Opinie -

Armeense genocide versus nazi-Holocaust

Dat het Duitse parlement een resolutie heeft aangenomen waarin de dood van Ottomaanse Armeniërs in 1915 genocide wordt genoemd, stond in alle kranten. Toch hoop ik daar nog iets aan toe te kunnen voegen.

dinsdag 14 juni 2016 16:39

Niet alleen de in Turkije regerende partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP), reageerde verbolgen over het Duitse besluit. De Republikeinse Volkspartij (CHP) en de Partij van de Nationale Beweging (MHP) deden dat eveneens. Devlet Bahceli, de leider van laatstgenoemde partij, ging zo ver om de deportaties van Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog goed te keuren. Hij noemde herhaling een optie als de omstandigheden daar om vroegen.

Uit de eensgezindheid onder drie Turkse partijen blijkt hoe de meeste Turken tegenover dit thema staan. Niet alle Turken ontkennen dat het in 1915 om genocide ging. Turkse intellectuelen erkennen dat steeds vaker; vooral intellectuelen die zich bevrijd hebben van de last van het nationalisme. Hun minderheid kan er echter op rekenen door de meerderheid van landverraad te worden beschuldigd.

Koerden

Alleen de pro-Koerdische Democratische Volkspartij (HDP) kon de Duitsers begrijpen. Viel te verwachten, want de HDP noemt de ‘gebeurtenissen van 1915’ zelf een genocide. Historisch beschouwd is dat bijzonder, want bij de moord op Armeniërs waren veel Koerden betrokken. Door de eeuwen heen knapten zij vaak het vuile werk op voor het Ottomaanse Rijk en daar werd in 1915 geen uitzondering op gemaakt.

Toch zijn de betrekkingen van Armenië met de Koerden in Turkije tegenwoordig veel beter dan met de Turken. Dat werd mogelijk omdat ‘de zoon niet schuldig is aan de daden van de vader.’ Dat wil zeggen, zolang de zoon de geschiedenis onder ogen ziet. Daar bevindt zich het probleem in Turkije, waar de zoon de daden van de vader categorisch ontkent, of zelfs vergoelijkt. Voorouders zijn voor de meeste Turken nu eenmaal boven iedere twijfel verheven. Het gevolg is dat zij een morele verantwoordelijkheid op zich laden omtrent zaken die ver voor hun geboorte plaatsvonden.

Timing

Bij de recente beslissing van het Duitse parlement passen echter ook kritische kanttekeningen. Op zich was het niet uitzonderlijk dat een resolutie over de Armeense genocide werd geaccepteerd. Veel landen deden dat al eerder, waaronder Nederland. Het is vooral de timing die opvalt, in een periode waarin de betrekkingen tussen de EU en Turkije op scherp staan.

De Duitse bondskanselier Angela Merkel vond het dan ook niet het juiste moment om een resolutie over Armeense genocide aan de orde te brengen in het parlement. Een meerderheid dacht er echter anders over, dus kwam die stemming er.

Zo leek het oppervlakkig alsof Turkije niet in de eerste plaats het doelwit was, maar Merkel. Dat de resolutie werd aangenomen had echter meer te maken met de wereldwijd levende negatieve gevoelens over president Erdogan. Zo komt het besluit in het rijtje te staan van het satirische gedicht van Jan Böhmermann en het proces tegen de Iraanse zakenman waarmee men in de VS tracht Erdogan een lesje te leren.

Chodzjali

De Duitse volksvertegenwoordigers sloegen de plank mis. Alsof niemand onder hen wist dat de ontkenning van de Armeense genocide de grootste gemene deler is tussen een overweldigende meerderheid Turken. Het gevolg was dan ook niet dat Erdogan in een hoek kwam te staan, zoals de Duitsers wellicht hoopten. Met de CHP en de MHP aan zijn kant gebeurde het tegenovergestelde en werd zijn binnenlandse positie zelfs in een bepaald opzicht sterker.

In Duitsland werd gesteld dat de weigering van Turkije om de genocide te accepteren de toenadering van dat land tot Armenië in de weg staat. Op zich waar, maar er speelt meer. Zoals de Armeense wraakoperaties uit de jaren zeventig en tachtig. Die liggen in Turkije nog vers in het geheugen.

Bovendien, heeft men in Berlijn ooit van de Nakorno-Karabach oorlog gehoord? Meer specifiek de slachting die Armeniërs in 1992 begingen onder het Azerbeidzjaanse broedervolk van de Turken in het dorp Chodzjali. Zelfs als de controverse rond 1915 uit de wereld was, zou dat door weinig Turken vergeten worden.

Özdemir

Voorafgaand aan de stemming in het Duitse parlement klonk dreigende taal in Ankara. Turkije zou wel even dit en zou wel even dat. Dat beloofde het een en ander voor wanneer de resolutie werd aangenomen, maar toen het puntje bij paaltje kwam had Erdogan het met name voorzien op Duitse parlementariërs van Turkse komaf, die allen voor het aannemen van de resolutie stemden.

Vooral Cem Özdemir, de leider van de Duitse Groenen moest het ontgelden bij Erdogan. De president zei over hem dat hij ‘vervuild bloed’ door de aderen heeft stromen. Dat bloed moest volgens Erdogan in een laboratorium onderzocht worden. Alsof zo een gebrek aan Turk nationalisme kan worden vastgesteld.

Dagdelen

Andere Duitse parlementariërs met een Turkse achtergrond kregen ook de volle laag en werden ervan beschuldigd terrorist te zijn. Dat miste zijn uitwerking niet. Özdemir en andere de volksvertegenwoordigers werden bedreigd door Turkse nationalisten. Het parlementslid Sevim Dagdelen constateerde dat er een prijs van 100.000 euro op haar hoofd was gezet.

Op internet kon Dagdelen lezen dat ze voor ‘Armeense hoer’ werd uitgemaakt. Kwam niet onverwacht, want voor Erdogans aanhangers is iedere criticus nu eenmaal een Armeniër. Of het nu een Nederlandse columniste is, of een Duitse volksvertegenwoordiger.

Ondertussen heeft Sevim Dagdelen opgeroepen om Erdogan de toegang tot Duitsland te ontzeggen. Met dergelijke toestanden zal hij in de toekomst wellicht serieus rekening moeten houden. Ook naar aanleiding van het eerder genoemde proces in de VS tegen Reza Zerrab zou het daar uiteindelijk op uit kunnen draaien, al hangt het sterk af van wat er daarbij wereldkundig wordt gemaakt over Erdogan en hoe hard Washington het wil spelen.

Handelspartners

Los van zijn felle uitval naar de uit Turkije afkomstige volksvertegenwoordigers hield Erdogan zich redelijk in nadat de resolutie over de Armeense genocide was aangenomen door het Duitse parlement. Turkije haalde zijn ambassadeur terug uit Duitsland, maar die zal naar verwachting binnenkort naar zijn post terugkeren.

Verder verklaarde Erdogan het volgende:

‘Als Duitsland niet op deze verkeerde beslissing terugkomt, zullen wij dit vanzelfsprekend nader evalueren. De stappen die we moeten nemen zullen anders zijn. Met andere woorden, voortaan zal het niet meer zijn zoals het tot nu toe was. Uiteraard wonen in Duitland meer dan drie miljoen Turken. Voortaan zal deze kwestie uiteraard met meer omzichtigheid worden benaderd; langs een meer gecontroleerde weg.’

Veel woorden, waar echter weinig concreets uit spreekt. Tussen de diffuse regels valt te lezen dat Erdogan niet weet wat hij tegen Duitsland kan ondernemen. Verklaarbaar, want Turkije kan zich geen al te grote problemen veroorloven met een van zijn belangrijkste handelspartners.

Sözcü

Erdogan kon zich dan inhouden, maar de Turkse media sloegen venijnig terug naar Duitsland. De krant Günes noemde de aanslag van 7 juni in Istanbul ‘het werk van Duitsland’ en het dagblad Sözcü plaatste een portret van Merkel met een Hitlersnorretje. Die ‘arme’ Merkel. Dat ze de resolutie wilde uitstellen ging volledig voorbij aan de Turkse media.

Andere kranten kozen er eveneens voor om Duitsland aan Hitler en de nazi-Holocaust te herinneren. Veel smakelozer was nauwelijks denkbaar. Wanneer de misdaden van de nazi’s massaal verdedigd of ontkend werden door de Duitsers was het iets anders geweest, maar alleen een stel mallotige neonazi’s doet dat. Het punt is nu juist dat de Duitse zoon doorgaans wel onder ogen ziet wat de vader heeft gedaan.

Hitler

Als we de in nationalisme gedrenkte mentaliteit die in de Turks media tot dit zwakke verweer leidde naar Duitsland verplaatsen, zouden we in Duitse kranten bijvoorbeeld lezen dat de nazi-Holocaust niet had plaatsgevonden wanneer Hitler geen inspiratie had geput uit de massale moord op Armeniërs in 1915.

Er bestaan weliswaar twijfels over of Hitler daar echt in uitspraken naar verwezen heeft, waardoor het bewijs zou rammelen, maar in het omgekeerde geval zouden veel Turkse kranten zoiets graag over het hoofd zien. Daar is weinig zo overbodig als bewijs bij een bewering. Zo bleef volstrekt onduidelijk waar Günes zich op baseerde bij de aantijging dat Duitsland verantwoordelijk was voor de aanslag in Istanbul op 7 juni.

Israël

Dat de Turkse media het nodig vonden om de nazi-Holocaust erbij te slepen valt op. Zeker wat betreft de media verbonden aan de AKP. Islamisten laten de Jodenmoord tijdens WOII liever zoveel mogelijk buiten beschouwing, omdat zij vinden dat die wordt misbruikt als rechtvaardiging voor de staat Israël (Daar is het een en ander voor te zeggen. In het verleden schreef ik daar al over, maar het valt buiten het kader van dit artikel).

Nu de Turkse media de nazi-Holocaust in stelling hebben gebracht zat ik dat zelf ook doen. Dat wil zeggen, door een aantal vaak gehoorde argumenten bij de ontkenning van de genocide in 1915 op de Jodenvernietiging tussen 1940 en 1945 los te laten.

Oorlogsomstandigheden

Een van die argumenten spreekt genocide tegen omdat de Armeniërs onder oorlogsomstandigheden omkwamen. Dat doet denken aan wat de Amerikaanse historicus Arno Mayer in zijn boek De Hakenkruistocht schreef:

‘De gruwelijke aanpak van de Joden was het rechtstreekse gevolg van de tot wanhoop gedreven politieke hoogmoed van leiders die langzamerhand tot de vaststelling kwamen dat hun machtsdromen onrealiseerbaar waren, maar er geen afscheid van konden nemen. Deze geschonden dromen brachten het nazi-regime ertoe om de meest elementaire politieke, morele en religieuze normen en alle traditionele menselijke waarden met voeten te treden. Zij beseften dat zij de controle verloren hadden en als antwoord op hun blinde, zwaar gefrustreerde machtshonger konden zij slechts brutaliteit en gruwel bedenken. De Endlösung werd dan ook bedacht en uitgevoerd in de smeltkroes van de falende kruistocht tegen de Sovjet-Unie en het Joodse Bolsjewisme. Die mislukking schiep in Oost-Europa de voorwaarden die de extreme wreedheid en vernielzucht van de Jodenmoord denkbaar en uitvoerbaar maakten.’

Ook de nazi-Holocaust vond dus onder oorlogsomstandigheden plaats. Was er daarom geen sprake van genocide?

Een belangrijke reden voor het Ottomaanse Rijk om tijdens WOI de zijde van de centrale mogendheden te kiezen was de panturkistische ideologie van de leiders ervan. Enver pasja, Cem pasja en Talaat pasja meenden zo een Groot Turks rijk in de richting van Centraal Azië te kunnen bewerkstelligen. Het pakte echter anders uit. Dat in plaats van uitbreiding gebied werd verloren leidde tot dezelfde frustratie die de nazi’s later zouden ervaren.

Dodenmarsen

Volgens een ander argument werden de Armeniërs niet direct omgebracht, maar was hun dood het gevolg van de slechte omstandigheden waaronder hun ‘verplaatsing’ geschiedde.

Enerzijds zijn er te veel getuigenverklaringen over moordpartijen in Syrië om dit vol te houden. Veel Armeniërs bezweken echter al tijdens hun tocht naar hun eindbestemming en dat gebeurde niet alleen omdat ze door de lokale bevolking werden gedood (de vrouwen werden vaak verkracht), maar inderdaad ook door de erbarmelijke omstandigheden.

De slachtoffers van de nazi’s werden ook vaak gedwongen om hun dood tegemoet te lopen. Adolf Eichmann was aan het einde van de oorlog zo bezeten van zijn taak dat hij niet op treinen kon wachten om Hongaarse Joden naar de concentratiekampen te vervoeren. Dus dwong hij ze te voet op weg te gaan naar de kampen. Het liep uit op een van de beruchte ‘dodenmarsen’ tijdens WOII.

Ook hierbij waren de omstandigheden zeer extreem, waardoor veel slachtoffers al stierven voordat zij de bestemming bereikten. Wie daar wel aankwam werd of direct vermoord, of als slaaf te werk gesteld. Omdat de gaskamers het symbool van de Jodenvernietiging werden, wordt vaak vergeten dat veel Joden omkwamen als gevolg van ziekte door de uiterst slechte medische voorzieningen, dan wel door honger en uitputting. Evenals de Armeniërs in 1915 werden velen dus niet direct vermoord door de nazi’s, maar was er daarom geen sprake van genocide?

Bevel

Een andere populair argument om de Armeense genocide te ontkennen is het ontbreken van een direct bevel daartoe van het driemanschap dat het Ottomaanse Rijk in 1915 bestuurde. In het boek de Memoires van Naim Bey verschenen weliswaar telegrammen van Talaat pasja die moesten bewijzen dat dit bevel daadwerkelijk werd gegeven, maar aan de authenticiteit daarvan wordt sterk getwijfeld.

Ten aanzien van de nazi-Holocaust doet zich iets vergelijkbaars voor. Historici gingen tot het uiterste om een document te vinden waarin Hitler opdracht gaf om de Joden massaal te vermoorden, maar dat is nooit gevonden. De Britse historicus Ian Kershaw schreef in zijn biografie over Hitler dat dit bevel ook via ‘a nod of the head’ kan zijn gegeven. Zo zou het in 1915 ook kunnen zijn gegaan. In ieder geval is het ontbreken van een direct bevel van Hitler tot de nazi-Holocaust nooit door gezonde geesten als argument aangegrepen om te ontkennen dat er sprake was van genocide.

Overlevenden

Volgens het laatste argument dat ik hier noem kon in 1915 geen sprake van genocide zijn omdat na WOI nog Armeniërs leefden in het Ottomaanse Rijk. Dat laatste is waar. Er overleefden er ongeveer 400.000. Dat leidt tot de vraag waarom de ene Armeniër wel moest worden omgebracht en de andere niet.

In Turkije wordt gesteld dat Armeniërs verantwoordelijk waren voor de grote verliezen onder de islamitische bevolking in Anatolië. De meeste slachtoffers onder moslims in Anatolië vielen echter door de oorlog tussen de Ottomaanse en geallieerde strijdkrachten, met aan de laatste kant vooral Russische militairen.

De Joden kozen als groep geen kant in de oorlog. Dat is een verschil, maar slechts tot op bepaalde hoogte. De Armeniërs kozen weliswaar de kant van hun ‘bevrijder’ Rusland tijdens WOI, maar slechts een paar Armeense regimenten streden actief aan Russische zijde. De 250 intellectuelen in Istanbul waarmee de deportaties op 24 april 1915 begonnen hadden bijvoorbeeld kant noch deel aan de oorlog en hetzelfde gold voor veel andere Armeniërs die onder Ottomaanse verantwoordelijkheid werden afgevoerd.

Het gaat dus niet op om te stellen dat alle Armeniërs verantwoordelijk waren voor de Ottomaanse verliezen. In plaats daarvan kwam de meerderheid onder hen in de positie van zondebok terecht. Zoals de Joden als de zondebok werden omgebracht voor de verliezen van nazi-Duitsland aan het Oostfront

Geen raciale basis

De deportatie van Armeniërs kende een etnische basis, hoewel er zeker ook een religieus aspect aan verbonden was. Dat wordt onderstreept door het feit dat tijdens WOI niet alleen Armeense, maar ook andere christenen werden gedood.

In tegenstelling tot de nazi-Holocaust kenden de deportatie van Armeniërs echter geen raciaal beginsel. Dat blijkt onder andere uit gevallen waarbij Armeense kinderen bij islamitische gezinnen werden ondergebracht, zodat ze als moslim zouden opgroeien. Bij de nazi’s was dat ondenkbaar geweest.

VN

We zijn er nog niet. Genocide is een lastig begrip, dat door de VN als volgt wordt beschreven:

‘Een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: ‘het doden van leden van de groep; het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen en het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.’

Dat laatste leert om te beginnen dat het onderbrengen van Armeense kinderen bij islamitische gezinnen de definitie van genocide niet in de weg staat voor de VN. Sterker nog, deze praktijk maakt voor de VN deel uit van genocide.

Daarnaast staat er ‘geheel, of gedeeltelijk’. Geen enkele genocide in de geschiedenis was volkomen in de zin dat ieder lid van een bepaalde bevolkingsgroep werd omgebracht. De nazi-Holocaust kwam daar dicht bij in de buurt, maar zelfs de nazi’s gingen niet altijd tot het uiterste om Joden te vermoorden. Dat wil zeggen, in het concentratiekamp Theresienstadt, al was dat dan uit propagandistische overwegingen.

Vage omschrijving

Ik vraag me af: hoe groot moet het gedeelte van een opzettelijk omgebrachte bevolkingsgroep minimaal zijn om nog aan de definitie van genocide te kunnen voldoen? Vijftig procent, zestig, zeventig? De VN geven daar geen uitsluitsel over.

Door de vage omschrijving zou gechargeerd zelfs gesteld kunnen worden dat het al om genocide kan gaan wanneer een persoon vanwege zijn etnische, religieuze, of raciale achtergrond wordt vermoord. Een persoon is immers ook een gedeelte van een bevolkingsgroep.

Los van deze theoretische overweging, leidt de vage omschrijving tot meer realistische vragen. Voldeed Hirosjima/Nagasaki bijvoorbeeld aan de definitie van genocide? De Amerikanen wilden niet alle Japanners ombrengen, maar wel degelijk een deel daarvan. Dezelfde vraag geldt voor het uitmoorden van Vietnamese dorpen door de Amerikaanse strijdkrachten, of die in Indonesië door Nederlandse militairen. Als dat genocide was – en dat wordt soms gesteld – hoe zit het dan met ‘de gebeurtenissen van 1915’? Kortom, is het feit dat niet alle Armeniërs werden gedood een argument voor de stelling dat het geen genocide was?

Intentie

Er zijn zoveel onduidelijke factoren. Hadden bijvoorbeeld minder Armeniërs overleefd wanneer het Ottomaanse Rijk over de logistieke middelen beschikt had die 25 jaar later door de nazi’s werden ingezet bij de Jodenvernietiging? Onmogelijk om dergelijke vragen te beantwoorden.

Wat tenslotte overblijft is de vraag over intentie: leefde in het Ottomaanse Rijk de intentie om alle, of in ieder geval de meeste Armeniërs te doden? De Nederlandse Turkoloog Erik Jan Zürcher vindt mede op basis van bewijzen die bij het tribunaal van 1919 in Istanbul werden overlegd dat deze vraag bevestigend beantwoord moet worden. Daar wordt aan Turkse zijde tegenovergesteld dat dit tribunaal door de toenmalige bezetters van het Ottomaanse Rijk werd afgedwongen en daarom niet onpartijdig was. Dat leidt dan weer tot de vraag of bezetting iets aan bewijzen kan veranderen.

Zonder verder tot conclusies te komen besluit ik dit artikel met een citaat van Halil Koet, een Ottomaanse pasja die volgens de Zweedse historicus David Gaunt nauw betrokken was bij het doden van Armeniërs in de Turkse provincies Bitlis, Mus en Beyazit. Halil Koet was een oom van Enver pasja, de toenmalige Ottomaanse minister van Oorlog.

Halil Koet schreef het volgende in zijn pas in 1972 verschenen memoires:

De Armeense natie, die ik tot het laatste lid ervan heb getracht te vernietigen, omdat zij probeerde mijn land uit de geschiedenis te verwijderen als gevangene van de vijand in de meest verschrikkelijke en pijnlijke dagen van mijn Turkse vaderland…, ik zal er voor zorgen dat geen enkele ademende Armeniër op aarde overblijft.’

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012, Uitgeverij EPO, Antwerpen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!