De Belg en zijn diesel

De Belg en zijn diesel

maandag 28 september 2015 23:08

Nergens ter wereld wordt er meer gedieseld dan in België. Wij hebben er zelfs een werkwoord voor bedacht.

‘De Vlamingen bouwen een riante, liefst losstaande woning, proberen twee auto’s te onderhouden en werken zich dood, of in het beste geval ziek. Wij zijn een Prozac-land, niemand vreet meer pillen dan wij, wij pieken in zelfmoord, scheidingen en dodelijke ziektes. Onze foute keuzes hebben dramatische gevolgen voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van de Vlamingen. Als we de druk van de ketel zouden laten, en dat betekent onder meer een onverkorte uitvoering van het mobiliteitsplan, zouden de mensen veel meer ontspannen aan de slag kunnen. We hebben een paar jaar geleden berekend dat je je pas een auto kan veroorloven als je minstens duizend euro per maand verdient, maar heel veel mensen met een lager inkomen kunnen gewoon niet zonder auto, door de erbarmelijke infrastructuur in ons land.’ (Willy Miermans, docent aan het Instituut voor Verkeerskunde van de Limburgse universiteit in P-Magazine)

In een paar zinnen omschreef Miermans in 2004 al de kern van het mobiliteitsprobleem in België en van onze totaal misplaatste verknochtheid aan de auto. In P-Magazine ja, zo rond 2000 het meest onderschatte onafhankelijke nieuwsmedium in Vlaanderen. Bovenstaande quote zou de kwaliteitskranten nooit gehaald hebben. En dan had Miermans het nog niet over onze voorkeur voor diesels, precies omdat autorijden (zeker met twee auto’s) toch al zo duur is. Vlaams is zelfs de enige taal die er een werkwoord van gemaakt heeft: dieselen. We weten al lang dat de zwarte roetdeeltjes die dieselwagens in de lucht blazen smog veroorzaken en kankerverwekkend zijn. Hoe schoon dieselmotoren de laatste jaren ook geworden zijn, die minuscule, kankerverwekkende roetdeeltjes blijven zich massaal in onze lucht verspreiden. Met dank aan de vele honderdduizenden bedrijfswagens die hier rondrijden. De Belgische ondernemingen dènken er nog niet aan om die zogenaamd voordelige diesels uit hun wagenparken te bannen. Tot daar hun geveinsde betrokkenheid bij de klimaatproblemen.

Mijn auto was mijn vrijheid

Ik heb de aankoop van een diesel nog nooit overwogen. Dat ene roetdeeltje dat diep in de longen van een kankerpatiënt is doorgedrongen, zal alvast niet uit mijn auto gekomen zijn. In 1994 heb ik al een milieuvriendelijke Honda Civic Ecotec gekocht, een model dat enkele jaren later uit de handel zou worden genomen vanwege een gebrek aan belangstelling. Groen was toen nog geen trend.

Mijn auto, da’s mijn vrijheid:  zo werd ons in de jaren 70 ingepeperd met zelfklevers. Het afkappingsteken verraadde zelfbewustzijn en moderniteit. Het bijhorende bloemetje stimuleerde een goed gevoel. En gaf de auto je inderdaad niet die onbeperkte vrijheid, de mogelijkheid om je op eender welk moment naar eender welke plaats te begeven? We voelden ons ook vrij als we weer eens een uitstapje gingen maken of op reis gingen met de auto. Mijn vader is altijd een voortreffelijke chauffeur geweest en heeft ons in de loop der jaren urenlang onbezorgd rijplezier bezorgd.

Urenlang onbezorgd rijplezier:  echte copywriterstaal. De teksten van autoreclame en autopers hebben zich door de jaren heen stilaan met elkaar verweven. Het verheerlijkende woordgebruik van de copywriters is de journalistieke norm geworden. Wat overigens in het geheel niet geldt voor de lonen van de reclamejongens. Rijgenot. Krachtige persoonlijkheid. Sportieve inborst. Genot, persoonlijkheid, inborst: wie zou die woorden ooit spontaan verbinden met autos?

Kritiek op de autosector is nochtans taboe in België, want zorgt de auto niet voor tienduizenden werkplaatsen? Willen we niet allemaal zo mobiel mogelijk zijn? Kunnen we nog wel zonder die tweede auto? Hoezo, diesel is slecht? De autopers is reclame geworden, en wij lopen er allemaal in.

Laat die broek maar zakken

Ik moet iets bekennen: ik heb in de jaren 80 ook reclameteksten geschreven voor auto’s. Ik heb het woord dieselen zelf herhaaldelijk gebruikt.  Nooit meer zo goed geld verdiend als toen maar het was natuurlijk niet mijn wereld. Ik kon niet leven met de leugens en volksverlakkerij die reclame onmiskenbaar zijn. Ik zag er hoe de grootste creatieve en artistieke talenten hun broek lieten zakken voor klanten die intellectueel nog niet tot aan hun enkels reikten.

Een autobudget was het gouden kalf van elk reclamebureau. De commissies op de grootscheepse campagnes volstonden ruimschoots om de boel te laten draaien en ons, ‘de creatieven’, een royaal loon uit te betalen. Maar ook voor de media is autoreclame altijd onontbeerlijk geweest. Toen Dieselgate vorige week losbarstte, bleven er gewoon paginagrote advertenties verschijnen voor Audi’s met een dieselmotor. Geen uitgever die eraan denkt om die lucratieve handel een halt toe te roepen en bepaalde ethische beperkingen op te leggen aan reclame. Om die reden worden ook advertenties voor industrieel snoepgoed en dikmakende frisdranken niet geweerd of aan strengere criteria onderworpen, terwijl op de volgende bladzijde vaak wel wordt gewaarschuwd voor de vernietigende gevolgen van overmatige vet- en suikerconsumptie. Sinds het verbod op tabaksreclame lijkt het geweten van het systeem gesust. Meer beperkingen zouden niet alleen de voedings- en de auto-industrie schade kunnen toebrengen maar ook de media zelf.

Het nieuwe roken

Cynische zakenlui en reclamemensen zeggen dat de consumenten maar zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen en niet teveel zuipen, vreten of met de auto rijden. Terwijl ze duivels goed weten dat ons brein bijna machteloos is tegen al die commerciële indoctrinatie en verleidingen.  Ook de politici hebben boter op het hoofd omdat ze telkens weer zwichten voor de lobbyisten van de auto-industrie, in naam van de heilige werkgelegenheid, en omdat ze net als copywriters en journalisten voortdurend gepamperd worden.

En toch moet ik die cynische bedrijfsleiders en advertising boys een beetje gelijk geven. Wij hebben als consument nog altijd de mogelijkheid om vrij en bewust te kiezen. Iedereen weet al jaren dat diesel meer vervuilt dan benzine en toch blijven we kiezen voor het minieme financiële voordeel aan de pomp (ook al ‘rendeert’ een diesel in dat opzicht pas als je er meer dan 30.000 of 40.000 kilometer per jaar rijdt). Het is een collectieve keuze die ons nu stilaan duur te staan komt. Ik kan alleen maar hopen dat dieselen het nieuwe roken wordt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!