Hoe ‘tampontaks’ voordelig maken voor consument?

Hoe ‘tampontaks’ voordelig maken voor consument?

Een daling van de btw, zoals vandaag gevraagd op hygiënische producten voor vrouwen als “tampontaks” of zoals op de elektriciteit in 2014, kan de prijzen doen dalen. Maar kan men ook beweren dat deze prijsdaling leidt tot een verhoging van de koopkracht? Helaas niet.

woensdag 8 juni 2016 18:22

Om de gevolgen van een btw-verandering te evalueren, moet immers ook rekening worden gehouden met de impact van de maatregel op de loonindexering. De “officiële” inflatie berekend door het ministerie van economie – een gebrekkige weerspiegeling van de reële inflatie – omvat de prijzen btw inbegrepen.

Hogere inflatie

 

Als deze dan ook wordt doorberekend op de verkoopprijzen dan zal een verhoging van de btw aanleiding geven tot een hogere inflatie en dus een snellere loonindexering die de verhoogde prijzen zal compenseren. Omgekeerd kan een lagere btw de prijzen doen dalen, maar deze vertraagt ook de indexering.

In de realiteit betalen de werkgevers de btw-veranderingen of profiteren ze ervan. Een hogere btw pakt hen doordat de lonen sneller geïndexeerd worden, terwijl een lagere btw de indexering van de lonen vertraagt en zo de concurrentiekracht van de ondernemingen stimuleert. De consument als doorgeefluik wordt niet geraakt.

 Tampontaks

De compensatie via de indexering is zeker niet totaal voor de grote consumenten van het product waarvan de btw daalt, en wier koopkracht dus stijgt. In het geval van de tampontaks gaat de vertraging van de index ook invloed hebben op de mannen zonder dat ze evenwel profiteren van de prijsdaling. Voor een gemengd huishouden is er dan ook totaal geen winst.

Ondanks toespelingen in de media, wordt dit mechanisme vaak slecht begrepen en wordt er zelden over gesproken. De besluitvormers van hun kant zijn zich er wel degelijk van bewust met alle gevolgen. Een hogere belasting bijvoorbeeld zal bij voorkeur worden toegepast op een product dat niet in de officiële inflatiekorf zit.

De consument

Enkele recente voorbeelden: de uitbreiding van de btw naar advocaten en de hogere toegangsheffing tot de rechtbanken. De consument voelt wel degelijk een reële prijsverhoging die evenwel niet verschijnt in de officiële inflatie omdat ze niet in de korf zit, en dus helemaal niet leidt tot een hogere indexering.

De belastingen komen dus uitsluitend ten laste van de consumenten wier koopkracht daalt, terwijl de loonlast van de ondernemingen gevrijwaard wordt. De “gezondheidsindex”, op basis waarvan de lonen effectief worden geïndexeerd, berust op hetzelfde principe : producten onderworpen aan accijnzen worden uitgesloten van de officiële korf, en de toename daarvan leidt niet tot enige officiële inflatie en dus tot geen indexering.

Btw en koopkracht

Integendeel, de daling van de btw heeft bij voorkeur betrekking op producten die in de officiële korf zitten, zoals elektriciteit of hygiënische producten voor vrouwen. Ze beperken de inflatie en dus de verhoging van de lonen wat ten goede komt aan de concurrentiekracht van de ondernemingen, maar ondanks de schone schijn zonder de koopkracht te verhogen. Omgekeerd beïnvloedde de recente terugkeer van de btw op elektriciteit naar 21 % de inflatie en ging dus wegen op de ondernemingen via de indexering: deze gaat dus samen met een indexsprong waardoor de terugslag op de inkomsten werd vermeden.

Opdat een daling van de btw een positieve impact zou hebben op de koopkracht moet de invloed ervan op de officiële inflatie worden geneutraliseerd. In dat geval dalen de prijzen maar zonder impact op de officiële inflatie, en dus zonder de indexering uit te stellen.

Daartoe kan men het bedoelde product uitsluiten van de berekening van de officiële inflatie gedurende een jaar, waarna de daling van de btw niet langer enige invloed heeft op de inflatie. Dit zou een omgekeerde indexsprong zijn. De wetsvoorstellen, die de “tampontaks” overnemen zonder dergelijke neutralisatie, zijn terug te brengen tot een loonconcurrentiemaatregel zonder enige invloed op de koopkracht. 

De btw belast een soms verplichte consumptie met één enkel belastingtarief en kost gemiddeld meer dan 450 € per maand aan de Belgische huishoudens. De daling of opheffing van de btw vragen, is dus aanlokkelijk, maar wel riskant. De prijzen zouden dalen, maar de inkomsten zouden stagneren tot de prijzen terug zijn op hun niveau vóór de opheffing van de btw waardoor de invloed ervan op de koopkracht volledig verdwijnt.

In het voorbijgaan, en zonder vooruit te lopen op de positieve impact op de tewerkstelling door een hogere concurrentiekracht als gevolg van een zo’n fiscaal geschenk, zou de Staat fiscale btw-inkomsten aan haar neus zien voorbijgaan, 25 miljard op goed honderd in het totaal, ten voordele van de werkgevers.

Afgezien de compensatie in termen van fiscale inkomsten, als ze van de btw de koopkracht willen bevorderen dan moeten de tegenstanders de neutralisatie van de invloed ervan op de inflatie eisen. Anders stimuleert de maatregel alleen maar de loonconcurrentie van de ondernemingen ten koste van de gemeenschap.

Bron

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!