Opinie - Mara De Belder

Dodelijk partnergeweld: de lacunes in het systeem

Jaarlijks komen er in België 162 voornamelijk vrouwen om door partnergeweld en zijn er 40.000 aangiften. En dat is maar het topje van de ijsberg. Hoe komt het dat er militairen in onze straten staan en er huiszoekingen plaatsvinden op zoek naar terroristen, maar dat er niet meer moeite wordt gedaan voor de preventie van partnergeweld vraagt psychologe Mara De belder zich af?

donderdag 27 oktober 2016 15:39

Op het einde van vorige zomer overleed Thlari R., een vrouw van 33, aan partnergeweld. Ze werd door haar ex neergestoken op straat, op klaarlichte dag, voor de ogen van hun kinderen. Velen waren geschokt, verschillende sociale organisaties en opvangtehuizen bundelden hun krachten om dit afschuwelijke voorval aan te kaarten en aan te klagen.

Dodelijk partnergeweld

Maar de moord werd behandeld als een fait divers, en niet meer. Een krantenkop luidde: “Dodelijk partnergeweld is moeilijk te voorkomen.” Er werd niet verder ingegaan op de achterliggende oorzaken, hoe dit voorkomen had kunnen worden, en welke fouten in het systeem zo’n tragedies mogelijk maken. Sta me toe dit wel te doen.

Thlari R. had al meerdere malen haar thuis verlaten met haar kinderen. Ze diende talloze klachten in tegen haar gewelddadige man, die haar om de haverklap bedreigde met de dood. Het geweld was al meer dan vier jaar bezig, maar haar klachten werden niet serieus genomen.

Eenmaal zette de politie haar thuis terug af, nadat zij een klacht had ingediend op het commissariaat. Een andere keer zag de politie het partnergeweld met eigen ogen aan. Toen kwamen ze (gelukkig) tussenbeide, brachten de vrouw naar het ziekenhuis en lieten de man thuis achter. 

Na de ongelukkige dood van deze vrouw, eind vorige zomer, reageerde het parket met “We beschikken niet over een glazen bol”. Waren de talloze klachten dan niet genoeg? De politie of het gerecht had veel eerder kunnen en moeten ingrijpen, dan had niet alleen deze vrouw nog geleefd, maar hadden ook haar kinderen aan hun afschuwelijk lot kunnen ontkomen. De oudste van de kinderen die de gewelddaad als getuige meemaakte is amper vijf jaar, en heeft een grote kans om voor het leven getraumatiseerd te zijn.

Eerste lacune in het systeem: daderhulpverlening

Voor het stelen van een gsm vlieg je de bak in, maar als je je vrouw in het ziekenhuis slaat, wordt er niet ingegrepen. Er bestaat wel hulpverlening voor daders van partnergeweld, maar die is puur op vrijwillige basis. Daderhulpverlening zou meer van dwingende aard moeten zijn, in plaats van te wachten tot de rechtbank ingrijpt, want dan is het meestal toch al te laat. Meer investeren in daderhulpverlening, zou meer crisissituaties kunnen voorkomen.

Tweede lacune in het systeem: vreemdelingenrecht 

Een andere fout in het systeem heeft te maken met vreemdelingenrecht. Thlari R. had namelijk een verblijfskaart op basis van gezinshereniging, maar haar huwelijk werd niet erkend door de Dienst Vreemdelingenzaken. Volgens hen ging het om een schijnhuwelijk.

Geen Belgische nationaliteit heeft als gevolg geen financiële hulp bij het OCMW. En dat financieel duwtje van het OCMW had haar situatie nu net kunnen vergemakkelijken. Een aanpassing in de wetgeving van het OCMW met het oog op slachtoffers van partnergeweld, kan een belangrijke hulp zijn in de preventie van dergelijke situaties.

Daarnaast is er ook de procedure voor een humanitaire regularisatie, maar die duurt zo lang dat deze ook voor Thlari R. geen oplossing bood. Uiteindelijk wou de vrouw wel terugkeren naar Marokko, omdat ze maar niet geregulariseerd raakte, maar ook uit angst voor wat haar ex haar zou kunnen aandoen. Maar meneer gaf geen toestemming om de kinderen mee te nemen, dus kon zij ook niet vertrekken.

De link tussen partnergeweld en vreemdelingenrecht moet vaker gemaakt worden. Vanwege de precaire situatie van de vrouw, en haar letterlijke afhankelijkheid van haar man, komt partnergeweld in gezinnen met gezinshereniging immers relatief veel voor. Des te moeilijker is het voor de vrouw in kwestie om haar man te verlaten. Je moet namelijk minstens drie jaar samenwonen vooraleer je recht hebt op een wettig verblijfsstatuut.

Iedereen weet dat de eerste jaren samenwonen de moeilijkste zijn en dat er in die eerste periode veel scheidingen plaatsvinden. Waarom zou dit anders zijn bij koppels met een migratie-achtergrond?

Veel vrouwen blijven, ondanks het geweld, bij hun partner inwonen tot die drie jaar voorbij zijn. Bovendien vraagt de Dienst Vreemdelingenzaken vaak bewijzen van partnergeweld voor het toekennen van een verblijfsvergunning in geval van het verbreken van het huwelijk, al is dit wettelijk niet noodzakelijk en praktisch ook heel moeilijk.

Derde lacune in het systeem: partnergeweld is geen prioriteit

Jaarlijks zijn er 40.000 aangiften van partnergeweld bij de Belgische politie. En dat is maar het topje van de ijsberg. De stap om een aangifte doen, en zeker om een klacht in te dienen, is heel groot.

Sinds het Nationaal Veiligheidsplan van 2015 beschouwt de politie partnergeweld niet langer als een prioriteit. Naar de reden hiervoor is het gissen.

In 2013 kwamen in België 162 mensen (voornamelijk vrouwen) om door partnergeweld. Dat cijfer is sindsdien stabiel gebleven. Hoe komt het dat er wel militairen in onze straten staan en er huiszoekingen plaatsvinden op zoek naar terroristen, maar dat er niet meer moeite wordt gedaan voor de preventie van partnergeweld?

En dit terwijl partnergeweld veel meer slachtoffers maakt. Of is een (vrouwen)leven zo onbelangrijk? En zeker als ze van migrantenafkomst is? Is het onderzoek om na te gaan of het een schijnhuwelijk is belangrijker dan het onderzoek om na te gaan of er sprake is van partnergeweld? Kortom, is het bezit van een geldig identiteitsbewijs belangrijker dan het recht op leven?

Laten we partnergeweld terug bespreekbaar maken, klachten serieus nemen, en het terug bovenaan op de prioriteitenlijst zetten, om dodelijke slachtoffers te voorkomen. Alsjeblieft.

 

Mara De Belder ( 25jaar) is psychologe en werkte in een opvanghuis voor tijdelijk dakloze vrouwen in Brussel. Ze is ook actief in de vrouwenwerking Marianne (PVDA).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!