Voor werkgevers en N-VA/Open Vld is een loonstop en afschaffing 38 urenweek niet genoeg

Als zowel de werkgevers als de vakbonden de plannen van Peeters afschieten, zullen die wel meevallen zeker? Een poging om helder te zien doorheen de communicatiemist.

woensdag 20 juli 2016 15:33

Politiek kan verwarrend zijn. De vakbonden lopen al maanden storm tegen de plannen van minister van Werk Kris Peeters. Als die dan eindelijk die plannen in wetteksten giet, is het de beurt aan de werkgevers, N-VA en Open VLD om de hervormingen af te branden. Open VLD-Kamerlid Egbert Lachaert roept zelfs op om de hele wet in de prullenmand te gooien en te herbeginnen met een wit blad. Volgens het VBO heeft Peeters zich uitgesloofd om alles bij het oude te laten.

Hete herfst vermijden

Wat moet je daar nu mee? Politiek is natuurlijk theater. De regering wil te allen prijze vermijden dat de herfst weer even heet wordt als in 2014. Michel I is door alle interne tegenstellingen, de zwakke positie van MR aan Franstalige kant en het gebeuk op de linkervleugel van CD&V veel minder robuust dan twee jaar geleden. Probeer met zo’n ploeg maar eens een stakingsgolf te doorspartelen.

Om protest tegen een onpopulaire maatregel te verlammen, is het altijd handig om die voor te stellen als een wankel compromis waar de scherpste kantjes van afgeveild zijn. “Als iedereen boos is, moet het een goed compromis zijn”, zo vatte CD&V-kamerlid Stefaan Vercamer het samen.

Wet-Peeters

Laten we daarom eerst even naar de feiten kijken. De wet-Peeters over de hervorming van de arbeidsregels is wel degelijk ingrijpend. Doordat werkgevers 100 overuren krijgen die ze zonder inspraak van de vakbonden gewoon mogen uitbetalen, wordt de werkweek de facto verlengd tot 40 uur.

Op die eerste 2 uren per week extra moet ook geen overloon betaald worden. Dat betekent dat een werknemer voor uren die hij bijvoorbeeld na 18u klopt geen extraatje krijgt boven het normale uurloon. Maar sectoren krijgen de mogelijkheid om na een onderhandeling weliswaar dat uit te breiden tot 12 uur extra werken per week, zonder premie voor overwerk.

Peeters hervormt ook de wet van ’96 op het concurrentievermogen. Ook dat vinden de werkgevers maar niets. Dat is vreemd want het VBO was bij het aantreden van de regering nog vragende partij van die wijziging. “Daarin zal uitdrukkelijk moeten worden opgenomen dat het verdere structureel herstel van het concurrentievermogen prioriteit nummer 1 is en blijft, de lastenverlagingen in het kader van de tax shift niet mogen worden aangewend om bijkomende loonstijgingen mee te financieren, dat voor de verwachte loonkostenontwikkeling in de buurlanden zo voorzichtig mogelijke hypotheses moeten worden gehanteerd om nieuwe ontsporingen te voorkomen, en dat eventuele correcties ‘moeten’ worden toegepast i.p.v. “kunnen” in de huidige wet”, zo klonk het toen in een persbericht.

Dat is precies wat de nieuwe wet doet. Alle wensen die het VBO eind 2015 formuleerde zijn vervuld. Vanwaar dan nu die kritiek? De nieuwe wet vrijwaart de indexering. De ondernemingen kregen vorig jaar al een indexsprong en willen blijkbaar op dat elan verdergaan. Voka en VBO willen niet alleen dat de lonen de komende jaren niet meer stijgen, ze moeten nu ook dalen. Een indexering zorgt er immers alleen maar voor dat je met je inkomen evenveel kan blijven kopen.




In heel die discussie wordt geschermd met verschillende cijfers over de zogenaamde loonhandicap. Belgische werknemers zouden volgens de werkgeversorganisaties 12,5 procent duurder zijn dan hun collega’s in de buurlanden. De vakbonden betwisten dat.

Wie heeft er gelijk? Wel, de wet van ’96 introduceerde tegelijk ook een nulpunt om de loonevolutie te vergelijken. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) houdt die evolutie elk jaar bij in een rapport. In het meest recente rapport uit 2015 voorspelt de CRB dat de loonkloof tussen België en de buurlanden opgebouwd sinds 1996 definitief weggesmolten is.

Meer nog tegen het einde van dit jaar zullen de Belgische lonen 0,3 procent lager zijn dan het gemiddelde van Frankrijk, Nederland en Duitsland. Jawel, België steekt Duitsland, kampioen van de loonmatiging (en daarvoor al verschillende keren op de vingers getikt door internationale instellingen om dat beleid een rem zet op Europese groei) voorbij. Dat cijfer van 0,3 procent houdt dan nog geen rekening met alle loonsubsidies die de werkgevers krijgen. In 2014 bedroegen die al 7,1 miljard euro per jaar.

En die historische loonkloof dan die dateert van voor 1996? Het is nattevingerwerk om dat te berekenen. Wat je wel kan doen, is berekenen hoeveel het kost om iets te produceren. Het Planbureau ging bijvoorbeeld na hoeveel euro aan loonkost je nodig hebt om 1 euro aan meerwaarde te produceren. Dit zijn de zogenaamde arbeidskosten per eenheid product. In België ligt dit op 0,64 euro. In de buurlanden op 0,66 euro… Belgische werknemers zijn productiever en dat doet een eventueel hogere loonkost te niet.

De wetsvoorstellen van Peeters betekenen wel zeker een hervorming van de arbeidsmarkt op maat van de werkgevers. Of de regering en de werkgeversorganisaties dankzij het communicatiespel van de voorbije dagen nieuwe stakingen en betogingen kunnen vermijden, is heel onzeker.

Wellicht zal wel geprobeerd worden om de hele discussie tot ver over de zomer te tillen. Alleen wil de regering net in de periode ook nog eens 2,4 miljard euro zoeken om het gat in de begroting te vullen.

Als de straten van Brussel opnieuw vollopen tijdens de al geplande betoging van 29 september zullen alleen de kranten en enkele opiniemakers op Twitter daar verbaasd over zijn.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!