Een dode planeet levert geen jobs, maar welke jobs levert een groene planeet?

Arbeid en milieu. Ze worden vaak gezien als elkaars tegenpolen: ‘wie wil werken aan duurzaamheid zet jobs op het spel’. Strengere uitstootreglementering zou industrie uit het land drijven en minder auto’s betekent ook minder werk in de auto-industrie. De groene beweging en de vakbonden stonden daarom vaker tegenover elkaar dan schouder aan schouder.

maandag 1 februari 2016 14:24

Maar dat hoeft niet zo te zijn. Op een dode planeet is er geen werk en dus heeft ook de arbeidersbeweging belang bij een duurzame omwenteling. Sinds enige tijd rijpen de geesten bij velen en de idee van een just transition (een sociaal rechtvaardige transitie) is al gemeengoed geworden in vele vakbondskringen. Na het sensibiliseren wordt het tijd voor actie en daarom heeft het Internationaal Vakverbond (ITUC) de campagne unions4climate gelanceerd waarmee ze druk willen zetten voor een sterker internationaal beleid rond duurzaamheid (link).

Just transition = meer jobs

Ook in België beweegt er wat. De Klimaatcoalitie (een platform met leden uit de milieubeweging, Noord-Zuidbewegingen, vakbonden en jongerenorganisaties) lanceerde eind maart haar ‘jobs4climate’-campagne waarin ze willen aantonen dat duurzaamheid leidt tot meer, en niet minder werkgelegenheid. En daar lijkt iets van aan te zijn. De meeste studies gaan ervan uit dat in de ‘groene industrieën’ behoorlijk wat nieuwe werkgelegenheid gecreëerd kan worden. Natuurlijk is de definitie van wat precies een ‘groene job’ is een moeilijke zaak en lopen de schattingen uiteen. Maar de schattingen zijn wel allemaal positief. Volgens de Klimaatcoalitie kunnen er in België alleen al zo’n 60.000 jobs gecreëerd worden door duurzame investeringen in hernieuwbare energie, openbaar vervoer, woningrenovatie, etc. Het Internationaal Vakverbond gaat uit van meer dan 7 miljoen jobs in de EU (link), een studie van Ernst & Young (link) spreekt van 3,4 miljoen voltijdsequivalenten in sectoren die vervuiling bestrijden en sectoren die grondstoffen managen (recyclage, etc.).

Just transition = betere jobs?

Maar het is niet al goud dat blinkt. Eén van de uitdagingen die de alliantie tussen de arbeiders en milieubeweging staat te wachten heeft te maken met de kwaliteit van de jobs. Over de kwaliteit van de groene jobs is niet veel geweten. In het kader van het WALQING onderzoek werd de omschakeling in de bouwsector naar meer passiefbouw bekeken vanuit een arbeidsperspectief (Holtgrewe, Kirov, & Ramioul, 2015; Ramioul & Van Peteghem, 2012). De impact werd als relatief beperkt ingeschat met dien verstande dat werken in de bouw geen lachertje is, of die bouw nu ‘groen’ is of niet. Een andere ‘groene’ sector is die van de afvalverwerking. De uitdagingen voor de kwaliteit van de arbeid liggen hier duidelijk hoger. Vooral in Centraal- en Oost-Europese lidstaten gaat het hier vaak over jobs in de informele sector onder moeilijke omstandigheden (zie o.a. hier). Het voordeel van de twee aangehaalde sectoren is dat ze reeds bestaan. Er bestaat dan ook een regulerend kader met afspraken tussen werkgevers en werknemers. In volledig nieuwe sectoren zal het een uitdaging zijn om over de kwaliteit van de gecreëerde jobs te waken. Sectoraal en lokaal sociaal overleg lijkt daarin een onmisbare factor (ILO, 2011) maar moet in deze nieuwe sectoren soms helemaal opgebouwd worden (Creten, Bachus & Happaerts, 2014).

In nieuwe sectoren zal het een uitdaging zijn om over de kwaliteit van de gecreëerde jobs te waken. Sectoraal en lokaal sociaal overleg lijkt daarin een onmisbare factor, maar moet in deze nieuwe sectoren soms helemaal opgebouwd worden.

Meer jobs = zelfde werknemers?

Maar zelfs als er meer jobs komen en de kwaliteit ervan kan bewaakt worden, dan nog stelt er zich een mogelijk probleem. De nieuwe jobs zullen helemaal niet dezelfde zijn als de jobs die (naar alle waarschijnlijkheid) zullen verdwijnen in zwaar vervuilende sectoren. De profielen van werknemers en de nodige competenties zijn niet dezelfde. Dat wil niet zeggen dat alle nieuwe jobs per definitie voor hooggeschoolden weggelegd zullen zijn (OECD). In de sector van afvalverwerking zullen ook vele jobs voor middelgeschoolden aangeboden worden.

Maar dat er andere competenties nodig zullen zijn, dat lijkt duidelijk. Volgens sommigen (OECD, p 59 e.v.) zal het toch vooral gaan over aanpassingen aan bestaande jobs, meer dan aan het radicaal heruitvinden van jobs. De bestaande structuren van nationale en sectorale opleidingen zouden, mits de nodige aanpassingen, moeten kunnen voldoen aan de veranderende eisen.

Volgens sommigen zal het vooral gaan over aanpassingen aan bestaande jobs, meer dan aan het radicaal heruitvinden van jobs.

Samen op weg, maar tot waar?

Arbeid en milieu zoeken en vinden raakvlakken. De zogenaamd ‘groene’ sectoren geven opportuniteiten voor werkgelegenheid en het is in ieders belang dat het daarbij gaat over kwalitatieve jobs. Daarnaast zouden die jobs weleens een gedeeltelijke oplossing kunnen bieden voor de krapte aan jobs uit het middensegment, de geschoolde arbeid.

Maar is dit voldoende, gaan de bonden hier niet mee in wat sommigen de ‘mythe van de groene economie’ noemen? Het idee dat door technologie en de ontwikkeling van een groene economie het kapitalisme de oplossing kan bieden voor de klimaatuitdagingen. Mogelijk, van een “post-kapitalistisch ecosyndicalisme” die de fundamentele groei-premisse aanvecht is vooralsnog weinig sprake in het binnen- en buitenland. Daarvoor zijn de raakpunten te onduidelijk en de win-wins te onzeker.

Stan De Spiegelaere is onderzoeker aan het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) en actief bij Poliargus.

Deze tekst verscheen eerder als column in De Gids op Maatschappelijk Gebied (2016/1)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!