I, Daniel Blake: inspirerend en ontmoedigend tegelijk

I, Daniel Blake: inspirerend en ontmoedigend tegelijk

zaterdag 22 oktober 2016 16:53

Het zou me sterk verbazen moesten de lezers op deze website niet vertrouwd zijn met Ken Loach. De regisseur van historisch-politieke cinema als Land and Freedom, The Wind That Shakes the Barley en Jimmy’s Hall, en sociaal-realistische films als Bread and Roses, The Navigators en It’s a Free World keert nog een laatste keer terug omdat engagement, activisme en verontwaardiging niet zo makkelijk te temmen zijn. De ondertussen 80-jarige Loach had duidelijk nog een heuse scheut temperament en passie over om zijn (vermoedelijke) zwanenzang in te blikken. Dat het een zang moge zijn die zelfs de dovemansoren bereikt!

I, Daniel Blake is een film die het escapisme weert en kiest voor de confronterende, compromisloze aanpak. Zoals we van Loach gewoon zijn, haalt hij met mokerslagen uit naar de neoliberale bubbel die menig onder ons de zuurstof ontneemt. Het hele CETA-debacle dat als een storm door ons land waait, bewijst dat die bubbel nog steeds het discours van de dag is. Lode Vereeck (Open VLD) ramde ons wederom dezelfde propaganda door de strot: “We weten dat meer handel goed is voor de economie en tot meer welvaart en jobs leidt” (DM, 20/10/2016). Ivo Belet (CD&V) nam zelfs een poging om de – volgens hem – desinformatie die over CETA circuleert af te doen als communistische propaganda (Terzake, 21/10/2016). Alles wordt op alles gezet om elke vorm van kritiek in de kiem te smoren – neoliberale doctrines zullen niet in vraag worden gesteld. Het zijn Thatcher en Reagan all over again (zijn ze ooit echt weggeweest?) en dat voelt Loach zéér goed aan.

In I, Daniel Blake worden de dehumaniserende gevolgen die privatisering van de gezondheids- en zorgsector met zich mee brengen als uitgangspunt genomen. Combineer dat met het managerialisme dat heerst binnen de overheidsdiensten en de kafkaiaanse nachtmerrie is niet meer te begrijpen via de bureaucratie van de staat, maar via winstgeile bedrijven. Dat deze even apathisch, onmenselijk en autoritair zijn als de overheden waar neoliberalen sinds de jaren 1980 tegen strijden, getuigt van een bittere ironie. Ken Loach laat via het personage van Daniel Blake zien dat vrijheid niet meer is dan een illusie in onze neoliberale wereld. Dat welvaart enkel geldt voor zij die presteren en zich conformeren aan de neoliberale norm – zoals goeie soldaatjes horen te doen. Dat een daad van verzet vandaag al kan bestaan uit een handeling of een gesprek waarin je een ander benadert als mens, niet louter als consument, product, patiënt of statistiek.

Het verhaal is simpel, maar effectief. De effectiviteit ligt in de nuance en de dialogen, de blikken en de handelingen van de protagonisten en de furieuze verontwaardiging die onderhuids binnen sluipt en eindigt met een implosie. Daniel Blake is een 59-jarige timmerman uit Newcastle die net een hevige hartaanval te verduren kreeg. Hij mag van zijn dokters gedurende enkele maanden niet meer werken en moet dus een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid aanvragen. Omdat het private bedrijf dat deze uitkeringen moet goedkeuren hem de steun weigert – want hij scoorde nét te weinig puntjes op hun vragenlijst -, vraagt hij een werkloosheidsuitkering aan. Maar ook daar wordt het leven hem een hel gemaakt omwille van alle regeltjes, verplichtingen en sancties die op hem afkomen. In de tussentijd leert hij de alleenstaande, jonge moeder Katie kennen, die met haar twee kinderen vanuit Londen werd overgeplaatst (daar zijn ze “dat soort volk” liever kwijt dan rijk) naar een brakke woning in Newcastle. Ze leeft voor haar kinderen, maar breekt geregeld door omdat ze mentaal en fysiek gewoon op het einde van haar krachten is. Daniel besluit haar te helpen en in het verloop van de film bouwen ze een vriendschapsrelatie op die een baken van hoop creëert in hun – vaak letterlijk – kille wereld.

Enkele scènes in de film gaan door merg en been; wie bijvoorbeeld bij de voedselbankscène niets voelt, moet dringend van de cocaïne afkicken. Dergelijke momenten stemmen tot droefheid, woede en verontwaardiging. Al is het de machteloosheid die – voor mij althans – het sterkste bleef hangen. Let me explain. Je kijkt naar een film die gemaakt is met een budget van tussen de vier en zeven miljoen euro (een wilde gok, afgaande op voorgaande werken van Loach). Dat betekent dus mid-budget cinema. De filmwereld ontvangt I, Daniel Blake met open armen; Ken Loach zijn reputatie speelt daarin ongetwijfeld één van de belangrijkste rollen. In het VK is de pers laaiend enthousiast, in Cannes, Locarno, Vancouver en San Sebastián kaapt hij de ene na de andere prijs weg, in Gent staat de film net niet bovenaan de publieksranking. De prent vindt snel brede distributie in tal van landen en zal hierdoor spelen in heel wat zalen. Allemaal goed voor een mid-budget film, toch? Wel, in een wereld gedomineerd door de neoliberale – kwantitatieve – invulling van “succes”, ongetwijfeld. Maar hoeveel zal de film écht verwezenlijken, behalve misschien wat bleeding heart liberals een beetje zelfbewuster maken?

Op het Film Fest Gent speelde I, Daniel Blake als openingsfilm – als statement kan dat tellen en de liefde voor Loach bij de artistieke directie is dan ook oprecht. Maar daar stopt mijn bewondering zo’n beetje. Heel wat gratis kaartjes werden verdeeld bij private partners en subsidiërende overheden. Het publiek mocht €13 dokken. Achteraf stond de film bovenaan de publieksranking – de vele mensen in pak, die tijdens zo’n blitse avant-première met rode loper en camera’s, gevolgd door een receptie met een heel netwerk-gebeuren (sponsored by ING, Stella Artois, Bombay Sapphire, Piper-Heidsieck, Mercedes Benz,…), even trots kunnen zijn op hun culturele participatie, hebben het onrecht en de onmenselijkheid van het systeem waarin zij stuk voor stuk hoofdrollen spelen dus voelen binnenkomen. Het is een bittere pil om te slikken als de inhoud van een bescheiden meesterwerk als I, Daniel Blake niet meer blijkt te zijn dan een manier om het gemoed te sussen en het geweten te paaien: “Zo erg! Da’s vijf sterren waard!” Dat klinkt misschien cynisch, maar laat het dan binnen komen als een kritisch en geen verlammend cynisme. Al schuilt in dat cynisme òòk het gevoel van machteloosheid waarover hierboven sprake.

Het wordt al helemaal onthutsend als je begint na te denken over verantwoordelijkheid. Want de kunst- en cultuursector is toch maar gewoon een radartje in de motor die door de Onzichtbare Hand gestuurd wordt? Dus is het overleven of uitgesloten worden, en dus moet je niet te hard zijn voor collega’s in de sector. Met minstens één miljoen euro subsidie en tal van private sponsors is het Film Fest Gent echter niet bepaald de meest onschuldige speler als het aankomt op het adopteren van de neoliberale tijdgeest. Uiterlijke schijn blijkt héél erg belangrijk te zijn, kapitalistisch cliëntelisme mogelijk nog meer en de immer stijgende ticketprijzen zullen de organisatie blijkbaar worst wezen. Ik hou enorm van de sfeer op dit festival (gewaarborgd door studenten, nieuwsgierigen en filmliefhebbers, niet door de kostuumpjes en hun entourage), een groot deel van de programmatie en de inhoudelijke boodschap die wordt uitgedragen, maar het is schrijnend om te zien hoe een elitaire en navelstaarderige mentaliteit er gecultiveerd wordt.

Film kan inspirerend en ontmoedigend tegelijk werken. Dat geldt voor I, Daniel Blake des te meer. Loach zijn radicalisme gaat gepaard met levenswijsheid en kan voor menig geëngageerd activist heel erg inspirerend zijn: durf een individu te zijn in een samenleving gedomineerd door neoliberale robots. Dat een stuk van die verontwaardiging zich kan kanaliseren naar een beheerste crowdpleaser die behaagt en provoceert tegelijk, toont aan dat ook verzet kan rijpen – een geruststellende gedachte wanneer temperament zich weer eens de baas maakt van mijn beoordelingsvermogen. Het ontmoedigende is echter dat het vandaag steeds moet met middelen en binnen een realiteit die inherent in oppositie staan met de inhoud. Middelen die steeds sterker worden ingeperkt en een realiteit die steeds genadelozer de deuren sluit. Eigenlijk moeten de middelen afgenomen worden (wat in zekere zin gebeurt als je sponsoring voor dergelijke films vindt bij overheden, banken, etc. – al mag het geld nadien niet terugvloeien) en de realiteit doorbroken worden door doelgerichte illegaliteit en doelbewuste weigering na te streven. Kan dat misschien de praktische boodschap zijn die I, Daniel Blake mee geeft?

Dat Cinéart – ook gedomineerd door commercieel-kapitalistische logica – dergelijke film aankoopt én verdeelt in België en Nederland, mag vandaag tot bewondering stemmen. Of dat ook het geval had geweest moest de markt niet al beïnvloed zijn door de Gouden Palm en de lovende kritieken, is niet meer uit te maken. Hoe het ook zij, vanaf 26 oktober speelt dit uitstekende stukje cinema in (vermoedelijk) de meeste arthouses – al zou het pas echt in overeenstemming met de inhoud zijn, om deze film te bekijken zonder dat je er voor moet dokken en je achteraf graffiti kan gaan spuiten op de gebouwen van de RVA en VDAB.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!