Europa’s domme reactie op terrorisme is gevaarlijk
Opinie -

Europa’s domme reactie op terrorisme is gevaarlijk

De manier waarop Europa vandaag op terrorisme reageert is een voorbeeld van slecht beleid. Zoals het in Europa de gewoonte geworden is, laten we ons leiden door ons schuldgevoel of door onze kwaadheid. We worden hierdoor marionetten in het spel van de terroristen en we maken het onderscheid niet meer tussen miljoenen burgers die moslim zijn en de terroristen.

woensdag 16 december 2015 11:33

Terroristische aanslagen door zogenaamde moslimfundamentalisten zijn een herkenbaar fenomeen geworden sinds 9/11. Hoewel het niet de eerste keer is dat zo’n aanval in Europa gebeurt, hebben de aanvallen in Parijs het algemene gevoel wakker gemaakt dat ze een nieuwe fase inluiden. Het gevoel heeft verschillende aspecten: (1) de perceptie van een verhoogde systematiek in de aanslagen of van de aankondiging van een grootschalige en systematische aanslag op het Westen; (2) het gevoel dat alle Europeanen geviseerd worden, ongeacht wat ze zeggen of doen; (3) het bewustzijn dat Europa willens nillens meegesleurd zal worden in de conflicten in de wereld; (4) het besef dat – als we nu niet adequaat reageren – het echt de verkeerde kant op gaat.

De manier waarop we vandaag reageren, zal onze levens in de komende decennia fundamenteel bepalen. We moeten er ons van bewust zijn dat de inzet zeer hoog is.

Europa kan een belangrijke rol spelen: het kan een beroep doen op de ervaring van twee wereldoorlogen om een derde te vermijden. Jammer genoeg is het potentieel om iets te ondernemen niet voldoende. We zien dat Europa, in de plaats van in actie te schieten in slaap is gevallen, onverschillig is geworden, en in veel van zijn beleidsmaatregelen gewoon dom overkomt. Nu het er echt op aankomt, is Europa enkel in staat om een mengeling van shock, verontwaardiging en kwaadheid te vertonen: drie reacties die samen allesbehalve garant staan voor goed beleid. Als we iets weten over slecht beleid, is het dat het evenveel schade toebrengt aan onszelf als aan anderen. Getuige hiervan de mantra van de ‘war on terror’ van de laatste tien jaar, die is overgewaaid uit de Verenigde Staten. Het enige wat wij gedaan hebben tot nu toe, is dit verhaal overnemen en, in onze drang om Amerika te volgen, er nog een schepje bovenop te doen.

De eerste schadelijke maatregelen zijn al genomen: verhoogde grenscontroles, sluiting van grenzen, meer nationalistische uitspraken, meer wapens, en geld dat gespendeerd wordt aan de ‘war on terror’. In sommige landen werden wetten al aangepast om een aparte behandeling van potentiële terroristen mogelijk te maken. In België eisen sommige politici een ketting rond de enkel van iedereen die mogelijk banden heeft met een terroristisch netwerk. En dat zonder enige vorm van berechting of bewijs van begane misdaden. Dit zijn maatregelen die ons aan Guantanamo doen denken: straffen die worden uitgedeeld buiten het rechtssysteem om.

Tegelijk krijgen we belachelijke ‘veiligheidstips’. Om maar één voorbeeld te geven: de UGent heeft haar personeel verzocht om onbekenden aan te spreken in de gangen van haar gebouwen, met de vraag wie ze zijn en wat ze zoeken. Een dergelijke ‘tip’ is niet alleen uitermate dom (alsof een terrorist geen aanvaardbaar antwoord klaar zal hebben); het zal onvermijdelijk ons sociaal weefsel aantasten en wantrouwen en wrok stimuleren tussen mensen in het algemeen.

Gezien deze ‘dappere’ maatregelen en hun bijna vaststaande gevolgen, zullen Europeanen met gezond boerenverstand al begrepen hebben dat het hele idee van een Europese Unie, ontstaan door tonnen geduld en inspanning de laatste 100 jaar, nu al op losse schroeven staan. Maar een aanvoelen dat we niet op een gepaste manier aan het reageren zijn, is jammergenoeg ook niet voldoende. We weten niet wat het betekent om op gepaste manier te reageren, en hoe we kunnen weten wat gepast is. Het antwoord hierop is nochtans verrassend simpel – en dat weten we ook als we eerlijk zijn: men start met een goede diagnose van de gebeurtenissen. Immers, een goede diagnose van een kwaal is de eerste stap op weg naar het juiste geneesmiddel. 

Wat is er dan fout aan de huidige diagnose van de kwaal van onze samenleving? Laat ons eerst even kijken naar sommige aspecten van het fenomeen: wat we zien is een beweging, eerst nauwelijks zichtbaar maar nu duidelijk identificeerbaar als een globale beweging. Het is een beweging zonder grenzen, zonder nationaliteit, en zonder centrale organisatie. Ze is verspreid over de hele wereld en is meer en meer mensen aan het aantrekken. We geven haar allerlei namen: jihadisme, terrorisme, islamisme, enzovoort. Maar benamingen geven ons geen inzicht. Integendeel, ze doen ons denken dat we het fenomeen begrijpen. Door blindweg dergelijke benamingen over te nemen, heeft de wereld trouwens de logica van de beweging zelf aanvaard: ze heeft de beschrijving van de strijders van de beweging overgenomen. 

Eén van de criteria om te testen of we wel een diagnose gemaakt hebben van de situatie, is de objectiviteit van het antwoord op de volgende vraag: wat maakt terrorisme zo anders dan andere criminele daden? Wat onderscheidt het van andere, schijnbaar gelijkaardige daden? De enige hypothese die deze vraag beantwoordt zonder de beschrijving van de daders over te nemen, is de hypothese in een artikel van S.N. Balagangadhara en Jakob de Roover in de Journal of Political Philosophy in 2010 (zie ook: www.academia.edu), waarin ze ook een oplossing voor het probleem suggereren. Zij stellen:

“Terrorism draws on a mechanism that represents crime as morally praiseworthy. That is to say, it is not a defense of a particular criminal action of some individual or another; it is a defense of ‘crime’ as such. By presenting criminal actions as morally praiseworthy, the mechanism of terrorism enables one to lend legitimacy to actions that are otherwise considered illegitimate.”

“Terrorisme doet een beroep op een mechanisme dat criminaliteit voorstelt als moreel lovenswaardig. Met andere woorden, dat mechanisme verdedigt geen specifieke criminele daad van één of ander individu; het verdedigt ‘criminaliteit’ op zich. Door criminele daden als moreel prijzenswaardig voor te stellen, maakt het mechanisme van terrorisme het mogelijk dat daden die anders als onwettelijk beschouwd worden, legitimiteit krijgen.”

Ze schrijven verder:

“Crime is transsubstantiated into acts of supererogation…They are not obligatory but they have the force of moral exemplars. These actions are ‘over and beyond the call of duty’ and as such are beyond the realm of moral obligation. That is, they are outside the domain of ‘moral laws’, but yet within the ethical domain.”

(“Criminaliteit wordt getranssubstantieerd naar daden van supererogatie… Dat soort daden zijn niet verplicht, maar hebben de kracht van morele modellen. Dat wil zeggen dat ze zich buiten het domein van ‘morele wetten’ bevinden, maar binnen het ethische domein.”)

Met andere woorden: de huidige pers en politici zien terroristische daden als daden buiten het domein van de morele wetten, zoals bijvoorbeeld iemand helpen wanneer je dat strikt gezien niet niet hoeft te doen (dat is een daad van supererrogatie). De daden liggen zogezegd buiten het domein van wat we kunnen begrijpen. Ze nemen hiermee de beschrijving van de terroristen zelf over. Wanneer John Kerry de aanslagen in Parijs benoemt als het werk van “psychopatische monsters”, erkent en bevestigt hij de bewering van de terroristen dat ze buitengewone daden aan het stellen zijn. De terrorist ziet zijn eigen daden natuurlijk als ‘heldendaden’, maar dat bevestigt net de hypothese: daden van supererrogatie kunnen zowel als gekkendaden als als heldendaden beschreven worden. Ze liggen immers buiten het domein van de morele wetten. De VS en Europa bevestigen dus dat ze er niet over kunnen oordelen met gewone maatstaven wanneer ze terroristen als ‘gek’ beschrijven. We laten hiermee met zijn allen toe dat de terroristen onze eigen ervaring van de wereld aan het bepalen zijn, en vandaar ook richting aan het geven zijn aan onze beleidsmaatregelen.

Het punt dat we hier maken, is niet zomaar een intellectueel punt: meegaan in die manier van kijken, denken, voelen en ervaren heeft zichtbare gevolgen in de wereld. Iemand toelaten om onze morele wereld vorm te geven, houdt in dat die persoon kan bepalen hoe wij ons in de wereld gedragen en welke morele idealen wij nastreven. In dat geval is een terrorist al geslaagd wanneer wij de manier van spreken overnemen die hij begonnen is; het bombarderen van onze steden en het vermoorden van onze mensen is hierbij vergeleken slechts een oppervlakkig symptoom van dit nieuwe denkkader. Zoals eerder uitgelegd, transformeert de terrorist criminaliteit tot een uitzonderlijke daad van een ethiek waar wij niet over kunnen oordelen. 

Zien we deze overname van denkkader al in de maatregelen die de voorbije weken door Europa en de VS zijn genomen? Natuurlijk wel: president Hollande heeft een luchtaanval gelanceerd op Syrië, als weerwraak. Hij wil de grondwet hervormen om de politie meer bevoegdheden te geven en om te kunnen arresteren zonder bevelschrift, en kondigt een staat van beleg aan van drie maanden. Meer dan de helft van de staten in de VS heeft beslist om geen vluchtelingen binnen te laten. Meerdere Europese staten willen de grenscontroles opvoeren, geheime diensten uitbreiden en onderzoek mogelijk maken dat privacy ondermijnt. 

Er is een opvallende gelijkenis en een duidelijk patroon in bovenstaande reacties: nog niet zo lang geleden zouden we dat soort reacties op gefronste wenkbrauwen onthalen, als fout beschouwen en in sommige situaties gewoonweg wegwimpelen. In de huidige wereld zijn het moreel prijzenswaardige, heldhaftige en respectabele maatregelen. We laten ons leiden door ideeën die vijftig jaar geleden niet zo makkelijk te verdedigen of te rechtvaardigen geweest zouden zijn, toen de herinneringen van de wereldoorlogen en de lessen die ze ons geleerd hebben nog vers in ons geheugen zaten. In onze haast om het kwaad uit te roeien, zijn we vergeten wie we zijn en hoe we hier gekomen zijn. We zijn het pad van de terroristen aan het volgen en we verheerlijken daden die verkeerd zijn en verachtelijk.

Dit is niet nieuw. Door Amerika’s beschrijving van ‘war on terror’ te volgen, zijn we vergeten om de criminele daden als aparte gewelddaden en criminaliteit te zien, die symptomen zijn van een ziekte. We zitten vast in het idée-fixe dat alle religies gerespecteerd moeten worden, en hebben de islam laten samensmelten met terrorisme. Zoals Balagangadhara en De Roover het vijf jaar geleden schreven: 

“neither religious nor secular doctrines form the intellectual basis of terrorism. They are used in morally justifying an act that has already achieved the status of a supererogatory action.”

“religieuze, noch seculiere doctrines vormen de intellectuele basis van terrorisme. Ze worden gebruikt om een bepaalde handeling moreel te rechtvaardigen, die al de status van een daad van supererogatie heeft gekregen.”

De islam wordt gewoon als een reden aangebracht, net zoals de ‘war on terror’ of het ‘Amerikaanse nationaal belang’. Alle drie de ‘redenen’ dienen hetzelfde doel: de met opzet gecreëerde dynamiek van transformatie te rechtvaardigen en actief mee te reproduceren. We bereiken hiermee twee afschuwelijke resultaten: (1) we zijn marionetten in het spel van de terroristen, die – terecht – vaststellen dat we het zelfs niet door hebben, en (2) we maken het onderscheid niet meer tussen miljoenen burgers die ongelukkig genoeg moslim zijn en terroristen, die kiezen voor actieve vernietiging. Voor hen is het zelfs denkbaar dat in de strijd de hele wereld vernietigd wordt. Dus laten we bijvoorbeeld Groot-Brittannië Syrië, als land, aanvallen. Er was één werelddeel dat tegengewicht had kunnen geven tegen deze valkuil waarin Amerika en de terroristen zitten. Maar dat werelddeel is aan haar schoonheidsslaapje bezig.

Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn wij, Europeanen, ervan overtuigd dat we politiek correct moeten zijn, iedereen moeten respecteren, moeten aanvaarden dat andere mensen gerechtvaardigd zijn in dingen die ze doen en die wij niet begrijpen, enzovoort. Dit heeft ons verhinderd om terrorisme te zien als criminaliteit. Hadden we dat gedaan, dan had het tenminste een deel van het probleem opgelost: het zou ons verhinderd hebben om criminelen onze ervaring van de wereld te laten vormgeven, en vernietiging als een alternatief samenlevingsmodel ernstig te nemen. Misschien zou ook de aantrekkingskracht die de beweging nu wel heeft op onze jongeren, niet zo sterk zijn.

Zoals het in Europa de gewoonte geworden is, hebben we ons echter laten leiden door ons schuldgevoel of door onze kwaadheid, of door beide. In elk geval stoppen we met denken en implementeren we maatregelen die verschrikkelijke gevolgen hebben. Neem nu de huidige vluchtelingencrisis: de bereidwilligheid om te helpen en de volharding ondanks kritiek, zijn lovenswaardig. Maar morele redenen en schuldgevoel alleen zijn nog nooit adequate gronden voor beslissingen geweest. Zonder na te denken hebben veel van onze Europese leiders er bij hun burgers op aangedrongen om deze vluchtelingen te ontvangen en te behandelen als politieke vluchtelingen, wat ze niet zijn. Dit zijn oorlogsvluchtelingen. Dat betekent dat deze mensen een oorlog ontvluchten, en eenmaal de situatie gestabiliseerd is, het liefst in het land van oorsprong hun leven weer op willen bouwen. Hen verspreiden over Europa en hen integreren in de Europese samenleving was niet noodzakelijk en al helemaal niet intelligent. We hadden evengoed humanitaire hulp kunnen organiseren in de vorm van reddingsoperaties, voedsel, onderdak, kleding, medische ondersteuning en mogelijkheden tot (telefonisch) contact met het thuisland in korte-termijn, comfortabele kampen die speciaal voor hen opgezet konden worden.

In de plaats hiervan (1) dwingen onze politici de bevolking om de vluchtelingen te integreren in onze samenlevingen die deze grote aantallen niet aankunnen, (2) worden de vluchtelingen meer en meer met haat en onwil geconfronteerd bij de Europese bevolking, waardoor ze zich ons zullen herinneren als harteloze mensen (“zelfs in tijden waarin we basishulp nodig hadden, wilden ze ons nog geen druppel water geven”), (3) krijgen rechtse partijen vrij spel met het zicht op de volgende verkiezingen in veel Europese landen, (4) wordt de hoogdringendheid om de vulkanische situaties in het Midden-Oosten aan te pakken, weggenomen, (5) maken we het terroristen zeer makkelijk om, terwijl ze zich als vluchteling voordoen, binnen te komen in onze samenlevingen. 

Omwille van alle vorige punten, zullen terroristen een zeer vruchtbare grond vinden om nieuwe mensen te rekruteren. Wat hebben we dan bereikt, ondanks het feit dat we humanitaire hulp hebben gegeven? We hebben haat gecreëerd, waar er geen was. En we hebben meerdere ingangen gecreëerd in onze samenlevingen zodat terroristen met alle gemak hun netwerken kunnen verstevigen. Dit zijn de gevolgen van het behandelen van oorlogsvluchtelingen als politieke vluchtelingen. 

Bovenstaande inzichten werden in de voorbije jaren al gepubliceerd in internationale, peer-reviewed tijdschriften. Waarom werden ze niet opgepikt en verder ontwikkeld? Wat zijn onze sociale wetenschappers aan het doen? Waarom zijn zovelen onder hen nonsens aan het spuien? Bijvoorbeeld, sommige ‘experts’ komen dezer dagen tot de conclusie dat de aanslagen in Parijs alleen maar een voorbeeld zijn van het verdiende loon voor Europeanen omwille van de kolonisatie-periode. Dus we moeten ons diep schamen en beseffen dat meer dan de helft van de wereld eigenlijk tegen ons is. Of ze geven de zeer verstandige tip dat terrorisme ‘bij de wortel aangepakt moet worden’. 

Met zulke intellectuelen, zulke beleidsmakers, zo’n amnesie over ons eigen verleden en het opbouwende werk dat Europa in de wereld heeft verricht, is het niet verwonderlijk dat de enige reacties die we kunnen geven shock, horror, en nog erger, schaamte zijn. Is het geen tijd om onszelf over die primaire emoties te zetten? Is het geen tijd dat we ons realiseren dat een wereldwijde oorlog om de hoek staat te wachten, als hij al niet grijnzend in ons midden staat (zie in deze context ook verscheidende artikels op de blog witness-to-our-times.org)? Het is niet dat onze grootouders een glasheldere en objectieve uitleg hebben gekregen toen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog zich aan het ontwikkelen waren….

Wij willen in geen geval paniek zaaien. Integendeel. Het lijkt ons eerder raadzaam in het algemeen om ondoordachte reacties even uit te stellen en een goed begrip van de situatie te ontwikkelen. Pas als we de mechanismen van terrorisme begrijpen, en een manier vinden om het succes ervan tegen te gaan, zullen we in staat zijn om dit fenomeen te trotseren. We kunnen dat niet met diagnoses die geen diagnoses zijn, die bovendien 19e-eeuwse praat voortbrengen zoals “we moeten tonen dat Frankrijk niet bang is” of, nog erger, “we hebben een sterk Vlaanderen nodig”.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!