen overeenstemming tussen partijen is moet alles openbaar verkocht worden”. De notaris ging zonder meer akkoord!

Maar hoe kan er overeenstemming zijn tussen partijen als er niet kan of mag gepraat worden. Het was immers opvallend dat Ann op geen enkele manier tot een gesprek met mij in staat leek. Had men haar aangeraden niet, of misschien zelfs verboden, met mij in gesprek te gaan, of was dit alweer het zoveelste gevolg van haar aandoening?

Het begon meer en meer op te vallen dat telkens ik een opmerking maakte die steevast genegeerd werd en dat wanneer de advocaat van Ann een opmerking maakte de notaris daarvoor plat op haar buik ging. Onpartijdigheid was dus ver te zoeken. Kwam dat uit gemakzucht of was er meer aan de hand?

Ik legde dit voor aan een onafhankelijk notaris. In dat geval zou deze de beide partijen bij zich roepen. Advocaten zouden daarbij geweerd worden. Samen zou de inventaris overlopen worden en per item zou worden vastgelegd wie wat zou bekomen. Bovendien zou deze onafhankelijke notaris bij twijfel wel degelijk een onderzoek naar de wilsbekwaamheid gelasten en liet dit schriftelijk weten aan mijn advocaat met de suggestie de verkoop van de woning uit te stellen tot daarover absolute zekerheid was. Niet zo bij de aangestelde notaris!

Om te voorkomen dat al onze spulletjes voor een appel en een ei zouden verkwanselt worden door een corrupte notaris stelde mijn advocaat voor dat ieder gewoon zou houden wat in zijn of haar bezit was. De notaris vroeg aan Ann wat er dan met haar weefgetouwen zou gebeuren. Opnieuw een preferente aanpak van de andere partij! Met een fatalistisch schouderophalen antwoordde Ann: “Daar heb ik toch geen plaats meer voor.” Alweer een groot verlies voor Ann die al zoveel was verloren. Dat was de enige keer dat Ann iets gezegd heeft bij de notaris. Later zou daar nog op terug gekomen worden en zou dat mij nog zuur opbreken.

Voor de notaris was het weer een oplossing. Zij was er van af en winst viel daar toch niet te halen. Ik moest nu maar zien wat ik met die spullen deed. Spullen die ik wilde beschermen voor verlies omdat ik het belang ervan voor Ann maar al te goed kende.

Deskundigen spreken zich uit

Omdat Ann er bij de notaris steeds stilzwijgend bijzat en erg apathisch leek vroeg ik me af of er misschien sprake kon zijn van afasie, een taalstoornis ten gevolge van een hersenletsel.

Een neuropsycholoog aan wie ik mijn vrees voorlegde stelde me gerust. Het zou volgens hem eerder wijzen op angst bij Ann. Geheugen- en angstproblemen komen heel vaak voor na een hersenletsel. Was dat dezelfde angst die ze kennelijk had toen ze in 2006 bij mijn zus vertelde dat ze niet wist wat er boven haar hoofd hing (blog 3 De gevolgen)? Angst voor wat er met haar aan de hand was en angst voor wat er aan het gebeuren was terwijl ze dat eigenlijk niet wilde maar wat volgens haar onomkeerbaar was? Beseffende dat mensen met NAH terug willen naar de toestand van voor het letsel, een terugkeer die door deze procedure voor altijd geblokkeerd dreigde te worden?

Van verschillende deskundigen had ik vernomen dat er zonder twijfel sprake was van ernstige problemen ten gevolge van een hersenletsel. Zij waren het er allemaal over eens dat Ann neuropsychologisch zou moeten onderzocht worden en dat wilsbekwaamheid vaak een probleem vormt voor deze patiënten.

Ik besloot mijn verhaal en de documenten ter staving schriftelijk voor te leggen aan een team van een hersenletselafdeling in een gespecialiseerd ziekenhuis.

Voor het eerst kreeg ik de schriftelijke bevestiging dat het volgens het aangeschreven team van psychiater, neuropsycholoog en psychiatrisch verpleegkundige hier duidelijk om NAH ging.

Zij zouden Ann graag eens op intake hebben gekregen juist omwille van de complexiteit van haar situatie, een voor hen interessante casestudy dus, ook al wisten zij dat Ann dat nooit zou willen. Een neuropsychologisch onderzoek zou volgens hen absoluut noodzakelijk zijn om zo de tekorten op neuropsychologisch vlak in kaart te kunnen brengen.

Ik bezorgde de notaris en de advocaten precies hetzelfde dossier wat ik aan de medisch deskundigen had gestuurd en de reactie die ik daarop had gekregen. Hoe naïef was ik te geloven dat ik ook maar de minste reactie zou krijgen. De volgende bijeenkomst bij de notaris vroeg ik naar een reactie. De notaris bekeek Ann nog eens: ‘Volgens mij is mevrouw perfect in orde en volkomen wilsbekwaam’. Geen onpartijdige notaris dus, integendeel partijdigheid troef en de winst werd veiliggesteld!

Onfeilbare juristen en magistraten?

Als notarissen, advocaten en rechters iemand maar hoeven aan te kijken om te kunnen oordelen over iemands lichamelijke of psychische gezondheidstoestand waarom hebben we dan zoveel dokters en dure medische apparatuur nodig om diagnoses te stellen. Schoenmaker blijf bij je leest en probeer in je eigen vakgebied goed te zijn. Dat is voor de grote meerderheid al moeilijk genoeg.

De procedure ging dus gewoon verder.

Er was nog altijd de beschuldiging dat ik jarenlang ons geld zou verkwist hebben en de vaststelling dat het Ann zelf was geweest die veel geld had opgenomen zonder dat daar iets tegenover stond.

Advocaat # 3 zou dat aankaarten bij de notaris. Dit kon de notaris niet negeren en er werd dan toch een onderzoek gestart. Ik had een duidelijk overzicht gemaakt van alle afhalingen van de laatste tien jaar met als referentie het jaar 2001 waar alles nog als van ouds was zonder opmerkelijke uitgaven. Ons gewone uitgave profiel volgens onze financiële mogelijkheden.

Het resultaat was voorspelbaar. Er zijn grote verschillen tussen gezinnen wat inkomen betreft. Gezinnen die moeten rondkomen met een uitkering hebben merkelijk minder te spenderen dan een CEO van een groot bedrijf. Het uitgaven patroon past zich daaraan aan. Daarom dat ik verwees naar een referte jaar om geen appels met peren te vergelijken. Daaruit bleek duidelijk een enorme discrepantie in de uitgaven van voor het letsel en de overdosis aan de ene kant en de jaren nadien aan de andere kant. Daarbij viel het op dat het juist Ann was die de uitgaven had gedaan maar mij daarvan beschuldigde.

Ivoren toren

Referte jaar of niet, daar had de notaris geen boodschap aan. Volgens haar was er geen enkel probleem. Voor een notaris die gemiddeld 60.000 tot 70.000 € per maand verdient zouden die verhoogde uitgaven inderdaad geen probleem vormen. Maar als je het met een paar duizend euro van twee uitkeringen moet doen dan zou een dergelijk uitgavepatroon op korte termijn voor ernstige problemen zorgen. Mensen als notarissen, advocaten, magistraten en politici hebben geen voeling meer met de realiteit als zij hun eigen financiële mogelijkheden projecteren op de minderbedeelden.

Maar mensen die geen voeling meer hebben met de realiteit komen die niet dikwijls in de psychiatrie terecht? Trouwens als er geen probleem was waarom beschuldigde Ann mij al die jaren dan? Lag daar niet het echte probleem waarvoor iedereen de ogen bleef sluiten? Waarom moest de relatie met onze dochter dan kapot gemaakt worden door diezelfde valse beschuldiging? Omdat Ann zich van dit alles niet meer bewust leek te zijn bleef ik mijn bedenkingen hebben over haar wilsbekwaamheid.

De notaris, intussen, ploegde voort.

Uiteindelijk kreeg ik een advocaat zover dat hij bij de notaris zou aandringen op een onderzoek naar de wilsbekwaamheid van Ann. Eindelijk! Nu zou er dan toch een oplossing in zicht komen en zou Ann eindelijk een begin van hulp kunnen krijgen.

De man schreef een niet mis te verstane brief naar de notaris. Daar kwam in eerste instantie geen reactie op tot er opeens een attest opdook van de huisarts van Ann waarin hij verklaarde dat Ann perfect gezond was en er geen sprake was van enig psychisch probleem. Daarmee heeft die dokter zijn Geneeskundige Plichtenleer geschonden (blog 7 Antwoorden gevonden, op zoek naar een oplossing).

Wat was er meer aan de hand?

Mijn advocaat liet de notaris onder verwijzing naar de Geneeskundige Plichtenleer weten dat deze werkwijze ontoelaatbaar was. (Bovendien is hij die bewust valse attesten en verklaringen gebruikt die door anderen zijn opgesteld even schuldig als diegene die de valse attesten of verklaringen heeft opgesteld) Mijn advocaat sprak in zijn brief zelfs over de noodzaak de notaris te laten vervangen! Geen reactie van de notaris. Tot ik voor bespreking bij mijn advocaat werd geroepen. Hij had van de notaris een brief gekregen. Meer vertelde hij er niet over maar aan zijn uitdrukking te zien was de inhoud niet min. De brief heb ik nooit te zien gekregen en kort nadien liet hij me weten zijn diensten op te zeggen. Zo stond ik vlak voor een nieuwe procedure (zie volgende blog) zonder advocaat. Wat gebeurde er toch achter de schermen en waarom mocht ik de inhoud van de brief van de notaris niet kennen? Waarom ook veranderde die advocaat plotseling het geweer van schouder en maakte hij een draai van 180 graden?

In de aanloop van die nieuwe procedure kreeg ik rechtstreeks (ik had immers geen advocaat meer) van de advocaat van Ann een brief met haar eisen. Zo zou Ann ten gevolge mijn moeilijke houding naar haar toe psychologische hulp hebben moeten zoeken en ik moest daar de kosten van vergoeden. Bijgevoegd was een lijst van gemaakte kosten. Het ging om twee intake gesprekken, twee gewone gesprekken, zes testen voor in totaal acht uur en een half, en twee besprekingen van de tests.

De laatste jaren had ik in mijn zoektocht naar antwoorden verschillende psychologen gesproken. Nooit was er sprake geweest van het afleggen van tests. Ik heb de eis van de advocaat voorgelegd aan de deskundige waarmee ik al jaren in gesprek was en die intussen een goed overzicht had van ons dossier. Hij bevestigde dat dit geen gewone psychologische begeleiding zou zijn. Hij kon zonder de namen van de tests te kennen niet zeggen wat de bedoeling was geweest maar het kon niet met zekerheid ontkend worden dat het hier mogelijk dan toch om een test zou kunnen gaan om de wilsbekwaamheid te kunnen vaststellen. Geen zekerheid dus. Maar wat kon het anders zijn?

Maar als het inderdaad om een wilsbekwaamheidsonderzoek ging en de uitslag was positief geweest dan had de advocaat van Ann dat natuurlijk zonder verwijl aangegrepen om haar gelijk te halen bij de notaris. Als de tests geen bewijs van wilsbekwaamheid leverden dan zou dat natuurlijk met de mantel der liefde worden toegedekt en moest ik maar opdraaien voor de kosten van de zogenaamde psychologische begeleiding. Trouwens als het werkelijk om een begeleiding was gegaan dan was die niet gestopt na het afnemen en bespreken van de tests, maar dan was dat juist de aanvang geweest van een veel langere begeleiding en dan zou de advocaat daarmee zeker rekening hebben gehouden bij haar eis en de toekomstige te verwachten kosten voor Ann mee hebben ingecalculeerd.

Hoe dan ook zou het resultaat van de tests nooit kunnen gebruikt worden in de procedure aangezien een dergelijk onderzoek op tegenspraak moet gebeuren waarbij partijen op voorhand op de hoogte zijn en hun vragen en opmerkingen kunnen kenbaar maken aan de deskundige de het onderzoek doet met daarbij de mogelijkheid van een tegenexpertise. Dat was hier zeker niet het geval.

De notaris zette door. Er werden dagen voorzien dat de woning zou kunnen bezichtigd worden. Gelet op alle voorgaande heb ik mijn verdere medewerking aan de notaris geweigerd. Ik gaf niet thuis op deze dagen en de notaris heeft een slotenmaker moeten oproepen.

De woning zou verkocht worden en op volgehouden eis van Ann zou het een openbare verkoop worden ondanks het vooruitzicht van een aanzienlijk mindere opbrengst, opnieuw een duidelijke aanwijzing van de noodzaak tot onderzoek van de bekwaamheid.

De openbare verkoop heeft dan ook plaatsgevonden buiten mijn aanwezigheid. Uiteindelijk is de woning verkocht voor een bedrag dat 32 % lager lag dan de geschatte waarde waarbij dan nog niet eens rekening was gehouden met het zeer gunstige energieprestatiecertificaat dat niet bij de schatting van de woning was ingecalculeerd en de geschatte waarde zelfs nog met 10 % had kunnen verhogen.

Dat Ann akkoord ging met dit sterk ondermaatse resultaat van de verkoop had opnieuw een belletje moeten doen rinkelen aangaande haar bekwaamheid. Een Amsterdamse rechtbank heeft een tijd geleden een notaris veroordeeld omdat in gelijkaardige omstandigheden een woning werd verkocht 30 % onder de waarde. Volgens de rechter had dat voor de notaris reden moeten zijn om de vraag naar de wilsbekwaamheid om te keren en had de notaris er moeten van uitgaan dat er sprake was van wilsonbekwaamheid. In plaats van uit te gaan van de veronderstelling van wilsbekwaamheid had de notaris moeten vertrekken van de idee van wilsonbekwaamheid en had op zoek moeten gaan naar bewijzen van het tegendeel alvorens de verkoop had mogen doorgaan.

De notaris geeft aan zijn cliënt rekenschap van het gebruik van gelden die op zijn rekening gestort werden en de intresten daarop‘. De woning is eind april 2018 verkocht. Wij wachten nog altijd op de eerste eurocent van het geld waar we sindsdien recht op hebben. Een verantwoording waarom dit zolang duurt krijgen we niet. Zolang er geen zekerheid is over het aandeel van de verkoop na afrekening van de kosten bij de notaris kan ik geen beslissing nemen omtrent aankoop of huur van een woning of appartement.

Op 24 mei 2018 heb ik voor het laatst de deur van onze woning achter me dicht getrokken en sindsdien blijf ik noodgedwongen dakloos (zie deel 1 van deze blog).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!