Wat de Bende van Nijvel kan leren van Olof Palme

Wat de Bende van Nijvel kan leren van Olof Palme

donderdag 4 februari 2016 14:14

Dertig jaar politieonderzoek en geen resultaat. Een ontzagwekkende stapel complottheorieën. Speurders die falen en manipuleren en daarna zelf verdacht worden. Politici die zich ongeoorloofd met het onderzoek bemoeien. Een dossier met meer dan een miljoen pagina’s. Een opgeheven verjaring en een rechercheteam dat, tegen beter weten in, nog steeds zoekt.

U hebt ze vast herkend: we hebben het weer over de Bende van Nijvel. Maar óók over de moord op de Zweedse premier Olof Palme. Palme werd op 28 februari 1986 doodgeschoten op een straathoek in Stockholm. Palme, geliefd én gehaat, was op weg naar huis na een avondje cinema en had eerder die dag zijn lijfwachten vrijaf gegeven. De dader is nooit gevat. Zweden bleef achter met een knoert van een trauma.

De Bende en de premier: ze hebben elkaar nooit gekend, maar toch veel met elkaar gemeen. Het verhaal dat we van de Bende kennen lijkt een doorslag van het verhaal dat de Zweden over Palme lezen.

Professionals of amateurs?

Sinds het midden van de jaren tachtig koop ik trouw elk boek dat de bloederige activiteiten van de doldrieste moordenaars van Waals-Brabant probeert te verklaren. Knipsels over hetzelfde onderwerp belanden zorgvuldig in een verhuisdoos. De boeken over de Bende gaan bijna altijd over koppelingen die er zouden zijn met het extreemrechtse milieu, waarbij ook politiemensen vuile handen hebben. Ik weet wat over de Bende, maar het is via de media tot me gekomen.

Bij de moord op Palme ligt dat anders. Daarover heb ik niet alleen boeken en artikelen gelezen, maar ook heel wat stukken uit het gerechtelijk dossier. De verklaringen van ooggetuigen, opgetekend direct na de schoten, geven een heel ander beeld dan de literatuur voorschotelt. De meeste boeken over de moord op Palme gaan over een moordenaar die koelbloedig wachtte op zijn slachtoffer en de daad mirakuleus goed had voorbereid. En die kerel behoorde tot een groep samenzweerders onder wie, volgens de populairste versie, extreemrechtse politieagenten en militairen. Al of niet met Gladio-connectie.

Ja, het klinkt vertrouwd. Maar sinds ik de getuigenverklaringen heb gelezen, zie ik veeleer een gevaarlijke eenzaat als dader. Een man die eerder amateuristisch optrad in plaats van een zorgvuldig geplande executie. Een bozerik die zijn woede wilde koelen, het object van zijn haat toevallig tegenkwam, zijn revolver haalde en de haan spande.

Te simpel? Er zit iemand in het dossier die perfect in dit plaatje past. Dan gaat het niet om het criminele drankorgel dat ooit voor de moord is veroordeeld maar in hoger beroep werd vrijgesproken. Er is een man die het juiste wapen had, de mogelijkheid en een motief. Een beursspeculant nota bene. Hij is intussen dood, maar er zijn rechercheurs die tot vandaag geloven in zijn schuld. Alleen de Zweedse media willen er niet aan.

De grote complotten

Samenzweringen liggen goed in de markt, zeker als het om lastig te doorgronden fenomenen gaat. Het menselijk verstand kan geweld moeilijk accepteren. Het moet, om het Bendecliché te gebruiken, “in verhouding staan tot de buit”. Een dwaas argument, omdat het suggereert dat gewelddadige criminelen redelijk en gewetensvol optreden. Maar wie zo denkt, kan niet vatten dat onschuldige Delhaize-klanten worden afgeslacht, of dat een internationaal voorvechter van ontwapening in Stockholm de kogel krijgt. Dan moet er “meer” zijn.

Het complotdenken wordt ook in de hand gewerkt als resultaten uitblijven. Als de politie iets niet vindt, dan is dat niet omdat er niets is, maar omdat ze het niet willen vinden, is de argumentatie. Het gelijk kan verder worden bewezen door getuigenissen scherp te selecteren. En als een verhaal past binnen de theorie, moet er vooral niet te kritisch naar de bron gekeken worden.

Maar wie de getuigenverklaringen naast die theorie legt, ziet dat de meeste auteurs van de Palmeliteratuur uit de bocht vliegen. Het zou best kunnen dat de geschiedschrijvers van de Bende het stuur evenmin rechthouden.



De plaats waar Olof Palme werd vermoord. Foto: Politie

De berichtgeving in zowel Zweden als België barst bijvoorbeeld van de criminelen en extreemrechtse fanatici die, meestal jaren na de feiten, kameraden aan de galg praten. Talrijk zijn ook de figuren die komen met observaties die ze op de dag van de misdaad zouden hebben gedaan, maar een decennium of twee, drie verborgen hielden.

Vertrouw niet op zulke verhalen, is het devies van Elizabeth Loftus. Uw geheugen is een oplichter. Loftus deed baanbrekend werk in het onderzoek naar de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen. Wat blijkt? Fantasie poetst de herinneringen op zodat ze eruitzien zoals we dat graag hebben. Wat los van elkaar staat wordt gelinkt, en wat we in de krant lazen of van anderen horen, wordt mooi in de eigen “ervaring” ingepast. Dat proces begint direct na het misdrijf. Een maand later is de herinnering van ooggetuigen op soms zeer wezenlijke punten al veranderd. Het vervelende is: de getuige heeft dat zelf niet in de gaten, want het vervormen van het geheugen gebeurt onbewust.

Walkietalkies en Gladio

Zo is de literatuur over onopgeloste moordzaken als Palme en de Bende ontstaan. En zo worden waanzinnige gewelddaden verheven tot activiteiten van samenzweerders en duistere machten.

Als iemand twee maanden na de feiten leest dat er een vent met een walkietalkie op de avond van de moord op Palme in Stockholm rondliep, dan wordt een in zichzelf mompelende zonderling die we in de winter van 1986 door de Zweedse hoofdstad zagen lopen, opeens een man met een walkietalkie die op 28 februari 1986 handlanger was van de moordenaar van Palme. Als iemand vijf jaar na de Benderaids leest over Gladio, wordt de herinnering aan de kroegpraat van een wapenmaniak plots een bewijs voor betrokkenheid van een geheim anticommunistisch netwerk bij de Bende van Nijvel. De reus van de Bende kan er opeens als Patrick Haemers uitzien en de moordenaar van Olof Palme gaat manklopen.

Terug naar de basis

Als doorsneelezer tasten we in het duister. We vertrouwen op de journalisten die ons het nieuws voorschotelen. Maar die laten steken vallen, opzettelijk of uit onwetendheid. We hopen op feiten, maar krijgen in het beste geval achterafconstructies, gekleurd door de zender, vervormd door ervaring. Hoeveel auteurs van boeken over de Bende en Palme vertellen eigenlijk wanneer een getuige zijn of haar verhaal voor het eerst deed? Wat of wie zijn de bronnen? Heeft diezelfde getuige misschien eerder iets heel anders gezegd?

Bij het schrijven van mijn boek over de moord op Palme heb ik geprobeerd het zwaartepunt te verleggen van de geruchten naar de feiten, van de theoretici naar de getuigen. Dat zou iemand die de mogelijkheden heeft, ook eens over de Bende moeten doen. Voor het meest authentieke verhaal hebben we de oudste getuigenverklaringen nodig en niet alleen de krantenversie van de feiten of wat iemand een maand, jaar of decennium later vertelt.

Als blijkt dat de moordenaar van Palme sprekend lijkt op een kerel die vlak ervoor nog de aandacht van tientallen getuigen trok door zijn opzichtige gedrag, en een revolver gebruikte dat geen enkele hitman in zijn zak zou durven steken, hebben we niet te maken met een getrainde huurmoordenaar. Als één persoon zegt dat de Bende van Nijvel optrad als een militair opgeleide terreureenheid met zware wapens, dan wil dit niet zeggen dat anderen geen zootje ongeregeld zagen dat alleen maar riotguns gebruikte omdat het met een gewone revolver nog geen olifant kon raken. Dat beeld, áls het bestaat, zijn we dertig jaar na dato kwijt. Maar daarin schuilt wel de zoektocht naar de meest waarschijnlijke waarheid. Misschien komen we toch uit bij smerissen die heimelijk Hitler groeten, wie weet, maar wellicht ook heel ergens anders.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!