Opinie -

Een Belgisch klimaatakkoord, maar niet van harte

Eindelijk nog eens blije gezichten in de Wetstraat. De opluchting bij onze Belgische bevoegde ministers dat ze dan toch nog een weekje mét autoriteit en geloofwaardigheid aan tafel kunnen op de COP, was voor Vlaams minister-president Bourgeois blijkbaar voldoende reden om van een ‘historisch akkoord’ te spreken. Nochtans wordt nu niets meer dan het minimum afgeleverd, en bovendien in derde zit. Veel kans dat deze overeenkomst de geschiedenisboeken haalt is er hoe dan ook niet - behalve dan als die van de gemiste kansen.

dinsdag 8 december 2015 11:52

Zo snel onze regeringen akkoorden met Electrabel sluiten, Uplace in uitvoeringsfase brengen of een schop in de grond hopen te steken voor Oosterweel, zo traag wisten diezelfde regeringen een klimaatakkoord te bereiken. Enkel omdat wereldleiders in Parijs hoge ambities uitspreken om een klimaatakkoord te sluiten, wil België niet voor schut staan. Dus werd na zes jaar eindelijk een oplossing gezocht. Het akkoord heeft op die manier meer weg van een PR-stunt om imagoschade te vermijden, dan van een gefundeerde visie op een duurzame toekomst.

België klimaatneutraal

Stel, we leefden in een land waar beleidsmakers zich ten volle bewust zijn van de uitdagingen die op ons af komen. Er zou met grote verwachtingen uitgekeken worden naar de historische – echt waar – klimaattop in Parijs. Daar zouden we andere landen kunnen overtuigen om, net zoals wij, verregaande maatregelen te nemen die klimaatverandering en haar gevolgen inperken. We zouden al jaren bezig zijn met het verduurzamen van onze energieproductie, met het stimuleren van een groenere economie, met het terugdringen van het autogebruik. We zouden forse resultaten hebben neergezet, en misschien zelfs al 20% minder CO2 uitstoten. We zouden België in 2050 klimaatneutraal verklaren.

In heel Europa zouden ondernemingen en overheden gebruik maken van onze innovaties. De internationale pers zou ons als stichtend voorbeeld citeren. In ons land zouden jonge ondernemers de toekomst van de wereld mee vorm geven. We zouden beseffen dat het klimaat niet stopt waar België begint. We zouden ons bewust zijn van onze historische CO2-uitstoot ten opzichte van groei- en ontwikkelingslanden. Daarom zouden we een aanzienlijk deel van onze middelen in het internationale klimaatfonds storten. Zodat landen die het moeilijk hebben deel uitmaken van een klimaatoplossing, en niet langer het probleem zijn.

13 % hernieuwbaar

Tot zover Utopia. Want met wat nu op tafel ligt, is dat België nog veraf.

Want de Belgische ministers lopen de klimaatmars op één been. Angstig kijken ze in het rond, om ons ervan te verzekeren dat we zeker niet sneller lopen dan diegene voor ons. We werken telkens toe naar de eerstvolgende conferentie. We wachten steeds af wat de uitkomst daarvan is, zodat we zeker niet te gek doen. Om de zieken te zalven, storten we vijf euro per inwoner in het internationaal klimaatfonds. Zo blijven we nog op een veilige afstand van ons laagst genoteerde buurland (Nederland, 30 euro/inwoner).

We houden het veilig. Daarom gaan we voor een aandeel hernieuwbare energie van 13% tegen 2020. Het zo geloofde Duitse model mikt op 20% in 2020.

No gold plating

Het pas gesloten klimaatakkoord betreft vooral de verdeling van de inspanningen. Maar wat met verder engagement? Het antwoord is helaas: bedroevend weinig. En dat is niet eens het gevolg van een crisis of terreuralarm, maar een zeer bewuste keuze. Het Vlaams regeerakkoord stelt ondubbelzinnig: no gold plating als het gaat over inspanningen voor het klimaat. Liever schuift men de Zwarte Piet door naar de CO2-verslaafde burger, terwijl het harken wordt om aan de Europese doelstellingen tegemoet te komen. Doelstellingen die – laat dat duidelijk zijn – op zichzelf al weinig ambitieus zijn.

En toch hoeft zelfs de context van tot dusver (te) beperkte ambitie op internationaal niveau geen reden te zijn tot fatalisme: voortrekkers die, op basis van best practices, de rest meenemen in het verhaal kunnen wel degelijk een verschil maken. Het feit dat er in België met geen woord over die rol gerept wordt, is echter wel veelzeggend. We leven nochtans in een welvarend land, met bovendien bijzonder veel draagvlak in een maatschappij die doordrongen is van engagementen voor een bloeiende samenleving en een duurzame toekomst. Hier ligt een kans voor prestige – veel meer dan een belevingscentrum ooit zal kunnen opleveren.

Duurzaamheid als maatstaf

Dit akkoord moet dan ook geïnterpreteerd worden als het strikt noodzakelijke, gevolg van enkele spoedvergaderingen om het label van failed state te vermijden. Dus is het oppassen voor de opdracht-volbracht-sfeermakerij die de burger al veel te vaak in slaap heeft kunnen sussen: met een forse ‘klimaatparagraaf’ in een regeerakkoord, een schijf subsidies voor groene energie of – in dit geval – een simpele verdeelsleutel. Duurzaamheid laat zich nu eenmaal niet vatten in een hoofdstuk van een beleidsplan of initiatieven in de marge, maar zou de maatstaf moeten zijn waaraan een integraal beleid wordt afgetoetst. In die zin doet een akkoord, gesloten in dezelfde week als de miljardendeals met Uplace en Electrabel, maar weinig goeds vermoeden.

Bijgevolg is deze ‘historische stap’ allesbehalve een lovenswaardig slotakkoord – hooguit kan ze de noodzakelijke basis worden om een begin te maken met het aanpakken van uitdagingen uit de eenentwintigste eeuw. Al zullen de regeringen dan wel eens grondig bij zichzelf te rade moeten gaan. Anders dreigen ze, boven alles, hun afspraak met de geschiedenis voorgoed te missen.

take down
the paywall
steun ons nu!