Opinie - Lieven Bauwens

Waarom zetten we niet in op boslandbouw?

Boslandbouw? Lieven Bauwens legt uit waarom het wel eens de landbouw van de toekomst zou kunnen zijn.

maandag 4 juli 2016 14:11

Deze periode zijn er de langste dagen. De zon is de bron van de meeste van onze energie (fossiele brandstoffen zijn opgeslagen zonne-energie) en ons voedsel is verpakte en gehercombineerde zonne-energie. Geen wonder dat de zon werd aanbeden en zonnewendes een moment zijn om te feesten. 

Kijk eens naar de foto die bij dit artikel is gepubliceerd. Het is de akker naast de plek waar ik probeer een voedselbos te ontwikkelen samen met 6 andere gezinnen. U ziet onmiddellijk wat dit is: een maïsveld. U ziet ook wat er mis is met dit plaatje.

Hier wordt weinig zon gewonnen en gehercombineerd. Op één van de langste dagen van het jaar is het grootste deel van dit land bloot en wordt er geen biomassa gecreëerd. Enkel maïssprietjes die volgroeid zijn in augustus en dan uitdrogen. ?

Bovendien is blote grond zieke grond. Op dit veld kan je lang zoeken naar leven: buiten de mais is het er niet. De bodem is als het ware gesteriliseerd door extensief gebruik van herbiciden, en, door gebrek aan bescherming, doodt ook UV-straling het leven in de grond.

As het regent worden mineralen en organische voedingsstoffen uit de grond gespoeld. De grond verdicht, water wordt minder goed opgenomen en spoelt snel weg en zorgt stroomafwaarts voor ellende.

In deze grond zit weinig organisch materiaal, waaronder koolstof. Er is een potentieel van 600.000 hectares landbouwgrond in Vlaanderen die meer CO2 kunnen opslaan. Niet alleen is dat goed voor het klimaat, het bevordert bovendien de capaciteit van de grond om water (en lucht en voedingsstoffen) in op te slaan. Vlaanderen kreunde de afgelopen weken onder de wateroverlast. Dit heeft te maken met de vele verhardingen in ons land, maar ook door de beperkte watercapaciteit van het niet-verharde deel.

De grond is geploegd, het ecologische equivalent van ontginning. Ploegen zorgt ervoor dat voedingstoffen gemakkelijker ter beschikking worden gesteld van de planten, maar vaak te snel en dat put de bodem uit. Een boer moet dat compenseren door veel (kunst)mest op het land te voeren. De kunstmest, de herbi-, pesti- en fungiciden én de vele malen over het land heen en weer rijden, maken de boer zeer afhankelijk van fossiele brandstof. En is er veel uitstoot. Bovendien gaat de grond verder kapot. In het Verenigd Koninkrijk schatten ze het aantal potentiële oogsten nog op een honderdtal, in China en Afrika zijn er alarmerende berichten over uitgeputte bodem waar niets meer groeit.

Inspiratie voor verandering vinden we in de boslandbouw. In ons voedselbos -gegeven, in opbouw én particulier- had ik ook wateroverlast: op de oprit van de vorige eigenaar en aan de grens met dit perceel. Maar bomen, struiken, doorlevende gewassen en bodembedekking vangen heel wat water op. De verschillende lagen vangen meer licht op dan de paar sprietjes maïs (of graan, of aardappelen, of gelijk welke groente die op industriële schaal wordt gekweekt), en ik kan zo veel meer biomassa genereren. Naast de drie dimensies van de ruimte, is er de vierde dimensie van tijd: daslook komt piepen voor de beuken hun bladerdek sluiten. Door het mulchen verhogen we de kwaliteit van de bodem en zijn capaciteit om water op te nemen.

Dat brengt me bij de vraag: waarom steunt het agentschap Innovatie en Ondernemen de studie van agroforestry (www.agroforestryvlaanderen.be), één van de mogelijke strategiën in het verbeteren van landbouwtechnieken? Hoeveel boeren hebben steun aangevraagd voor boomaanplantingen? Welke stappen zijn al ondernomen om de onduidelijkheden rond vergunningen weg te werken? Hoe zit het met opleidingen? Hier is boslandbouw echt een marginaal gegeven. Nog marginaler dan de biolandbouw, dat minder dan 1% van het landbouwareaal omvat.? En dat ondanks de talloze voordelen.

In de commerciële landbouw is er veel verandering: zoek maar eens op Mark Shepard (Restoration Agriculture) of bekijk de Liberterres-documentaire. Er zijn Wervel en de World Agroforestry Center. Kijk naar Iowa, Verenigde Staten, waar jarenlang gigantische hoeveelheden ‘topsoil’ wegspoelden en waar het gebruik van ‘cover crops’ (groenbedekkers) in vier jaar is verdertigvoudigd uit noodzaak. Maar er is een verschil. Hier worden af en toe een veld mosterd of faecelia mee ingeploegd als voorwaarde om meer mest te mogen uitvoeren. Daar zijn groenbedekkers doelbewust gekozen mengelingen van verschillende planten om stikstof te binden of om als veevoeder te dienen. Dit wordt vaak gecombineerd met no-tillage: niet meer ploegen (wat het benzinegebruik van de boer kan halveren!). De natuur doet dan het werk, wortels breken de grond, het bodemleven maakt de grond luchtig, gerichte en gelimiteerde begrazing zorgt voor voldoende compost.

In Vlaanderen heeft de belangrijkste beleidsmaker op dit vlak de unieke combinatie van bevoegdheden Natuur en Landbouw. Iemand met die functies kan een brug vormen tussen wat nu nog al te vaak twee werelden zijn.

Het landbouwareaal kwalitatief verbeteren is goed voor de boer én voor het milieu. Door anders te innoveren wordt het leven gemakkelijker voor de boer, hij wordt onafhankelijker van fossiele brandstoffen en multinationals, en houdt meer over op het einde van de maand. Dit betekent: minder CO2 in de lucht, meer CO2 in de grond om voeding te voorzien voor plant en dier en beter water op te slaan. Zo verbetert de weerbaarheid tegenover de onvoorspelbaarheid van het toekomstige klimaat. 

Laat ons nadenken hoe we boeren die vele hefbomen kunnen laten gebruiken.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!