(foto hav n knit love)
Opinie - Merijn van den Bosch

Waarom de geboorte van een baby panda geen reden tot juichen is

Er is een panda geboren in Pairi Daiza, en dat is reden tot feest. Of niet? In feite is de geboorte van zo’n babypanda in gevangenschap compleet onbelangrijk, en eigenlijk is de gehele pandapopulatie in gevangenschap dat. Meer nog, er is zelfs iets voor te zeggen dat de reuzenpanda als soort niet zo belangrijk is als we zouden willen geloven.

vrijdag 1 juli 2016 11:16

Sociale media en kranten hebben er een tijdje bol van gestaan, nu lijkt de storm weer wat te zijn gaan liggen: de mini-reuzenpanda in Pairi Daiza was, zoals verwacht en gepland, oorzaak van lichte massahysterie. Inmiddels heeft het diertje ook een voorlopige naam: ‘Baby P.’. De definitieve naam wordt later gekozen door de Chinese overheid, de rechtmatige eigenaar van het jong. Wat wel al bekend is, is dat Marc Coucke, mede-eigenaar van Pairi Daiza, zijn zakken zal kunnen vullen dankzij een toename in de verkoop van entreekaartjes en panda-prullaria.

Ik breek er mij het hoofd over hoe het kan dat zoveel mensen enthousiast kunnen zijn over de geboorte van een reuzenpanda in gevangenschap, terwijl er zo weinigen geïnteresseerd zijn in het reilen en zeilen van de wilde pandapopulatie in Azië. Is het misschien omdat het eerste dicht bij huis is en het andere een ver-van-mijn-bed-show?

Onzin, de meeste mensen zijn ook niet echt geïnteresseerd in hoe het gaat met onze lokale wildpopulaties. Vinden mensen panda’s dan in die mate schattig en fascinerend dat ze €25 betalen om ze te zien? Ook twijfelachtig, slechts enkelingen komen hun huis uit voor eekhoorns of vosjes, wat toch onmiskenbaar ook schattige dieren zijn, die men volledig gratis kan zien zonder een uur in een wachtrij te hoeven staan.

Nee, het lijkt mij waarschijnlijker dat dierentuinen, net als andere bedrijven, uitgekiende publiciteitsstrategieën hebben die erin slagen om iets volstrekt onbelangrijk te doen voorkomen als iets belangrijks. Net zoals we denken een automatische appelschiller en doorspoelbare toiletrolletjes nodig te hebben, moeten we ook absoluut de reuzenpanda’s in Pairi Daiza gezien hebben.

Wild

Dit is verder niet zo’n probleem, maar wat mij in het verkeerde keelgat schiet, is dat dierentuinen het niet kunnen laten ons erop te wijzen hoe hun werking van groot belang is voor het voortbestaan van dieren in het wild. In bijna ieder artikel over ‘Baby P.’, laat men nog even vallen dat door kweekprogramma’s de populatie reuzenpanda’s wereldwijd gestegen is. Het is echter helemaal niet zo dat de populatie reuzenpanda’s in het wild significant minder bedreigd is omwille van de kweekprogramma’s. Nee, de groei van de totale populatie is een gevolg van de groei van het aantal reuzenpanda’s in gevangenschap. Er zijn, met wisselend succes, al enkele reuzenpanda’s vanuit gevangenschap uitgezet in het wild, en men is van plan dit in te toekomst vaker te proberen. Dieren hierop voorbereiden, en het bouwen van grote omheinde ruimtes waar ze kunnen wennen aan de ‘wilde natuur’ is echter ontzettend kostelijk.

Dierentuinen argumenteren dat door een kleine populatie in gevangenschap te houden, soorten zoals de Arabische oryx en de zwartvoetbunzing nu weer in het wild leven, waar deze soorten voordien uitgestorven waren in het wild. Dat klopt, maar de successen van herintroductie-projecten vanuit gevangenschap naar het wild zijn, zoals bij de reuzenpanda, enorm beperkt.

Sowieso houdt dit argument voor het voortbestaan van dierentuinen geen steek, op termijn zal het waarschijnlijk niet eens nodig zijn populaties in gevangenschap te behouden: het ‘uit de dood opwekken’ van een uitgestorven soort aan de hand van DNA is al lang geen sciencefiction meer.

Dat dierentuinen nog een grote rol spelen wat betreft educatie is ook in twijfel te trekken: enerzijds zijn dierentuinen wat dat betreft obsoleet geworden door de komst van natuurdocumentaires, anderzijds is deze kennis haast nutteloos als men alles weet over het wel en wee van dieren uit de jungle en de savanne, maar niets weet over de staat van de natuur dichter bij huis.

Habitat

Kortom, het is hoog tijd om ons vragen te stellen bij al deze praktijken: zouden we niet beter bezig zijn met het beschermen van het ontelbaar aantal diersoorten in het wild, in plaats van populaties in dierentuinen te houden voor het geval we een soort tot extinctie drijven, of zelfs uitgestorven soorten nieuw leven inblazen? Men moet zelfs verder durven denken, en aanvaarden dat het uitsterven van de reuzenpanda in feite niet eens een probleem is: het zou met de natuur niet slechter gaan als de panda verdwijnt, het gaat met de panda slechter omdat er veel natuur verdwijnt.

De enige manier om diersoorten die ‘schattig’ of ‘mooi’ zijn te beschermen, is te erkennen dat dit alleen kan door hun habitat te beschermen. Volwassen panda’s staan aan de top van de voedselketen, hun uitsterven zou veel minder dramatisch zijn dan het verdwijnen van organismen aan de bodem van diezelfde voedselketen (die uiteindelijk ook het verdwijnen van de panda’s tot gevolg zou hebben).

Dit meer ecologische denken is tegengesteld aan de filosofie van dierentuinen, waar het net gaat om het zien van individuele prachtexemplaren, losgemaakt van hun bredere context. Dat dierentuinen ook investeren in het beschermen van de habitat van allerlei diersoorten, is een enigszins bittere waarheid: het gaat hier om een klein percentage van de winst dat wordt afgestaan, misschien wel met als voornaamste reden het vermijden van kritiek.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!