De gemakkelijke lach

De gemakkelijke lach

woensdag 18 november 2015 14:48
Spread the love

Woensdagvoormiddag op Radio 1: Filmrecensent Ward Verrijcken krijgt (ocharme) een minuut om zijn bedenking bij de Humo-cover van deze week te uiten. Hij legt de link met soms bedenkelijke humor van de televisiequiz De Slimste Mens ter Wereld. Mijn reactie: Ja! Eindelijk! Naast zijn geheel terechte opmerking over de Humo van deze week erger ik me ook al weken aan de toon van de presentator, jury en hier en daar een kandidaat van de populaire televisiequiz. Ondertussen maak ik me al heel wat minder druk om wie er op het einde de overwinning zal binnenhalen. De humor die in het programma wordt gehanteerd is vaak ronduit om ter flauwst. Daarbij moet ik keer op keer vaststellen dat deze flauwe moppen ten koste gaan van anderen. Lees: de anderen zijn niet blank of man, en als ze toch mannelijk zijn dan liefst homoseksueel of toch op z’n minst ‘verwijfd’… Alles wat Erik Van Looy en zijn companen dus (openlijk) niet zijn. Ik noem dit zelf vaak de ‘makkelijke lach’. De lach vanuit de blanke, mannelijke, heteroseksuele norm zonder enige creativiteit. Ik begrijp dat wat de ene grappig vindt, de andere kwetsend kan vinden. Een sluitend antwoord voor eens en voor altijd van wat grappig is en wat kwetsend en stigmatiserend is, is waarschijnlijk niet mogelijk.  De alomtegenwoordigheid én vanzelfsprekendheid van zulke ‘makkelijke humor’ verdient naar mijn mening echter wel een kritische blik. Het getuigt in mijn ogen enerzijds van een soort van creatieve luiheid door je peilen in je moppen steeds te richten op dezelfde (minderheids)groepen. Maar daarnaast is er ook de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hoe deze humor mogelijk bestaande sociale ongelijkheden (her)bevestigt en stigmatisering in de hand werkt, lijkt me wel degelijk een legitieme vraag. En de lichtheid waarmee men in de media met deze homofobe, seksistische en racistische moppen omgaat, vind ik verontrustend. Zeggen als programmamaker of humorist: ik beschouw mezelf niet als racist, en dat geeft me het recht om racistische moppen op de nationale televisie te verkondigen, vind ik zonder meer kortzichtig. Laten we teruggaan naar les 1 in de eerste bachelor communicatiewetenschappen: een boodschap heeft een zender, maar ook een ontvanger. Ik vraag me af of de programmamakers er ooit al één seconde bij hebben stilgestaan hoe bijvoorbeeld Jeroom’s voortdurende racistische en seksistische (en ook heel flauwe) moppen over zijn zwarte vrouw Elodie binnenkomen in huiskamers van kijkers die niet mannelijk en blank zijn. Waarschijnlijk niet, misschien dat de redactie vanuit hun geprivilegieerde sociale positie wel over andere zaken wakker liggen. Who knows? Maar ook: hoe komt de ene na de andere racistische, seksistische en homofobe uithaal in het programma aan bij kijkers die hun negatieve vooroordelen en attitudes ten aanzien van minderheden voortdurend bevestigd zien in zulk populair mainstream televisieprogramma? Zeggen als programmamaker of humorist: ik ben geen racist, maar ik maak wel voor heel Vlaanderen racistische mopjes en ik dat is oké want mijn vrouw is zwart (in het geval van Jeroom)… Nee, dat is niet onschuldig, dit alles draagt mogelijk bij tot meer racistische en seksistische attitudes én dat is een verantwoordelijkheid die niet zomaar te ontlopen valt. De handen in onschuld wassen en op je Facebook wall ijveren voor verdraagzaamheid en solidariteit is dan al te laat. Het staat namelijk al op de digicorder.

En ja, noem mij (en Ward Verrijcken en nog zovelen anderen) dan maar seutig, maar dan wel seuten met gevoel voor een iets minder makkelijke humor, LOL!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!