De VS en de couppoging in Turkije

Direct na de poging tot staatsgreep van 15 juli in Turkije verschenen al berichten dat de coupplegers steun vonden van bij Amerikaanse militairen op de luchtmachtbasis Incirlik. Ondertussen hoor je op straat en tijdens discussieprogramma’s vrijwel niet anders meer dan dat de Amerikanen er achter zaten.

maandag 1 augustus 2016 16:31

De regeringsgezinde krant Yeni Safak gooide op 25 juli olie op het vuur met een artikel waarin de Amerikaanse John F.Campbell het brein achter de mislukte machtsovername was en dat hij samenwerkte met de beweging rond imam Fethullah Gülen. Yeni Safak beriep zich op bij de gerechtelijke procedure tegen de coupplegers betrokken bronnen binnen justitie.

Campbell

Campbell was voorheen bevelhebber van het uit NAVO-eenheden bestaande International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan. ISAF werd in 2014 opgeheven en kreeg met de Resolute Support Mission (RSM) een afgeslankte opvolger. Campbell was ook daar opperbevelhebber van, tot hij in maart van dit jaar met pensioen ging. 

Turkije had vergeleken met de meeste andere NAVO-landen een tamelijk fors aandeel in de ISAF en hetzelfde geldt nu ook nog voor de RSM, wat betekent dat zich in dit kader ook nu nog Turkse militairen in Afghanistan bevinden.

Overigens, uit een opgave van 2010 blijkt dat de Gülen-beweging in Afghanistan over drie lagere en vijf middelbare scholen beschikt.

Nigeria

Volgens Yeni Safak reisde Campbell tussen augustus 2014 en maart van dit jaar verschillende malen naar Turkije. Hij zou op de militaire basis van Erzurum, en die van Incirlik, geheime topontmoetingen hebben gehad. Als de staatsgreep was geslaagd had Campbell binnenkort weer naar Turkije gekomen, zo schreef Yeni Safak.

Deze sterk met president Erdogan sympathiserende krant stelde verder dat via een bank in Nigeria twee miljard dollar naar Turkije overgemaakt waarmee de CIA militairen over de streep kon trekken om aan de staatsgreep deel te nemen. Aldus wekt Yeni Safak de indruk dat het in ieder geval een deel van de coupplegers om geld te doen was.

Dat laatste is interessant, omdat van andere landen eveneens aangenomen kan worden dat ze bereid waren grof geld op tafel te leggen voor een gedwongen vertrek van Erdogan en zijn Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP). Dat wil zeggen, landen die het ontbreekt aan technische middelen om de coupplegers te assisteren, maar geen gebrek hebben aan financiële middelen.

VAE

Niet minder interessant is dat op 26 juli twee in Afghanistan gestationeerde Turkse generaals in Dubai werden aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de couppoging. Volgens Yeni Safak probeerden ze naar de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) te vluchten.

Dat verhoudt zich echter wat scheef tot een artikel in de krant Hürriyet, waarin stond dat de aanhouding van het tweetal volgde uit een samenwerking tussen het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken, de Turkse nationale inlichtingendienst MIT en de autoriteiten van de VAE.

Het verhaal rond de VAE en de couppoging in Turkije wordt zo steeds vreemder. De chronologie is ronduit bizar.

– In januari jl. beweerde de aan Yeni Safak verbonden publicatie Gercek Hayat dat de VAE het voortouw nam in een multinationaal complot dat tot een staatsgreep in Turkije moest leiden. Een centrale rol was er daarbij volgens Gercek Hayat voor de nauw aan de VAE verbonden Palestijnse politicus/zakenman Mohammed Dahlan.

– In april trok de Turkse buitenlandminister Cavusoglu naar de VAE in het kader van een verbetering van de betrekkingen tussen beide landen. Die was mogelijk geworden nadat Turkije zich bereid had verklaard om het conflict met Egypte bij te leggen.

– Een dag na de couppoging van 15 juli beschuldigde AKP-politicus Ahmet Varol de VAE en Dahlan van ‘negatieve tendensen richting Turkije.’ Verder zei hij dat Dahlan contacten had met volgelingen van Gülen.

– Tien dagen later waren de betrekkingen tussen de VAE en Turkije kennelijk zo sterk verbeterd dat een samenwerking mogelijk was bij de aanhouding van de twee generaals.

Het valt op dat het enige land dat voor 15 juli door Yeni Safak werd genoemd in verband met een mogelijke staatsgreep in Turkije, vooralsnog (naast Griekenland) ook het enige land is waar militairen werden aangehouden in verband met de uiteindelijke couppoging. 

Er zijn er wellicht die dit allemaal heel logisch en normaal vinden, maar voor mij is het dat verre van.

Ontkenningen

Maar goed, we hadden het over de VS. John Bass, de ambassadeur van de VS in Ankara praat zich de keel schor om Amerikaanse betrokkenheid bij de couppoging te ontkennen. President Obama doet hetzelfde. Nadat Yeni Safak generaal Campbell had beschuldigd, liet ook de Amerikaanse opperbevelhebber Joseph Dunford van zich horen.

 Dunford noemde het verhaal in Yeni Safak ‘absurd.’ Hij zei verder dat zijn Turkse counterpart Hulusi Akar hem afgelopen week twee keer belde. Akar zou Dunford ervan verzekerd hebben dat de samenwerking tussen Turkije en de VS, zoals ten aanzien van de Islamitische Staat (IS), ongestoord voortgang zal vinden.

Generaal Campbell sprak zich zelf ook uit over de beschuldigingen aan zijn adres in Yeni Safak. Hij noemde die ‘absoluut belachelijk.’ 

De waarde van de ontkenningen van Bass, Obama, Dunford en Campbell is uiteraard zeer betrekkelijk. Het ligt niet voor de hand dat de Amerikanen onder wat voor omstandigheden dan ook toe zouden geven dat zij bij een staatsgreep in Turkije betrokken waren. Dat deden ze nooit.

1980

De VS hebben hoe je het wendt of keert de schijn tegen. Alle ontkenningen door de jaren heen ten spijt hielden ze een slechte reputatie over aan de staatsgrepen in Turkije. Vooral aan die van 1980. Het wordt nog altijd tegengesproken in Washington, maar er bestaat geen enkele twijfel over dat de CIA nauw betrokken was bij de door de Turkse diepe staat vormgegeven omstandigheden waarin deze militaire machtsovername kon plaatsvinden. 

Het enthousiasme van president Carter was tekenend. ‘Na de Sovjetinterventie in Afghanistan en de val van de monarchie in Iran kwam de “stabileringsbeweging” in Turkije als een opluchting voor ons’, zei hij destijds. Zijn veiligheidadviseur Zbigniew Brezinski was het daar helemaal mee eens: ‘een militair bewind was het beste voor Turkije.’

Naarmate 1980 naderde kregen de Turken zoveel politiek straatgeweld voor hun kiezen dat ze er knettergek van werden, waardoor de staatsgreep als een verademing kwam. Die maakte een (tijdelijk) einde aan de democratie en de mensenrechten in Turkije, maar ook aan het politieke geweld op straat. In Amerikaanse ogen leverde de machtsovername de gewenste stabiliteit in het land. 

De VS hadden een merkwaardige manier om stabiliteit te bewerkstellingen in Turkije, want tegen het einde van de jaren zeventig deed de aan de CIA verbonden diepe staat er alles aan om het politieke geweld op de Turkse straten zoveel mogelijk op te stoken, waardoor de situatie alleen maar minder stabiel werd. Dat was echter om de publieke opinie te beïnvloeden. Uit ervaringen met eerdere staatsgrepen in Turkije wist Washington dat een staatsgreep steun van een groot deel van de bevolking vereist om het gewenste resultaat te bieden.

Overeenkomsten en verschillen

Er zijn overeenkomsten en verschillen tussen 1980 en 2016. Er is alle reden om aan te nemen dat een stabiel Turkije nog altijd voorop staat voor de VS. De Sovjet Unie bestaat niet meer, maar van het huidige regime in Rusland gaat wederom een dreiging uit voor het westen.

Dat maakt de verbindingsweg naar Rusland via de Dardanellen en de Bosporus nauwelijks minder belangrijk dan 36 jaar geleden. Bovendien grenst Turkije aan het nog altijd onrustige Midden-Oosten, wat een stabiele factor in de regio eveneens wenselijk maakt.

Het verschil met destijds is dat sinds 1980, en de ‘postmoderne coup’ van 1997, een grote meerderheid pertinent wil voorkomen dat het ooit nog tot een staatsgreep komt. Die consensus zit erg diep en strekt zich uit van links en rechts, tot religieus en seculier. Daarmee is niet gezegd dat Turkije de laatste jaren erg stabiel is. Het politieke en religieuze geweld waar het land door getroffen werd heeft de Turken echter niet rijp gemaakt voor een staatsgreep.

Dat laatste bleek op de avond van 15 juli. Zelfs als de militairen geslaagd waren in hun opzet, was stabiliteit verre van gegarandeerd geweest. Juist omdat het aan steun uit de bevolking ontbrak. Dat maakt de beslissing van die nog altijd zo onduidelijke groep binnen de strijdkrachten ook zo onbezonnen. Daarnaast plaatst het vraagtekens bij de eventuele Amerikaanse betrokkenheid bij de couppoging.

Tweede Syrië

Bij een geslaagde machtsovername was het niet minder dan waarschijnlijk geweest dat de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) haar achterban had opgeroepen om tegen de junta in verzet te komen. Grote kans dat dit in een religieuze context was gebeurd. 

Zo ging het in ieder geval op die bewuste avond, want niet alleen president Erdogan riep de bevolking op om de straat op te gaan, ook de moskeeën deden dat. Van de minaretten van 85.000 moskeeën galmde een specifieke oproep die refereerde aan het Ottomaanse Rijk ten tijde van een militaire crisis. Het kwam bepaald jihad-achtig over.

Kortom, bij een geslaagde machtsovername zou een religieus getinte burgeroorlog op de loer hebben gelegen waardoor Turkije een tweede Syrië had kunnen worden. Versplintering had er dan toe geleid dat de ene groepering nog extremer wilde zijn dan de andere. Een betere voedingsbodem kan IS zich niet wensen.

Verheugden de VS zich op het risico dat de essentiële zeestraten in Turkije onder controle kwamen te vallen van radicale moslims? Ik waag het te betwijfelen.

Nog een uitzichtloze oorlog had wellicht een droom geweest voor het Amerikaans militair industrieel complex, maar woog dat voordeel op tegen het verlies van een stabiel Turkije en het enorme strategische nadeel dat daarmee gepaard zou gaan ten aanzien van Rusland?

Beter vandaag dan morgen 

Begrijp me niet verkeerd. Ik twijfel er geen seconde over dat de Amerikanen graag het vertrek van president Erdogan zouden zien. Beter vandaag dan morgen, en misschien zelfs liever dood dan levend.

Over wat de Amerikanen tot die wens beweegt lopen de meningen uiteen. Hysterische AKP-medestanders zullen stellen dat Turkije onder Erdogan op weg was een supermacht te worden die het westen de loef af zou steken en dat de VS zich daarom van hem wilden ontdoen. Zelf houd ik het erop dat Erdogan, met zoveel U-bochten in zijn buitenlandbeleid dat Max Verstappen er duizelig van zou worden, een uiterst onzekere factor werd voor Washington, en daarmee een bedreiging van de eerste orde ten aanzien van de Amerikaanse plannen in de regio. 

Het gaat misschien zelfs zo ver dat de crisis met Rusland de VS tot het besef brachten dat Erdogan onder bepaalde omstandigheden het uitlokken van een wereldoorlog niet uit de weg zal gaan. Destijds klonken dergelijke geluiden wel degelijk, compleet met vergelijkingen met de Cubacrisis in 1962. De escalerende ruzie tussen Turkije en Rusland behoort ondertussen tot het verleden, maar menigeen hield de adem in.

Vanuit het Amerikaanse perspectief valt een wispelturige, onvoorspelbare, tussen pro- en antiwesterse opstellingen switchende, en zo nu en dan roekeloze Erdogan echter te prefereren boven de gevaren die zich bij zijn vertrek zouden openbaren. Turkije kan dan onder hem geen toonbeeld van stabiliteit zijn, maar met een totale burgeroorlog kan het veel erger worden.

Spionagesatellieten

Een ander punt is dat de staatsgreep zeer waarschijnlijk succesvol was geweest wanneer de Amerikanen er aan mee hadden gewerkt.

Kijk bijvoorbeeld eens naar wat er die avond in Marmaris gebeurde. De coupplegers faalden niet in de laatste plaats omdat ze Erdogan daar niet konden vinden. Dat was in een samenwerking met de VS heel anders gelopen.

Amerikaanse spionagesatellieten zijn in staat om iedere vierkante centimeter van het aardoppervlak haarscherp in beeld te krijgen. Met dergelijke middelen had het nagenoeg uitgesloten geweest dat Erdogan onvindbaar bleef.

Het spreekt voor zich dat de staatsgreep een heel ander verloop had gekregen wanneer de coupplegers in staat waren geweest Erdogan in hechtenis te nemen.

Gülen-CIA

Medestanders van de AKP zullen niet van deze argumenten onder de indruk zijn. Zij zullen wijzen op de banden tussen Fethullah Gülen, hun primaire verdachte voor de couppoging, en de CIA.

In mijn in 2012 verschenen boek De diepte van de Bosporus beschreef ik aanwijzingen over een samenwerking gedurende de jaren negentig in Centraal-Azië tussen de Gülen-beweging en de CIA. Ik hield een slag om de arm, omdat de CIA en de Gülen-beweging zoveel geheimzinnigheid in acht nemen dat het moeilijk is om er met honderd procent zekerheid een uitspraak over te doen. Een Turkije-specialist met een internationale status liet me enige tijd echter weten de aanwijzingen zo hard te vinden dat hij de samenwerking bewezen acht. Daar sluit ik me nu bij aan.

Verder is er de steun die Gülen in 2008 vond bij de drie oudgedienden van het Amerikaanse inlichtingenwezen toen hij problemen ondervond met zijn Green Card in de VS. Een van hen, de voormalige station chief van de CIA in Afghanistan Graham Fuller sloot onlangs in een artikel uit dat Gülen bij de couppoging betrokken was. Hij prees de imam, die hij ‘het toekomstige gezicht van de islam’ noemde. 

Vervolgens zei de Amerikaanse National Intelligence Director James Clapper op 21 juli dat hij ‘geen bewijs’ zag voor Gülens betrokkenheid in het complot dat tot de couppoging leidde. Daar werd links en rechts nogal verontwaardigd op gereageerd, maar zijn die bewijzen dan zo overvloedig? OK, er kan ondertussen gevoeglijk worden aangenomen dat er volgelingen van Gülen bij de poging tot staatsgreep betrokken waren, maar dat bewijst nog niet dat de imam en zijn adviseurs er persoonlijk de opdracht toe gaven.

Het probleem is dat de meest harde bewijzen over betrekkingen tussen de CIA en Gülen zo ongeveer in 2008 eindigen. Anders gesteld, hoewel min of meer bewezen is dat hij met de CIA samenwerkte, is daarmee nog niet gezegd dat die samenwerking tot op heden is doorgegaan. Zo vraag ik me af waarom de CIA geen stokje heeft gestoken voor de problemen die de Gülen-beweging in de VS met de FBI ondervindt over onder andere witwassen en fraude met visa.

Amerikaanse media

Ik keer terug naar 15 juli. De eerste berichten in de Amerikaanse media over de couppoging in Turkije lieten zich die avond als positief omschrijven. Dat mag dan geen Amerikaanse betrokkenheid bewijzen, maar wel een stemming. 

Omdat instemming met een staatsgreep nu volledig taboe is in Turkije, zullen ze er niet voor uit komen, maar er waren ongetwijfeld Turken die op soortgelijke wijze reageerden. Ik heb het over de Turken die zich de afgelopen jaren al eens lieten ontvallen dat het hoog tijd werd dat de militairen ingrepen om een einde te maken aan Erdogans race naar alleenheerschappij. 

Daarbij zal men echter gedacht hebben aan een herhaling van de geweldloze ‘postmoderne coup’ van 1997, of hooguit aan die van 1960 waarbij de slachtoffers tot een premier en twee ministers beperkt bleven.

Hoewel ik zelf vind dat een volledig geweldloze coup evenmin in een democratie thuishoort, dacht ik aanvankelijk zelf ook dat de militairen iets in die richting van plan waren. 

Toen bleek dat dit de meest bloedige (poging tot) staatsgreep uit de Turkse geschiedenis werd, zullen ook de Turken die zich iets konden voorstellen bij een tweede Postmoderne Coup hard uit hun droom zijn ontwaakt en alsnog veroordeeld hebben wat er gaande was.

Is het volledig onvoorstelbaar dat de Amerikaanse media aanvankelijk ook aan een herhaling van 1997 dachten?

Hoax

Tenslotte wil ik benadrukken dat ik ondanks mijn bedenkingen niet uitsluit dat de VS als duistere macht schuilging achter de couppoging van 15 juli. Bevestigen zal ik het echter evenmin. Hetzelfde geldt voor de rol van Gülen, de VAE, Mohammed Dahlan, of welke andere theorie dan ook. Daar kom ik niet alleen toe door een gebrek aan informatie, maar ook omdat ik een dure les heb geleerd.

Acht jaar geleden liet ik me tijdens de Ergenekon-periode overdonderen door de claim van de AKP en de Gülen-beweging dat een groep militairen en burgers samenspanden om een staatsgreep te plegen. Het liep zoals bekend uit op een hoax. Voor mij persoonlijk was het de grootste vergissing in de jaren waarin ik over Turkije schrijf.

Ik was de enige niet die toen de fout in ging. Het verschil met anderen is echter dat de mensen die toen overtuigd waren dat nu weer lijken te zijn, terwijl ik zelf tot afstand besloten heb. Alleen een ezel stoot zich tweemaal aan dezelfde steen. Ik heb nu eenmaal over Turkije geleerd dat niets hoeft te zijn wat het in eerste instantie lijkt. 

Die bewust aangelegde afstand ontslaat me echter niet van de journalistieke plicht om te wijzen op de contradicties die ik signaleer in de stellingen over de toedracht van de couppoging. Dat die contradicties er zijn is iets waar ik in ieder geval niet over twijfel.

Volg Peter Edel op Twitter

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012, Uitgeverij EPO, Antwerpen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!