De kapper, de moeder en de modder van Duinkerke

De kapper, de moeder en de modder van Duinkerke

zondag 27 december 2015 21:09

Ik stond compleet te klungelen. Het rollen van Yaprax, de kurdische dolma’s, bleek toch niet zo gemakkelijk als het er uit zag. De mama wenkte me dichterbij van zodra ik een volgende druivenblad in mijn handpalm had gelegd, legde een klein beetje rijstvulling op het blad met haar lepel en gebaarde dat dit meer dan genoeg was. Ik maakte de typische beginnersfout die bijna iedereen maakt die voor het eerst Yaprax rolt: te veel vulling!

Met haar engelengeduld toonde ze me voor hoe je het druivenblad dicht rolt. Ze had het al aan zo veel vrijwilligers getoond die allemaal met grote ogen ‘the making of the Yaprax’ aan het volgen waren. De sfeer in het buitenkeukentje in de Duinkerkse modder zat er goed in, er werd gezongen, het kacheltje brandde, er zaten Belgen, Nederlanders, Irakezen en Syriërs samen rond de Yaprax pot.

Ik zag hoe iemand een Belgisch meisje gebaarde dat haar lange haren bijna in de Yaprax mee gerold werden. Ze snapte het niet meteen, dus deed ik mijn handschoenen uit en deed een poging om haar ongekamde haren te vlechten. Achter mij hoorde ik ‘I can do that’ en ik draaide me om. De man die net op mijn schouder tikte leek me niet het type om meisjeshaar te vlechten dus ik keek hem ongelovig aan. ‘I am hairdresser.’ Met een grote glimlach vertaalde ik voor haar ‘Ah, de kapper! Wil je naar de kapper?’ Ze zette met enige tegenzin twee stappen achteruit en toen de man begon te vlechten mompelde ze nog ‘Amaai, dat was ver.’ Ze had duidelijk geen zin in vlechtjes, vanaf een bepaalde leeftijd zijn vlechten echt wel niet stoer genoeg meer, dus de kapper gaf het snel op.

Ik kreeg geen tijd om veel medelijden te hebben met de man, want er dook een vrijwilliger van ABC op die hem een verlengkabel in zijn handen stopte en de man klaarde op. De vrijwilliger zei ‘I did not find the clippers yet, but I will get them to you as soon as I can’. Na drie keer de verpakking van de kabel omgedraaid te hebben vroeg de kapper me waar hij elektriciteit kon vinden. Ik wees naar de community kitchen. Luttele minuten later keek ik achter mij en daar stond zijn geïmproviseerde kapsalon al met de eerste klant. Naast de community kitchen, in de modder, in open lucht tot net waar zijn verlengkabel reikte stond de kapper met zijn tondeuse en scheermes zijn eerste klant op een wankele stoel bij te knippen. Beide mannen zagen er dolgelukkig uit. Het begon net donker te worden en de kapper riep ‘I need a light! Does anyone have a light for me?’ Hij was duidelijk niet van plan om al meteen weer te stoppen met werken. 

Toen werd mij weer iets duidelijk: deze mensen zijn gelukkig als ze hun beroep kunnen uitoefenen. Ze zijn zo veel kwijt gespeeld onderweg, in hun vlucht voor het geweld. Wij focussen vooral op hun basisvoorzieningen, eten, een tent voor de nacht, kleren en nieuwe schoenen, maar vaak vergeten we dat een mens meer nodig heeft dan dat. Ze zijn grote delen van hun familie kwijt, sommigen zijn van heel hun familie gescheiden en zitten helemaal alleen in de Duinkerkse modder. Ze verloren hun werk, hun dagdagelijkse bezigheden, hun gemeenschap en daarmee ook een groot stuk zelfwaarde.  De Syrische man die de community kitchen runt liet zijn restaurant in Damascus achter, de kapper zijn kapperszaak. Ondernemers met niets om handen die zitten te springen om een betekenisvolle invulling van hun tijd. Mannen en vrouwen die blij zijn hun beroep te kunnen uitoefenen, die graag willen bijdragen aan de gemeenschap.

We doen hen geen plezier door hen enkel te zien als arme vluchtelingen die onze zorg en aandacht nodig hebben. We helpen hen veel meer door hen te zien als mensen die willen en kunnen bijdragen aan onze gemeenschap, en door hen ook die kans te geven. Laat asielzoekers werken, laat ze een zaak opstarten en bijdragen aan de lokale economie. Het stikt in Duinkerke van de ondernemers, laat ze ondernemen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!