Het lef van Europa

Het lef van Europa

woensdag 30 september 2015 09:09

Ik studeerde Psychologie en Geschiedenis; een combinatie die mij moeiteloos een zwartgallige kijk op de mensheid heeft opgeleverd. Weinig verbaast me meer wanneer het aankomt op wreed gedrag. Toch zijn de laatste tijd veel beelden, meningen, en het uitblijven van politieke daadkracht omtrent de vluchtelingencrisis nog goed in staat mij van de ene verbazing in de andere te laten vallen zoals de meest donkere tijden in het verleden. Maar vergelijkingen zoals deze zijn in de wetenschap uit den boze.

Het meest misselijkmakende van alle ellende vind ik misschien wel de hekken die de toegang tot Europa blokkeren en daarmee bevolkingsgroepen van elkaar scheiden. Het zijn toch zeker niet alleen míjn hersenen die het niet kunnen laten historische vergelijkingen aan me op te dringen? Ik lees voornamelijk over de voor- en nadelen van het toelaten van vluchtelingen en wat daar dan wel allemaal niet bij komt kijken en op welke manier we dat dan wel of niet zouden aankunnen. Maar een chirurg vraagt zich bij acuut hersenletsel toch ook niet eerst af wat de gevolgen voor de patiënt en zijn omgeving zijn als de patiënt de operatie overleeft?

Ik kon de akelige bijsmaak die ik kreeg van het debat moeilijk duiden, tot ik dinsdag 15 september het interview met Dirk Lips las in de Volkskrant. Hij bleek ook een associatie met een zwarte periode in het verleden te hebben, constateerde ik toen hij refereerde aan zijn vader die in de jaren veertig vluchtte en vervolgens was ‘overgeleverd aan de grillen van een Zwitserse douanier’. Ik kreeg tranen in mijn ogen toen Lips vervolgens alles omdraaide: ‘Als iemand zijn levenslot in je handen legt, dan moet je wel heel veel lef hebben om daar niks mee te doen’. Niet de angst om te helpen, maar de angst om dat niet te doen. Eindelijk begon ik te begrijpen wat ik steeds maar niet begreep. ‘Het is simpel, net als wanneer je iemand op straat ziet vallen’, vervolgde Lips. ‘Dan is het ook: niet zeiken, gewoon helpen, klaar.’ 

Mijn generatie vindt het moeilijk te bevatten dat zoiets als de Holocaust heeft kunnen plaatsvinden. De belangrijkste reden hiervoor is dat wij weten wat de uitkomst en het vervolg was. Nu we een fractie van angst voor het onbekende meekrijgen lijkt ineens menigeen dit beter te begrijpen, al dan niet bewust. Binnen de psychologie heerst de veronderstelling dat altruïsme een natuurlijke reactie is, maar helaas ook dat angst een dominantere factor voor gedrag is. We willen met ander woorden best helpen, graag zelfs, als we daar zelf niet slechter van denken te worden. 

Natuurlijk kun je beargumenteren dat we niet allemaal zoals Lips 113 miljoen bezitten, wat het makkelijk zou maken niet voor je eigen hachje te vrezen. Maar het gaat om onze veiligheid, die wel meer dan 113 miljoen waard is. Van deze veiligheid kunnen we allemaal wat missen zonder de angst te hebben in de problemen te komen.

Konden we maar vooruit kijken en zien dat we zelf niet slechter af zullen zijn of alvast de teleurstelling in onszelf kunnen voelen door de hulp die we niet geboden hebben. De regels van de geschiedwetenschap zijn streng: naast vergelijkingen trekken mag je van het verleden ook niet leren. Ik zou willen van wel. Dan zouden we nu geleerd hebben niet bang te zijn om te helpen, maar bang zijn de geschiedenisboeken in te gaan op een manier die door volgende generaties niet begrepen wordt. Wie ziet nou niet liever de bladzijdes gevuld met trots dan met schaamte? En ook vanuit psychologisch perspectief gezien kan ik beloven dat naastenliefde gepaard gaat met het eigen geluk. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!