Opinie - Egmont Ruelens

Erkenning van burn-out: symbool of verandering?

“Burn-out zal erkend worden als beroepsgerelateerde aandoening”, zo kondigde minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block eind november aan in De Zevende Dag op één. Een maatregel die niets te vroeg komt en tegemoet lijkt te komen aan de epidemie op onze arbeidsmarkt. Maar zal de ingreep effectief zijn en deze vloedgolf een halt weten toe te roepen? Of gaat het eerder om een symbolische actie waarvan de impact beperkt zal blijven?

donderdag 8 december 2016 16:19

Het thema is al een hele tijd terecht actueel. De werkbaarheidsmonitor van de Vlaamse Overheid spreekt over 9,6 procent van de werkende Vlamingen die door stress onderuit gaan. Een studie van Securex stelt dat 1 op de 4 werknemers af te rekenen krijgt met spanningsklachten zoals negatieve emoties, fysieke en psychische gezondheidsklachten door het werk. Daarnaast bracht de betoging van de zorgsector in Brussel twee weken terug een niet mis te verstane boodschap: de werkdruk is onhoudbaar. Vooral in de rusthuizen en de ziekenhuizen wordt steeds meer werk door steeds minder personeel verzet en dat heeft een directe impact op de motivatie en gezondheid van duizenden werknemers. De stijging van de werkdruk is het resultaat van de besparingsdrift van opeenvolgende regeringen. De kwaliteit van onze ooit zo geprezen gezondheidszorg staat onder druk. Zou de minister van Volksgezondheid de boodschap begrepen hebben? Een erkenning van burn-out als beroepsgerelateerde aandoening kan een eerste stap zijn in de aanpak van het probleem, maar een aantal kanttekeningen zijn op hun plaats.

Een eerste adder schuilt in de naam die het kind zal krijgen. Een beroepsgerelateerde aandoening is niet hetzelfde als een beroepsziekte. Wie een tenniselleboog opdeed door telkens dezelfde belastende beweging uit te voeren bij het uitoefenen van zijn job, maakt kans op een erkenning als beroepsziekte. Dan krijgt hij of zij een financiële tegemoetkoming bij arbeidsongeschiktheid en ziet de nodige medische verzorging integraal terugbetaald. Bij een beroepsgerelateerde aandoening is geen sprake van dit alles. De gedupeerde krijgt enkel de erkenning dat het werk een rol heeft gespeeld in de malaise waarin hij zich bevindt. Het begrip beroepsgerelateerde aandoening werd een tiental jaar geleden in het leven geroepen om bepaalde gezondheidsproblemen door het werk niet als ‘echte’ beroepsziektes te moeten erkennen. Gezondheidsproblemen die het Fonds voor de Beroepsziekten wel eens veel geld zouden kosten.

In 2007 was lage rugpijn de eerste aandoening die de twijfelachtige eer kreeg om als beroepsgerelateerd te worden erkend. Het enige waarop een werknemer met rugklachten kan rekenen, is de terugbetaling van enkele sessies bij de kinesitherapeut. Het Fonds voor de Beroepsziekten kan een bezoek aan de werkvloer brengen en enkele suggesties formuleren ter preventie van rugklachten. Op voorwaarde dat de werkgever akkoord gaat met deze doorlichting. Uit de cijfers van het Fonds blijkt dat jaarlijks maar 700 werknemers kinesitherapie terugbetaald krijgen. Dit staat in schril contrast met de enorme omvang van het probleem. De erkenning van lage rugpijn als beroepsgerelateerde aandoening heeft dan ook nauwelijks bijgedragen tot een daling van het aantal klachten.

Sancties

Een tweede valkuil kondigde de minister zelf al aan. De erkenning van burn-out zal het mogelijk maken om projecten uit te werken die werknemers terug begeleiden naar de werkvloer. Minister De Block spreekt over het uitwerken van “beperkte sancties” die de werknemer zal verplichten mee te werken aan een reïntegratie op de werkvloer. De strijd tegen burn-out dreigt daarmee te verzanden in een jacht op de opgebrande werknemer.

In heel dit verhaal is geen sprake van preventieve maatregelen tegen burn-out. In de wetenschappelijk literatuur over het onderwerp heerst een steeds grotere consensus. Burn-out is een aandoening die haar oorzaak uitdrukkelijk in de werkomstandigheden vindt. Een te hoge werkdruk met steeds toenemende stress waarbij de werkgever een expliciete verantwoordelijkheid draagt. Door het probleem af te wentelen op het slachtoffer, staan we nog verder van af. Deze wordt onder druk gezet om terug aan de slag te gaan, op een werkvloer die even stresserend is als ervoor en waar de werkdruk niet is gedaald.

Wanneer de minister van Volksgezondheid aankondigt dat haar zakken niet langer zijn dichtgenaaid en de regering begrijpelijkerwijs naar haar groot budget kijkt om het gat in de begroting te dichten, kondigt ze zonder veel omhaal nieuwe besparingen in haar sector aan. Er is niet veel verbeeldingskracht voor nodig om te zien dat deze besparingen zullen leiden tot een nieuwe stijging van de werkdruk in de sector waarvan mevrouw De Block aan het hoofd staat.

Het valt af te wachten welke invulling de erkenning van burn-out als beroepsgerelateerde aandoening zal krijgen, maar het lijkt erop dat het in de eerste plaats om een symbolische maatregel gaat. Een doekje voor het bloeden, terwijl van echte preventie op de werkvloer geen sprake zal zijn. De epidemie van burn-out kan je niet stuiten met een individuele benadering van het probleem. Daarvoor zijn investeringen nodig en een aanpak op hoger niveau. In de zorgsector zijn meer personeel en meer middelen nodig om de stress op de werkvloer te verlichten en aan de toenemende maatschappelijke vraag van zorg tegemoet te komen. Het is een politiek bravourestukje om in éénzelfde adem de erkenning van burn-out als beroepsgerelateerde aandoening én verdere besparingen in de zorgsector aan te kondigen en ermee weg te komen.

Egmont Ruelens, Katrien De Troeyer, Elly Van Reusel en Steven Ronsmans zijn arts en maken deel uit van Weerwerk, een denktank die zich buigt over het thema gezondheid op het werk.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!