Bron: studiobrussel.be

De supermarkt van het altruïsme: voor wie is het goed?

Music for Life van de openbare en Rode Neuzen-dag van de private omroepen zijn zeer succesvolle initiatieven die de meest altruïstische kant van mensen aan de oppervlakte brengen. Toch kreeg ik een enigszins wrange smaak in de mond toen Geert Bourgeois die het afgelopen jaar niet anders heeft gedaan dan beknibbelen op het geld voor de armsten en zwaksten Sinterklaas speelde door een som van 100.000 euro via Music for Life aan Poverello te doneren.

woensdag 23 december 2015 19:25

De initiatieven tonen duidelijk dat een heleboel mensen in de juiste context bereid zijn tot het opentrekken van hun morele cirkel en bereid zijn om voorbij de normale grenzen van hun alledaagse bestaan in te grijpen in de levens van anderen die minder geluk hebben dan zij.  

Toch kreeg ik een enigszins wrange smaak in de mond toen Geert Bourgeois, als opperhoofd van een Vlaamse regering die het afgelopen jaar niet anders heeft gedaan dan beknibbelen op het geld voor de armsten en zwaksten in de samenleving, met alle spotlights op zich gericht Sinterklaas speelde door een som van 100.000 euro via Music for Life aan Poverello te doneren. Poverello is een schitterend initiatief en het geld zal zeker nuttig besteed worden, daar niet van, maar het is natuurlijk ironisch dat vzw’s die al het hele jaar moeten knokken om nog iets van subsidies te krijgen en te kunnen blijven bestaan nu met de hand die hen slaat ook gezalfd worden. Je zou met enig recht kunnen zeggen dat het geld dat hier aan de onderklasse gegeven wordt eerst rechtstreeks uit hun zakken geklopt is.

Zowel conservatieve politici als rijke filantropen opperen zo nu en dan eens graag in de populaire media dat de welvaartsstaat eigenlijk niet nodig is als we de mogelijkheden van het individu om goede doelen te shoppen nog een beetje uitbreiden. In het vooralsnog iets meer economisch liberale Verenigde Koninkrijk is een vermarkte vorm van liefdadigheid zelfs vaak de ultieme conservatieve oplossing voor alle mogelijke sociaal-maatschappelijke problemen, van kinderwelzijn tot sociaal werk met betrekking tot werkloosheid. Het is echter pijnlijk duidelijk dat filantropie en liefdadigheid maar druppels op een hete plaat zijn ten opzichte van de gigantische budgetten die er nodig zijn voor een goede bescherming van de zwaksten in de samenleving.

Stel je voor dat Music for Life  dit jaar rond de drie miljoen euro binnenhaalt (dat zou 300.000 euro meer zijn dan vorig jaar). Dat lijkt een astronomisch bedrag, maar is het dat ook? Volgens een voorzichtige schatting op basis van gegevens van het Rekenhof zou het leefloon tot aan de minimumgrens optrekken alleen al anderhalf miljard euro kosten. Laten we ook niet vergeten dat de regering binnenkort zes miljard euro besteedt aan militaire vliegtuigen, geld waarvan velen opperen dat het nuttiger en socialer besteed zou kunnen worden. Wat is daarmee vergeleken het bedrag dat binnenkomt door vrijwillige acties als Music for Life? Pindanoten. Belastingen en herverdeling van vermogens zijn de motoren van armoedebestrijding, liefdadigheid is maar een laagje vernis. We hebben dus meer dan reden om de hypocrisie van Bourgeois te laken.

Ik heb bovendien twee andere bezorgdheden, die allebei voortkomen uit het vrije, haast gecommodificeerde karakter van de keuze voor goede doelen.

Een eerste vraag die we ons kunnen stellen is of liefdadigheidsacties als Music for Life ervoor zorgen dat het geld terechtkomt bij die actoren die er het meest baat bij hebben. De Britse filosoof Peter Singer is een van de oprichters van de ethische beweging die effective altruism heet. De beweging wil individuen tools en denkkaders aanreiken die een zo groot mogelijk rendement van het gedoneerde geld teweegbrengen. Dat kan door te kijken naar primaire, secundaire en tertiaire doelen, naar de kosten-baten-effectiviteit, naar de overhead-kosten van de organisatie, naar de marginale impact, et cetera. Het mag duidelijk zijn dat het slechts aan weinigen (mezelf incluis) gegeven is om bij elke altruïstische schenking aan al die factoren te denken. Om die reden hebben Singer en de zijnen ook een website gemaakt met daarop de meest effectieve liefdadigheidsdoelen, rekening houdend met al die factoren. Ik durf er haast mijn hoofd om te verwedden dat veel van de goede doelen die mensen via acties als Music for Life deze lijst niet zouden halen.

Overheden kunnen daarentegen wel rekening houden met al deze factoren, ze hebben daarvoor specialisten in dienst die (in principe) los van de politieke mode van de dag kunnen beslissen wat de meest prangende noden zijn en hoe ze kunnen gelenigd worden. Natuurlijk zijn door de overheid ingehuurde specialisten nooit helemaal neutraal, het is een technocratische illusie om te denken dat volledige neutraliteit bestaat, maar ze bieden ons de beste kans tot een zo effectief en rechtvaardig mogelijke herverdeling van het surplus dat door de burgers gecreëerd wordt. Als er geen budget is voor bijvoorbeeld armoedebestrijding kunnen de specialisten natuurlijk zeer weinig doen, op de occasionele kop soep uitdelen na. “We vinden gevechtsvliegtuigen belangrijker dan het welzijn van mensen”, zo lijkt de regering te zeggen.

Een tweede bezorgdheid hangt samen met de zeer menselijke neiging om alleen empathisch te zijn met mensen die zeer goed op ons lijken. Martha Nussbaum wijst er in een recent boek bijvoorbeeld op dat rechters veel meer waarschijnlijk sympathie zullen voelen met de slachtoffers van misdaden dan met de misdadigers, wat vaak tot straffen leidt die zwaarder zijn dan ze zouden moeten zijn. Dit is voornamelijk te wijten aan het feit dat de slachtoffers vaak socio-economisch, cultureel en qua etnie dicht bij de rechter aanleunen, en er meestal ook een kloof tussen de rechter en de dader gaapt wat deze factoren betreft. Wij zijn dus inherent geneigd om meer te geven om mensen (of als we het wat breder trekken, met levende wezens) die om één of andere reden een gevoel van identificatie met onszelf teweegbrengen. Als deze redenering klopt, dan zou dat willen zeggen dat er in België meer mensen in België geld willen geven voor Kom op tegen Kanker dan voor een vereniging die Schichtomiase, een zeer gevaarlijke parasiet in sub-Sahara-Afrika, bestrijdt.  Die laatste vereniging staat nochtans op de lijst van Peter Singer als een zeer effectief altruïstische liefdadigheid en de eerste niet. De verklaring: we geven (algemeen gesproken) minder om Adelia met schichtomiase in Angola dan om kleine Timmy met botkanker in Merksem. Als je even naar Music for Life luistert dan hoor je ook dat zeer veel mensen expliciet heel persoonlijke redenen om te doneren aan een goed doel opgeven. Dat gaat van “mijn vader is gestorven aan kanker” , “mijn neefje is verlamd en zit in een rolstoel” tot “ik heb zelf een hondje en het is zo een lieveke”. Stuk voor stuk redenen die leiden tot altruïstische daden, zij het niet noodzakelijk de daden die de wereld het meest nodig heeft.

Richard Rorty onderschreef in 1989 in Contingency, Irony, and Solidarity nog de hoop dat een liberaal opvoedingsproject met literatuur als kern van het programma mensen tot een grotere ironische openheid zou brengen waardoor ze meer geneigd zouden zijn tot solidariteit met hen grotendeels onbekende groepen. We kunnen enkel opmerken dat literatuur sinds 1989 veel van zijn belang ingeboet heeft, en ons de vraag stellen of beeldcultuur deze mislukte queeste kan vervolmaken. Filosoof Slavoj Žižek denkt alvast dat veel films van de laatste jaren eerder angst bevestigen en ontwrichtende machtsystemen bestendigen dan dat ze een ironiserende functie zouden hebben (hij geeft zelf Batman en Zero Dark Thirty als voorbeelden).

Ik heb persoonlijk altijd de mening gehad dat je mensen dit gebrek aan empathische verbeelding niet echt kwalijk kan nemen (iedereen moet voor zichzelf maar beslissen welke hoeveelheid wrok koesteren optimaal is), maar je kan het wel aan een overheid kwalijk nemen dat ze deze neiging tot beperkte empathie niet corrigeert in haar eigen uitgaven. Het mag duidelijk zijn dat deze regering haar staatsempathie zo strikt mogelijk wil beperken tot mensen die deze in haar ogen verdiend hebben. Een discussie over de meritocratische criteria van de regering zou ons te ver leiden; ik ga hier dus gewoon poneren dat deze verre van ideaal zijn (ik druk me omdat het hier gaat om een niet beargumenteerde hypothese zeer voorzichtig uit).

Moeten we dan concluderen dat het hele mediacircus op het einde van elk jaar en de giften die eruit voortvloeien beter niet meer zouden bestaan? Helemaal niet. We moeten wel concluderen dat liefdadigheid een aanvulling kan zijn op de structurele hulp die de overheid biedt aan noodlijdenden en onfortuinlijken maar dat deze structurele hulp van overheidswege van het allergrootste belang is en blijft.  Zij kunnen uiteindelijk de specialisten raadplegen die op een meer objectieve manier kunnen vertellen waar er nu precies geld nodig is, en waar dat geld het meest baat oplevert.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!