De klimaatkater van Parijs komt later
Opinie - Aviel Verbruggen

De klimaatkater van Parijs komt later

Op 12 februari is het klimaatakkoord van Parijs exact twee maanden uit. Maar, we hebben weinig reden tot vieren, zo stelt Aviel Verbruggen. "Wat ik nu zie gebeuren, bevestigt mijn bange vermoedens: de grootindustrie, multinationals hebben het initiatief in handen en de baan vrij."

woensdag 10 februari 2016 10:01

Klimaatzaak in het moeras

Twee maanden na het applaus voor het klimaatakkoord in Parijs, hebben de gevestigde media het klimaatonderwerp op een laag pitje gezet. Na Parijs gaat de energierestauratie verder en krijgt nu en dan zijdelingse aandacht in de media.  Bijvoorbeeld: over het jaar 2015 is in de Europese Unie de bouw van hernieuwbare energie capaciteit teruggelopen met 18%; Noorwegen is van plan zijn Noordpool gas en oliebronnen volledig te exploiteren; de Duitse elektriciteitsreuzen zijn gerustgesteld dat hun kolencentrales nog lang open kunnen blijven; België verlengt de exploitatie van de oude atoomcentrales, enz.

Voor, tijdens, en na de warme gloed van COP21 in Parijs, is de kilte van gewoon voortdoen in energiezaken aan de orde van de dag. Wie de EU-politiek en de energie-geopolitiek op onafhankelijke wijze volgt, is niet verrast. In april 2014 heeft de EU commissaris een pad in de korf gezet van de zelfproducenten (huishoudens, coöperatieven) van hernieuwbare energie, dit na gelobby van de grote energie en industriële bedrijven.

Deze politieke ingreep van de EU commissie verklaart de neergang van zelfstandige hernieuwbare energie in de EU. Het bleek geen hinderpaal voor de verbazende alliantie van milieu NGOs, ambtenaren, multinationals, om schouder aan schouder in Parijs te applaudisseren voor een akkoord dat door vaagheid en vrijwilligheid iedereen zijn gading geeft.

COP21: welke vooruitgang?

Parijs, zaterdag 12 december 2015: afsluiting van COP21 en hoogdag voor de Franse diplomatie. Na dagen en nachten schaven en vijlen, hamert minister Fabius een tekst van 31 pagina’s af, unaniem goedgekeurd. Intenties van deelnemende landen zoals over 2015 bijeengesprokkeld, zijn daardoor omgezet in beloftes.

De COP-club is opgelucht met de Parijse Overeenkomst: ze moet de vele internationale bijeenkomsten en het massale aantal mensuren vergaderen na COP15 in Kopenhagen (2009) verantwoorden, en COP22 (Marrakesh, 2016) kan doorgaan. De club beoordeelt het eigen resultaat als historisch, en laat dit weerklinken via de media. Wie durft een speld te prikken in deze reusachtige ballon van eensgezindheid?

Enkele NGOs stellen kritische vragen aan de gevestigde collega’s die geheel zijn opgegaan in de COP-club. Is de overeenkomst een lege doos? Een epische mislukking dan wel een historisch keerpunt? Of bepalen multinationals en miljardairs voortaan de inhoud en het tempo van de klimaatagenda?

Met de lippen bevestigt COP21 de grens van +2°C met streven naar 1,5°C, en vanaf 2020 jaarlijks US$100 miljard steun voor ontwikkelingslanden. Dit staat ook al in het vermaledijde Kopenhagen Akkoord van 2009. Parijs plaatst geen nieuwe bakens. Parijs gaat over hoe de COP-keuken de komende jaren wil draaien, met recepten als ‘beloofde inspanningen’, ‘vrijwillige bijdragen’, ‘vrije keuze van wie, wat, hoe, met wie, zal doen’.

Applaus voor zeker +2,7°C opwarming?

Om niemand voor het hoofd te stoten, is de overeenkomst geledigd van inhoud. Dus toch een lege doos. Maar er is vulling beloofd: de meeste landen hebben intenties voor nationale bijdragen meegedeeld. De beloofde inspanningen zijn moeilijk meetbaar en slecht onderling vergelijkbaar, en feitelijk niet controleerbaar, maar modelbouwers rekenen toch voor dat de volledige uitvoering van alle beloofde bijdragen tot ca.+2,7°C opwarming zou leiden.

Dus, er is een stap terug gezet tegenover het Kopenhagen Akkoord? En wat als de berekeningen te optimistisch zijn, of de uitvoering ervan lood in de vleugels heeft? Dit gaan we in 2023 weten bij de eerste evaluatie van de Parijse aanpak. Maar het verdere afremmen van duurzame hernieuwbare energie en het vastklampen aan de zielige emissiehandel door de EU Commissie en de grote bedrijven, doen het allerergste vrezen.

Edoch, de +2°C grens overschrijden is onomkeerbaar. De kans op deze klimaatkater is onaanvaardbaar groot. Een ernstige bezinning door de  NGO’s over hun strategie en coalities is aan de orde. De duurzame energie transitie met eliminatie van fossiele brandstoffen en atoomenergie, is geen gezellig onderonsje.

Verhullende tekst, dubbelzinnig en wollig

‘Hoofdzakelijk rijke mensen vernietigen op onomkeerbare wijze het unieke gemeenschapsgoed dat het klimaat is door broeikasgassen in de atmosfeer te lozen. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om resten van fossiele brandstoffen’. Deze essentie van het klimaatprobleem vermaalt COP21 tot: ‘klimaatverandering is een gemeenschappelijke bezorgdheid van de mensheid’, te delen met bezorgdheid voor een dozijn andere edele zaken. Gaat er in als zoete koek.

COP21 herdoopt klimaatverandering tot ‘potentieel onomkeerbaar’. Hierdoor verlicht wordt de klimaatzaak verlicht tot minder spits en minder dringend. Steenkoolcentrales gebouwd onder dekking van de lage koolstofemissie prijs, door de EU emissiehandel gegarandeerd, kunnen miljoenen ton koolstof blijven uitstoten. Volgens Fabius laten dubbelzinnigheid en wolligheid ‘alle landen de mogelijkheid om de overeenkomst thuis uit te leggen als een succes.’ Dit korte termijn gemak is een gegarandeerd ticket op een latere klimaatkater.

De Parijse tekst sluit woorden als fossiele brandstof, steenkool, olie en atoomenergie uit. Woorden die nochtans cruciaal zijn voor wie iets zinvols over klimaatbeleid wil zeggen. Uitzonderlijk concreet, voorziet art.16§8 een COP-plaats voor het Internationaal Atoomagentschap. Dit agentschap bezit al een gelijkaardig privilegie bij het IPCC, en heeft dit in 2014 slim ingevuld met het schrijven van de teksten over atoomenergie, en het negeren van alle kritische wetenschappelijke publicaties over atoomenergie.“Assessment” van alle beschikbare literatuur is nochtans de missie en ziel van IPCC, maar over deze ‘IAEA gate’ (atoomworm) heerst opmerkelijke mediastilte.

Door het verdoezelen van de feitelijke resultaten van atoomenergie en van haar rol in het versmachten van de duurzame hernieuwbare energie, kan het misleidend verhaal van atoomenergie als nodige lage-koolstof techniek voortduren. Het is een illusie dat atoomenergie nu wel zou lukken na een 60-jarig parcours van technologische mislukkingen en catastrofale accidenten. De illusie terug opkloppen, zal wel de duurzame hernieuwbare energietransitie voor langere tijd blokkeren.

Bindende overeenkomst?

De soevereiniteit van de landen maakt ‘bindend’ overeenkomen zeer moeilijk. De bindkracht van klimaatakkoorden komt van de precisie in de afspraken. COP21 bezwijkt voor algehele vrijwilligheid, waar de geschiedenis en wetenschappelijk betoog onverbiddelijk tonen dat dit voor gemeenschapsgoederen steeds slecht afloopt. Deze les is de essentie van het wereldwijd bekende en geciteerde “Tragedy of the Commons” van Hardin (1968), en van de analyses en voorstellen van Ostrom (1990), Nobelprijswinnaar in 2009. Hoe kunnen de milieu NGOs daar zo lichtzinnig overheen stappen?

Het is nodig en goed dat landen plannen maken en acties uitzetten, want in de landen, steden, lokale gemeenschappen vinden de duurzame energietransities plaats. Maar voor het beheer van gemeenschapsgoederen is dit niet genoeg. Er zijn ook afdwingbare regels nodig om voldoende wederzijdse resultaten te bereiken. Regels op hoger niveau kunnen ingaan tegen de bescherming van het gemeenschapsgoed, zoals sinds 2014 de EU Commissie regels hernieuwbare energie tegenwerken. Van de Commissie en van de COP verwachten we regels die de gemeenschapsgoederen beschermen. Precisie in taakverdeling tussen de landen en de COP, moet de COP vrijwaren van het kluwen in nationale en lokale details. Nu laat het toporgaan alles op zijn beloop, terwijl jaarlijkse prestatie indicatoren (in bedrijfsjargon: KPI’s) van landenresultaten bestaan om hun vooruitgang te volgen. Ook moet de VN problematische sectoren aanpakken, prioritair internationale scheepvaart en luchtvaart, nu geheel onbesproken in de Parijse overeenkomst.

Unanimiteit is niet zaligmakend

Hartverwarmende COP21 unanimiteit op de extra dertiende dag van 12 december: eindelijk zijn alle landen van de wereld overeengekomen het klimaatvraagstuk aan te pakken. Fout, die hartverwarmende overeenkomst dateert van de 1992 wereldtop in Rio de Janeiro, bij de aanvaarding van het klimaatverdrag. Sindsdien hebben de opeenvolgende COP mij niet kunnen bekoren, met uitzondering van het leesbare Kopenhagen Akkoord in 2009, waarbij de staatshoofden van de belangrijkste landen hun nek uitstaken.

Unanimiteit remt de start en snelheid van de duurzame energietransitie. Door iedereen aan boord te hijsen, rest slechts een vaag akkoord. De rijke landen ontlopen hun verantwoordelijkheid voor een versnelde start van de duurzame energietransitie. Het akkoord van Parijs laat het verder kopen van klimaataflaten in andere landen toe. Alle draken uit de vorige COPs hebben een plaatsje behouden, maar de naamplaatjes zijn verdoezeld, zodat een niet-COP habitué nogal wat moeite heeft om te doorgronden wat de vage teksten nu precies inhouden. De advocaten van de multinationals zullen er wel hun gading in vinden.

De unanimiteit is ook fragiel. Vrijwilligheid brengt jaarlijks geen US$100 miljard op tafel vanaf 2020. De rijke landen scharrelen ten alle kanten om US$25 miljard over drie jaar (2013-2015) te verzamelen. De bedrogen armste landen zullen, als zwakkere partij, niet uitstappen. Maar wat als de VS een republikeinse president kiezen? Het akkord van Parijs maakt uittreden de eerste vier jaar formeel onmogelijk, maar dit doekje voor het bloeden is nutteloos als de VS de energietransitie daadwerkelijk de rug toekeren (Australië en Canada hebben dit soort gedrag eerder vertoond).

Historisch akkoord, dat wel

Het akkoord van Parijs is historisch door de aanwezige goodwill en bereidheid tot actie te verkwanselen en te reduceren tot vage vrijwilligheid, waarmee we het gemeenschappelijke goed van ons klimaat niet kunnen redden. Deze les beitelde de geschiedenis in steen, en wordt uitgelegd en bevestigd door de wetenschappelijke literatuur over gemeenschapsgoederen.

Indien vrijwilligheid kon werken, zouden de burgers van een land ook vrijwillig hun belastingen betalen voor onderwijs, gezondheidzorg, politiebescherming, enz. Maak maar even de denkoefening hoeveel het tekort op de begroting zou zijn…

Aviel Verbruggen, prof.dr. emeritus UA

Bijdrage op basis van “Self-governance in global climate policy: An essay”, beschikbaar via http://www.avielverbruggen.be/index.php/downloads?func=fileinfo&id=482

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!